Van beeldcultuur naar woordcultuur
De overdracht van de Boodschap (3)
De beste methode is, wat de overdracht betreft, nog niet goed genoeg. Alles wat vandaag didactisch tot onze beschikking staat voor het overbrengen van informatie en voor het instrueren van mensen, is welkom. Maar laten we alstublieft niet alles via het scherm laten verlopen. Er is vandaag, langzaam maar zeker, een besef aan het groeien, dat mensen slaaf kunnen worden van het scherm. En dan bedoel ik niet alleen de televisie. Er is in het algemeen een schermverslaving.
We gaan de lees- en de leercultuur zo langzamerhand missen.
Mij dunkt dat lees- en leercultuur, zonder het scherm, weer zullen moeten worden opgewaardeerd.
Het belangrijkste in dit verband is echter, dat overdracht van de beleving van schuld en genade, en als het daarom gaat om de bijbelse begrippen, om de dieptedimensie van het Woord, nooit geschieden kan via het beeld, maar altijd geschieden zal via het woord. We moeten van de beeldcultuur van het alledaagse leven weer terug naar de woordcultuur, elke keer opnieuw. Zo alleen zal wellicht het rechte besef van schuld weer kunnen worden geleerd en de genade kunnen worden geproclameerd.
Dan moet dat geschieden in taal, die eigentijds is. Dat herhaal ik nog eens. Maar dan ook met kernwoorden van de Schrift als uitgangspunt en niet met een algemeen verhaaltje.
Wat mij betreft mag hier weer eens genoemd worden 'de tale Kanaans'. Er is een taal in de Schrift, die niet van de wereld is en die we nochtans nodig hebben om de dieptedimensie van het heil te kunnen verwoorden. Is die taal te moeilijk vandaag? Voor dat element ben ik nooit gevoelig geweest, ook niet naar jongeren toe, ook niet in de tijd, waarin ik zelf op de middelbare school les gaf. Ik heb net weer een boekje gelezen van Jan Kuitenbrouwer over 'turbotaal'. Je verbaast je er dan opnieuw over in welke taal jongeren zich vandaag uitdrukken en hoe snel dat taaltje wijzigt. Ze hebben echter kennelijk die turbotaal helemaal onder de knie. Het is hùn taaltje. Zouden we dan niet in staat zijn om de taal van de Schrift weer aan te leren, als turbotaal zo gemakkelijk door jongeren eigen gemaakt wordt?
Bevinding
Als het dan echter gaat om de dieptedimensie van het heil, hebben we wel nodig een persoonlijke doorleving. Dat is wat de Schrift bevinding noemt. Dat is iets anders dan moderne ervaring vandaag. Moderne ervaring is er allerwegen. Het is zelfs weer in. New Age verslaat zijn duizenden. Elk boek over New Age kan rekenen op een uitstekende verkoop. Maar New Age, waarin de ervaring van de moderne mens centraal staat, is iets anders dan bevinding. Bevinding is: Het heil komt van God uit naar de mens toe en krijgt een plaats in zijn hart. Dan blijven we niet steken in of we starten niet bij de gelovende, ervarende mens, maar bij God. Die dóét ervaren door Zijn Geest.
Dan hebben we in de klassieke belijdenis van de kerk ook een belangrijke bron van woorden met betrekking tot het doorgeven ook van de Schriftwoorden in deze.
De belijdenis is ook vandaag in dat opzicht nog steeds actueel. Ze is van alle tijden, als het gaat om noties als geloof, wedergeboorte en bekering.
Wáárom gaat het dan in het leven van de bekering? Om de afsterving van de oude mens. Dat betekent: een hartelijk leedwezen, een leedwezen met je hart, dat we God door onze zonde vertoornd hebben en een hartelijke vreugde – óók een vreugde met je hart – in God door Christus. Dat laatste is de opstanding van de, nieuwe mens. Woorden als bekering, en wat onze belijdenis ervan zegt in de Heidelbergse Catechismus, zijn onvervangbaar. Ze mogen en moeten geduid worden vanuit de totaalinhoud van de Schriften. Dat hebben ook moderne mensen vandaag nodig: afsterving van de oude mens en opstanding van de nieuwe mens.
Maar dan gaat het ook om het doorleidende werk van de Heilige Geest. Het gaat niet alleen om het appèl om te komen tòt geloof of te komen tòt bekering, maar ook om wat de Heilige Geest verder nog doet in het leven van het geloof.
Op de weg van het geloof gebeurt ook iets: 'Hoort wat mij God deed ondervinden'. Daarover valt te preken en daarover valt te spreken met elkaar.
Als de kernnoties van het heil in ons hart, in ons leven een plek krijgen, zijn we méér dan orthodox. Ik bedoel dit met een dubbele bodem. Méér dan orthodox, méér dan alleen maar leerstellig. De leer op zich, die alleen in het hoofd, maar niet in het hart zit, zal ook niet wervend zijn en zal ook niet bevorderlijk zijn voor de overdracht als zodanig. Een kind Gods, dat het bevindelijke leven kent, is méér dan orthodox. Orthodoxie, het recht zijn in de leer, vraagt om bevindelijke lading, dat wil zeggen, dat de ervaring van-God-uit daarin een plek krijgt. Daarom dient er ook aandacht te zijn voor de werkingen van de Heilige Geest. De hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, Die ons is gegeven.
