De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De orthodoxie een geestelijk reservoir!?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De orthodoxie een geestelijk reservoir!?

11 minuten leestijd

'Ik heb eens in "Woordwerk" gesuggereerd, dat als er nog hoop is voor het christelijk geloof in de Nederlanden, die in belangrijke mate bestaat in het feit dat er een Gereformeerde Bond is en een heleboel daarachter, ik bedoel de kleine oecumene (de gereformeerde gezindte): het feit dat daar nog altijd de Bijbel wordt gelezen, ook al worden er consequenties uitgetrokken, die ik voor een deel niet meer mee kan maken, maar dat die taal daar nog levend is, en dat dat zich ook uitdrukt in poëzie… De gekke ambivalentie is dat ik zelf in de kerk heel ergens anders sta, helemaal aan de buitenkant meer naar de buitenkerkelijken toe, bij mensen die nauwelijks nog geloven, en tegelijk besef ik dat als dat andere er niet zou zijn als een reservoir, van waaruit de vernieuwing van de kerk mogelijk is, dat we dan wèg zijn.'

Aan het woord is hier de dichter Ad den Besten, in een ook als gehéél boeiend vraaggesprek met Kontekstueel. In het gesprek laat hij verder weten een doorbraak-man te zijn, een christen-socialist dus. Tegen die achtergrond moet o.a. worden gezien zijn opmerking, dat hij de consequenties, die de gereformeerde gezindte uit het lezen van de bijbel trekt, niet kan meemaken. Maar inmiddels laat hij er geen twijfel over bestaan, dat hij vindt, dat de kerk wèg is als de orthodoxie er niet zou zijn. Hij zegt zelfs: 'als het erop aankomt zeg ik: orthodox of niks'. Hij benadrukt daarbij dan vooral ook de piëtistische, zeg de bevindelijke dimensie daarin. Dat gelieve men in ogenschouw te nemen als ik in het hiervolgende de wat belaste aanduiding 'orthodoxie' ook gebruik.

Niet nieuw
Zulke stemmen als die van den Besten zijn niet nieuw. Ze zijn wel telkens verrassend en aandachttrekkend. Als mensen, die niet tot de gereformeerde sector van het kerkelijk leven gerekend (willen) worden, zo nadrukkelijk in positieve zin over die 'orthodoxie' schrijven stemt dat tot nadenken. Recent uitte de heer Heldring (NRC) zich ook op soortgelijke wijze.
Het is mij in de loop der tijd regelmatig overkomen, dat mensen, die politiek links waren of zich in ieder geval in een heel andere hoek van de kerk ophielden, soortgelijke uitspraken deden. Van tijd tot tijd – zo zeiden sommigen zelfs – moest men geestelijk ook 'bijtanken' door een kerkdienst uit de orthodoxe, zeg: bevindelijke hoek bij te wonen. Politiek waren ze links maar geestelijk, en in zekere zin ook theologisch hadden ze sympathie voor rechts. Ik herinner in deze aan ds. M. Groenenberg, ooit visitator generaal van de Hervormde Kerk. Ook deze man, afkomstig uit de rand- of buitenkerkelijkheid en verder één van de zeven doorbraakdominees van de naoorlogse jaren (samen met o.a. Buskes en Miskotte), bekende regelmatig behoefte te hebben aan het bijwonen van kerkdiensten van o. a. zijn Utrechtse collega ds. S. van Dorp. Ik las nog eens het prachtige stuk, dat Groenenberg schreef in 'Beproefde Trouw', uitgegeven bij het vijf en zeventigjarig bestaan van de Gereformeerde Bond. Daarin zegt hij o. a:
De Gereformeerde Bond heeft een sterk bewarende invloed in de kerk. Dat geldt in het bijzonder in onze tijd, nu men veel als 'waardeloos' kwalificeert. Juist nu in de kerk het 'doen' zo hoog staat genoteerd, terwijl wat er wordt gezegd, verkondigd, als onbelangrijk wordt gezien of slechts als toeleiding of toelichting op onze daden, is het belangrijk dat er een groep in onze kerk is, die de gereformeerde noties bewaart en blijft onderstrepen, dat het gaat on de ene Daad, die door Jezus Christus is verricht: de daad van verzoening van alles wat mensen misdeden en -doen. Je kunt heel wat kerkdiensten meemaken, waarin je geen vermoeden krijgt, dat je zondaar bent en daarom een verloren mens, die vergeving en bekering nodig heeft. Zoiets kan je bij de Bond niet overkomen! Nee, het is echt een misverstand van buitenstaanders, als men zegt dat er in dit soort gemeenten slechts hel en verdoemenis wordt gepreekt. Ik weet wel beter en iedereen kan beter weten, als hij de moeite neemt werkelijk te gaan luisteren. Ik meen, dat er zelden zo diep, ik zou bijna willen zeggen met een woord dat in die kringen erg 'in' is: zo innig wordt gesproken over wat Christus is voor verloren mensen en waar zo (weer zo'n uitdrukking) teder de omgang met de Heere wordt voorgeleefd, als daar. Als men daaraan geen kennis heeft (weer zo'n uitdrukking), dan moet men maar liever geen minachtend en veroordelend woord spreken.'
Zo kon ds. Groenenberg ook verontwaardigd reageren op een predikant, die hij ooit hoorde zeggen in een preek, dat in kringen van de Gereformeerde Bond en aanverwante kringen de jeugd de kerk uit werd gejaagd vanwege hel-en-verdoemenis-preken, terwijl de man zelf voor een gehoor van tien mensen stond te preken.


