Uit de Pers
Religie en media
Zaken en gebeurtenissen die kerkmensen soms hevig kunnen beroeren, gaan aan velen in ons land helemaal voorbij. Oorzaak: de media berichten er niet of nauwelijks over. Toen ik de bewuste vrijdag in januari, waarop de generale synode van de Hervormde Kerk met het hoofdbestuur een uiterst belangrijke ontmoeting zou hebben, naar Driebergen reed, luisterde ik in de auto naar de nieuws- en actualiteitenzender Radio I. Het programma voor de hele avond werd juist doorgegeven. Politieke en maatschappelijke zaken werden genoemd, belangrijke sportgebeurtenissen gereleveerd. Maar dat er op die avond een met veel spanning tegemoet geziene vergadering zou worden gehouden over de Samen-op-Weg problematiek bleek òf niet bekend bij de programmamakers òf kennelijk niet belangrijk genoeg om de luisteraars over te informeren. Voor de seculiere media is de kerk bijna geheel buiten beeld geraakt.
In Koers van 11 juni 1993 staat een gesprek te lezen van Tijs van den Brink met mr. dr. J.L. Heldring, oud-hoofdredacteur van de NRC. Hij schrijft tweemaal per week de column 'Dezer dagen' in NRC-Handelsblad. Onlangs schreef hij over 'Het succes van de EO'. Hij betichtte de seculiere media van hooghartigheid vooral in de richting van de groep bijbelgetrouwe christenen in ons land. Van den Brink stelde o.a. het volgende aan de orde in een gesprek met Heldring.
Wat bracht u ertoe de column over het succes van de EO te schrijven?
'Ik was verrast. Ik had niet gedacht dat de EO groter zou worden dan één van de gevestigde omroepen. Natuurlijk wist ik wel dat de EO het goed deed, maar dit had ik toch niet verwacht. Ik vond het op zichzelf bijna een historisch feit. Het heeft mij aanleiding gegeven tot een zekere introspectie, tot zelfonderzoek. Want ik heb mezelf ingesloten toen ik constateerde dat wij, vrijzinnigen, de wijsheid dat godsdienstige verschijnselen na verloop van tijd zouden verdwijnen, klakkeloos hebben aangenomen.'
Waar komt het idee dat godsdienst en godsdienstige verschijnselen zullen verdwijnen vandaan?
'Het is nog een overblijfsel uit de Verlichting. Het is een gevoel van zowel liberalen als socialisten, dat zij de waarheid in pacht hebben. Godsdienst is iets puur particuliers, dachten wij, liberalen en sociaal-democraten, met z'n allen. We waren en zijn niet tegen religie, helemaal niet, maar het is toch iets dat helemaal voorbehouden blijft aan de particuliere sector. Die veronderstelling van ons is duidelijk niet voortdurend getoetst. Twintig jaar geleden geloofde idereen (en ik heb het zelf ook geloofd): het CDA is een aflopende zaak. Op den duur was het gedoemd te verdwijnen, zo dachten we. Als je dat constateert, komt er een moment waarop je bij jezelf na moet gaan: hoe komt dat toch zo? Je merkt dan dat je denigrerend doet over mensen die de godsdienst nog serieus nemen. We produceren op z'n hoogst een medelijdend lachje als we het over hen hebben. Vooral in de media is dat altijd heel sterk het geval geweest en misschien nog wel. Overigens vind je die denigrerende houding niet alleen bij liberalen. Ook iemand als Den Uyl vond het christendom maar lariekoek. Dat mag hij natuurlijk wel vinden, dat vind ik best, maar er spreekt wel een enorme denigratie uit. Er spreekt iets uit als: op den duur ziet iedereen het licht en krijgt iedereen door dat die hele godsdienst onzinnig is. Dat noemen we het geloof in de vooruitgang. Het blijkt in ieder geval in dit opzicht niet te kloppen.'
Wat verstaat u precies onder het vooruitgangsgeloof?
'Het vooruitgangsgeloof gaat ervan uit dat de mens in wezen goed is en vervolmaakbaar. Als gevolg daarvan zal de maatschappij steeds beter worden. Dat brengt met zich mee dat het geloof in een God op den duur verdwijnt of in ieder geval hooguit particulier voorkomt, want als alles vanzelf beter wordt, heb je God niet nodig.'
