De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wederkomst en laatste oordeel (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wederkomst en laatste oordeel (1)

7 minuten leestijd

Op 5 maartjl. hield dr. G. van den End te Huizen een lezing voor de EO in de rubriek Theologische Verkenningen over de woorden uit de Geloofsbelijdenis van Nicea: 'en zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; en wiens rijk geen einde zal hebben'.Deze lezing is uitgewerkt tot vier artikelen die achtereenvolgens worden geplaatst.Redactie

Op weg naar het jaar 2000
Het jaar 2000 komt steeds dichterbij. Het einde van de twintigste eeuw is in zicht. Dat zal voor de nodige diskussie zorgen; voorspellingen van dingen die op handen zijn. De leider van een secte in het Amerikaanse Texas, die zich uitgaf voor Jezus en die vele volgelingen had, zal niet de laatste geweest zijn. Naarmate onze eeuw voortschrijdt zullen er nieuwe geestelijke leiders opstaan en met opzienbare uitspraken komen. Een eeuwwisseling zoals die voor ons ligt gaat nu eenmaal met allerlei opvallende verschijnselen gepaard.
Toch zouden wij ons er wat erg makkelijk vanaf maken wanneer wij alleen maar onze schouders zouden ophalen over dit alles. Daarvoor is onze tijd te turbulent en te gespannen. Wij zien namelijk om ons heen allerlei gebeurtenissen, die een wereldomvattend karakter dragen. Om maar enkele dingen te noemen: ideologieën die jarenlang volken in hun greep hadden zijn in hun voosheid ten ondergegaan. Het materialisme dat in het Westen velen heeft geboeid, vertoont sterke vermoeidheidsverschijnselen.
Ook in geestelijk opzicht signaleren wij een geweldige omslag. Wij worden steeds meer gekonfronteerd met een stuk relativisme, althans hier in West-Europa. Het unieke van het christelijk geloof raakt meer en meer onbekend, ook binnen de gevestigde kerken. Er is sprake van het algemeen betwijfeld christelijk geloof.
Tegelijk merken wij bij jongeren en ouderen een zoeken naar waarheid en zekerheid. Er is in onze samenleving een hang naar religiositeit, ook al is deze dan vaak oosters gekleurd. Het Nieuwe Tijdsdenken (New Age) laat steeds meer van zich horen. Waar dit denken aanvankelijk beperkt was tot een elitaire laag, wordt het nu meer en meer gemeengoed in de westerse samenleving. Een heel jungle van verschijnselen – van spiritisme en magie, reïncarnatie, yoga, pendelen en tarot tot spirituele therapieën en cursussen zelfontplooiing – doet zich aan ons voor. En velen zijn van mening dat de esoterische traditie een aanvulling is op de Bijbel. Het moet volgens hen mogelijk zijn een brug te slaan tussen het christendom en de esoterie. We denken in dit verband aan de IKON die een televisieserie samenstelde over 'reïncarnatie, genade, kàrma, verlossing en dankbaarheid'.
Wat zich niet minder aan ons opdringt is een zoeken naar waarden en normen. De overheid ziet zich gekonfronteerd met een ontwrichting die dermate grote vormen aanneemt, dat ze er geen greep meer op heeft. Het wonderlijke daarbij is dat de overheid zich verzet tegen een ethisch denken en handelen zoals dat vanuit de geboden van God jarenlang gepraktiseerd werd in de samenleving. We denken in dit verband aan de Algemene Wet gelijke behandeling. Aan de andere kant roept diezelfde overheid de hulp van de kerken in om toch vooral waarden en normen aan ons volk bij te brengen. De kerk moet haar stem verheffen tegen de wetteloosheid.
Het zijn maar enkele grove lijnen om aan te geven wat deze jaren vlak voor het jaar 2000 karakteriseert.

Een belangrijke vraag
Het zou de moeite waard zijn op de bovengenoemde verschijnselen afzonderlijk en uitvoerig in te gaan. Er zou genoeg van te zeggen zijn. Wij willen dat echter nu niet doen. Wel willen we elkaar een vraag stellen, en wel deze. Moeten allerlei ontwikkelingen om ons heen ons niet tot nadenken stemmen? Zijn de toename van geweld, de religieuze verwarring, het loslaten van waarheden waarvoor de kerk de eeuwen door op de bres heeft gestaan, het zedelijk verval, niet een reden om ons af te vragen of we soms niet dicht bij het einde zijn? Zien wij in dit alles niet de contouren van de eindtijd? Kan de wereld nog wel lang voortbestaan, als deze dingen gebeuren?
De reaktie op deze vraag is vaak tweeledig. Aan de éne kant zijn er mensen die direkt met een antwoord klaar staan. Zij komen met de opmerking dat het de eeuwen door zo geweest is, en dat wij er nu door de media veel meer mee gekonfronteerd worden. Dat is volgens hen het hele verschil. Zij vinden het sterk overdreven nu ineens te doen alsof het einde in zicht is. Ze willen deze tijd graag positief duiden.
Aan de andere kant zijn er die hun hoofd schudden bij alles wat ze om zich heen zien in de wereld, maar ook in de kerk. Het grote verval stemt ze tot droefheid. En ze spreken bij voorkeur over vroeger toen alles anders was. Eigenlijk weten ze ook niet goed hoe ze in deze tijd hun weg moeten gaan.