Geluiden als die van Den Besten en Groenenberg hoort men, als gezegd, meer. Met respect, met enig heimwee zelfs spreken ze over de 'orthodoxie'. Ze zeggen zelfs, dat zonder de gereformeerde gezindte de kerk weg is. Maar zelf behoren ze er niet toe. Dat relativeert hun waardering. Het vraagt ook om kennisneming van hun motieven.
Alvorens ik inga op hun positieve waardering op zich – waarbij men zich altijd moet afvragen of die gezien de praktijk, niet al te positief is – probeer ik in het blikveld te krijgen waarom ze toch toeschouwers en geen deelnemers zijn. Ik beperk me nu tot hen, die zich als politiek links bekennen.

Afstand
Voor zover mij bekend hebben in de tijd van de naoorlogse doorbraak – toen confessionelen en socialisten in de politiek doorbraken naar de PvdA – geen gereformeerde bonders zich bekend tot het democratisch socialisme, zoals dat in de naoorlogse jaren in de Partij van de Arbeid gestalte kreeg. Ik denk dat, wanneer dat wèl gebeurd zou zijn, ze ook in eigen kring zwaar onder kritiek zouden hebben gestaan. De doorbraak werd uit confessionele hoek waaronder ook de Gereformeerde Bond, zwaar gekritiseerd. Dat had te maken met het feit, dat men in doorbraakkringen wel wilde weten van het 'Gebot der Stunde', het gebod van het uur, maar niet van de integrale geldigheid van Gods geboden voor het openbare leven, wat tot uitdrukking komt in 'christelijke beginselen.' De doorbraak stond haaks op christelijke beginselen. Daarom werd in brede christelijke kring gevreesd, dat christelijke waarden en normen voor het héle leven bij een partij als de PvdA niet veilig zouden zijn. Dat is in de latere ontwikkelingen ook gebleken. De 'protestants christelijke werkgemeenschap' bijvoorbeeld heeft binnen de PvdA geen echte invloed gehad. Velen van hen, die daartoe behoorden, hebben zich later zelfs ook teleurgesteld van de PvdA afgewend.


Bij alle waardering nu, die doorbraakmensen als Den Besten en Groenenberg hadden of hebben voor de rechterflank binnen de kerken, met name ook binnen de Hervormde Kerk, waartoe ze zelf beho(o)r(d)en, het is hen daar toch te benauwd, niet eigentijds genoeg, niet genoeg gericht op de grote problemen van vandaag. Ik zwijg er nu over dat ze eigentijdse moderne normen en ontwikkelingen gemakkelijker accepteren. Ik zwijg er ook over, dat, bij dieper doorpraten, zeer wezenlijke theologische verschillen aan de dag treden – met name over de interpretatie van de Schrift – maar, als ik hen, als de beste vertegenwoordigers van een stroming ernstig neem vanwege hun positieve waardering van de rechterflank, moeten we ons ook afvragen waarom hun waardering slechts 'ten dele' is. Dan moet in alle eerlijkheid worden gezegd dat ze, als het erop aankomt, in bepaalde opzichten, met betrekking tot de visie op staat en maatschappij in het geheel van de sociale verhoudingen, accenten missen, of aandacht voor zaken, die voor hen even wezenlijk tot het hart van het christelijk geloof behoren als die zaken, waar men in de gereformeerde sector voor staan wil.


Misschien is hun kritiek daarin nog het best te concentreren op de gerechtigheid. De sociale gerechtigheid is niet minder van belang als de rechtvaardiging van de goddeloze. Men mist bij ons, omdat zozeer de nadruk wordt gelegd op persoonlijke doorleving van 'zonde en genade', de rechte aandacht voor onrecht en recht in de samenlevingsverbanden. Maatschappelijk maken we verkeerde keuzen. Men zucht in de rechterflank wel om eigen zonde maar niet om het onrecht in de wereld. Bevrijding wordt wel ervaren en gezocht in de vergeving der zonden maar niet in herstel van geschonden verhoudingen in de wereld. Dáárom blijft hun sympathie in bepaalde opzichten afstandelijk. Waarom lezen we noodzaak van recht en gerechtigheid in de wereld ook niet af uit dezelfde Schrift als waaruit we de rechtvaardiging van de goddeloze aflezen?