De wereld wordt beter, naarmate de tijd vordert.
'Ja, eigenlijk is dat de oorspronkelijke gedachte. Maar niemand gelooft daar nog in natuurlijk.'
'k Wou nèt zeggen…
'…Ze geloven er niet meer in. Dat is een heel belangrijk cultureel verschijnsel. Liberalen geloven allang niet meer in de vooruitgang. Ze zijn in feite conservatief geworden, hoewel ze dat niet durven erkennen of misschien zelfs niet eens van zichzelf weten. Ook de socialisten zitten in een hele diepe crisis. Ze durven nauwelijks meer te zeggen, dat de mens vanuit zichzelf goed is. Dat kun je volgens mij na de Tweede Wereldoorlog ook helemaal niet meer beweren. En nu zijn de socialisten ook tot de conclusie gekomen dat, alle vooruitgang ten spijt, de verzorgingsstaat aan z'n einde is gekomen en teruggedraaid moet worden. Zoals de liberalen hun doel hadden bereikt aan het begin van deze eeuw, zo hebben de socialisten hun doel bereikt na de oorlog, daarbij sterk geholpen door de christelijke partijen.'
Als de seculiere media soms nog eens berichten over kerkelijke en godsdienstige zaken is het vaak ondeskundig, sensationeel en daarom vol onjuistheden.
In de column over de EO schrijft u: 'Er is kennelijk iets gaande in het land waar ook degenen die belangstelling hebben voor sociaal-culturele ontwikkelingen, en de media waarover zij beschikken, geen notie van hebben.' Hoe is dat mogelijk in een land als Nederland? Hoe kan dat in een land waar de pers zo vrij als een vogeltje is en waar pluriformiteit zo hoog in het vaandel staat?
'Ik geloof dat veel mensen, en opnieuw sluit ik mezelf niet uit, met een bord voor hun ogen hebben gelopen en hebben gedacht dat verschijnselen als de EO uitstervende verschijnselen zijn, die hooguit af en toe nog even opflakkeren. Voor de gewone lezer of kijker hebben uitingen van christendom hooguit een zekere curiositeitswaarde. De EO wordt door veel leden van die spraakmakende gemeente dan ook meteen in de hoek van de zwarte-kousenkerken gezet, wat natuurlijk helemaal onterecht is. De zwarte kousen kijken niet eens televisie! Maar ja, de verschillen tussen de EO en de zwarte kousen kent de gewone man helemaal niet meer, daar weet hij niets van af.'
Wiens schuld is het dat de gewone man die verschillen niet meer kent?
'Van de mensen die de media maken, natuurlijk! Die vinden het niet interessant.'
Is dat een soort arrogantie?
Heftig knikkend: 'Arrogantie kun je het zeker wel noemen, ja'.
Vindt u het erg dat al die seculiere mediamakers ontwikkelingen als de groei van de EO over het hoofd hebben gezien?
'Ach, wat is erg? Ik vind het in ieder geval nodig dat de mediamakers wakker worden. Het is de taak van de media de werkelijkheid te beschrijven en kennelijk doen ze dat niet goed, want ze zien dingen over het hoofd. Ik hoop dat de kranten een les trekken uit mijn column. Ze moeten het maar zien als een waarschuwing: 'Houd de ogen open voor wat er in de samenleving gebeurt!' Men moet niet voortdurend denken: ach, die christenen verdwijnen toch op den duur. Je moet verschijnselen als de groei van de EO heel serieus nemen en proberen te analyseren, net zoals je een verschijnsel als rechts-extremisme moet analyseren.
We moeten overigens niet suggeren dat de media de orthodoxe christenen helemaal uit het oog hebben verloren. Iemand als Schutte (fractievoorzitter van het GPV, TB) wordt ook door de progressieve media toch serieus genomen en volkomen in z'n waarde gelaten. Ze erkennen dat deze man een grote invloed heeft en vinden dat ook terecht. Ze lachen hem niet uit, omdat hij gewoon kwaliteit en goede medewerkers heeft, zoals het Kamerlid Van Middelkoop. Als de kwaliteit heel goed is, wordt dat toch wel erkend door mensen die helemaal vreemd staan ten opzichte van het gedachtengoed van orthodoxe christenen. Het is niet zo dat de christenen bewust worden genegeerd.'
