De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woord en Geest (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord en Geest (6)

10 minuten leestijd

Met name in de laatste twee artikelen heb ik aangetoond, dat men Woord en Geest wel dient te onderscheiden, doch dat men beide in géén geval mag scheiden.
In het vorige artikel gaf ik reeds een aanzet, hoe er ontsporing plaatsvindt als men Woord en Geest van elkaar scheidt. Ik heb dat toen enigermatie toegepast op de vergeving der zonden. Daarmee wil ik dan nu verder gaan. Er zijn twee ontsporingen die in het pastoraat veelvuldig voorkomen. Om die reden geef ik aan beide ruim aandacht in de hoop dat wij daardoor de koninklijke weg gaan.

Buiten het Evangelie om
't Komt op huis- of ziekenbezoek wel voor, dat men gemeenteleden dingen hoort vertellen waarvan men zich afvraagt: gaan die niet buiten het Evangelie om?
Onlangs sprak ik met iemand over de vergeving der zonden. Een ieder verstaat dat dit een zeer aangelegen zaak is. Immers, een mens kan in zijn leven veel hebben meegemaakt, doch als de vergeving der zonden wordt gemist, staat men nog altijd voor eigen rekening.
De vergeving der zonden mag èn moet dus in het pastoraat ter sprake komen. Het gemeentelid, bij wie ik op bezoek was, vond het zelfs fijn, dat ik daarover begon, want hij had dienaangaande iets bijzonders meegemaakt en hij wilde mij daarvan graag mededeling doen. Het kwam erop neer, dat hij op klaarlichte dag in z'n tuin rechtstreeks van de hemel een boodschap had ontvangen, dat al zijn zonden hem vergeven waren. Toen ik hem vroeg óf het spreken in- en vanuit het Evangelie toch niet meer was, gaf hij een ontkennend antwoord. Hij geloofde er stellig in dat hem al de zonden vergeven waren buiten het Evangelie, dus buiten Christus om.
'k Moet zeggen dat het in zulke gevallen niet meevalt om iemand op de lijn van het Woord d.i. van het Evangelie te brengen. Want iemand mòet van de boodschap buiten het Woord om maar diep overtuigd zijn! In zo'n geval laat men zich echt niet direkt overtuigen, dat men op een verkeerd spoor zit. Daarvoor is van de ambtsdrager veel wijsheid nodig. Beter gezegd: daarvoor is de overtuiging van de Heilige Geest nodig. En de ambtsdrager dan? Van hem wordt veel wijsheid, tact en liefde gevraagd. Op een pastorale manier heeft hij te wijzen op het Evangelie d.i. op Christus.
Hij heeft te wijzen op het gehele Woord! Dit laatste schrijf ik zelfs met enige nadruk. Gezichten, visioenen en een plotseling licht, waarin de vergeving der zonden wordt meegedeeld, komen voor in het pastoraat. Echter… niet zo veelvuldig als een woord uit het Woord dat in de ziel valt.
Plotseling schijnt het alsof de Heilige Geest een woord in de ziel laat vallen. Dat woord heeft de Heilige Geest uit de Schrift genomen en spreekt van de vergeving der zonden. Alleen… dat Schriftwoord gaat buiten Christus om. Het staat geheel los van Hem. Er wordt – om zo te zeggen – alleen een mededeling van de vergeving der zonden gedaan. Deze mededeling wordt dan aan de Heilige Geest toegeschreven.
Over dit alles zou nog veel meer te schrijven zijn. Niet alleen invallende gedachten worden aan de Heilige Geest toegeschreven, doch ook voorkomende gedachten. In de loop der tijden is men zich steeds gedetailleerder gaan uitdrukken. Maar hoe men zich dienaangaande ook uitdrukt, het is een spiritualisering (ver-Geest-elijking) die men in het Woord niet ontmoet. Kort samengevat schrijf ik: er is sprake van spiritualistische dwaling, wanneer Christus en Zijn Evangelie terzijde geschoven blijven.
Om die reden moet in de prediking en in het pastoraat alle accent vallen op Christus en het Evangelie. Immers, de troost van de vergeving der zonden wordt alleen geput uit het Evangelie. Voorts ondervindt men alleen troost in de geloofsvereniging met Christus. Want nooit zal onze last van zonden ons zijn ontbonden, tenzij wij door een levend geloof in Christus worden gevonden.

