De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Om een staat met de Bijbel'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Om een staat met de Bijbel'

1918-1993

12 minuten leestijd

Onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Staatkundig Gereformeerde Partij verscheen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de partij een kloek boek onder de titel 'Van goedertierenheid en trouw'. Het is niet alleen een kloek, rijk geïllustreerd en voornaam uitgegeven boek geworden, maar vooral ook een eerlijk boek. De geschiedenis van de SGP, die na het opgaan van ARP, CHU en KVP in het CDA, de oudste christelijke partij mag worden genoemd in Nederland, wordt eerlijk tot in details opengelegd en beoordeeld. Uiteraard krijgen de vele positieve zaken alle aandacht, maar verder wordt niets toegedekt of verzwegen.

In het kader van één artikel is het onmogelijk recht te doen aan de hele inhoud van een zo geschakeerd boek. Het kan ook niet onze bedoeling zijn in discussie te treden over bepaalde principia of ook hete hangijzers. We willen hier slechts enkele hoofdmomenten en saillante punten aanreiken, met name uit die bijdragen, die het principiële gedachtengoed van de SGP in het blikveld brengen. Het zou overigens de moeite waard zijn, afzonderlijk aandacht te geven aan het doorwrochte artikel – méér dan actueel – 'Recht in beweging' van mr. G. Holdijk of aan de bijdrage van dr. J. Doornebal 'Om den brode' (over de sociale paragraaf), terwijl uit de bijdrage van drs. M. de Bruyne, die inzake het optreden van de kamerleden het inhoudelijke en het anecdotische boeiend weet te vervlechten, ook breed geciteerd zou kunnen worden. Ook 'Onze taak in Straatsburg' (dr. J. Verboom) verdient aandacht. Maar we beperken ons tot de hoofdlijn.

Beginselpolitiek
De SGP staat voor schriftuurlijk gebonden beginselpolitiek, zegt partijvoorzitter drs. W.Chr. Hovius in een Ten Geleide.
In het openingsartikel van drs. J. Mulder 'Het bestaan en voortbestaan van de SGP', wordt dienaangaande een overzichtelijk doorkijkje gegeven. Bij de oprichting van de partij in 1917 toonde ds. G.H. Kersten zich meer anti-revolutionair dan contra-revolutionair. Hij streefde naar 'handhaving van de zuivere antirevolutionaire beginselen', die de ARP – vooral na haar verbond met 'Rome' – steeds meer hadden verlaten. Kersten voelde zelfs wel voor de naam 'Vrije Antirevolutionaire Partij'. In die tijd zocht Kersten, 'op zoek naar een eigen politieke gestalte', intussen wèl naar een aantal onderwerpen, die onrust verwekten in de ARP-kring, zoals verzekering, vaccinatie, vrouwenkiesrecht en sociale wetgeving.
Artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis – waarop de S.G.P. haar principe baseert – kwam pas in een later stadium naar voren en leidde op den duur tot een verschil van visie met de ARP op de aard en de omvang van de overheidstaak.
W. Fieret zegt in zijn lezenswaardige bijdrage in de bundel ook dat aanvankelijk bij Kersten overeenkomsten met de ARP de, boventoon, voerden.
Overigens gaat Mulder in zijn bijdrage in de (historische) 'fout' als hij de benaming 'bevindelijk-gereformeerden', door dr. C.S.L. Janse geïntroduceerd in de tachtiger jaren, van toepassing verklaart op de achterban van de SGP bij de oprichting. Bezwaar tegen de benaming op zich is, dat de bevinding geen groepsgebeuren is, laat staan een politiek groepsgebeuren, maar bovendien verabsoluteert Mulder de SGP-aanhang, ook in die tijd, tot bevindelijk-gereformeerden.


Uiteraard nam artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis in de geschiedenis van de S.G.P. een belangrijke plaats in. Maar pas in 1958 werd in het beginselprogram expliciet naar artikel 36 verwezen.
Her en der in het boek komen ook verschillen in visie aan de orde op de betekenis van artikel 36 voor de politiek met leidinggevende personen in de Gereformeerde Bond, die tot de A.R.P. behoorden. Dat geldt dan met name prof. dr. J. Severijn, die in de politiek ook mee liet spreken 'de zedelijke draagkracht van het volk' (op grond van Hand. 15 : 10) en prof. dr. H. Visscher. Visscher leek overigens na de oprichting van zijn Christelijk Nationale Actie in de dertiger jaren even langszij Kersten te komen, maar haakte af met een brief eindigend met 'basta', omdat het 'met de SGP zoo niet kan voortgaan'; waarin ds. I. Kievit het met hem eens was.

Oorlogsjaren
Niets blijft in dit boek, zeiden we al, ongenoemd. Zeer uitvoerig gaat Mulder bijvoorbeeld in op de positie, die de SGP vóór en ìn de oorlogsjaren innam ten opzichte van het Nationaal Socialisme. Als het gaat om de kwalijke ontwikkelingen bij De Banier, met haar nationaal-socialistische redacteur A. Kaptein, is de bijdrage van Mulder duidelijk. Gaat het om de positie van voorman Kersten, dan is Mulder ingehoudener. Ds. Kersten, zegt hij, waarschuwde tegen de gevaren van het Nationaal Socialisme, 'van Rome vreesde hij echter het grootste gevaar'. Mulder laat de vraag open of aan Kersten, bij de zuivering na de oorlog, voldoende recht is gedaan in de beoordeling van 'zijn religieuze overtuiging en de daaruit voortvloeiende houding, namelijk buigen onder de oordelen Gods'. De vraag stellen is immers haar beantwoorden.


