De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woord èn Geest (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord èn Geest (1)

10 minuten leestijd

Wat de Heere bij elkaar heeft gebracht, moeten wij niet uit elkaar halen. Dat het nog niet zo eenvoudig is om bij elkaar te laten wat bij elkaar behoort, blijkt onder andere hieruit dat men het Woord van de Geest scheidt en omgekeerd.
Het komt in onze tijd voor dat er òf àlle nadruk wordt gelegd op het Woord met miskenning van de Persoon en het werk van de Heilige Geest òf dat alle accent valt op de Heilige Geest met sterke verontachtzaming van het Woord. 't Komt zelfs wel voor dat men het alleen maar heeft over de Persoon en het werk van de Heilige Geest zonder dat er enige betrokkenheid is op het Woord. Er vindt een verinnerlijking plaats die men zó in het Woord niet terug kan vinden. Spiritualiteit (beleving, bevinding van de Persoon en het werk van de Geest) zonder het Woord is ondenkbaar. Men kan zich wat dat betreft nooit beroepen op de reformatie, zelfs niet op de nadere reformatie. Want zelfs bij een late vertegenwoordiger van laatstgenoemde beweging als Van der Groe treft men voor het werk van de Heilige Geest altijd een verwijzing aan naar het Woord.
In een paar artikelen wil ik iets neerschrijven over de relatie tussen Woord en Geest. Daarbij hoop ik aan te geven de klippen die omzeild moeten worden. 't Is intussen wel opvallend dat voor tegengestelde mensen de klippen soms dezelfde zijn. Iemand uit de Pinkstergemeente zou zich niet graag vereenzelvigen met iemand uit onze gemeenten. Toch blijkt dat er zowel bij de een als de ander van 'spiritualisme' moet worden gesproken. Heus, het onderscheid is niet dat de één met z'n handen in de lucht staat te zwaaien en de ander met z'n handen in de schoot zit. Dit alles is maar uiterlijk! Maar beiden zijn hieraan gelijk (en daarin is géén onderscheid) dat zij het Woord op een tweede plaats zetten. Ik hoop dat in dit artikel en in de andere zal blijken dat Woord èn Geest bij elkaar horen. Zoals men van mij gewend is, zijn de artikelen pastoraal van aard.

Betrokkenheid
Graag zeggen wij tegen elkaar, dat het geloof een gave van God is. 't Is helemaal Bijbels, om het zó te zeggen. Immers in Efeze 2 lezen wij: 'Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave'.
Die gave van God is een wonder! Wanneer deze gave er niet zou zijn geweest, zouden wij niets te zeggen hebben gehad. Maar – Gode zij dank – die gave is er. En van het geloof mag gezegd worden dat de Heere het als gave graag uitdeelt. Met een variant op een gezegde van Maarten Luther schrijf ik neer: het is Gods liefste werk om het geloof te schenken. Hij krijgt er nooit genoeg van om daarvan uitdeling te houden. Hij kan dat ook, want in datzelfde Efeze 2 staat te lezen, dat God rijk is in barmhartigheid. Nogmaals: het geloof is een gave van God. Van dat geloof kan men zeggen dat het uit de lucht d.i. uit de hemel komt. Maar let wel: het komt niet uit de lucht vallen. Er zijn wel religies waarbij het zó in zijn werk gaat, maar zo zit de christelijke religie niet in elkaar.
Het geloof valt niet uit de lucht in het hart van ons mensen, maar het geloof wordt gewerkt. Het vertrouwen wordt gewerkt, want zowel in het Hebreeuws als in het Grieks betekent het woord 'geloof' vertrouwen.
Nu is het een belangrijke vraag, hoe het geloof wordt gewerkt? In de lijn van de Schrift alsmede van de belijdenis van de kerk geef ik als antwoord: het geloof wordt gewerkt door het Woord èn de Geest. Wanneer de dichter van Psalm 25 vraagt om de bekendmaking van Gods wegen voor zijn leven, bidt hij: 'HEERE, maak mij Uwe wegen. Door Uw Woord en Geest bekend'. Heel fijntjes is door de berijming van 1773 als door de zogenaamde nieuwe berijming aangevoeld, dat de wegen Gods door de Heilige Geest vanuit het Woord worden geleerd.
Hetzelfde geldt voor het geloof! Zoals de Geest en het Woord op elkaar betrokken zijn, zo ook het geloof en het Woord.
In de 'redelijke godsdienst', zoals toch de Bijbelse godsdienst is, is er nooit sprake van geloof zonder het Woord. Er is altijd een relatie op het Woord en omgekeerd. Wanneer deze relatie ontbreekt, krijgt het subjectivisme de overhand. Wat wil dit zeggen? Dat houdt in dat de mens met wat hij meent van de Geest te ervaren in het middelpunt staat. Maar dat is niet het enige! Elk criterium gaat ontbreken. Want het werk van de Geest kan niet geverifieerd worden. Nooit kan aangewezen worden òf het wel werkelijk de Heilige Geest is Die in ons werkt. Ook Zijn werk kan niet aangetoond worden als werkelijkheid en waarheid. Wanneer men het Woord mist, heeft men geen enkel objectief criterium waarop men kan terugvallen. Ook zal men de geloofsbeleving moeilijk met elkaar kunnen delen als men niet terug kan gaan op het Woord.

