De kontekst van de overdracht
De overdracht van de boodschap (1)
Op zaterdag 12 juni l.l. hield ondergetekende op de algemene ledenvergadering van de Hervormd Gereformeerde Jeugd Bond een referaat over het thema 'Komt de Boodschap nog over?', één en ander n.a.v. het boekje 'Gebeurt er nog iets?' (over prediking en hoorcrisis). De lezing wordt in drie achtereenvolgende afleveringen geplaatst.J. van der Graaf
Inleiding
We moeten met het woord crisis oppassen. Crisis is er allewegen vandaag. Er wordt gesproken over cultuurcrisis, politieke crisis, crisis der prediking, economische crisis. En dan ook nog weer hoorcrisis.
Maar in ieder geval is er best wat aan de hand als het gaat om de vraag: Komt de boodschap nog wel over? Prof. dr. C. Graafland heeft daar in de loop van de jaren in onze kring nogal wat over geschreven. Het valt wel op, dat het meestal predikanten zijn, die erover schrijven. Recent nog weer kwam er een boekje uit van ds. J.F. Schuitemaker te Loenen aan de Vecht over de prediking. Dominees komen echter eigenlijk zelden in de kerk. U moet mij goed verstaan: ze zijn natuurlijk wel iedere zondag in de kerk, maar ze gáán zelden náár de kerk, om zelf naar een preek te luisteren. Ze horen meestal alleen zichzelf. Dat kan ook nauwelijks anders. Maar ik wil toch ook hier nog weer eens een pleidooi ervoor voeren, dat predikers zelf ook regelmatig kerkganger moeten zijn. Dan hóren ze ook zelf hoe de boodschap overkomt.
Het herhaalde gebruik van het woord crisis brengt ook heel makkelijk tot een bepaald doemdenken. Daar moeten we voor oppassen. Doemdenken is jarenlang in de samenleving troef geweest. Dat is ook een beetje overgeslagen naar de kerk toe. We hebben zo het woord 'Godsverduistering' nu al een tijd lang in ons kerkelijk spraakgebruik opgenomen. Dat woord 'Godsverduistering' komt bij Martin Buber vandaan, die hiermee heeft willen aangeven hoe 'Godloos' het hele leven in de wereld, in de samenleving is. Nu dreigt echter het gevaar, dat we het woord ook nog weer eens gaan introduceren in het leven van de gemeente zèlf en dan ook in het gebeuren rondom de prediking. Dan krijgt het toch een verkeerde dimensie. Als er sprake is van verduistering, is er sprake van 'mensverduistering'. Het Woord van God keert immers nooit ledig weer, althans niet tot God Zelf. 'Het zàl voorspoedig zijn tot hetgeen, waartoe Ik het zend' lezen we in Jesaja 55.
We moeten wèl ook zeggen, dat het mogelijk is, dat de kandelaar wordt weggenomen. Daar zijn voorbeelden van in de wereld. Waarom zou dat hier, in ons land niet kunnen gebeuren?
Daarom is het goed ons af te vragen of de boodschap nog wel echt overkomt.
Recent zei een ouderling uit een gemeente: 'Het is de laatste tijd zo stil in onze gemeente'. Dan begrijpt men wel, wat hij ermee bedoelde. Er is een goede stilte, als het de stilte van de toewijding is. Hij bedoelde er echter mee: er gebeurt eigenlijk zo weinig. We merken zo weinig van de ritselingen van de Heilige Geest.
Jaren geleden verscheen er een zogeheten 'verschralingsrapport' in de Gereformeerde Kerken. Daarin werd ook gesproken over 'het manco van de Geest'. Welnu, dat ligt dan niet aan de Geest. Het ligt altijd aan de hoorders.
Daarom hebben we ook altijd weer nodig de wekroep uit het boek Openbaring: 'Zijt wakende en versterk het overige dat sterven zou; want Ik heb uw werken niet vol gevonden voor God. Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief en gij zult niet weten op wat ure Ik over u komen zal' (Openb. 3 : 2, 3).
Het boekje, dat ik schreef ('Gebeurt er nog iets?') handelt voornamelijk over de prediking, maar toch ook in het algemeen over het overkomen van de boodschap. Ook in het werk onder de jongeren zal men wel eens het verlammende gevoel hebben van: komt het nog wel over? Maar anderzijds gelden de beloften: Waar twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, ben Ik in het midden. Ook vandaag gebéúrt er nog iets, daar waar het Woord open ligt.
