Voorpost of voorland? (2)
Kerk in de stad
4. Verbond en rest
Jongeren van buiten vinden een stadsgemeente veel meer 'betrokken', aktief, gemotiveerd, open. Je hoort dat graag, maar legt dan uit, dat bij hen de schare nog in de kerk zit, onder het Woord, en hier alleen de discipelen nog overgebleven zijn. Dit is geen verbondsgemeente meer, maar een vrijwilligersgemeente en dat is niet klassiek-gereformeerd. Perforatie van de wijkgrenzen, op de veluwe een ramp, is in de stad een uitkomst. De band is hecht, omdat het een diaspora-gemeente is, verstrooid wonend en werkend door heel de agglomeratie heen. Ze hebben elkaar nodig om overeind te blijven. Net als bij een emigrantengemeente in Canada, denk ik.
Dan gebeurt er ook iets met je verbondstheologie. Een lezing over het verbond komt in Noord-Holland boven het IJ anders over dan – b.v. in Huizen. Zo ongebroken kun je de discussie over verbond en verkiezing hier niet meer voortzetten. Hier gaat het heen door de rest-gedachte, door de ballingschap. De afval brengt verbond en verkiezing weer dichter bij elkaar, wat bij het hyper-Calvinisme elders een ramp is. Doopbediening is geen regel meer (maandelijks een hele rij doopouders), maar uitzondering (twee of drie keer per jaar één kleintje). Vorig jaar heb ik twee kinderen, maar drie volwassenen gedoopt! 'Gewoonte of bijgelovigheid' is er niet meer bij. Doopbezoek is een genot, randkerkelijke ouders kom je amper tegen. Het verbond wordt persoonlijker: maar staat ps. 105 ook niet in enkelvoud: van kind tot kind!?
Het Avondmaal, gewoon vier keer per jaar, wordt dus vaker bediend dan de Doop. De helft van de gemeente neemt deel: de schare is er immers niet meer? De onderlinge band is voelbaar: de Avondmaalsgangers kennen elkaar van intensieve gesprekken op de kringen en van vriendschappen.
Huwelijksbevestigingen zijn echte feesten: ze komen zelden voor. Begrafenissen zijn in discipelen-kring persoonlijker dan uit de schare. In vorige gemeenten 'liet' je de overledene vaker 'liggen', alsof er echt een tussenweg moet zijn tussen hemel en hel, maar hier sterft telkens weer een koningskind. Op de Veluwe bereikt de dominee op begrafenissen de meeste randkerkelijken: hier evangeliseert hij het meest. In de stad al niet meer. Of bij uitzondering. Bij een Jordanees, die op 't laatst van zijn leven de weg naar de kerk had teruggevonden, zit ineens de halve Jordaan in de aula. Of bij een vermoorde Surinamer, die onder gezang ten grave wordt gedragen, staat politie-in-burger tussen de mensen. Of bij een bekeerde homosexueel zit de aula vol andersgeaarden – en vallen over je heen. Of iemand vindt een begrafenis zo mooi, omdat ze altijd alleen crematies meemaakt.
5. Concentratie
Ds. Remme zei tegen zijn collega's in den lande ooit: jullie vissen met een net, ik met een hengel. Rake typering! Pastoraat is ook niet meer voor de schare, maar voor discipelen: persoonlijke aandacht is meer mogelijk, vooral aan jongeren die van buiten komen en opvang behoeven, in het diepe gegooid worden. Hele wezenlijke gesprekken voer je – de koetjes en kalfjes laten we snel achter ons. Apostolaat is heidensmoeilijk: de schare is té vervreemd, de oud-zeer-fase voorbij. Maar we hebben onze handen vol aan de bereikbare rand en incidenteel gebeuren er wondertjes, die ik zó buiten Amsterdam niet heb meegemaakt. Het boek van ds. Overduin, Tact en contact, maakte mij als evangelist in Zoetermeer jaloers, maar springt hier in Amsterdam, waar het geschreven is, in zijn perspektieven. De verhalen van ds. Buskes, die hij ons studenten vertelde, begin ik steeds meer te herkennen, vooral in Kuria, dat hospice voor terminale patiënten.
Catechese wordt ook anders: klein maar fijn. Je mist de honderden jongeren. Maar je krijgt er een paar fijne groepjes voor terug. De monoloog moet hier dialoog zijn, gesprek, van de vraag hoe je weet of je wedergeboren bent tot de vraag hoe je overleeft op school. Anders dan op de dorpen gaat deze rest niet naar de discotheek.