Het geloof wordt door de Heilige Geest gewerkt! Het is betrokken óp het Woord. Ja, óp het Woord alleen! Dit laatste mag nog wel eens onderstreept worden. Menigeen onder ons mag nog wel eens graag iets van Calvijn lezen. Anderen grijpen liever naar de nagelaten werken van Luther. Nog weer anderen onderzoeken gaarne de geschriften van de man die bedelde bij de bron nl. Kohlbrugge.
Ik denk niet dat van dit alles een verkeerd woord gezegd mag worden. Werd het maar meer gedaan! Niettemin mag er niet gezegd worden, dat het geloof is betrokken op het Woord én op Calvijn én op Luther én op Kohlbrugge. Neen, dat in geen geval. Hoe hoog ik de werken van de genoemden acht, maar het geloof is alleen betrokken op het Woord.
Er is nog iets wat in dit verband gezegd moet worden. Wanneer ik iemand in mijn omgeving geloof d.i. vertrouw, dan doe ik dat niet alleen maar op zijn gezicht. Er is in ons taalgebruik wel een gezegde dat luidt: 'iemand op het eerste gezicht vertrouwen', maar daarmee moet men toch wel voorzichtig zijn. Want achter een onbetrouwbaar gezicht kan een betrouwbaar mens schuilgaan, terwijl achter een betrouwbaar gezicht iemand kan schuilen die alleen altijd maar zichzelf op het oog heeft. Ik wil maar zeggen: schone schijn bedriegt.
Met dat gezicht, ook al is dit het eerste òf het tweede gezicht, moeten wij voorzichtig zijn. Als wij iemand geloven, zo doen wij dit om de woorden die hij zegt. Zijn woorden houden wij voor geloofwaardig d.w.z. betrouwbaar. Wij weten dat wij op die mens die zó spreekt aankunnen. Zo is het nu ook als wij de Heere geloven, vertrouwen. Ik lees van Abraham dat hij de Heere geloofde. Wat wil dit anders zeggen dan dat hij de Heere op Zijn Woord vertrouwde. Abraham, de vader der gelovigen, geloofde het Woord dat de Heere tot hem gesproken had. De aartsvader wist met heel z'n hart: 'Wat uit Gods mond uitgaat, blijft vast en ongebroken'. Hij vertrouwde erop dat de Heere Zijn Woord in zijn leven zou waar(-achtig) maken. Wij weten: de Heere hééft het gedaan. In heel zijn leven heeft Abraham het ondervonden dat God een Waarmaker is van Zijn Woord.
Duidelijk zal zijn uit het bovenstaande dat het geloof betrokken is óp het Woord. Ik wil deze passage afsluiten met neer te schrijven, dat men het Woord zo kan vertrouwen. Men kan zo op het getuigenis Gods aan. Weet u om welke reden? Omdat men zo op de God van het onfeilbaar getuigenis aan kan. In mensen komen wij wel eens teleurgesteld uit. Het blijkt helaas, dat zij hun woord wel breken. Met veel klem werd er eerder trouw of iets anders beloofd. Na enige tijd wordt die belofte tenietgedaan. Maar alzo niet bij onze God! In welke omstandigheid men verkeert, maar bij Hem en Zijn Woord kan men altijd terecht. Eerder werd onder ons gezegd: Hij is een Waarmaker van Zijn Woord. Nu, dat is Hij! Hij wil dat zelfs van ganser harte zijn!
Aan veel kan iemand twijfelen, misschien zelfs wel aan veel wanhopen, doch nooit of te nimmer behoeft het geloof aan het Woord te twijfelen of te wanhopen! Des Heilands woorden zijn gewis! Het Woord is gewis (zeker) en betrouwbaar!