Een 'manco des Geestes' kan intussen niet aan de Geest liggen. De vraag is: Wat zegt het Woord over de Geest? Ik geloof, dat we in deze tijd nodig hebben een hernieuwde studie van de Schriftwoorden over het werk van de Heilige Geest, in de breedte en in de diepte: tegenóver New Age, tegenover de hele moderne spiritualiteit, tegenover de charismatische beweging. We hebben weer nodig een hèrbezinning, ook onder ons, op de plaats en het werk van de Heilige Geest, in de prediking en in het geheel van de overdracht. Dan zullen we zo ook van de heilsvraag komen bij de zinvraag. De Heilige Geest werkt in ons en de Heilige Geest werkt dóór ons. Het gaat niet alleen om datgene wat in de mystieke beleving een plaats heeft, maar ook wat de Heilige Geest ìn en mèt ons leven wil doen. Dan gaat het om het hele brede leven, ook in de godloze cultuur, waarin wij leven en in confrontatie met de goddeloze verschijnselen om ons heen.
De vraag is dan wel of allen, die in de overdracht staan, regelmatig in de nabijheid van God vertoeven. Of de nabijheid van God wordt gekend. 'Spreek Heere, Uw knecht hoort'. Of we de verborgen omgang met Hem ook beleven. Dat vraagt intussen ook om stilte.
De stilte
Het boekje, dat ik schreef bevat ook een gedeelte over de stilte.
Ik heb die stilte en het pleidooi voor stilte niet alleen maar methodistisch bedoeld. Het gaat zeker niet om een aantal stille momenten in de kerkdiensten en dergelijke, al mogen die er ook wezen. Ook in de kerk verdragen we soms de stilte al niet meer. Hoewel ik grote bewondering heb voor organisten, die een goede taak hebben in de eredienst, moeten we constateren, dat in de kerk ook èlke stilte weer moet worden opgevuld door orgelspel. In de kerk mogen we ook wel eens ogenblikken hebben van stilte. Als de kerkeraad twee of drie minuten te laat binnenkomt, wordt het àngstig stil in de kerk. Of als de dominee even niet verder kan.
Stilte als momenten, prima! Maar met stilte bedoel ik toch méér de meditatie, de overdenking van het Woord. Wat is overdenking van het Woord? Professor dr. J. Severijn heeft eens gezegd, dat een mens per dag maar één Schriftwoord nodig heeft. Daar moeten we maar eens goed over nadenken. Laat één Bijbeltekst, één Schriftwoord tot je komen en laat dat die dag een plek hebben in de overdenkingen, in de bezinning.
Stilte moet er ook zijn bij de voorbereiding van de dingen, die gedaan worden inzake de overdracht. De jacht van het leven mogen we even achter ons laten.
Maar er moet ook stilte zijn in en bij de overdracht zelf! Het kan in de prediking soms ook te rumoerig toegaan, is mijn ervaring wel eens als gewone kerkganger. Een prediker maakt echt niet meer indruk als hij ineens met geweldige stemverheffing gaat spreken. Dan hoor je hem vaak minder. De stille overweging vanuit het Woord doet het vaak veel meer.
Er is ook de stilte van het gebed. Hoe vaak is het niet geworden even bidden.
De rechte stilte komt echter vooral bij het troostambt van de Heilige Geest vandaan. Jezus zegt voordat Hij heen gaat: 'Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in Mijn (dat is in Christus') Naam, die zal u alles leren en zal u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb' (Joh. 14 : 26). Het gaat om de verkondiging van de Drieënige God. Als die God in al Zijn deugden, in al Zijn werken verkondigd wordt, is er de belofte van de Heilige Geest, die van de zijnen niet wijken zal. 'Vrede laat ik u', zegt Christus, 'Mijn vrede geef ik u, niet gelijk de wereld hem geeft, geef Ik hem u'. (Joh. 26 : 27)
Stilte, toegewijde stilte, hebben we nodig om de woorden Gods te ontvangen, maar ook om ze door te geven.
Gebeurt er nog iets?
Door alles heen gebeurt er ook vandaag iets onder de Woordbediening. Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, ben Ik in het midden, zegt Christus. Alleen vanuit de overmacht van de Geest zal er iets gebeuren. Ons activisme zal de overdracht op zich niet bevorderen. De gezapigheid wordt ook niet gekeerd met het koesteren van het eigene, maar ook niet met druk beweeg op allerlei terrein. 'Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten'. Daar gaat het om.
Dan weten we intussen gelukkig wel één ding. Dat is, dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is. Niet hetzelfde. Dezelfde! Hij heeft de machten overwonnen op het kruis. Hij heeft het handschrift, dat ons tegen was, teniet gedaan. Met andere woorden: als wij onze handtekening moeten zetten onder de schuldbelijdenis, onder de acte van schuld, dan wordt die schuldbelijdenis vanwege het doorstrepen van die handtekening ongedaan gemaakt. Dàt is persoonlijke genade!
Christus heeft echter ook de machten overwonnen. Welke machten? De machten van alle tijden. Ook de machten van onze tijd. Daarom zeggen we: Jezus Chrishis is gisteren en heden Dezelfde. Niet hetzelfde, dus alleen maar voor een bepaalde tijd. Hij gaat mee in de tijd met Zijn gemeente. Hij zal Zijn gemeente door de Heilige Geest ook bemoedigen en aanvuren in de strijd tegen de eigentijdse machten. Ook in de strijd tegen de machten vandaag, die we niet eerder hadden, die zich vandaag wereldwijd tonen.
Daarom hebben we troost in de gedachte, dat Hij Dezelfde is. En omdàt Hij Dezelfde is, is overdracht van de boodschap gegarandeerd. Er zal ook vandaag iets gebeuren. Maar het vraagt wel om onze gehoorzaamheid en onze verantwoordelijkheid, die voor Gods aangezicht worden beleefd.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's