De weg gewezen (1)
'En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in dezelve; als gij zoudt afwijken ter rechter- of ter linkerhand.'Jesaja 30 : 21
Jesaja 30 is een indrukwekkend hoofdstuk. Het gaat daarin over de oordelen van God. Heel ernstige woorden worden er gesproken door de profeet Jesaja. Immers, Juda, bedreigd door Assyrië, zoekt hulp bij Egypte. Een gezantschap is afgereisd om hulp te zoeken bij de vroegere vijand. Want zonder een verstandige coalitie met een sterke bondgenoot worden ze door de machtige Assyriërs weggevaagd. En het lijkt heel doordacht om dan anderen te hulp te roepen.
En die àndere Bondgenoot? De Heere, de God van Israël?! Zouden ze dan niet op Hem vertrouwen? Wordt Hij niet aangeroepen? Hij die dwars door de geschiedenis van het volk Israël heen de rode draad van Zijn trouw had geweven. Was Hij dan niet de enige Redder?! Is er voor Juda geen andere weg dan de gang naar de heidenvolken om hulp?
Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israëls: Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild.' Al die opgewonden, zenuwachtige aktiviteit, al die slinkse diplomatie en verdragen zullen Juda niet kunnen helpen. Ze moeten niet naar zichzèlf kijken, naar hun eigen machteloosheid en kleinheid tegenover Assyrië. Zeker, ze zijn geen partij voor dat machtige volk uit het oosten. Menselijk gesproken walsen die Iegers zo over hen heen. Maar daar moeten ze niet op gericht zijn. Trouwens, ook niet op Egypte als redder. Nee: Bekeren tot de Heere, in stil vertrouwen op Hem leven! Van Hem heil verwachten.
Merkt u, dat zo langzaam maar zeker de blikrichting in de profetie verandert?
Het begint met: 'Wee de kinderen, die afvallen, spreekt de HEERE, om een raadslag fe maken, maar niet uit Mij…'. En je houdt je hart vast bij de ernstige woorden. Want het staat er toch maar, ze zijn een weerspannig volk en leugenachtige kinderen, die des Heeren wet niet horen willen (vs. 9). Maar het blijft niet bij die konstatering. Er wordt vervolgens richting gewezen: in stilheid en vertrouwen ligt je kracht. Steeds verder gaat het: 'En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij…'. Wat een woorden voor zo'n ongehoorzaam volk. Letterlijk kan het vertaald worden met: 'Daarom verlàngt de Heere ernaar om u genadig te zijn'. Het is alsof Jesaja de ogen af wil halen van eigen onmacht en zonde, en ze wil richten op de Heere Die al die tijd wàcht. Zo geven de Statenvertalers het weer.
En dan zou je nog bij wachten kunnen denken aan àfwachten, zonder enige betrokkenheid. Maar dat staat er niet. Er staat letterlijk verlàngend wachten. De Heere wil grààg Zijn volk troosten; Hìj staat gereed tot hulp. Ook al zoekt Juda die hulp elders. Dan verlangt de Heere naar de terugkeer, naar de bekering van Zijn volk. Hoort u dat? Laat zulke woorden maar eens diep in onze ziel neerdalen. Over zulke bijbelwoorden moet u eens nadenken, verder mediteren. Neem daar eens de tijd voor. Want dat is geweldig! De Heere wàcht, op een boos en afkerig volk. De Heere verlàngt ernaar om genadig te zijn. Wat een heerlijke boodschap! Want daarin proef je de mogelijkheid van terugkeer. De Heere is tot redding gereed. Het herinnert ons aan die vader van de verloren zoon.
Hij stond op de uitkijk. Verlangend naar zijn zoon die in eigenwijsheid was weggegaan van vader.
De Heere wacht op Zijn volk. En vergis u niet, dat wordt tegen een zondig en eigenwijs volk gezegd. De Heere wacht op hun omkeer. Trouwens, hoe is dat met ons?!
Met u en jou? De Heere wacht; verlàngt ernaar u genadig te zijn. Hoe lang wacht Hij al op u? Misschien wel trouw kerkganger. Echt meelevend, maar zonder echte omkeer. Zonder een werkelijke terugkeer tot de Heere. Kan het u niet opwekken?! De Heere verlàngt ernaar u genadig te zijn. Hoort u dat goèd? Dit woord is een appèl aan ons adres.
'En daarom zal Hij verhoogd worden opdat Hij Zich over ulieden ontferme.' De Heere zal Zich verheffen tot ontferming. De Heere staat op om te helpen! Hier horen we al het voorspel van wat eeuwen later Stefanus mag zien: 'Ik zie de Zoon des mensen stàànde aan de rechterhand Gods' riep hij stervende. De Heere Jezus, opgestaan om Zich over Zijn getuige te ontfermen. Zo wil de Heere met Zijn volk bezig zijn en bezig blìjven!! Want dan, als het volk zich bekeren zal zal God 'gewisselijk… u genadig zijn op de stem uws geroeps'. Dan zijn er nog wel zorgen en problemen, maar er zullen dan ook leraars komen om te helpen. Dan gaan de ogen van het volk open dat er profeten zijn die getuigen van Gods werk.
Eerst zàgen ze die leraars niet eens. In de voorafgaande hoofdstukken bemerken we dat het volk zò is afgedwaald dat ze gewoon leven zonder profetie. Zonder Gods woorden.
Maar als ze de Heere aanroepen en Hij zal antwoorden, dan krijgen ze de weg gewezen. 'En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in dezelven; als gij zoudt afwijken ter rechter- of ter linkerhand.'
C.H. Bax, Emmeloord
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1993
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1993
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's