De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Over Luthers leven bestaan talloze 'legenden', verhalen die op fantasie berusten of in ieder geval historische vervalsingen zijn. Uit een boekje van dr. H.A. van Bakel 'Lutherlegenden' (Haarlem, 1946) de volgende twee passages:

• Luthers geboortedag: 10 november 1483.
'Legenden hechten zich, zagen wij, bij voorkeur aan de, voor de met de bizonderheden onbekenden minst te controleren levensomstandigheden, geboorte, vroege jeugd…
Inderdaad doet zich dat wel op heel interessante, verwonderlijke wijze voor bij Luther. Toen hij in later jaren een man van betekenis was geworden was 't haast ondenkbaar, dat de "Sternkücker" zich niet met hem zouden hebben ingelaten en niet ook zijn horoscoop hebben getrokken. Men zou zo hebben gemeend, dat reeds de naamgeving "Martinus" zijn geboortedag voldoende had vastgelegd. Maar de sterren wisten het beter. Luthers moeder wist wel de dag, maar twijfelde gelukkig aan het jaar. Zo had men vrijspel en "rektifizierte" jaar èn dag, 't jaar 1483 tot 1484 en de 10e november tot de 22e oktober. Dat zich bij de astrologen Gauricus en Cardanus ook Philippus Melanchthon schaarde zegt ons omtrent de "feine lustige Phantasei" zelfs van geleerde koppen wel heel veel. Luther zelf moest van hun wijsheid niets hebben. Ze was voor hem een "heillose und schebichte" kunst. Hij lachte om Philippus' rekenkundige experimenten. Men wilde maar, dat hij zou zijn geboren onder een constellatie, die grote omwentelingen voorspelde. Op 22 oktober 1484 viel de conjunctie van Saturnus en Jupiter in de Schorpioen. Dat besliste! "Ik arme heet onder een allerrampzaligst gesternte te zijn geboren, waarschijnlijk zelfs onder Saturnus. Mijn vrouw, mijn kleermaker, mijn schoenmaker, mijn boekbinder verwennen mij altijd maar weer. De meningen over mijn geboortedag verschillen met mij zowat een jaar. Maar, geloof mij, zij weten het niet Philippus heeft het zelf erkend: de kunst bestaat, maar niemand kent haar. Wanneer de heren het toevallig eens raden, dan geven zij hoog op van hun profetieën, maar van hun misgrepen, die ontelbaar zijn, zwijgen ze stil."
Intussen zegt de "Phantasei" over 't begin van Luthers leven ons reeds wat wij hebben te verwachten, wat bijvoorbeeld erfelijkheidsspeurders, biologie-enthousiasten en milieu-ontleders over 's mans lot en leven wel zullen hebben aangedurfd.'


• De zingende Luther te Eisenach: 1498.
'Ook aan Eisenach, de volgende étappe op Luthers levensweg, sedert zijn vijftiende jaar, is een legende verbonden: de langs de huizen zingende en om brood bedelende jongen, over wie Frau Ursula Cotta zich liefderijk ontfermde en wiens lot zij zich aantrok. Wij kennen de romantische, zoetelijke uitbeelding ervan. Dat zingen langs de huizen was een algemeen gevolgde Duitse gewoonte. Men vond het goed voor de jongens, als behoeftigen te gaan vragen om een stuk, een "Parteke" brood, "Partekenhengst" te zijn. Onder 't zingen van psalmen in het Duits of Latijn trokken ze een paar keer in de week door de stad, wat tevens een goede oefening voor hen was in 't kerkgezang. De ontferming van de jonge "weduwe" is fantasie. Niet onwaarschijnlijk is het, dat de familie Cotta en de met haar geparenteerde familie Schalbe Luther in de ene of andere kring hebben ontmoet – Luther had familie te Eisenach – en zich voor de begaafde jongen interesseerden, hem ook logies hebben aangeboden. Sentimentaliteit over de zingende bedelknaap was misplaatst.'


Uit de bundel 'Zwerfgedichten', die ds. J.J. Poort samenstelde (uitgave De Groot, Goudriaan/Kampen), het volgende gedicht met nadere toelichting van ds. J.J. Poort:

't Kleine domineetje

Hij is misschien net vijfentwintig jaar
En spreekt voor 't eerst het Woord des Heeren.
De professoren zeiden: 'Jij bent klaar…
Nou een beroep – dan ga je 't maar proberen…'
En eind'lijk is de grote dag gekomen,
Waarop hij voor zijn kudde staat!