Oorzaak
Wat is de oorzaak van een spiritualistische ontsporing? Men meent wel, dat de oorzaak hierin gezocht moet worden, dat er een en ander aan de prediking schort. Er zou in de verkondiging een te grote nadruk gelegd worden op het werk van de Heilige Geest. Dit zou dan als gevolg hebben, dat in de prediking meer de christen dan de Christus aandacht krijgt. Wanneer dit werkelijk het geval is, zal iedere prediker zich nauwkeurig moeten onderzoeken òf er ook van hem kan gezegd worden wat er van Filippus staat geschreven: en hij verkondigde hun Christus.
Daarbij maak ik nog een kanttekening! Een overaccentuering van het werk van de Heilige Geest in de verkondiging kan inderdaad tot spiritualistische ontsporingen leiden. Vrijwel overal waar 'te' voor staat, behalve tevreden, is niet goed. Niettemin ben ik van mening dat het werk van de Heilige Geest in de prediking niet mag ontbreken. De verkondiging is maar niet een dorre opsomming van feiten, maar zij is een gebeuren, waarin ook uiteengezet wordt wàt en hóe de Heilige Geest het Woord en met name het vleesgeworden Woord in het hart gestalte doet krijgen. Het werk van de Heilige Geest geeft aan de verkondiging smaak en vooral ook warmte. Het laat ons horen dat het Woord voor ons heel persoonlijk bestemd is.
Natuurlijk behoort het werk van de Heilige Geest wel in een evenwichtige dosering in de prediking aan de orde te komen. Dit zal vaak afhangen van de tekstkeuze. Toch mag en kan het niet gemist worden. Is het aan de orde stellen van de Heilige Geest en Zijn werk in de prediking vaak juist niet datgene wat onze prediking onderscheidt van die van anderen. Dit laatste schrijf ik voorzichtig neer zonder een waarde-oordeel uit te spreken over de prediking in andere sectoren van de kerk.
't Moet gezegd worden, dat de prediking de laatste decennia meer in de lijn van Calvijn ligt dan wellicht vóór die tijd. Toch kan men niet zeggen, dat daarmee het spiritualisme verdwenen is. Deze doperse tendens van het een en ander buiten het Evangelie om, buiten Christus om is nog altijd springlevend. Zelfs heb ik enigszins de indruk dat deze doperse tendens in de afgelopen jaren eerder is toegenomen dan afgenomen. De invloeden van allerlei bewegingen die een plus toekennen aan het werk van de Heilige Geest in ons is groter dan menigeen vermoedt.
Men hoort mij niet zeggen dat wij van allerlei bewegingen buiten de kerk niets kunnen leren. Toch versterken zij doorgaans niet het gereformeerd d.i. het Bijbels denken. En door een sterke overaccentuering van de Heilige Geest neemt een spiritualistische ontsporing eerder toe dan af.
Echter… hierbij valt nog iets op te merken. De doperse neiging van spiritualisme kan men niet altijd toeschrijven aan de verkondiging. Zelfs mag men niet zeggen, dat allerlei bewegingen daarop van invloed zijn. 't Zit ook in ons mensen zelf. Wij willen er maar slecht aan dat de Heere tot ons spreekt vanuit Zijn Woord door Zijn Geest. Er is iets in ons dat altijd uitziet naar het bijzondere. Het gewone is ons te gewoon! Hoe spectaculairder iets is, hoe meer ons dit doorgaans aanspreekt.
Waarom spreekt het spectaculaire (het opzienbarende) ons zo aan? Allereerst, omdat wij ons niet aan God en Zijn Woord willen onderwerpen.
Een tweede reden zou wel eens kunnen zijn, dat wij met het opzienbarende iets 'groots' onder de mensen willen zijn. Wij laten ons graag op de handen dragen. Ook geestelijk zijn wij zeer gesteld op schouderklopjes. Zelfs al zeggen wij als gereformeerden dat dit niet het geval is.
Laat niemand van ons vergeten: het gewone d.i. het spreken van de Heere door Zijn Woord en Geest is reeds buitengewoon. Want niemand zou iets te zeggen hebben als de Heere dat niet deed en ons voor altijd van voor Zijn aangezicht wegdeed. Wij moeten ons derhalve aan het gewone, dat al zo buitengewoon is, houden.

