De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

8 minuten leestijd

HATTEM
'En hij leidde hem tot Jezus'
(Joh. 1 : 43a)
In het verband gezien met de schrifttekst, kunnen we ook zeggen: 'en Andreas leidde Simon Petrus tot Jezus'. En dat heeft, zoals we weten, grote gevolgen gehad. Beiden herkennen in de Heere Jezus de Messias der wereld en Hij wordt ook hun persoonlijke Heiland. Wat een heerlijke gedachte, beste lezer, lezeres, iemand bij de Heere Jezus mogen brengen. Daar droomt toch elke zendeling of evangelist van. Ja, ten diepste zou dat de wens van iedere gelovige moeten zijn. Niet alleen zelf bij de Heiland uitkomen, maar ook anderen aan Zijn voeten brengen, opdat zij behouden mogen worden. Hoe actueel, ook voor vandaag. Vaders en moeders, grootouders, ze hunkeren ernaar. Dat hun kinderen en kleinkinderen toch 'de oude paden gaan bewandelen'. Paden die leiden naar de Christus en Zijn kruisverdienste.
Naar de man die daadwerkelijk zijn broeder, Simon Petrus, bij de Heere Jezus mocht brengen, is de middeleeuwse kerk in Hattem genoemd, de apostel Andreas. Wat een genade, zo'n werktuig in Gods hand te mogen zijn. Bij de Heere Jezus brengen, wijzen naar en verkondigen van Zijn volbracht verzoeningswerk voor een zondig mensengeslacht, is dat niet de allereerste taak van de christelijke gemeente? Zei de Heere Jezus zelf niet: 'op deze rotssteen zal Ik Mijn gemeente bouwen' (Matth. 16 : 18), als bevestiging van de belijdenis van Petrus: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'? (Matth. 16 : 16) Welnu, dat wijzen naar de Gezalfde, de Messias der wereld, is niet alleen aan mensen gegund, vond men in de middeleeuwen. Ook het gebouw, waarin de gemeente samenkomt mag (moet) uitdrukking zijn van die opdracht. Elke middeleeuwse kerk en dus ook de Hattemer, die naar Andreas genoemd is, heeft men zó gebouwd, dat haar wezen, hoewel uit dode materie samengesteld, heenwijst naar Hem die het al volbracht.
Hoe deed men dat? Ik kan hier slechts een paar hoofdzaken aanstippen. Bijvoorbeeld, het gericht zijn op het oosten, de zogeheten 'heilige linie' (Ezechiël 43 : 1-7). En de grote vensters in het koor, die het licht van de opgaande zon precies in de as van het kerkschip laten binnenstromen. Symbolische uitdrukking van het 'Licht der wereld', zoals Jezus van Zichzelf zegt (Joh. 8 : 12). Hij overstraalt Zijn gemeente met de glans van Zijn ontferming en versterkt haar door Zijn Heilige Geest. Verder de tweedeling van de kerkruimte in schip en koor, in navolging van het grote voorbeeld: de Tempel van Salomo. Het schip, waarin de gemeente zich heeft verzameld, als de ark van Noach dobberend op de baren van de wereldgeschiedenis. Maar ze kan koers houden, als ze maar 'ziet' naar hetgeen in het koor plaatsvindt en daaruit leeft. In die ruimte wordt het sacrament gevierd dat heenwijst naar de verzoening, eenmaal op Golgotha volbracht. Zoals de hogepriester eenmaal per jaar in het Heilige der heiligen van de Tempel verzoening mocht doen voor het ganse volk, zo mag de nieuwtestamentische gemeente zich laten troosten en bemoedigen door de uitdeling van brood en wijn als teken en zegel van de offerdood van Hem, die wij onze Heere mogen noemen. Wat in de Tempel nog een afspiegeling was, wordt op Golgotha harde werkelijkheid. Een strafwaardig mensenras wordt door Jezus' verdienste in genade aangenomen. Daarop wijst het koorhek tussen schip en koor. Het duidt op het gescheurde voorhangsel in de Tempel (Matth. 27 : 51). De weg naar Gods heil is ontsloten. Zo probeerde de middeleeuwer aan een ieder duidelijk te maken wat de grote en goede God deed om een afvallig en afkerig mensenras aan Zijn liefdevol Vaderhart te binden.
De oude Andreaskerk van Hattem wil door haar naam en bouwwijze mensen verwijzen, heenwijzen naar Hem. Zo is ze een opgericht teken van Gods trouw de eeuwen door. 'Kom toch, kom binnen, hoort Zijn Woord en laat u met Hem verzoenen'.
Het eerste teken van het christendom in onze streek dateert van het jaar 892. Dan schenkt een echtpaar enkele boerderijen aan een klooster in de Eiffel (Lörsch). Daarna horen we een hele tijd niets, totdat in 1176 de Utrechtse bisschop, Godfried van Rhenen, de christenen in Hattem opdraagt een zelfstandige parochie te gaan vormen. Ze moeten zich daartoe van Epe afscheiden. Epe kan dus als de moederparochie van de oost-Veluwe beschouwd worden. Overigens is zo'n brief, waarmee de exacte stichting van een christelijke gemeente is vastgelegd, een hoge uitzondering. Meestal zijn deze documenten verloren gegaan.