Verwachting
Ik denk dat er een andere reaktie mogelijk is dan de beide bovengenoemde. Een christen bagatelliseert de verschijnselen van onze tijd bepaald niet. Hij schuift de vragen die opkomen niet onder tafel. Hij staat volop in zijn tijd en hij volgt de ontwikkelingen met belangstelling. Hij kent zeker ook verdriet en hij ligt weleens wakker over zoveel negatieve dingen om hem heen die de Naam des Heeren aantasten en Zijn eer raken. Maar hij is tegelijk vol goede moed, omdat hij door alle verschijnselen heen de signalen opmerkt van de Meester die zal komen. De tweede komst van de Heere Jezus Christus is op handen. Het stuwt alles heen naar de laatste dag, de dag van Jezus' wederkomst.
Wat deze verwachting betreft kunnen wij veel leren van wat de kerk in dit opzicht de eeuwen door heeft uitgesproken. Wanneer u de belijdenissen van de oude kerk doorleest zult u merken dat de wederkomst van Christus daarin een grote plaats heeft. De apostolische geloofsbelijdenis zegt, na gesproken te hebben over de hemelvaart van Christus, 'van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden'.
In de geloofsbelijdenis van Nicea (325 na Chr.) lezen wij: 'En zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden'.
Veel uitvoeriger is de geloofsbelijdenis van Athanasius op dit punt. Daar lezen wij: 'En van daar zal komen om te oordelen de levenden en de doden; bij wiens komst alle mensen weer zullen opstaan met hun lichaam; en van hun eigen werken rekenschap geven. En die goed gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan, maar die kwaad gedaan hebben, in het eeuwige vuur'.
Wanneer wij de belijdenissen uit de tijd van de reformatie bekijken valt ons op dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) een afzonderlijk en lang artikel aan dit onderwerp besteedt, terwijl ook de Heidelbergse Catechismus (1563) in zondag 19 ingaat op de betekenis van de wederkomst. Duidelijk is in ieder geval dat de kerk in haar belijdenissen haar verwachting onder woorden heeft gebracht. De vraag is alleen of deze verwachting ook de onze is.

Een verschijning in glorie
Christus is ten hemel gevaren en heeft een ereplaats gekregen aan de rechterhand van Zijn Vader. Maar het middelaarswerk van Christus zou niet voltooid zijn als Zijn zitten aan Gods rechterhand niet gevolgd werd door Zijn wederkomst. Hemelvaart en wederkomst horen heel nauw bij elkaar. Denkt u maar aan wat er staat in Handelingen 1. Dan horen de discipelen op de Olijfberg uit de mond van de engelen: 'Deze Jezus, Die van u is opgenomen in de hemel, zal alzo komen, zoals gij Hem naarde hemel hebt zien heenvaren…'.
Jezus Zelf heeft ook meer dan eens over Zijn wederkomst gesproken. Ik denk aan wat Hij zegt in Zijn rede over de laatste dingen: 'Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, zo zal ook de toekomst van de Zoon des Mensen zijn (Matt. 24 : 27). En dat staat daar voor toekomst een woord dat aanwezigheid betekent (parousia), en dat tegelijk ook het begìn van iemands aanwezigheid aanduidt: de komst of aankomst.
In de wereld van het Nieuwe Testament werd de komst van een vorst, die een officieel bezoek bracht aan een bepaald gebied, een parousia genoemd. Het was niet alleen een grote eer hem te mogen ontvangen, maar men kon ook de schenking van allerlei priviliges tegemoet zien. Als die vorst zijn luisterrijke intocht hield in een stad, kon men petities bij hem indienen. Er werd met verlangen naar de aangekondigde parousia uitgezien. Dan brak er een nieuw tijdperk aan.
Dat is een beeld van wat er gaat gebeuren als onze Koning komt. Wij verwachten zijn verschijning in glorie, een verschijning die voor Zijn volk zegenrijk zal zijn. Het is het begin van een nieuw tijdperk van ongekende heerlijkheid.

G. van den End, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Wederkomst en laatste oordeel (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's