De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Uit: H. de Jong, 'n preek zus, 'n preek zo' het volgende over 'oude preken' houden:

'Het oeuvre van sommige dominees schijnt overigens niet bijzonder groot te zijn. Honderd jaar geleden stond te Hilversum ds. R. Hellendoorn, een man die zijn tijd ver vooruit was, want bij hem duurden de kerkdiensten niet veel langer dan een uur. Dat kon als een grote verdienste worden aangemerkt, te meer omdat ds. Hellendoorns preken volgens de meeste kerkgangers "zonder inhoud" was. Een hardvochtig oordeel, maar er zal mee bedoeld zijn, dat de predikant niet erg zijn best deed om zijn teksten te verklaren. Spottend zei men, dat ds. Hellendoorn altijd preekte over de tekst: "'t Ene weet je al en 't andere hoef ik je niet te zeggen". In diezelfde tijd stond in Den Haag dr H.P. Timmers Verhoeven. Deze bezat een repertoire van enkele tientallen preken. In de wandeling noemde men hem "de man van de dertig preken". Degenen die hem geregeld hoorden, wisten precies welke tekst er aan de beurt zou komen. Toch hield Timmers Verhoeven goed bezette kerken. Want hij droeg zijn preken zo meesterlijk voor, dat het steeds een genot was om er naar te luisteren, ook al kende men de loop van het betoog.
Dertig preken is vrij veel vergeleken bij de dorpsdominee, die maar over een "schat" van zeven leerredenen beschikte. Het kerkvolk meende zo langzamerhand wel te weten wat de dominee te beweren had. Men besloot een afvaardiging te sturen naar de ambachtsheer van het dorp, op wiens order men indertijd de dominee beriep. "Hij heeft maar zeven preken", zeiden de woordvoerders der gemeente tegen de ambachtsheer "Zo", sprak deze, "zeven preken slechts; over welke teksten gaan die preken?" De heren afgevaardigden begonnen diep na te denken, maar zij zagen er geen kans toe om met elkaar de zeven teksten op te noemen. "Nou, als het zó met uw geheugen staat, dan moet de dominee zijn zeven preken nóg maar eens houden", besliste de ambachtsheer.
Te Makkum stond van 1828 tot 1872 ds. Kruisinga. Van hem wordt verteld, dat hij juist genoeg preken had om er een heel jaar mee rond te komen. Begon er een nieuwjaar, "dan keerde hij de pannekoek om". Bij elke preek paste ook een speciaal gebed. Is soms het afdraaien van overjarige preken een Friese gewoonte geweest? Albertus Wichers, die In de 18de eeuw drieëndertig jaar te Oosternijkerk het pastoraat uitoefende, zou slechts drie preken gehad hebben, waarmee hij al die jaren zijn gemeente bezig hield. Zo heeft ds. W. Klercq van Koudekerk aan de Rijn eens tweemaal achter elkaar dezelfde preek gehouden. In het voorjaar van 1892 moest hij een vakaturebeurt te Woubrugge waarnemen. Daar preekte hij over het woord uit de geschiedenis van de kamerling: "Hij reisde zijn weg met blijdschap". Op de terugweg hield hij er nog een napreekje over tegen de jonge boer, die de dominee met zijn tilbury naar Koudekerk terugreed. De jongeman was pas getrouwd, had een eigen boerderij betrokken, een wagentje met paard gekocht, enzovoort, een veelbelovend en stralend begin. Voor de dominee een mooie gelegenheid om daarbij aan te knopen. Want belangrijker dan al die nieuwe dingen, ja belangrijker zelfs dan een lieve vrouw, was het bezit van een nieuw hart. Dan pas kon je je weg met blijdschap reizen.
Plotseling maakt het jonge paard een onverhoedse beweging. Het had ernstige gevolgen, want de tilbury schoot van de berm af; paard, wagen en inzittenden kwamen in een wetering terecht. Het ergst was ds. Klercq er aan toe. Hij raakte met zijn hoofd tussen een wagenwiel gekneld. Wel zag hij kans om zijn hoofd boven het water uit te krijgen, maar de zware tilbury drukte hem heel langzaam naar beneden. Hulp scheen niet op te dagen, zodat ds. Klercq niet anders verwachtte dan dat hij over enkele minuten zou verdrinken. Reeds zag hij zijn wanhopige vrouw voor zich, maar daar schoot ineens de tekst van de preek weer door zijn hoofd. Spreken kon hij niet meer met het water aan de lippen, maar uit de grond van zijn hart bad hij: "Heer, geef dat ik mijn weg met blijdschap reizen mag". Gelukkig kwam op het laatste moment toch hulp, zodat ds. Klercq gered werd. Maandenlang was hij ernstig ziek en een letsel aan zijn been is nooit helemaal genezen. Maar toen hij in het najaar voor het eerst weer preken mocht, was de keus van de tekst niet moeilijk: "Hij reisde zijn weg met blijdschap". Dezelfde tekst als te Woubrugge, maar door persoonlijke ervaring keek ds. Klercq die woorden nu heel anders aan.
Ds. D.J. van de Graaf, in 1960 gestorven als emeritus-predikant van de hervormde kerk, had, toen zijn vrouw op jeugdige leeftijd stierf, als een geteisterd man bijzonder veel steun aan een woord uit psalm 73: "Gij hebt mijn rechterhand gevat". Deze tekst leefde zo sterk voor hem, dat hij er zesenveertig jaar lang aan het begin van ieder jaar over preekte.
Menig predikant eindigt zijn laatste verkondiging in de actieve dienst met een preek over de tekst, waarmee hij eens zijn ambtelijke loopbaan begon. De vrije evangelische predikant, die in 1959 zijn intrede deed te Amsterdam-West, koos daarvoor dezelfde tekst van de intreepreken in zijn beide vorige gemeenten; het was trouwens de tekst, waarmee zijn vader zevenenzestigjaar tevoren de ambtelijke bediening had aangevangen: "Zo ik niet had geloofd…". Een bepaalde tekst kan in een gezin of in het leven van een enkeling een speciaal accent krijgen. En als die enkeling dan een dominee is, ligt het voor de hand, dat hij met dit "familiestuk" werkzaam blijft tot opbouw van zijn gemeente. Er zijn lievelingsverzen en voorkeursteksten, waarvan de herhaling niet verveelt.
Het evangelie is er te rijk voor, om telkens in dezelfde bewoordingen te worden weergegeven, maar in de grond van de zaak moet toch in iedere verkondiging het element van herhaling zitten, wat iets anders is dan opgewarmde kost. Het verlangen van de gemeente om elke zondag de bekende tijding opnieuw te horen, is door Beets eens samengevat in de dichtregels:

