De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwaardering hervormde gereformeerde theologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwaardering hervormde gereformeerde theologie

Bogerman of Arminius

9 minuten leestijd

Vorige week heeft de hervormde synode besloten tot een nieuwe structuur voor de kerkelijke opleidingen. De vier hervormde theologische opleidingen, die verbonden zijn aan de openbare theologische faculteiten van de rijksuniversiteiten van Utrecht, Leiden en Groningen en de gemeentelijke universiteit van Amsterdam, worden ondergebracht in één Hervormd Theologisch Wetenschappelijk Instituut. Eén en ander werd noodzakelijk geacht:
1. voor de goede relatie met de faculteiten, overlegorganen en instanties op het gebied van onderzoek en onderwijs in de theologie;
2. met het oog op Samen op Weg;
3. met het oog op samenwerking met andere instituten in binnen- en buitenland;
4. in het belang van verantwoordelijk omgaan met mensen en financiën;
5. met het oog op gebleken achterstand in het wetenschappelijk onderzoek van de kerkelijke hoogleraren.


Het nieuwe instituut, waartoe besloten is, zal in het kader van de zogeheten duplex ordo (samengaan van kerkelijke opleiding en openbare faculteit) nauw samenwerken met de openbare faculteiten.
De kerkelijke opleidingen bij de afzonderlijke faculteiten gaan voortaan secties heten. De generale synode draagt de eindverantwoordelijkheid en de commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs (TWO) gaat als curatorium fungeren en bepaalt het beleid. Tot het dagelijks bestuur van het instituut zullen behoren een hoogleraar-directeur uit het college van kerkelijke hoogleraren, een secretaris, eveneens afkomstig uit dit college, en een beheerder-coördinator, die grotendeels is vrijgesteld voor de arbeid van het instituut. Zolang het om financiële redenen nog niet mogelijk is om een beheerder-coördinator aan te trekken, vervult de secretaris van TWO die taak. TWO is namelijk al geruime tijd in onderhandeling met het ministerie van onderwijs om opwaardering te bewerkstelligen van de bijdragen van de overheid voor het hervormd theologisch onderwijs, teneinde die op gelijke hoogte te brengen met de toelagen voor het gereformeerd en rooms katholiek theologisch onderwijs.

Verbetering
Tot zover de formele informatie. Het is ongetwijfeld een goede zaak, dat tot dit nieuwe instituut is besloten. Enige jaren geleden was er grote commotie toen plannen (IWOOT) werden ontwikkeld om te komen tot een eigen hervormde theologische universiteit. Die plannen gingen van de baan, omdat de openbare faculteiten, die hun bestaan bedreigd achtten wanneer de kerkelijke opleiding zelfstandig zou worden, hun beleid tijdig bijstelden en er toch een betere gestructureerde verhouding kwam tussen de openbare faculteiten en de kerkelijke opleiding. Maar gezien het feit dat de goodwill van de overheid jegens de kerk en mitsdien ten aanzien van de theologische opeidingen de laatste tijd bepaald niet groter is geworden en naar het zich laat aanzien zeker ook niet zàl worden, is meer coördinatie van het hervormd theologisch wetenschappelijk onderwijs aan de onderscheiden theologische faculteiten broodnodig. Met de nieuwe structuur zijn in ieder geval, formeel betere voorwaarden geschapen voor een meer slagvaardig en intern op elkaar afgestemd beleid.

Dat TWO als curatorium zal gaan fungeren voor het nieuwe instituut moet als een aanmerkelijke verbetering worden beschouwd. TWO krijgt daarmee meer beleidsinvloed op de kerkelijke opleiding. De samenstelling van dit college zelf zal dan evenwel uitermate zorgvuldig dienen te worden geregeld. Daarvoor draagt dan de synode weer haar eigen (eind)verantwoordelijkheid.

Inhoudelijk
Geen enkele structuur vormt intussen een waterdichte garantie voor kwaliteit. Het zijn uiteindelijk de mensen in het werkveld, die zorgen moeten voor de inhoudelijke vulling. Welke bagage hebben die bij zich? Die vraag mag met name worden gesteld ten aanzien van diegenen, die de zogeheten 'docentengeledingen' van de onderscheiden 'secties' (faculteiten) vormen. Wat is hun kwaliteit! Met betrekking tot beantwoording van die vraag dient onzes inziens dan niet alleen te worden gelet op het puur wetenschàppelijke niveau (dat ook en niet in de laatste plaats), maar ook op geschiktheid en habitus om jonge mensen op te leiden tot dienaren van het Evangelie. Wat is ook hun kèrkelijke en gééstelijke kwaliteit?