De Hattemer gemeente stond opeens voor de opgave een pastoor te onderhouden en een kerk te gaan bouwen. Rond 1225 was die voltooid. Van die kerk zijn de toren en (merkwaardigerwijze) de doopvont bewaard gebleven. In 1299 wordt Hattem tot stad verheven door de graaf van Gelre. Daar zat een bewuste politieke overweging achter. Hattem werd de noordelijkste vestingstad van het graafschap, later hertogdom Gelre. Aan de overkant van de IJssel lag het buitenland. (Oversticht van het prins-bisdom Utrecht, nu Overijssel). Het nieuwe stadje werd met allerlei maatregelen bevoordeeld om de economie op een hoger plan te krijgen. Gevolg: meer toestroom van bewoners en daardoor weer de behoefte aan een grotere kerk. Rond 1400 wordt een grotere, nu gotische kerk, voltooid. Omstreeks 1440 wordt deze uitgebreid met een Mariakapel en in 1504 komt er een vergroot koor gereed, alsmede aan de zuidkant een Annakapel. In deze vorm blijft het kerkgebouw bewaard tot op de huidige dag.
Het statige gotische interieur heeft vooral in koor en Annakapel rijke gewelfvormen, die voorzien zijn van uitbundige beschilderingen. Daarenboven is de kerk rijkelijk voorzien van oud meubilair. Ik noemde al de doopvont uit 1225. Ook rest ons nog uit de roomse periode een koororgel van ca. 1560. Een unicum in ons goede vaderland. Ik schrijf dit met enige plaatselijke chauvinistische trots. Maar ook de inrichting van na de reformatie in 1580 mag er zijn. Eerst zijn dat de drie G's. Wel eens van gehoord? Ze staan voor gebod, gebed en geloof. In Hattem zijn ze in de vorm van schilderingen aangebracht op de westwanden van de middenbeuk en de zijbeuken. De tien geboden, het Onze Vader en de Apostolische geloofsbelijdenis. Calvinistische symboliek! Want wanneer de kerk uitging na de godsdienstoefening (mooi oud woord), werd de gemeente erop gewezen hoe in de zondige wereld rondom staande te blijven, door genoemde drie G's. Nog actueel? Tenslotte vormen koorhek met preekstoel, waarvoor de 13e eeuwse doopvont werd geplaatst, het centrum waaromheen de stoelen zijn gegroepeerd. Dit stoelenplein wordt aan alle kanten afgesloten door 8 herengestoelten. Al het oude meubilair werd vervaardigd en geplaatst halfweg de 17e eeuw in het mooiste eikenhout dat men zich kan voorstellen. Quartier gezaagd eiken of wagenschot, dit voor de kenners.
Sinds 1986 spannen we ons in om dit monument van calvinistische kerkinrichting uit de 17e eeuw in een van oorsprong roomse kerk, met behoud van 'katholieke' uitgangspunten, te restaureren. Na 31/2 eeuw werd dat hoog nodig. De hoge herstelkosten dwongen ons om veel zelf te doen. Buitenstaanders vinden het indrukwekkend, dat gemeenteleden zich zo inzetten om Gods huis in Hattem in goede welstand te krijgen. En dat al gedurende 61/2 jaar. Ik durf het niet allemaal op te noemen, want dan lijkt het er zo gauw op dat de mens zichzelf in het middelpunt wil plaatsen. Het positieve gevolg van al deze zelfwerkzaamheid is wel, dat de gemeente zich meer bij het herstelwerk betrokken voelt. We schieten op, nog 2 jaar.
Enkele stukjes van deze rubriek doorlezend, realiseer ik me dat er niet aan te ontkomen valt, iets over de Hattemer gemeente te zeggen. Haar 'ligging' is niet uitgesproken 'bonds', eerder rechts-confessioneel. Men zingt graag een gezang, maar dan wel één waarin Gods werk tot behoud van de mensheid wordt bezongen. De hervormde gemeente van Hattem heeft drie predikantsplaatsen, die de 'breedte' der kerk vertegenwoordigen, geref. bond, confessioneel en midden-orthodox. In ieder geval tussen de eerste twee is er geen sprake van een scheidslijn. Gelukkig maar. De gereformeerde gezindte is groter dan we vaak vermoeden.
Bovengenoemde gevarieerdheid was er vroeger niet, kan ik mij nog herinneren. Maar de laatste 40 jaren is de mobiliteit van de mensen groter geworden. De Veluwse gemeenten hebben te maken gekregen met een toestroom van elders. Ook Hattem, slechts 5 km van Zwolle gelegen, voelde de druk van de import uit de grote stad. Hierdoor zijn vooral de geref. bondsrichting, als ik dat zo zeggen mag, en die van de middenorthodoxie versterkt, hetgeen in het predikantencorps tot uitdrukking komt. In liturgisch opzicht is er dan ook de nodige gevarieerdheid. De beide rechtse wijken zingen alleen psalmen of ook een gezang erbij uit de bundel 1938 en hechten aan een sobere eredienst, waarin de Woordverkondiging en de sacramentsbediening centraal staat. De middenorthodoxe wijk zingt vanzelfsprekend uit het liedboek en mag graag experimenteren met een cantorij, kindernevendienst met van alles eromheen enz. De verkondiging wordt er korter door. Niet een ieder in de gemeente stelt dit op prijs. Anderzijds haast ik mij te schrijven, dat we ons zeer bewust zijn, deze vorm te verkiezen boven het ontstaan van een buitengewone 'wijk'gemeente of nog erger een deelgemeente.
Niets menselijks is ons in Hattem vreemd. Ook niet dat we te weinig beantwoorden aan de hoge roeping waaraan de naamgever van onze oude kerk, de apostel Andreas, ons steeds herinnert. 'En hij leidde hem tot Jezus'. God de Heere geve dat er aanhoudend gebed in de gemeente is om kracht te mogen ontvangen aan deze opdracht gestalte te geven. Tot heil van mensen en bovenal tot eer van Zijn grote en doorluchte Naam.

D. Spoel
voorzitter kerkvoogdij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's