De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Uit Ecclesia (Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge) liet volgende van de hand van ds. D. van Heyst (Ommen) over 'Dr. Kohlbrugges "schedel"-preek en ds. Hoeks vertolking'.

'Daarom, wanneer ik sterf – ik sterf echter niet meer – en iemand mijn schedel vindt, dan moge deze schedel hem nog prediken: ik heb geen ogen, toch aanschouw ik Hem; ik heb geen hersens of verstand, toch omvat ik Hem; ik heb geen lippen, toch kus ik Hem; ik heb geen tong, toch zing ik Hem lof met u allen, die Zijn Naam aanroept; ik ben een harde schedel, toch ben ik geheel zacht geworden en versmolten in Zijn liefde. Ik lig hier buiten op het kerkhof, toch ben ik binnen in het Paradijs. Alle lijden is vergeten! Dat heeft ons Zijn grote liefde gedaan, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha! Amen.'

Deze "schedel"-preek van dr Kohlbrugge – wij zouden haar ook zijn "levenslied" kunnen noemen, waarin hij al zijn geloof, hoop en liefde heeft trachten uit te zingen, – is door onze in 1975 ontslapen vriend en medewerker ds. Hoek in berijmden metrisch Nederlands aldus vertolkt:

Wanneer ik eens gestorven ben –
maar ik zal nimmer sterven –
en iemand vindt mijn schedel dan,
die alle licht moet derven;

dan predike die schedel nog:
ik zie Hem zonder ogen,
ik mis verstand, toch grijp ik Hem,
zal eeuwig Hem verhogen.

Ik heb geen lippen en geen tong,
maar kus Hem, mag Hem loven
met de belijders van Zijn Naam
op aarde en hierboven.

Ik, hard en dood, ben wonderbaar
versmolten in Zijn liefde,
want Hij ging uit naar Golgotha,
waar 't zwaarste leed Hem griefde.

Ik ben hier ver van 't Paradijs,
op sombere dodenakker,
toch leef ik 't volle leven nu;
Zijn liefde riep mij wakker.

Ik ben een dorre schedel slechts,
maar alles trilt van 't leven,
dat Zijne liefde, wonderbaar,
mij, arme, wilde geven.

En alle leed is nu voorbij,
omdat Hij, wreed geslagen,
de vloek van zonde en van dood
voor mij heeft weggedragen.

Met de "schedel"-preek besluit dr. Kohlbrugge zijn leerrede over Joh. 19 : 16b en 17.


In 'Zuid-Afrika nú' stond een lezenswaardig artikel onder de titel 'Naamgeving Afrikaanse plaatsen legt boeiende historie bloot'. Hieruit enkele fragmenten.

'Namen afgeleid van roofdiernamen zijn o.a.: Leeukloof, Leeukop, Luipaardsberg, Luipaardsvlei (vlei = vallei), Tierfontein, Tierhoek, Wolwedraai, Wolwegif, Jakhalspan e.a. Het zou echter misleidend zijn aan te nemen dat deze namen afgeleid zijn van waargenomen dieren. Leeukop heeft zijn naam te danken aan de vorm van een heuvel. Namen van andere wilde dieren vinden we in: Olifantsfontein, Olifantsvlei, Renosterrug, Renosterhoek, Seekoeigat, Seekoeivlei, Kwaggafontein, Kameelkop e.d. Dergelijke vernoemde dieren waren echter veel schaarser (de kwagga, een zebrasoort, is reeds uitgestorven), en vormden geen dagelijkse jachtobjecten, zoals dat wel het geval is bij dierennamen in: Elandskraal, Elandsheuvel, Buffelshoek, Buffelslaagte, Hartebeespoort, Hartebeesfontein, Springbokvlakte, Blesbokfontein, Steenbokkloof, Wildebeesspruit, Wildebeeskuil, Oorbietjiefontein, Koedoesberg, Gensbokfontein, Duikerskloof, Bontbokvlakte, Ribbokfontein en zo meer. Voorts komen ook namen van minder belangrijke dieren in aanmerking: Daspoort, Bobbejaanberg, Apiesrivier, Muizenberg, Haasfontein enz. Muizenberg is overigens niet afgeleid van de muis, maar van de officier Wijnand Willem Muys, die ter plaatse heeft gediend. Tevens komen ook veel vogelnamen voor in plaatsnamen: Volstruisfontein, Kraanvoëlvlei, Pappegaaiberg, Uilkop, Kanarieberg, Loerifontein, Kraaipan, Patrysvlei, Makouvlei, Windvolberg, Mahemspruit, Aasvoëlberg, Tarrentaalkop, Eendekuil, Vinkvlei e.a. Ook reptielen, insekten, en waterdieren zijn vernoemd: Slangfontein, Vishoek, Paddafontein, Baberslaagte, Krokodilrivier, Skilpadkop, Rysmierbult, Otterspruit etc.