Overdracht en kontekst
Evenwel staat ook vandaag de overdracht van de boodschap in een bepaalde kontekst. Overdracht gebeurt niet tijdloos. Als wij preken lezen uit een ver verleden, van de 'groten' uit de kerk – ik denk aan Augustinus, Calvijn, Wilhelmus à Brakel en vele anderen – moeten we zeggen, dat hun preken zó vandaag niet meer zonder meer te lezen zijn. … Je kunt ze bestuderen en de goede verstaander heeft ook maar een half woord nodig. Maar toch, preken worden zó vandaag niet meer gehouden. Ik spreek dan niet over de inhoud, maar over de vormgeving, hoewel soms ook over een bepaalde thematiek, die aangesneden wordt
Taal is levend en ieder hoort in eigen taal, dus ook in eigentijdse taal en in eigentijdse vormgeving de grote werken Gods. Dat heeft ook alles met Pinksteren te maken, met de Geest van Pinksteren.
Daarom zal de overdracht nooit in archaïsche bewoordingen dienen te geschieden en ook niet in modernistische bewoordingen. Een Schriftwoord, dat mij in deze altijd aanspreekt is: 'Want wij dragen niet, gelijk velen, het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus' (2 Kor. 2 : 17). Het Woord Gods mag niet 'te koop' worden gedragen, in archaïsche taal niet en in modernistische taal niet. Het Woord mogen we laten klinken gewoon in de taal van de tijd.
Menstype
De taal wijzigt. Maar ook hóórders ondergaan wijzigingen. Kijk maar naar foto's. Wie vandaag foto's beziet van kerkeraden, schoolbesturen, jeugdverenigingen of synodevergaderingen van zeg nog maar veertig jaar geleden, die krijgt een ander type mens voor zich, dan wanneer je foto's ziet van vandaag. En dat zit 'm niet alleen in de kleding.
Er is natuurlijk sprake van een constante als het gaat om het mens zijn. Mensen zijn de eeuwen door gevallen mensen. We zijn gevallen zondaren. Die gevallen zondaar staat echter wel in elke tijd toch op een bepaalde wijze recht overeind, met z'n eigentijdse weerbarstigheid. Hij is mens van zijn tijd. Hij is door de tijd getypeerd en beïnvloed.
Een klein uitstapje daarover. Er is een wisselwerking tussen de mens en het materiaal, dat hij gebruikt.
De boekdrukkunst heeft, al in een ver verleden, een ongelooflijke revolutie op gang gebracht in de samenleving. De mogelijkheden, die mensen hadden in de wijze waarop ze konden communiceren, werden enorm uitgebreid.
De industriële revolutie uit de vorige eeuw dient ook zeker als zodanig genoemd te worden. Deze heeft een sociále revolutie tot gevolg gehad. Ze heeft echter ook een emancipatiebeweging tot gevolg gehad. Het menstype – in de wijze waarop de mens zich is gaan uiten – is daardoor veranderd.
En wat dan vandaag te denken van het computertijdperk, waarin we leven? We zijn van briefschrijvende mensen, telefonerende mensen geworden en nog weer later, dat geldt dan – heel speciaal voor vandaag – computeriserende mensen. Dat betekent, dat ons leven, het leven van vrijwel ieder, gekenmerkt is door snelheid, efficiency en nauwkeurigheid.
Vooral snelheid! Hoe snel kunnen we vandaag niet stukken produceren en vermenigvuldigen. Denk ook aan het faxapparaat. Op het moment dat men een brief klaar heeft, kan deze ook komen bij de geadresseerde.
Snelheid en efficiency ook met de computer. Men kan aanvankelijk heel slordig omgaan met de teksten, die worden ingebracht, om uiteindelijk toch een zeer nauwkeurig eindproduct te krijgen. Men kan maar wat 'aanrommelen' en intussen toch heel nauwkeurig werken. Snelheid, efficiency, nauwkeurigheid! We leven in het tijdperk van het electron. En dat zullen we weten.