Er zijn wel dagbladen waarin meer of minder over kerk en religie wordt bericht. Het Reformatorisch en het Nederlands Dagblad uiteraard, maar ook het dagblad Trouw besteedt op zijn eigen manier aandacht aan zaken van religie en geloof. Deze dagbladen worden weer niet gelezen door de grote massa en ook niet door de spraakmakende elite.
Hoe zou de houding van de media ten opzichte van religie kunnen veranderen?
'De media moeten zichzelf wakker porren. Ze moeten wakker gepord worden.'
Maar hoe geef je een ontwikkeling als de groei van de EO concreet weer in de krant?
'Misschien moeten seculiere media meer reportages maken in christelijke kringen. De krant loopt tenslotte over met allerlei verhalen over de politiek, dus zou er ook ruimte te vinden moeten zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van religie. Het is niet zo dat organisaties als de EO de pers naar zich toe lokken, dus moeten de mediamakers zelf toegangen zien te vinden. In ieder geval moeten al dit soort ontwikkelingen worden gevolgd. Dat betekent niet dat ze dadelijk in de krant moeten, maar journalisten moeten in de gaten houden wat er gebeurt. En zodra iets interessant genoeg is, moet er een stuk over worden geschreven. Natuurlijk moeten de kranten dan wel mensen hebben die een antenne hebben voor deze verschijnselen. Ook al voelen journalisten geen verwantschap met organisaties als de EO, toch moeten ze wel weten, wat er leeft bij dit soort mensen en kunnen onderscheiden wat interessant is.
Een andere manier om dit soort ontwikkelingen niet te missen, is het instellen van een wekelijkse rubriek over religie. Zo'n rubriek kun je op zich vrij breed invullen, lijkt me. Onlangs heb ik bijvoorbeeld Nel Benschop ontmoet, de meest gelezen dichteres van Nederland. Dat is een razend interessant verschijnsel, dat je heel goed in zo'n rubriek de revue kunt laten passeren. Nel Benschop is iemand die, blijkens de oplagecijfers van haar dichtbundels, Nederlands populairste dichteres is en volstrekt wordt doodgezwegen door de intellectuele en culturele elite, die onder andere in de pers aan het woord is.
In overlijdensadvertenties wordt vaak geciteerd uit haar dichtbundels, en het curieuze is dat dat vaak verkeerd gebeurt. Dat betekent dus dat de mensen menen de gedichten uit hun hoofd te kennen, want verkeerd citeren doe je alleen als je denkt dat je de bundel zo goed kent dat je hem niet hoeft te raadplegen. Van welke dichter kan nog meer worden gezegd, dat mensen zijn gedichten uit het hoofd kennen? Op z'n hoogst van een paar klassieke, zoals Vondel, Cats en van de modernen: Nijhoff.
Maar er zijn meer ontwikkelingen gaande, waar ik over wil lezen in de krant. Ik lees in NRC Handelsblad en de Volkskrant bijvoorbeeld nooit iets over de Samen-op-Wegbeweging tussen gereformeerden en de hervormden. Zo'n beweging is natuurlijk niet verwaarloosbaar. Het zijn de twee grootste protestantse gemeenschappen. Je zou een cultureel-sociologische beschouwing kunnen geven van dat soort gebeurtenissen in die rubriek. Wat zijn de sociale verschillen tussen hervormden en gereformeerden? Dat lijkt me interessant! Dat is de Nederlandse cultuur!
En ik vind dat je die hoort te kennen, ook als je niet-christen bent. Je moet weten waar je vandaan komt, in welke omgeving je bent opgegroeid en van welke cultuur je deel uitmaakt. Ik ben er tenminste altijd nieuwsgierig naar.'