En dan de prediking. Die geschiedt dus in deze context. Je brengt geen andere boodschap en zeker geen ander Evangelie. Eerder nog toegespitster. Maar de waarschuwende prediking in de volkskerkgemeenten – dacht ik eerst – kun je toch zó niet houden jegens de laatste getrouwen? Moet het hier niet meer heiliging en toerusting zijn? Om de 7000 te ondersteunen om vol te houden de knie voor Baäl niet te buigen? Maar in de stad of in het land – 't zijn allemaal mensen die hetzelfde nodig hebben, merk je dan. Een preek over 'die van "Berea" waren edeler' riep de reaktie op van een Amsterdammer, dat hij niet over zijn bol geaaid wilde worden. Een preek over de moordenaars aan het kruis – er is weinig voor nodig om behouden te worden en ook weinig om verloren te gaan – raakte meer: dàt hebben we hier nodig. Schreef Paulus zijn diepste brief niet aan een huisgemeente in een grote stad, Rome? Maar 't moet niet theatraal, nergens, maar hier zeker niet. Niet gezwollen, niet hoogdravend, niet plechtig. Op de man af. Direkt. Existentieel. Solidair met toepassing en toerusting. Niet tijdloos, aktueel, maar – geve God – profetisch-aktueel: doorlichting van het tijdsgewricht. Niet lettend op de lege plaatsen, dankbaar voor de gevulde: die trouwe kern, die er alles voor over heeft, die studenten, die komen en gaan, maar hier hun beslissende jaren meemaken; die verpleegsters, die in de ziekenhuizen voor hete vuren staan; die niet-Bonders die vanwege de armoede elders hier hun spelonk van Adullam vonden; die evangelisch-angehauchte jongeren, die de kerk niet afschreven, maar zo graag dienen willen enz. enz. enz.
6. Stad heeft land nodig
Maar behalve concentratie is er ook het 'apostolaat' voor de stad. Waar de kerk het kleinst is zijn de uitdagingen het grootst: – twee universiteiten, waarbij de meeste studenten, ook aan de VU, veelal onkerkelijk zijn; Ichtus en de CSFR doen hun best, ook onder buitenlandse studenten, maar hebben kleine kracht;
– drie gevangenissen, waaronder een jeugdgevangenis met veel tweede-generatie-buitenlanders; kerkelijke jongeren kunnen bezoekwerk doen: Gouda en Huizen zijn al ingeschakeld;
– toerisme uit de hele wereld; Heil des Volks bereikt in jeugdherbergen jongelui uit meer dan honderd nationaliteiten; Jeugd met een Opdracht zit midden in de City;
– 115 nationaliteiten, 10% islam (80.000) Van de 50.000 kinderen op de basisscholen is een kwart moslem. Wie doet wat aan godsdienstonderwijs? Ar. Wereldzending zit nu in Amsterdam; zoekt nog medewerkers voor markt-werk. Derde Wereld is hier!
– prostitutie plus drugsgebruik; het Scharlaken Koord doet prachtig werk op de Wallen; het Heil heeft een afkickcentrum.
– En vergeet de eenzaamheid niet: de helft is alleenstaand.
– En de nieuwe armoede: 50% krijgt een uitkering; 25% zit op het minimum.
– Vluchtelingen: 90% wordt niet erkend: ± 40.000 illegalen.
De Ned. Herv. Diaconie gaf er in 1990 een half miljoen aan…! Daar zijn ze nu mee opgehouden.
7. Zonder wedergeboorte
De kerken zijn een minderheid geworden: 3 à 4% gaat nog. De N.H. Kerk had, toen ik kwam in '83, 14 duizend lidmaten; nu zijn het er nog 8 duizend, waarvan de helft niets bijdraagt. De predikanten kosten 2 miljoen, de gebouwen ruim één miljoen. Aan bijdragen komt ruim één miljoen binnen. Baten van beleggingen redden ons nog: ruim 2 miljoen.
Wilt u het in een persoonlijk verhaal? In onze gemeente vertelde mevr. Blanken: ik ben gedoopt in de Eilandskerk; die is afgebroken. Ik heb belijdenis gedaan in de Princessekerk in 1933 met 98(!) belijdeniscatechisanten: die is ook afgebroken. Ik ben getrouwd in de Nieuwe Kerk op de Dam: daar zijn geen diensten meer, maar tentoonstellingen. Ik ben nu in de Noorder, schreef ze de kerkvoogdij, wilt u die nu ook nog sluiten? Dat is Goddank niet gebeurd. Maar we zijn wel door het nulpunt heengegaan en niets is vanzelfsprekend meer.
