De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Christine Koetsveld, O schoonheid zo oud en zo nieuw; over christelijke spiritualiteit en de leer waarin zij wortelt met de kerkvader Augustinus als gids. Kok, Kampen, 1992, 152 blz., ƒ 27,50.
Acht jaar was de schrijfster gereformeerd predikante, voor zij in 1990 overging tot de Rooms-Katholieke Kerk. Van de rijkdom aan spiritualiteit, die zij daar vond, doet dit boek verslag. Op haar zoektocht was Augustinus haar gids. Dat wil zeggen dat een aantal hoofdlijnen van Augustinus als opstap dienen voor eigen gedachtenvorming. Waarom Augustinus als gids? Omdat hij als geen ander de bewegingen van zijn hart heeft onderzocht. Augustinus is echter in de dialoog met zichzelf dicht bij God en bij zichzelf en zo verstaanbaar gebleven, terwijl de schrijfster nogal eens psychologiserend te werk gaat. Augustinus is intens op zoek geweest naar de waarheid om na een geweldige innerlijke strijd tot overgave aan haar te komen. Niet ieder zoekend mens gaat die weg. Maar wie iets van dat zoeken herkent, kan vaak met Augustinus een begin aanwijzen, waardoor men vragen begon te stellen. Wil een mens de omgang met God zoeken, dan moet er iets aan hem gaan trekken. Augustinus noemt dat 'iets': verlangen. Hoe verschillend ook in het ontstaart, tenminste twee tegengestelde ervaringen vormen de grondslag ervan: die van overweldigende schoonheid èn die van overweldigend lijden. Wie door God wordt aangeraakt in een ervaring van schoonheid, komt voor de keuze om alle pareltjes af te staan voor de parel van grote waarde. Wie door God wordt aangeraakt in het lijden, heeft al zo weinig meer. Bij gemis aan het gewone houvast herinnert men zich God en ontstaat de noodzaak met God in het reine te komen. 't Moet duidelijk worden of God werkelijk God is. Bron van het goede, die het kwade overwint. Ook in het lijden gaat het om kiezen: de ene mens vertrouwt zich toe aan God, die hij niet meer kan volgen. Voor een ander kan het lijden reden zijn met God te breken. 't Gaat altijd om onze keus als eerste zichtbare stap op een nieuwe weg. Hoe deze daad ook uitvalt (voor Augustinus was dat het celibaat als levenslange wijding aan God, aldus het boek), ze is altijd geloofsgehoorzaamheid. Op die weg ging Jezus voor. Aan Hem leest men af het hoge perspectief dat geboden wordt en daarom ziet men ook aan Hem de weg om daartoe te geraken. Alle andere wegen blijken dwaalwegen. We moeten ons wel voor Hem openstellen (p. 81). Christus zou zich met ons hebben geïdentificeerd opdat wij ons kunnen één maken met Hem (p. 85). Het hoofdstuk 'Leven in de Geest' wekt de verwachting van de ontbrekende schakel tussen de mens en God, i.c. Christus. 't Gaat echter over de Geest die Christus bezielde en niet die Hem verheerlijkt. En als het over Christus' lichaam gaat, wordt de kerk bedoeld. Die bocht kan korter lijken als via de kerk (Christus' lichaam) toch de verbinding gelegd wordt tussen Christus en de gelovigen. Want zij die de kerk vormen, belijden dat Christus met Zijn Geest nooit van hen wijkt (HC, antw. 47). Dat wordt echter niet bedoeld, volgens de uitspraak dat voor Augustinus (?) en heel de (rooms-) katholieke traditie de kerk meer is dan een verzameling van mensen die in Christus geloven (p. 97). De kerk zelf is Christus. Dus bemiddelt de kerk door haar verkondiging en sacramenten de Geest zodat mensen in staat zijn Zich open te stellen en de Geest te ontvangen. Is dit niet de typisch rooms-katholieke visie op de kerk? Die visie blijkt o.a. ook als er sprake is van wijding van mensen en dingen. Dat de schrijfster hier ten aanzien van vrouw en ambt dingen zegt die zij waarschijnlijk vóór haar overgang zo niet zou hebben gezegd, waarderen we. Dat zij met betrekking tot de waarheid die de kerk belijdt, opkomt voor het absolute karakter ervan en Christus als dé Waarheid op de voorgrond stelt, nemen we haar in dank af. Maar als het gaat om het kader waarin dergelijke goede dingen staan, wijzen wij deze vorm van spiritualiteit af. De mens krijgt teveel ruimte. Wij moeten op zoek gaan en een keuze maken. Het is een verhaal van beneden naar boven. De boodschap van de vrije en bevrijdende genade Gods voor een totaal verloren mens, die tot niets goeds in staat is, wordt pijnlijk gemist. We kennen Augustinus niet zo goed om te beoordelen of hem over de hele linie recht is gedaan. De indruk bestaat dat Augustinus selectief is gevolgd.
P. van der Kraan, Bleskensgraaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's