Ook onze verplaatsingen zijn enorm snel. Het koetsje is lang verleden tijd. Vandaag hebben we de superjet. We hebben niet eens tijd meer om de tijdsverschillen, die er zijn, innerlijk te overbruggen. Ik las ooit de imponerende geschiedenis van David Livingstone, die in de binnenlanden van Afrika z'n ontdekkingsreizen deed. Hij deed er maanden over om van Engeland op de plaats van bestemming te komen. Nu voltrekt zo'n reis zich helemaal binnen één dag. Hij had maanden tijd om te reizen en te denken, te overwegen. Wij hebben geen tijd meer zelfs om de tijdsverschillen te verwerken.
Iemand uit de derde wereld, die hier op bezoek was, zei heel treffend: 'Jullie hebben horloges, die hebben wij niet, maar wij hebben tijd, die hebben jullie niet'. Heel treffend! Als men eens een poosje op bezoek is in Oost-Europa, in de heel arme gebieden, merkt men, dat mensen in de eerste plaats de ontmoetingen geweldig op prijs stellen, maar vervolgens ook dat ze 'tijd' hebben. Ze hebben tijd om een paar dagen of een week, als het nodig is, met je op stap te gaan. Wij moeten eerst onze agenda eens raadplegen of er een paar uurtjes mogelijk zijn. Een andere tijdsbeleving hebben, betekent tòch ook een ander type mens.
Overschakeling
Maar dan nu de overdracht. We schakelen op een bepaald moment opeens over naar de kerkdienst, of naar de ontmoeting op de vereniging, of waar dan ook. Dat is een echt wezenlijke overschakeling. We gaan van de jacht van de tijd naar de rust.
We gaan van de zaterdagavond, waarin het overigens kennelijk allemaal ook nog heel druk moet toegaan en waar de media het leven ook nog eens een keer beheersen, naar de zondag. Waar is de voorbereidende stilte nog van de zaterdag? We gaan óók van de zaterdagavond naar de andere wereld van de zondagmorgen.
De bidstond en de dankstond – om een ander voorbeeld te noemen – hebben we teruggebracht tot een stonde, tot een uur, ergens midden in de week op een avond. De mensen komen uit het arbeidsproces – àls ze nog komen – en moeten ineens overschakelen naar 'een uurtje kerk'. Wat zou het een zegen zijn als we weer bid- en dankdágen hadden. Alleen al om een dag echt weer ook met de gemeente voor Gods Aangezicht te zijn in voorbede en bezinning.
We gaan van een Godloze situatie in de samenleving, naar momenten van wijding, van toewijding. Dit is een ingrijpende overstap. Dr. Aalders heeft ooit zijn prachtige boek geschreven 'In verzet tegen de tijd'. Da zegt hij, dat Christus in deze tijd 'het kleed van de tekenen heeft afgelegd'. Er zijn nauwelijks in de samenleving nog christelijke tekenen aanwezig. Ze zijn in ieder geval op retour. Dat noemde Martin Buber Godsverduistering. We ontmoeten God niet meer in de handel en in de techniek en in de wetenschap en in de cultuur. Dat is de grote omslag, die we in het christelijke Westen beleven.
Kennen
Welnu, wie preekt of aan overdracht doet, moet in ieder geval de leefwereld van de ontvanger kennen. Vanuit de Schriften mag er geen onduidelijkheid bestaan ten aanzien van het gegeven dàt God bestaat, maar hóe bestaat Hij? En als Hij bestaat – en Hij bestaat – hoe en waarom zal Hij dan contact hebben met mensen, die leven in een godloze cultuur?
Welnu, 'Kom Schepper Geest, doorwaai de hof'. Dat is dan wel de eerste bede, die we nodig hebben. Och dat Gij de hemelen scheurdet en nederkwaamt, daar namelijk waar wij mensen ons vandaag hebben (in)genesteld. De hemel moet worden opengescheurd, opdat wij mensen echt hóren.
Ook vandaag zal de overdracht alleen volmacht hebben, wanneer ze van Boven naar beneden geschiedt. God hoorde de stem van Ismaël. Maar dan staat er heel treffend bij: er plekke waar hij was (Gen. 21 : 17b).
Daar gaat het ook vandaag om. Waar ik dan vandaag intussen de nadruk op zou willen leggen is, dat er aspecten rondom de overdracht zijn, aspecten van het leven, die verhinderingen kunnen vormen. Daarover de volgende keer.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's