Hij heeft 't beroep wat aarz'lend aangenomen;
Je bent niet veel – al ben je candidaat…
De intreepreek – product van vele weken –
te van het wond're ambt het argeloos begin.
En tussen God en 'n kudde vol gebreken
Staat dan de preekstoel met dit kind er in.

De tegenstemmers knikken wijs met hunne hoofden
En praten nog wat na – boos momp'lend op de stoep:
Dit kon niets zijn: – Hij had maar één beroep…
Daar heb je 't al. Zij hebben het wel geweten.
Wat zei ik je? Daar zit je met die vent…
Het mannetje wordt hier bij ons voorgoed vergeten.

Wat wonder ook – hij heeft maar één talent
En 's avonds thuis bidt 't kleine domineetje
Heel lang en heel eerbiedig voor zijn bed:
O God, ik leer het nooit! Help m' alstublieft een beetje,
Opdat ik zie en weet, waar ik mijn voeten zet.

Over dit gedicht wil ik graag wat zeggen. En dan heb ik vier adressen op het oog: de professoren, de kudde, de tegenstemmers en tenslotte ook het "kleine domineetje".
Eerst dan "de professoren". Die zeiden "Je bent klaar". Maar dat is een dominee nooit. Nóóit klaar. Ik denk terug aan mijn vader, als ik het togakoffertje voor hem dragen mocht op zondagmorgen.
"Vader, is de preek klaar?" En steevast antwoordde vader dan, wat ik toen nog niet begreep: "Jongen, de preek is klaar als ik hem gehouden heb". Daarmee doelend op God: "Hij zal Zijn werk voor mij vol-enden…" Eerder is nooit iemand klaar.
Dan: die "kudde", even later genoemd "kudde vol gebreken". Precies, vergis u niet, vergis u ook niet in u zelf. Ik herinner me wat wijlen ds. Jac. van Dijk eens vertelde: "Een ouderling zei laatst, kwaad dat ik het oneens met hem was: weet goed, dominee, ik ben ouderling" – en toen heb ik hem gezegd: '"ja, mijn kleindochtertje speelt met poppen en die zei laatst tegen me: ik ben moeder!"'
Ach ja, soms denken we dat we wat zijn: "kudde", maar misschien zijn we wel een kudde wòlven-in-schaapskleren. Dominee, herder. Maar misschien zijn we wel huurling. En dan nog wat: als het dan inderdaad "kudde" mag zijn, dan nog is het nooit "zijn" kudde, maar altijd, meteen hoofdletter: "Zijn kudde". "De schapen Zijner weide… nooit "mijner" weide. Schapen, waaronder de dominee niet anders dan mede-schaap mag zijn: samen, 't zij in luisteren, 't zij in het verkondigen, onder Eén Herder. Dat ontspant. Dan zet de dominee, ook "'t kleine domineetje" op de goede plaats.
Nu: "de tegenstemmers", de mensen die wat tegen de dominee hebben. Ik denk aan de overleden adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, de heer J. Blees, die me eens door de telefoon vroeg: "Weet u het verschil tussen een farizeeër en een tollenaar?" En toen ik vroeg of hij het zelf maar wou zeggen (want ik achtte hem bijzonder hoog), gaf hij me het onvergetelijke antwoord: "De farizeeër had iets tegen een ànder, en de tollenaar had iets tegen zichzelf – en ging gerechtvaardigd naar huis",
Jaja, de tegenstemmers, de Heere Jezus Christus kende ze ook: "Toen riepen zij allen: Weg met Hem, kruisigt Hem! Hij is in alle dingen verzocht geweest als wij… opdat Hij degenen die verzocht worden te hulp zou komen." Ziende op Hem kun je, om met Psalm 18 te spreken, "door dichte benden dringen". Tenslotte "'t jonge domineetje". "Net 25 jaren." Maar wat doet dat er toe? Zit 't 'm dan in de leeftijd? Ik heb vaak 't idee, dat ik sedert m'n 25ste (toen ook ik als dominee begon) "veràchterd" ben. En wat doet dat "ene beroep" er toe? Ik vind het kwalijk dat de geestelijkestatus van een dominee verhoogd wordt naarmate hij meer beroepen (tegelijk nog wel) ontvangt Christus kreeg nóóit een beroep. Ze hebben Hem opgewacht met de kindermoord van Bethlehem en uitgeluid met spijkers en hamers. Hij is nooit door mensen beroepen, maar wel door de Váder gezònden! Zo is het, jong domineetje. En blijf maar bidden "O God, ik leer het nooit". Dan zal God Zelf uw Leidsman wezen. En leren hoe u wand'len moet.'

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's