Uit een bericht in De Volkskrant van 30 juni begreep ik dat Tijs van den Brink zijn afstudeerscriptie aan de Evangelische School voor de Journalistiek in Amersfoort wijdde aan de wijze waarop NRC Handelsblad en de Volkskrant omgaan met religie. Hij sprak onder andere met de hoofdredacteuren Ben Knapen van NRC Handelsblad en Harry Lockefeer van de Volkskrant. Ook had hij een gesprek met Jan Blokker in zijn hoedanigheid als bijzonder hoogleraar Persgeschiedenis en trouwens ook als columnist medewerker aan de Volkskrant. Boven het krantebericht staan de woorden 'Religie komt er in veel kranten bekaaid af'.
Bij NRC Handelsblad spreken hoofdredacteur Knapen en adjunct-hoofdredacteur Joost van der Vaart elkaar tegen. Knapen: 'Berichtgeving over religie is voor ons niet zo belangrijk. Wij zijn een volstrekt seculiere krant en dat willen we ook blijven. Als het om onze lezers gaat, vinden wij religie voor een belangrijk deel een privé-aangelegenheid.'
Van der Vaart denkt daar anders over: 'Religie is een maatschappelijke ontwikkeling die buitengewoon interessant nieuws kan opleveren. Daarom is het belangrijk erover te berichten.' En Heldring: 'Elk maatschappelijk verschijnsel is interessant om te volgen, te signaleren en de betekenis ervan te peilen'.
Harry Lockefeer van de Volkskrant is eveneens een andere opvatting toegedaan dan zijn collega Knapen: 'Religie en alles wat daarmee verbonden is, is een factor in het leven. Dus wil ik in de Volkskrant beschreven zien wat er in die hoek van de samenleving gebeurt (…). U moet eens gaan kijken hoe groot de opwinding is rondom kwesties als euthanasie en zien in hoeverre daar christelijke opvattingen van mensen, tot en met ministers toe, een rol spelen. Om dat te kunnen begrijpen en doorzien, moet je informeren over wat er in die kerken gebeurt.' Ook Blokker vindt dat religie in de krant zijn plaats heeft. 'Je hoeft natuurlijk niet net als vroeger iedere pastoorsbenoeming in Limburg op de voorpagina te zetten, maar je moet het geestelijk leven niet ontkennen. Als er een paus wordt gekozen, moet je daarover berichten want de paus vormt nog altijd een machtsfactor.'
De van oorsprong katholieke Volkskrant besteedt meer aandacht aan religieuze zaken dan de liberale NRC. Alle geïnterviewden erkennen dat. Alleen Knapen is er ook content mee. Als mensen hun religie belangrijker vinden dan de vrijzinnigheid van deze krant, moeten ze maar een andere krant nemen.'
Van den Brink bedacht voor hij aan zijn onderzoek begon een probleemstelling: 'NRC Handelsblad en de Volkskrant zijn niet die complete kranten die ze zo graag willen zijn, omdat ze structureel te weinig aandacht besteden aan religie. Aangezien religie een maatschappelijk relevant fenomeen is, dient daar regelmatig en struktureel aandacht aan te worden besteed.'
De auteur acht dit bewezen en adviseert de hoofdredacteuren hun leven te beteren, bijvoorbeeld door een vaste rubriek te wijden aan religie. Knapen denkt er niet over, Lockefeer wel. 'We zijn een aantal dingen van plan', zegt hij. 'Een rubriek zou zich uitstekend lenen om wat meer systematiek te brengen in de wereld van het geestelijk leven. Anders wordt het teveel hit-and-run-journalistiek.' Er bestaat geen concreet plan, maar: 'Misschien is dat over een half jaar anders'.
Het hier geciteerde krantebericht begint met een citaat dat luidt: NRC Handelsblad, de Volkskrant en Het Parool overschatten de kunst en minachten de religie. Wat daar ook van waar is, de kunst krijgt wel opmerkelijk veel aandacht in genoemde dagbladen. Aparte pagina's en wekelijkse bijlagen worden er aan gewijd. Het is al eens eerder geconstateerd: voor velen onder ons volk hebben òf de sport òf de kunst de plaats van de religie ingenomen. Al naar gelang je belangstelling en ontwikkeling lezen velen een krant die aan de sport of aan de kunst prioriteit verleent. Trouwens hoeveel kerkmensen lezen liever een krant die de sport verslaat en het regionaal nieuws voorrang geeft, dan een principiële krant als het ND of het RD die redactioneel gezien andere keuzes maakt?
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's