Bij de vernoeming van planten zien we hetzelfde als bij de dieren. Als eerste kunnen de verwijzingen naar bomen genoemd worden: Doringbosrivier, Asgaaiboshoek, Karreeboomweg, Taaibosspruit, Naboomspruit, Wilgerivier, Suikerbosrand, Spekboomberg, Melkbosvlei. Tot de kleinere plantensoorten worden o.a. gerekend struiken, waterplanten, grassoorten en bloemen. Plaatsen met die kleinere plantensoorten in hun naam zijn b.v. Palmietfontein, Papkuilfontein, Bamboesberg, RietfonteIn, Kalbaskraal, Gousblomrivier, Knolfontein, Matjesfontein, Uintjieshoek, Braamfontein, Graspan, Biesiepoort, Leliefontein en Blomspruit.


Veel andere plaats- en buurtschapsnamen zijn bodembeschrijvend of geven ligging en vorm van de plaats aan: Kaallaagte, Droëheuvel, Kommetjiesvlakte, Skoortsteenberge, Skurweberge, Sneeuberge, Pramberg, Bloukrans, Buitfontein, Remhoogte, Vaalbank, Donkerhoek, Draaiboek, Mooivlei, Grootvlei, Middelpoort, Moolspruit, Mooirivier, Stilwater, Klipdrif, Bankdrif, Tweekuil, Modderspruit, Modderrivier, Sandfontein, Veertienstrome, Vierentwintigriviere, Koolspruit, Blinkwater, Soetwater, Brakwater, Soutrivier, Kruidfontein, Kromellemboog, Vijfhoek, Tweekamp, Swartklip, Bergvlei e.a.
Veel namen vertellen weinig over de bodem zelf, maar wel over de geschiedenis die er zich vroeger afspeelde. Zo is Sonkwasdrif nog een herinnering aan de Sonkwa's, een Bosjesmanras dat tegenwoordig in Zuid-Afrika zo goed als verdwenen is.
Trompettersdrif en Trompettersbos herinneren aan ontmoetingsplaatsen in de strijd tegen de Bosjesmannen. Vegkop en Bloedrivier vertellen iets over de strijd tegen de "Kaffers" van toen. Soms is het incident, dat aanleiding was tot een naamsgeving, onbelangrijk geweest, met het gevolg dat de historische toespeling nu niet meer duidelijk is, zoals in Oorlogskloof, Ongeluksfontein, Moordenaarskuil, Moordspruit en Bakleiplaas.
De liggig van de plaats, tevredenheid, familiegeschillen, boedelkwesties etc. hebben ook geleid tof naamsgeving, zoals: Welgelege, Welgevonde, Eensgevonde, Nooitgedag, Ongegund, Moedverlore, Spytfontein, Geduldfontein e.a.
Volkshumor is ongetwijfeld verantwoordelijk voor sommige namen: Broekskeur, Gooidie-Hoed, Paddadors, Rondomskrik, Stompoorfontein, Mooimeisiesfontein. Reeds de eerste wachtpost-plekken van Jan van Riebeeck droegen al dergelijk namen zoals: Keert-de-Koe en Houdt-den-Bul. Een dergelijke naamgeving loopt als een rode draad door de Zuidafrikaanse geschiedenis. Een bergachtig gebied dat veel reizigers moeite kostte, kreeg ooit de naam 't Vagèvier-zonder-End (vlak bij Olifantsrivier). Om een soortgelijke reden heeft Louis Trichardt bijvoorbeeld een plaats Verkeerdefontein genoemd. (…)


Bij de inrichting van de prille Nieuwe Republiek In 1884-1885 werd het land verdeeld onder de boeren volgens een bepaalde verdeelsleutel. Daarom komen we namen tegen als: Troostmij, Ongeluk, Goed Geluk, Heeltevreden en Nooit Gedacht. De hoofdstad van de Nieuwe Republiek werd Vrijheid, de betekenis daarachter laat zich denk ik wel raden.
Tot slot zijn natuurlijk ook de in de inleiding aangehaalde plaatsnamen verklaarbaar: Koffiekop betekent dan zoiets als "de donkerbruine bergtop" en Verneukpan kan "Verraderlijke vlakte" betekenen.'

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's