O zing mij nog eenmaal het oude lied,
van Christus, mijnen Heere!

Het oude lied is niet hetzelfde als "het oude liedje", de zeurderige en eentonige herhaling van wat al duizendmaal op dezelfde wijs gezongen werd.'


P.A. de Genestet dichtte het volgende gedicht onder de titel Anni's taal (zie hoofdartikel):

Geen dichter schiep ooit zoeter taal
Geen schrijver maakt zulke zinnetjes
Als gij, bruin wicht, klein ideaal,
van al uw moeders vriendinnetjes!

Wie, drommel, leerde u toch zoo lief
En geestig uw woordjes te schikken,
Te snappen zoo onnavolgbaar naïef,
Met mondje en handjes en blikken?

Ik heb beproefd te schrijven als gij,
O schalkje! gewoon zijt te spreken
Beproefd in proza en poëzij –
Mijn povere kunst is gebleken!

Uw stemmetje klinkt zoo blij, zo zoet;
De woordekens buitlen en trippen,
Vol geur en kleur en toon en gloed,
U van de rozenlippen.

Dus koosden wis in 't paradijs
De reine kinderzielen,
Op vrome, kunstelooze wijs –
Eer ze in de geleerdheid vervielen?

Gij kunt mij zoo zonder grammatika,
Verbuigen en vervoegen,
Dat ik betooverd te luisteren sta,
Schier met jaloersch genoegen.

Wie leerde u dat? Dat leerde u voorwaar
Geen kitt'lig taalgeleerde,
Geen preker of geen redenaar,
Wien Siegenbeek bekeerde!

Dat leerde u de goede moeder Natuur,
Die ook de vogels leert zingen!
Haar lessen zijn, voorwaar, niet duur –
Doch schraal heur volgelingen.

Dat leerde u de goede moeder Natuur,
Zij gaf u die toverklanken…
Beleedig haar nooit, met kunst of kuur,
Blijf steeds háár eeren en danken!

O 'k bid voor u, dat ge immermeer
Moogt praten zoo natuurlijk,
Een kind van onze lieve Heer
Nooit deftig of figuurlijk.

Dat ge immer zoo uw schalke tong,
Al thans, uw hartje moogt dragen,
Een hartje, zoo rein, zoo frisch, zoo jong,
Schoon – met wat minder vragen!

Dat uit uw kinderlijk gemoed,
Zoo geestig en lieftallig
Uw taaltje vloeie steeds zo zoet,
Eenvoudig, oprecht en bevallig!

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's