De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

E.C. van Balen e.a., Mag ik alternatief behandeld worden? Uitg. J.J. Groen, Leiden, 278 blz., ƒ 37,50.
De samenstellers van dit boek, E.C. van Balen (huisarts), dr. ir. H. Jochemsen, ds. J. Koppelaar, drs. R.H. Matzken en drs. C. Steyn hebben een respectabele tijd (drie jaar) intensief aan dit boek gewerkt. Het is verschenen onder auspiciën van het Prof. dr. G.A. Lindenboominstituut en de Hospital Christian Fellowship, waarvan dr. ir. Jochemsen en drs. Steyn respectievelijk directeur zijn. Zijn alternatieve geneeswijzen in het licht van Gods Woord toegestaan? De grote lijn van het boek is: er zijn veel alternatieve geneeswijzen die uitgaan van een visie op de mens die geheel of gedeeltelijk haaks staat op wat de Bijbel zegt.
Het boek zet in met kritiek op de reguliere geneeskunde, die (dikwijls) uitgaat van een materialistisch mensbeeld. Ziekte is niet alleen een stoornis van chemische aard, zeggen de schrijvers, maar betreft de hele mens, zowel lichamelijk, psychisch als geestelijk. Toch zien de schrijvers in de alternatieve geneeskunde grote gevaren, omdat veel vormen blijken uit te gaan van de gedachte dat de mens deel zou uitmaken van de ene wereldziel (kosmisch holisme). Ze zeggen: veel vormen van alternatieve geneeswijzen doen denken aan wat de Bijbel zegt over waarzeggerij en toverij; die zijn de Heere een gruwel (Deut. 18). Een belangrijke tekst achten de schrijvers: Deut. 29 : 29: 'De verborgen dingen zijn voor de Heere, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen'. Sinds de zondeval behoort een groot deel van de krachten die God in de schepping heeft gelegd, tot de verborgen dingen. Als genezers bij het stellen van de diagnose of bij hun therapie gebruik maken van paranormale waarnemingen of handelingen, of uitgaan van een samenhang tussen kosmische energieën en het ziektebeeld van de mens of verbindingen leggen met de geestenwereld, moeten we het ronduit van de hand wijzen. Aan de orde komen magnetisme (moet afgewezen worden), hypnose (niet per definitie occult), acupunctuur (het gevaar is, dat men Taoïstische gedachten gaat overnemen, hoewel acupunctuur op zichzelf niet op het Taoïsme gebaseerd hoeft te zijn), reflexologie (idem; het gaat erom of het verweven is met het Taoïsme of dat men het er los van kan zien), iriscopie (onbetrouwbaar als ze als enige diagnostische methode wordt gebruikt en onaanvaardbaar als er sprake is van paranormale gaven zoals helderziendheid). De schrijvers zeggen: in het algemeen geldt: wees voorzichtig, doe alles na gebed tot God.
Wat de homeopathie betreft zijn de schrijvers het niet eens met Rianne van der Smitte die meent dat homeopathische middelen veel weg hebben van toverdrankjes waarvoor de Bijbel ernstig waarschuwt. Ze zeggen: er zijn geen bijbelse argumenten om homeopathie als een occulte geneeswijze af te wijzen. De schrijvers pleiten voor de Medicina Sacra: een nauwe verbinding van het ontvangen van de vergeving van zonden, de werking van de Heilige Geest en lichamelijk herstel, zoals daarvan sprake is in Jakobus 5. Daarbij is volgens hen een belangrijke rol weggelegd voor de christelijke gemeente: er kan een heelmakende werking uitgaan van de eredienst (de verkondiging van Gods Woord, de liederen, de gebeden en als er een werkelijke ontmoeting met God en met elkaar beleefd wordt), van het gemeenteleven ­(het opgenomen zijn in een levende gemeenschap) en van de dienst aan mensen die ziek zijn of lijden. Voorzichtig stellen de schrijvers de vraag: 'Zouden we aan bijbelse handelingen, zoals het gebruik van zalfolie en de handoplegging, niet meer ruimte behoren te geven?' Ik las dit boek met veel belangstelling. Toch zijn er bij mij veel vragen overgebleven. Is de sprong van waarzeggerij en toverij (Deut. 18) naar alternatieve geneeswijzen niet erg direct en veel te groot? Waarzeggerij en toverij was in het Oude Testament verbonden met de heidense religie en dat is bij alternatieve geneeswijzen lang niet altijd het geval. Is het juist de 'verborgen dingen' in Deut. 29 te betrekken op de verborgen krachten die er in de schepping kunnen zijn? Waarom is het niet mogelijk dat mensen bijzondere gaven hebben, waarvan ze een goed gebruik maken zonder dat ze op het gebied komen van het boze of de boze? De schrijvers halen prof. Douma aan, die meent dat God gaven in de natuur gelegd heeft waarvan wij gebruik mogen maken, maar weerleggen hem niet. Hetzelfde geldt voor Voetius, die sprak van magia bona (goede gaven die God in de natuur heeft gelegd en waarmee mensen soms wondere dingen kunnen doen) en magia superstitiosa (bijgelovige toverij), die af te wijzen is. Ik weet best dat er op het terrein van de alternatieve geneeswijzen heel wat gevaren zijn. Die aan te wijzen is nodig en goed. Maar is de gedachte van prof. K. Schilder zo verkeerd: 'Alles wat op het terrein van het zogenaamde verborgen leven ligt, is, voor zover het zich bedient van in Gods schepping aanwezige mogelijkheden, een heel gewoon gebruik maken van wat God in de schepping heeft gelegd?' Is het waar dat iemand van het bezoek aan een magnetiseur genezen vandaan kan komen maar voortaan met een sterke seksuele onreinheid of geldgierigheid door het leven moet? Ik weet niet waar de schrijvers het vandaan halen, dat bezoekers van occulte genezers gevaar lopen besmet te raken met concrete zonden als gierigheid, (alcohol)verslaving, hoogmoed, ongeremde seksualiteit, vloekdwang e.d. Ze trekken een aantal lijnen m.i. te zwart-wit. De sterke kant van het boek is dat het waarschuwt tegen alternatieve geneeswijzen die duidelijk verbonden zijn met de geestenwereld of met kosmische energieën. De zwakke zijde is m.i. dat het geen oog heeft voor gaven die God in de schepping gelegd zou kunnen hebben, waarvan mensen, ten dienste van de naaste, gebruik zouden kunnen maken. Of dat God in Zijn algemene genade mensen gaven zou kunnen geven, die ten dienste van de naaste kunnen worden gebruikt. Ik denk dat het best goed is daar nog eens over na te denken.
H. Veldhuizen, Zoetermeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's