Boekbespreking
Dr. F.H.R. van Houwelingen, 2 Petrus en Judas. Testament in tweevoud; in de reeks Commentaar op het Nieuwe Testament, derde serie onder red. van prof. dr. J. van Bruggen; afdeling Katholieke Brieven en Openbaring; uitgave Kok, Kampen 1993; 176 blz.; prijs ƒ 36,–.
Ongeveer tien jaar studie heeft dr. Van Houwelingen gewijd aan de brieven van Petrus en Judas. Binnen vijf jaar na zijn promotie aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te Kampen over 'De tweede Trompet' (2 Petrus), volgden er een commentaar op de 1e Petrusbrief en thans één op 2 Petrus en Judas.
Ik waardeer de verschijning van dit fraai uitgevoerde boekwerk op zich reeds als de vervulling zelf van de door de auteur in het voorwoord uitgesproken wens, nl. dat zijn uitleg van de twee brieven van Petrus en de brief van Judas 'zal meewerken aan het gelovig luisteren naar de Schrift, die geen eigenmachtige uitleg toelaat, omdat de schrijvers werden geïnspireerd door de Heilige Geest (2 Pe. 1 : 20, 21)'. Waarvan acte in deze commentaar op 2 Petrus en Judas.
De auteur heeft zijn boek de titel 'testament in tweevoud' meegegeven. Daarin is mede uitgesproken, dat beide brieven veel gemeenschappelijks hebben. Maar dat hoeft volgens Van Houwelingen niet te betekenen – wat thans het meest wordt aangenomen – dat de leerling van Jezus (Petrus) een selectie of kopie maakte van wat de broer van Jezus (Judas) eerder schreef. Ook het omgekeerde behoeft niet verondersteld te worden. Wanneer men ervan mag uitgaan, dat zowel Petrus als Judas geput hebben uit dezelfde apostolische preektraditie met vaste elementen.
In de exegese vers voor vers wordt de tekst op de voet gevolgd, terwijl afwisselend in kleine letters dieper op problemen wordt ingegaan. Niet altijd behoeft men het met de geboden exegese eens te zijn. Zo is b.v. de argumentatie, dat de berg der verheerlijking (2 Petr. 1 : 17vv) niet de Thabor kan zijn geweest, niet direct overtuigend. En zo zou ik persoonlijk bij de exegese van 1 Petr. 1 : 19 toch wel wat meer ruimte willen laten voor de gedachte, dat het Petrus hier gaat om het oplichten van de volle kennis van Christus door het profetische Woord en de werking van de verlichtende Geest in de harten. Maar deze opmerkingen willen niets afdoen van mijn grote waardering voor het werk van dr. Van Houwelingen. Hier is inderdaad sprake van gelovig luisteren naar het Woord van de Schrift. En dat is in Bijbelcommentaren tegenwoordig bepaald geen regel.
Deze commentaar over 2 Petrus/Judas is ook voor lezers die de grondtekst niet kunnen lezen, toegankelijk. De auteur heeft een doorzichtige en heldere stijl. Velen die preken hebben voor te bereiden en/of in Bijbelkringen met één van deze brieven bezig zijn, zullen een dankbaar gebruik maken van wat ons hier is aangereikt. Wie graven wil in de Schrift, zal zich gaarne aan deze bron laven en legt er zonder veel bezwaar een paar guldens extra voor op tafel.
C. den Boer
Laurent J.M. Nouwen, Willibrord, een heilige diplomaat of een diplomatieke heilige, 2 Lannoo Tielt België 1993; 158 blz. ing. prijs ƒ 19,90.
De oud-hoogleraar notariaat en belastingrecht Nouwen, als publicist klaarblijkelijk een bekendheid, beschrijft in dit boek de heilige Willibrord op een geheel eigen wijze. Namelijk vanuit het Limburgse Geysteren, waar Willibrord vereerd werd, via de vele plaatsen die Willibrord tijdens zijn leven aandeed, en tenslotte langs de weg van het christendom, zoals zich dat na Willibrord tot in onze tijd toe heeft ontwikkeld.
De auteur ontziet langs deze opmerkelijke speurtocht geen heilige huisjes en komt tot een alleszins levensecht beeld van de apostel van het christendom in de Lage Landen. Het boek eindigt met de voordracht, die Nouwen hield bij de presentatie van dit boek dat kennelijk behalve Willibrord zelf ook het meest wezenlijke èn twijfelachtige aan de Nederlandse christenheid in het licht wil stellen. De leutige Limburgse stijl en entourage van de schrijver draagt niet weinig bij tot de milde vorm, waarin overigens zeer kntische notities worden gegoten.
Omdat Nouwen toch zegt zich met de geschiedschrijving te willen bezighouden, zoals ook de lijst van geraadpleegde literatuur aantoont, wil ik een paar vragen stellen. Hebben inderdaad schrijvers van heiligenlevens als regel echtgenoten van aanzienlijke vaders van potentiële heiligen vroegtijdig laten sterven om de reuk van heiligheid bij hen en hun kinderen niet te verstoren? De door Nouwen in ander verband met instemming aangehaalde Munsterse hoogleraar Angenendt is een andere mening toegedaan. Hij achtte de autenticiteit van heiligenlevens in de tijd van Willibrord erg hoog en heeft op die manier Lutz von Padberg aangemoedigd om zijn dissertatie 'Heilige und ihre Familie' te schrijven. Ook in latere publicaties is door beiden elk soort van historische verdachtmaking van deze literatuur op goede gronden van de hand gewezen.
Een ander punt van historische interpretatie. Pippijn van Herstal zou de kerstening van de Friezen door Willibrord goed hebben kunnen gebruiken om het door God gestelde gezag (van Pippijn) te onderbouwen en de positie van de lagere vorsten te verzwakken. Het laatste is een stelling, die Nouwen van Jelsma overneemt. Echter, deze voorstelling van zaken is nogal eenzijdig. Zij laat onvermeld dat mannen als Pippijn van Herstal, Pippijn de Korte, Karel de Grote en later de Ottonen hun roepingsbesef en machtspositie duiden vanuit het geloof en het bewustzijn dat zij Davididen waren en deelden in de zalving van Christus.
Nouwens zeer vlotte pen doet hem over Constantijn de Grote schrijven als over iemand, wiens wandaden goedgepraat of verzwegen werden door zijn vleiende aanhang, de christenheid, die immers door hem bevoordeeld en bevoorrecht werd. Dat is m.i. niet helemaal juist. Op het concilie van Nicea hebben de aanwezige bisschoppen zwaar geprotesteerd tegen de aanwezigheid van de keizer, die er zich slechts uit kon redden door met hulp van zijn adviseur Hosius van Cordoba zich als 'bisschop van degenen die buiten zijn' te presenteren. En zo zijn er meer voorbeelden van duidelijke kerkelijke tegenstand tegen keizerlijke machtsusurpaties. Nouwen noemt bijvoorbeeld Theodosius, maar vergeet te vermelden, hoe Ambrosius hem vanwege zijn massamoorden te Thessalonika onder de boete zette en hem uitsloot van de mis tot Kerst 390. We moeten me dunkt de vijanden van Constantijns hulp aan een vervolgd christendom niet teveel in het gevlei komen.
Ik hoop dat dit sappige boek door velen gelezen wordt. Het is het waard, want het brengt ons van een bij uitstek r.k. heiligenleven tot bij de wortels van onze christelijke beschaving en de bron van ons nationale bestaan.
C.A. Tukker, Epe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's