Enkele jaren geleden heeft een zogeheten verkenningscommissie het theologisch wetenschappelijk onderwijs doorgelicht. De verschillende theologische opleidingen kregen een cijfer. Leiden scoorde hoog, Utrecht minder hoog. Ook Apeldoorn – de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken – en Kampen (geref. vrijg.) scoorden niet hoog. De criteria echter, die werden aangelegd, waren louter wetenschappelijke criteria. Daarbij speelde internationale uitstraling een belangrijke rol. Wie internationaal is georiënteerd met theologische publicaties, wordt hoog gewaardeerd.

Net voldoende
De gereformeerde theologie op zich scoort in de theologisch wetenschappelijke society vandaag bepaald niet hoog. Daarvoor mist de gereformeerde theologie, die immers Schriftgebonden wil zijn, een aantal vrijheidsgraden, die de moderne(ere) theologie wel heeft. Wie ook in het theologisch bezig zijn zich begrensd weet door de kaften van Het Boek, komt moeilijk tot 'experimentele' en dus originele theologie.
Het verwijt klinkt ook al snel, dat gereformeerde theologiebeoefening zich terugtrekt op de bestudering van de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme. Proefschriften binnen de gereformeerde theologie komen immers meestal uit die hoek. Nu zij het toegegeven, dat bepaald ook binnen de gereformeerde sector wel meer de dogmatiek of de ethiek of de filosofie binnen het blikveld zouden mogen liggen. Maar het is altijd nog van betekenis wat Abraham Kuyper een student, die bij hem examen deed, toevoegde, toen deze hem zei, dat hij vijf en negentig procent (inzicht) van zichzelf en vijf procent van een ander had, namelijk, dat hij zelf nooit verder gekomen was dan vijf procent van zichzelf en vijf en negentig procent van een ander. De gereformeerde theologiebeoefening wil, meer dan moderne of experimentele theologie, in de traditie van het voorgeslacht staan en putten uit de bronnen, waaruit de vaderen hebben gedronken. Gereformeerde theologie moet en wil het in belangrijke mate van die bronnen hebben.
Wie nu vandaag een gefundeerd proefschrift over of uit de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme schrijft, wordt geacht niet meer dan zijn huiswerk te hebben gedaan. De kwaliteit ervan wordt beloond met een zes of een zeven. Gemiddeld krijgt de gereformeerde theologie net voldoende: zes min. Wil men een hoger cijfer krijgen, dan moet men kennelijk uitwijken naar meer vrije wateren.

Dat nu is de jaren door praktijk geweest bij benoemingen in het kerkelijk theologisch circuit. We hebben al zo vaak de klacht aangeheven, dat het eenvoudigweg niet kan, dat van de elf kerkelijke hoogleraren, die de Hervormde Kerk heeft, er zegge één is, die tot de hervormd gereformeerde sector gerekend wordt. Hoevelen kwamen de jaren door nooit in aanmerking voor een hoogleraarschap omdat ze (te) gereformeerd waren! We hebben als hervormd gereformeerden hieromtrent in het verleden bittere ervaringen opgedaan. Die bittere ervaringen zijn er – de eerlijkheid gebiedt het te zeggen – ook vandaag. Wie gereformeerd is, is al spoedig theologisch onder de maat.

