De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke oriëntatie  op medisch-ethisch terrein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke oriëntatie op medisch-ethisch terrein

6 minuten leestijd

Vorig jaar verscheen op verzoek van de Nederlandse Patiënten Vereniging een bundel studies over medisch-ethische onderwerpen. Het Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut te Ede verzorgde de redactie. Deze bundel is van groot belang, omdat hier in kort bestek en op heldere wijze informatie èn oriëntatie wordt geboden temidden van klemmende actuele vragen. In vogelvlucht duid ik iets daarvan aan om de lezer te stimuleren tot aanschaf en bestudering van dit werk.

Anticonceptie en abortus provocatus
Na een goed inleidend hoofdstuk over 'Ethiek in de gezondheidszorg' en een met veel kennis van zaken geschreven bijdrage van ds. J. de Jong over medisch-ethische commissies, gaat de arts W.J. van Duijn in op anticonceptie en abortus provocatus. Gesteld wordt dat abortus provocatus eventueel plaats mag vinden op vitale indicatie. Daarmee wordt bedoeld dat het leven van de moeder wordt bedreigd, wanneer men de zwangerschap zou laten voortduren (bijvoorbeeld bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap). Er moet dan gekozen worden tussen het leven van de moeder en het leven van het kind, anders zou het leven van beide gevaar lopen. In deze uiterste noodsituatie moet de arts met een beroep op overmacht kiezen tussen twee kwaden. Van een zodanige situatie zal slechts zeer incidenteel sprake zijn, waarvoor een wetswijziging als in 1981 dan ook niet noodzakelijk was. Op heldere wijze gaat Van Duijn in op de verschillende opvattingen over de beschermwaardigheid van het menselijk embryo. Wij moeten vanaf de conceptie niet spreken over 'mensen in wording', maar over 'mensen in ontwikkeling'. Een volledige beschermwaardigheid vanaf de conceptie sluit nidatie-remming uit (dat wil zeggen dat middelen die de innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoederwand verhinderen – zoals het spiraaltje of de 'morning-after pil' – niet acceptabel zijn). Het voorkomen van bevruchting is – als de motieven zuiver zijn – wel ethisch toelaatbaar, maar het verhinderen van innesteling niet.

IVF
Dezelfde auteur gaat ook in op in-vitro-fertilisatie ('reageerbuisbevruchting') en embryotransplantatie. Na een beschrijving van de IVF-techniek (waarbij ook alternatieven als GIFT, ZIFT, IVC, DIPI en TOAST aan de orde komen), volgt een zorgvuldige en afgewogen ethische beschouwing. Mag je een bepaalde techniek gebruiken zonder rekening te houden met haar voorgeschiedenis (IVF is namelijk mogelijk geworden na moreel onaanvaardbare experimenten)?
Is IVF onverenigbaar met de natuur- of scheppingsorde? Is de natuurlijke wijze van verwekking een normatief scheppingsgegeven of niet? Een vraag die ook door orthodox-protestantse ethici verschillend beantwoord wordt. Ik ben het geheel met Van Duijn eens, als hij tot de conclusie komt, dat aan de ontwikkeling en toepassing van IVF zodanige bezwaren kleven 'dat beperking van de toepassing, of liever zelfs een verbod door de overheid gerechtvaardigd is' (blz. 96). Maar hij voegt daar terecht aan toe, dat daarmee geen veroordeling is uitgesproken over 'het echtpaar, dat met gebruikmaking van de eigen geslachtscellen en terugplaatsing van alle embryo's die in vitro tot stand komen, deze behandeling – nu deze er eenmaal is – wil ondergaan. We menen, dat ten aanzien van een beslissing op dit terrein het eigen geweten en de eigen verantwoordelijkheid tegenover de Heere en tegenover elkaar een grote nadruk behoren te krijgen.'