Dr. W. Fieret, die in een bijdrage 'Om het beginsel in het isolement' méér een dieptepeiling geeft van de geschiedenis van de SGP dan Mulder doet, gaat ten aanzien van zijn beoordeling van deze zaak ook een stap verder. Hij meent dat Kersten, in zijn waarschuwen voor de gevaren van het Nationaal Socialisme, deze beweging op één lijn zag met liberalisme en socialisme, die beide ook miskenden het gezag van God en wortelden in de grondslag van de Franse Revolutie. 'Dit uitgangspunt beperkte het zicht op het specifieke gevaar van de nazi-ideologie', voegt hij echter veelzeggend toe. Eveneens verklaarde Kersten de wassende aanhang van de NSB in de dertiger jaren als reactie op de 'futloosheid' in de politiek.
In 1946 – zo meldt overigens Mulder in zijn bijdrage – kwamen twee afgevaardigden van de kiesvereniging Amsterdam (G.C. Grünbauer en E. de Koning) op de 'vertrouwensvergadering' om te spreken over het optreden van ds. Kersten in de oorlog en over 'De Banierkwestie'. Zij achtten ds. Kersten pro-Duits en eisten dat zijn artikelen werden teruggenomen.


Het openleggen van de geschiedenis heeft altijd pijnlijke kanten, zeker waar het schaduwzijden van grote voormannen betreft. Het is overigens niet verwonderlijk, dat pas veertig (!) jaar na datum de zaken, waarom het ging, open en bloot worden behandeld. Dr. W. Fieret heeft daartoe in zijn eerder verschenen proefschrift ook een duidelijke aanzet gegeven.

Theocratie
Sterk boeide mij in dit boek de bijdrage van L.M.P. Scholten, 'Om een staat met de Bijbel', al wil ik de overige scribenten bepaald niet ten achter stellen. Scholten gaat echter grondig in op de grondslag van de S.G.P. en de interpretatie daarvan, vanaf de oprichting tot in het heden. In zijn bijdrage wordt melding gemaakt van het feit, dat de SGP pas in 1958 artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis in haar beginselprogram opnam.
Welke staatsvorm staat de SGP voor? In dit verband gaat Scholten uitvoerig in op het begrip theocratie. Hij stelt dat vooral de publicaties van ds. H.G. Abma dit woord ingang deden vinden in het SGP-spraakgebruik en citeert dan Abma uit De Banier (1974):
'Ik wil de theocratie heel duidelijk funderen in de aanhef van de Tien Woorden… Daarin openbaart de Heere Zich als de Regeerder, Die gezag heeft over ons doen en laten. Omdat Hij de volstrekt Enige is, betaamt het alle mensen, hetzij privé en persoonlijk, hetzij in allerhande samenlevingsverbanden als gemeente, gezin, groep, vereniging, staat, de geboden van de Allerhoogste te onderhouden'.

In de beginperiode van de SGP werd geen poging gedaan om 'de eigen politie gezindteeen bepaalde term te geven als theocratie of bibliocratie'. Kersten distantieerde zich zelfs van het woord theocratie, 'aangezien dat gebruikt werd om de SGP een beschuldigend etiket op te plakken'.


In dit verband is de wijze waarop Scholten aandacht geeft aan wijlen ds. H.G. Abma, die de laatste decennia als lid van de Tweede en Eerste Kamer en als partijvoorzitter spraakmakend is geweest, bepaald royaal te achten, zeker gezien de kritiek, die Abma vanuit een bepaalde flank ondervond. Met Abma – aldus Scholten – kwam er in de Tweede Kamer een nieuwe toonzetting van het SGP-geluid. Hij citeert hem uit de algemene beschouwingen eind 1972:
'Mijnheer de Voorzitter! Ten slotte wil ik nog een opmerking maken over onze politieke opstelling, als ik het zo eens mag noemen. De Staatkundig Gereformeerde Partij wordt vaak gezien als een zedenmeester – al eerder op deze avond is dit woord gevallen – die met Gods Woord in de hand de volksvertegenwoordiging en de bevolking de les leest. Wij mogen ons daaraan niet onttrekken als dit nodig is. Ik wil nadrukkelijk stellen – ik stel het op prijs dit voor de komende weken uit te spreken – dat wij ons aan de andere kant willen opstellen, naast, in het midden van en tussen degenen, die door de kritiek van het Woord van God worden bestreken. Wij zelf moeten daarvoor ook buigen en ons die kritiek laten welgevallen. Maatschappijkritiek is tegenwoordig aan de orde van de dag. Zij moet dan echter wel over de gehele linie worden geuit. Als ik het heb over de kritiek vanuit het Woord Gods – daaronder vallen wij zelf als critici ook – dan is het niet de bedoeling dat wij het Woord laten zeggen wat wij zelf graag willen horen, en bevestigd willen zien wat wij voorstaan, maar dat wij het Woord laten zeggen wat het zelf zegt en bedoelt. Derhalve willen wij ons tussen, in het midden en naast ieder opstellen. Onze bedoeling is dat wij te zamen luisteren en bedoelde kritiek ter harte nemen. Dan worden wij niet gebracht onder een bloeiende kersenboom, met vele beloften. Die bloesems vallen voor een groot deel en als de nachtvorst van de inflatie erover gaat, komt er vaak van de vrucht helemaal niets terecht. Wij willen ons richten op dat Woord, dat rijke en betrouwbare beloften biedt voor al degenen, die zich aan dat Woord willen onderwerpen.