Bogerman
Bij de bespreking ter synode over het nieuwe hervormde theologische instituut kwam één en ander opnieuw ter tafel. Ouderling B. van Bokhoven (Linschoten) vroeg de synode uit te spreken, dat de Commissie TWO in haar beleid er rekening mee diende te houden, dat 'de breedte van de kerk het wenselijk maakt, dat de gereformeerde richting voldoende weerspiegeld en gerepresenteerd wordt in het geheel van de kerkelijke opleidingen.' Zou de motie hebben geluid, dat 'de breedte van de kerk' (zonder meer) zou worden weerspiegeld in het beleid, dan zou deze zijn aangenomen. 'Breedte van de kerk' is immers vandaag een gemakkelijk afgegeven algemeen brevet van acceptatie. Maar het betekent geenszins een echte, kwalitatieve en dan ook kwantitatieve waardering van de gereformeerde richting daarin. Nu echter zo uitdrukkelijk werd gesproken over 'de gereformeerde richting', zeiden de meeste synodeleden 'nee' tegen deze motie (26 zeiden 'ja').
Hiermee lijken de kaarten opnieuw te zijn geschud. Met de benoeming van dr. F.G. Immink als kerkelijk hoogleraar te Utrecht is in de nieuwe samenstelling van het college van kerkelijke hoogleraren ook nu weer het aantal hervormd gereformeerden voorlopig beperkt tot het minimum: één. Uiteraard zijn we verheugd over de benoeming van dr. F.G. Immink tot kerkelijk hoogleraar te Utrecht en feliciteren we hem op deze plaats van harte. En we willen bepaald niet afdingen op de kwaliteit van de anderen, die benoemd zijn. Maar recente ontwikkelingen maken duidelijk, dat we als hervormd gereformeerden op nauwelijks meer hebben te rekenen.


Op de synode werd nog eens herhaald de uitroep, die prof. dr. A.J. Bronkhorst jaren geleden deed in de richting van de hervormd gereformeerden: 'waar zijn uw Bogermannen?' Nu zouden we niet graag de pretentie voeren, dat we als hervormd gereformeerden Bogermannen in ons midden hebben, al moeten we ons ook realiseren, dat de tijd niet heeft stilgestaan. Maar we moeten ons in gemoede afvragen of diegenen, die zich vandaag nog met 'Bogerman' bezig houden, tot de bedoelde Bogermannen gerekend worden. Of moeten we dan zeggen, dat de middenorthodoxie die Bogermannen in huis heeft? Of moeten we misschien eerder zeggen, dat de middenorthodoxie het vandaag doet met eigentijdse Arminiussen?
Feit is dan wel, dat Arminius vandaag bij voorbaat 'kwaliteit' lijkt te hebben en Bogerman niet. Als Apeldoorn en Kampen (geref. vrijgemaakt) door de theologische elite van vandaag worden doorgelicht, zullen daar dunkt ons ook geen Bogermannen worden ontdekt. Wat dat betreft zitten gereformeerden van welke denominatie dan ook in hetzelfde schuitje. Intussen is het geding tussen Bogerman en Arminius nog steeds actueel.

Dienaren van het Evangelie
Als we de kerkelijke malaise vandaag intussen op ons laten inwerken, komen we bepaald ook niet onder de indruk van de verworvenheden van de meer gekwalificeerde, want verlichte theologie van onze dagen met het oog op de bediening van het Evangelie. De kerk heeft vandaag, wat de opleiding betreft, ongetwijfeld mensen nodig van theologisch-wetenschappelijk niveau. Maar theologische eruditie gaat verder dan pure wetenschappelijkheid. Het gaat om wetenschap gepaard met godsvrucht. De kerk heeft nodig hoogleraren, die diegenen, die zich bekwamen voor het wondere ambt van dienaar des Woords, ook oefenen mogen in godsvrucht. Dan mogen ze misschien puur wetenschappelijk wel een toontje lager zingen, als ze wat het Gòd-zeggen (wat theo-logie immers wil zijn) op zich betreft maar een toontje hoger zingen.


Het nieuwe Hervormd Theologisch Wetenschappelijk Instituut zal alleen perspectief hebben wanneer daarachter een kerkelijk verantwoord beleid steekt. Gaat het om de kwaliteit van de theologiebeoefening sèc of gaat het om de kwaliteit met het oog op de vorming van dienaren van het Evangelie?
Het ziet er niet naar uit dat gereformeerde theologie echt in de breedte kansen krijgt. Voor de voortgang van die theologiebeoefening zouden andere middelen moeten worden aangewend, waarbij de gemeente haar eigen verantwoordelijkheid zal dienen te verstaan. Terwille van de Evangelieprediking! De (nabije) toekomst zal het leren.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Onderwaardering hervormde gereformeerde theologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's