Andere onderwerpen
Het moeilijke onderwerp 'erfelijkheidsonderzoek en gentherapie' wordt zo inzichtelijk mogelijk beschreven. De mogelijkheden èn gevaren van erfelijkheidsonderzoek vóór de geboorte (prenataal) komen aan de orde. Hierbij moet telkens weer beklemtoond worden, dat de waardigheid en de waarde van menselijk leven niet ligt in de kwaliteit die wij er al dan niet aan toekennen, maar 'in het geschapen zijn naar het beeld van God en in de bestemming in Zijn Rijk te leven in de liefdesbetrekking tot God en de naaste' (blz. 108).
Mr. H. van der Kolk geeft in zijn artikel over 'Levensbeëindiging en stervensbegeleiding' aan hoe het thans door de Tweede Kamer aanvaarde wetsontwerp inzake euthanasie níet de noodzakelijke bescherming van het leven kan bieden. De wetgever laat de controle op de naleving van de geldende normen – die in feite door de beroepsgroep worden bepaald! – ten aanzien van het levensbeëindigend handelen in hoge mate over aan de medische beroepsgroep zelf. Terecht wijst Van der Kolk erop, dat dit beslist in strijd is met de handhaving van de rechtsstaat. Bovendien wordt 'levensbeëindiging niet-op-verzoek' niet meer onomwonden afgewezen. Verdere grensverlegging zal hiervan het onheilspellende gevolg zijn! Aan het slot van deze uitstekende bijdrage wordt ook op alternatieven voor euthanasie gewezen.
Informatie over orgaantransplantatie wordt gegeven door drs. J. Verheij. Het afstaan van organen kan – onder voorwaarden – gezien worden als een concrete invulling van het gebod onze naaste lief te hebben als onszelf. Deze vorm van gehoorzaamheid kan dan ook in het uur van ons sterven geoorloofd geacht worden. Het gebruik van weefsel van geaborteerde foetussen is niet acceptabel. Dit zou onder andere Parkinson-patiënten ten goede kunnen komen maar het kan niet zonder afspraken met een abortuskliniek en maakt zo medeverantwoordelijk voor abortus provocatus. Er mag geen enkele dwang of morele drang worden uitgeoefend om mensen te pressen donor te worden. 'Onze keus moet een beslissing in geloof zijn, te nemen in de weg van bestudering van Gods Woord en van gebed. Een ieder zij in zijn eigen geweten ten volle verzekerd.' (blz. 175)
Andere onderwerpen die behandeld worden, zijn: aids, medische experimenten met mensen en keuzen in de zorg begrensd'.

Waardevol
Met dat woord zou ik tenslotte mijn waardering voor deze bundel willen samenvatten. Daarmee sta ik weer eens diametraal tegenover prof. dr. H.M. Kuitert, die in een recensie in Trouw stelde, dat er in dit boek 'een vorm van rigorisme' naar voren zou komen: principes gaan boven de patiënt. De patiënt en zijn onaanvaardbaar lijden zou er door al die principes, – volgens Kuitert veel te ondoordacht op één lijn gesteld met Gods Woord –, niet meer aan te pas komen. Het boek zou geen bijdrage leveren aan het gesprek, omdat het zich niet als partner opstelt, maar als rechter die anderen meet aan zichzelf als de ware maatstaf. Ik vind dit een onheuse en caricaturale benadering. Dat rigorisme ben ik niet tegengekomen, maar wèl een eerlijke en openhartige verantwoording van het geloofsstandpunt van de auteurs, met openheid voor de velerlei vragen, die zich voordoen. Maar ja, mensen met een principiële positiebepaling worden tegenwoordig wel vaker buiten de discussie geplaatst…

J. Hoek, Veenendaal

N.a.v. Christelijke oriëntatie ia medisch-ethisch onderwerpen, onder red. van het Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut (H. Jochemsen e.a.), N.P.V./Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1992, 228 blz. ƒ 27,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Christelijke oriëntatie  op medisch-ethisch terrein

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's