God spreekt
Met eerbied geschreven: waarin valt de Heere voor Israël op? Iemand zal al heel snel als antwoord geven: de Heere valt voor Israël op in de wonderen die Hij doet. Inderdaad kan men dit zo zeggen. Toch zou ik liever op nog iets anders willen wijzen. Voor Israël valt de Heere hierin op dat Hij spreekt. Het volk van het Verbond heeft met een sprekende God te maken. Dit in tegenstelling tot de stomme afgoden van de heidenen. Leest er Psalm 115 maar eens op na. Wat worden die stomme afgoden in die Psalm als 'nietsnutten' bestempeld. Zij spreken niet. Kortom: zij doen helemaal niets.
Trouwens, wat heeft ook Jesaja op een sarcastische manier over de afgoden gesproken. In vergelijking met de God van Israël waren zij niets, nullen en nieten, drek gelijk. Niet eens vuilnis, want soms kan men uit vuilnis nog iets eetbaars halen. Neen, drek zijn die afgoden, drekgoden. Bij hen is er niets te halen. Men kan alleen maar van ze braken.
De God van Israël spreekt. De God en Vader van onze Heere Jezus Christus heeft het Woord. Hij heeft een mond waarmee Hij ons Zijn wil bekendmaakt.
Ik vertel geen nieuws als ik neerschrijf dat zover wij terugkijken wij de Heere horen spreken. Ik denk aan het paradijs. In dat lusthof sprak God reeds tot de mens. Er was de mens eeuwig leven beloofd als hij God geloofde op Zijn Woord. Wilde men altijd op een vreugdevolle manier leven in de gemeenschap Gods, zo eiste de Heere niet anders dan dat de mens voor betrouwbaar hield wat de Heere tot hem sprak én van hem eiste. Volstrekte gehoorzaamheid eiste God. In het werkverbond zei Hij: doe dàt en gij zult leven!
Na onze duizelingwekkende val is het spreken van God niet achterwege gebleven. Direkt daarna heeft Hij ons opgezocht en tot ons gesproken. Dat spreken Gods is doorgegaan. De weergave daarvan vinden wij in de Bijbel. Echter… dat is niet juist uitgedrukt. 't Ruikt zelfs naar het oude modernisme dat zei dat Gods Woord in de Bijbel is te vinden. Maar dat is niet juist. De weergave van het spreken Gods is de Bijbel. Men mag het ook omkeren en zeggen: de Bijbel is Gods Woord. Hoe wij het uitdrukken: wij hebben met een sprekende Heere te doen. Een Heere die nog altijd spreekt… door Zijn Woord en door Zijn Geest.

De Geest van het Woord
Tot nu toe legde ik nogal enige nadruk op het spreken Gods, Zijn Woord. Ik moet evenwel met twee woorden spreken. Niet alleen maar over het Woord, maar ook over de Geest.
Onlangs hebben wij weer herdacht de uitstorting van de Heilige Geest. Mooi is dat vindt u niet, dat het een uitstorting is geweest? 't Was maar geen iel stroompje dat maar nauwelijks enig bedding vond in deze wereld. Neen, het was een brede stroom, gelijkend op een brede bergstroom (W.L. Tukker) die een brede bedding in deze wereld vond. Op dit laatste wil ik nu niet al te uitvoerig ingaan. Wel wil ik reeds stellen, dat wij nooit te klein moeten denken van de uitstorting van de Geest uit de doorboorde Middelaarshand van Christus. Ook moet door ons maar nooit gering worden gedacht over de Persoon en het werk van Gods Geest. Al is het dan juist als iemand zegt dat de Geest er is om Christus te verheerlijken, zo wil ik er toch ook dit van zeggen, dat de Geest werkzaam was in de schepping. En bij de herschepping van de mens heeft Hij een niet gering aandeel. Over dit alles een volgend keer verder. (wordt vervolgd)

G.S.A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Woord èn Geest (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's