Buiten de Heilige Geest om
In het bovenstaande heb ik ruim aandacht gegeven aan wat er gebeurt als men de Geest losmaakt van het Woord d.i. het Evangelie. Zonder twijfel komt men dan terecht in het spiritualisme. Dat is een klip, die wij moeten zien te omzeilen.
Maar er is nog een andere strik, waarin men terecht kan komen. Men kan evenzeer verstrikt raken in het rationalisme. Wat is het rationalisme? Mijn woordenboek omschrijft het als volgt: 'het systeem van hen die uitsluitend de menselijke rede als enige kenbron huldigen en in geloofszaken slechts dat laten gelden wat men met het verstand kan begrijpen'. In het verband van ons onderwerp stel ik: het rationalisme maakt het Woord los van de Heilige Geest. Wat houdt dat in? Wel, dat is niet zo moeilijk uiteen te zetten. Men zegt dat het Woord des Heeren doorzichtig is voor het verstand. De waarheid in de Schrift geopenbaard is duidelijk voor de ratio d.i. de rede, ook wel het verstand. Deze verstandelijke òf redelijke erkenning van de waarheid noemt men dan geloof.
't Zal ons duidelijk zijn, dat de Heilige Geest hierin geen enkele plaats wordt gegeven. Twee opmerkingen zijn hierbij te maken. De Schrift moge inderdaad doorzichtig en duidelijk zijn, doch zonder de bril van de Heilige Geest zijn wij stekeblind èn voor de doorzichtigheid èn voor de duidelijkheid van de Schrift. Al te zeer vergeet men dat er in het paradijs ook iets met ons verstand is gebeurd. Dat verstand is verdorven! Wie meent dat dit nog precies zo is als vóór de val, vergist zich deerlijk. Wij bidden terecht alvorens de verkondiging plaatsvindt om verlichte ogen des verstands.
Heus, wij weten met ons verstand niet zoveel, maar zeker weten wij van God en Zijn Woord met ons verstand niets. 't Moet ons alles – dus ook de doorzichtigheid en de duidelijkheid – geopenbaard worden.
Dit geschreven hebbend, brengt mij het bij een tweede opmerking. Ik las een prachtige zin: 'naast de openbanng der verborgenheid is er ook een verborgenheid der openbaring'. Dit is een terechte opmerking. 't Wil ons intussen heel wat zeggen. Want het houdt in dat de zin, de diepte en kracht van het Woord niet door ons ontdekt kunnen worden, maar dat het Woord alleen door de Heilige Geest ontsloten wordt.
't Is de Heilige Geest die tot ons in het Woord spreekt. Ook van de Heilige Geest geldt, maar dan met het oog op het Woord: Hij sluit en niemand opent; Hij opent en niemand sluit. Het is de Heilige Geest die het Woordt Gods maakt tot een kracht van de Heere tot zaligheid. Geen mens is daartoe bij machte. Alleen… de Heilige Geest. Maar dan is het niet vreemd als met name bij zijn intrede in een andere plaats de predikant aan de gemeente vraagt om voorbede, opdat God hem de deur des monds zal openen. Terwijl ik dit neerschrijf bedenk ik, dat een predikant dit maar niet alleen bij zijn intrede aan de gemeente moet vragen, doch dat hij die voorbede permanent nodig heeft. Dus: hij mag er steeds om vragen. Steeds opnieuw is de voorganger in de prediking afhankelijk van de voorlichting en onderwijzing van de Geest. Alleen op die wijze kan hij schatten des heils uit de schatkamer van Christus voortbrengen.
(Wordt vervolgd)

G.S.A. de Knegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Woord en Geest (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's