Ik kan mij bij dit alles wel iets voorstellen. De passie om lijden en onrecht in de wereld ligt niet vooráán in 'onze' beleveningswereld. Ik heb er dan ook geen moeite mee ons van die zijde een spiegel te laten voorhouden, zeker als ik besef, dat er hier en daar (her en der) binnen de Gereformeerde Gezindte zelfs te signaleren is een verholen sympathie voor liberale opvattingen. Nee, niet als het er echt op áánkomt. Dan vallen ook de liberalen onder de kritiek, die de PvdA ondervindt, namelijk het niet integraal willen eerbiedigen van bijbelse normen en waarden, bijvoorbeeld op het terrein van de ethiek. Maar de vraag is hoe het zit met 'heimelijke' sympathie wanneer bezitsvragen in het blikveld komen.
Het is bovendien inderdaad een feit, dat 'onder ons' zonde en genade zodanig primaat hebben, dat aandacht voor recht en onrecht onder de mensen daarbij vaak in de schaduw staat. Wij spreken dienaangaande meer in bijzinnetjes.

Spiegel
Maar dan nu hun waardering. We moeten ons goed realiseren, dat geuite waardering vóór en zelfs een zekere heimwee naar het kerkelijk leven ter rechter zijde, die mensen als Den Besten en Groenenberg tonen, wel alles en vooral te maken hebben met wat zij daar als de echte spiritualiteit zien. Altijd weer vallen dan noties als bevinding, vreze des Heeren, verborgen omgang met God. Daar gáát het ook om. Het ìs dan ook het meest wezenlijke als buitenstaanders dàt, dat gééstelijk léven inderdaad waarnemen. Maar ook hier geldt: verwerf het om het te bezitten! De naam hebben bevindelijk te zijn betekent nog niet daadwerkelijke beoefening. Er kunnen dogmatische verhardingen of confessionele verscherpingen plaatsvinden, die ten koste gaan van de vreze des Heeren, wat ook tot uiting komt in de omgang met elkaar. Er kan ook in het algemeen een verobjectivering van waarheden plaatsvinden, waardoor ook het bevindelijke leven verbleekt. En de wereldgelijkvormigheid kan ook toeslaan. Daarom heb ik de neiging om meer getemperd te spreken dan buitenstaanders soms doen.


Maar het is uiteindelijk ook niet de praktijk zelve, die hier de doorslag geeft of uiteindelijk mag geven. Genoemde 'buitenstaanders' herinneren ons in feite aan de verschuldigde eerbied voor het Woord, die we met de mond belijden en dan hopelijk metterdaad beoefenen. Het is intussen mijn diepste overtuiging dat, waar ècht in de vreze des Heeren, in de verborgen omgang met God wordt geleefd, de gebrokenheid van het ganse leven, persoonlijk en in de wereld, als schuld voor Gods Aangezicht wordt beleefd. En ook, dat zulk een levenshouding met zich meebrengt hunkering naar recht en gerechtigheid in alle dingeh, uitlopend op hunkering naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, naar de nieuwe dag, waarop alle tranen van de Ogen zullen zijn gewist, als God alles zal zijn in allen.


Het beste wat Den Besten zegt is dan ook: 'de Bijbel wordt er nog gelezen'. Als dat waar is, en het is waar – hoewel ook in de gereformeerde gezindte aan slijtage en gewenning onderhevig – dàn zijn inderdaad ook de voorwaarden geschapen om het rechte geestelijke leven te wekken en te versterken. Onze tijd is wel vol van spiritualiteit enerzijds en van actie ('doen') anderzijds, maar als de Bijbel daarbij niet open ligt is het ijdel vertoon. Alleen díé spiritualiteit mag naam hebben, die door de Schriften wordt gevoed. En alleen díé daad mag christelijk heten, die bepaald wordt door navolging van Christus, ons in het Woord geopenbaard. En die is levensomvattend.
Daarom zal rechte vernieuwing van het kerkelijke leven, waarvoor dan, zoals wordt betoogd, de rechterflank niet kan worden gemist, alleen mogelijk zijn wanneer gebogen wordt voor de majesteit van het Woord. Alleen wie voor het Woord leert beven, zal aan dat Woord, als aan geen ander geschrift, horig willen zijn in het persoonlijke leven en in de bredere levensverbanden. Spreek Heere, Uw knecht hoort. Leer ons sámen àlle woorden van Uw Woord ernstig nemen.
Ooit sprak prof. dr. A.A. Van Ruler óók over de hervormd gereformeerde sector als 'een reservoir van geestelijke krachten'. Als dat voor de gereformeerde sector in de bredere zin van het woord zo is, dan is dat waar voorzover ze, door Gods genade, het Woord ernstig blijft nemen. Maar zo is het niet alleen voor die gezindte waar. De eeuwigheid zal dan ook openbaren hoe breed der kring der heiligen hier op aarde was en wat we intussen hier vergeten hebben van elkaar te leren.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De orthodoxie een geestelijk reservoir!?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's