Waar komt nu de ontkerkelijking vandaan? De boeken wijzen op: industrialisatie, verstedelijking, maar ook: trek uit de stad enz. In de Hervormde Gemeente als geheel zijn de geestelijke oorzaken niet bespreekbaar. Men past de sterk vermagerde patiënt een ander pak aan, maar vraagt niet welke kwaal de patiënt heeft. Heeft het ook te maken met de prediking? Taboe! Maar onlangs heeft ds. Spijkerboer op de classis Amsterdam in zijn zwanenzang geconstateerd: dat in het midden van de kerk het woord 'wedergeboorte/geboorte van omhoog' uit het woordenboek is verdwenen, en met het woord de zaak. En hij legde verband met de leegloop! Het hoge woord was eruit!
Hij constateert via Samen op Weg hetzelfde in Geref. Kerken! Hij vindt dat we – bij alle praten over de nieuwe kerkorde – ter zake moeten komen: de wedergeboorte/geboorte van omhoog. U kunt het verhaal lezen in In de waagschaal.
En wie gaat daar op in? Kuitert! En hoe? 'Spijkerboer zegt: wat daarvoor komt kijken is al gebeurd, buiten ons, toen God mens en wereld met zichzelf verzoende in het kruis van Jezus Christus. De Bonder zal het niet ontkennen, maar hij zal zeggen: ben je het al deelachtig? Dat hoort er toch ook bij? Inderdaad, ik zou dat ook wel zo durven zeggen. Spijkerboer tracht de oversubjectivering (het gescharrel in je eigen innerlijk) van de Bonders te pareren met een overreaktie – in de richting van "buiten ons". Dat is mij te weinig, verzoening is een gebeurtenis buiten mij maar om bij mij terecht te komen gaat de verzoening de wereld in als Woord, als heilsboodschap, en wie Woord zegt in de christelijke geloofstraditie, zegt Geest. (…) Dat bedoelt de Gereformeerde Bond, althans dat hoop ik. Is dat mystiek? Ja, de gereformeerde traditie (lees alleen maar Calvijn) is daar, op voetspoor van heel de voorafgaande christelijke traditie, nooit bang voor geweest. Wij moesten dat ook niet zijn. (…) "Sinds hij getrouwd is, is hij een ander mens", zou dat ook niet kunnen door omgang, poging tot omgang, gebed om omgang, met God?' Aldus Kuitert!
Dit is ons uur, denk je dan. Hier moeten wij bij zijn! Spijkerboer vroeg mij de Bond hierbij te betrekken. Bij dezen dan!
Wij weten toch wèl van wedergeboorte?! Of… of…
Hoe is de stand van het geestelijk leven onder ons?
Zijn volle kerken geen verzoeking? Ging het in het midden en bij de Gereformeerden niet al ondergronds mis toen de kerken dáár nog vol zaten? Ik ken het gevoel uit onze vorige gemeente om in een volle kerk dankbaar te zijn voor het vele goede, trouwe mensen, fijne jongeren. Je laat het oordeel der liefde gelden, je wil niet terug naar de achterdocht, het schema, de eenzijdigheid die verlamt. We willen een bijbelse gemeentevisie, we zijn pastoraal en aktueel. Maar voltrekt zich intussen een geruisloos proces van vervreemding?
Gaat wedergeboorte bij ons ook steeds meer ontbreken?
Er zou een spanningsloze prediking kunnen ontstaan, waarbij eigenlijk geen mensen meer toegebracht worden, de verwondering van Bethel en de worsteling van Pniël gaan ontbreken. Terwijl de Avondmaalstafels voller worden, worden de avonddiensten leger. Dat hebben we eerder gezien. Een Duitse dominee beschrijft een bezoek aan Amsterdam in de vorige eeuw: zwart van de mensen op straat, volle kerken, waarbij tijdens de preek werd doorgecollecteerd, tientallen avondmaalstafels. En nu?
Er is nog een rest. Een schamele rest. Of een heilige rest (Jes. 4) dankzij de 'Geest van oordeel en uitbranding'.
C. Blenk, Amsterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's