Een nieuwe toonzetting, maar – aldus Scholten – 'het was wel een nieuwe toonzetting, waardoor de SGP weer aan het Woord kwam in de geheel nieuwe situatie, die als gevolg van de turbulente omwenteling van de jaren zestig was ontstaan'. En – zegt Scholten erbij – wat Abma hier aangaf 'was bepaald niet in tegenspraak met het grondbeginsel van de SGP. het ijveren voor een staat met de Bijbel' (curs. van mij, v.d.G.).
Het werk van Abma was omstreden, zegt Scholten, omdat men er 'waarschijnlijk wel terecht' een theologische verworteling in bespeurde, die in SGP-kringen bepaald geen gemeengoed was' (in een noot wordt hier uitvoerig ingegaan op de theocratische visie van prof. dr. A.A. van Ruler). 'Maar de wijze van getuigen en beginselpolitiek bedrijven zoals hij in bovenstaande woorden heeft aangegeven, is vruchtbaar gebleken in de arbeid van de SGP-afgevaardigden, zowel in de Haagse als in provincie en gemeente'. Ik citeer nu letterlijk:
'Het (die nieuwe toonzetting, v.d.G.) is "eis des beginsels" in een tijdperk waarin de kille bries van de volstrekte ontkerstening het politieke klimaat in Nederland meer en meer is gaan bepalen. Zo al niet ooit, dan is nu wel geboden, de oproep aan de overheid naar artikel 36, om vorm te geven aan een staat met de Bijbel door als Gods dienares voor de naleving van Gods wet door de burgers zorg te dragen, in te bedden in een bewogen appèl op die medeburgers om hen in die weg tot nadenken, andere overtuiging en vrijwillige betrachting van die wet te brengen.'
De bijdrage van Scholten is niets minder dan een hommage aan de man, die aan zijn optreden, zijn markante stijl en zijn diepzinnige gedachten wel enige kleerscheuren overhield, maar die als devies had, dat we moeten veranderen om dezelfde te blijven. Dr. C.S.L. Janse sprak (in negatieve zin) van een 'koersverlegging' bij Abma. Scholten houdt het (in positieve zin) op een andere 'toonzetting'.


Intussen liet Scholten hier de woorden 'staat met de Bijbel' vallen. 'Om een staat met de Bijbel' heet zijn bijdrage. Dat was ook de titel van een geschrift van dr. Ph.J. Hoedemaker aan het eind van de vorige eeuw, met wie overigens Van Ruler zich in zijn theocratische gedachte verwant wist.
Soms valt veel te vermoeden achter kleine zinnetjes, terloops neergeschreven. 'Terloops' merkt Scholten namelijk op, dat ds. Kersten in zijn partijrede van 1917 enkele malen met instemming Hoedemaker citeerde. Zou de verwantschap met theocraten als Hoedemaker en Van Ruler binnen de SGP toch (latent) dieper zijn dan critici (vooral van de laatste jaren) toe willen geven?
'Om een staat met de Bijbel'. Als daarover wordt verder gedacht, liggen overigens kerk èn staat (beide) in het blikveld, in een onopgeefbare wisselwerking.

Besluit
Ik sluit deze bespreking af. Veel bleef ongenoemd. De bijdragen van dr. W. Fieret en van ir. B.J. van der Vlies met name zouden ook nog een bredere behandeling verdienen, vooral ook met betrekking tot de 'veranderende achterban'.
Aan de orde komt in dit boek de taaie onverzettelijkheid van een calvinistisch volksdeel als het gaat om de heerschappij van Gods Woord over staat en maatschappij. Onderbelicht blijft de schrijnende kerkelijke verdeeldheid, die echter doorwerking van artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis ernstig belemmert.
Vandaag staat de SGP als geen andere partij in de schijnwerpers, vanwege de discussie over de plaats van de vrouw in de politiek. Die discussie werd in de twintiger jaren al gevoerd. Hier en daar wordt de kwestie in dit boek aangestipt maar niet behandeld. Hier en daar vindt men nu ook aanscherping van zaken, die vroeger opener lagen. Dat maakt een boek als het onderhavige ook duidelijk.


Moge deze partij, samen met anderen, iets zichtbaar maken van de heilzame uitwerking van gehoorzaamheid aan het woord Gods in een politieke situatie, die 'dramatisch aan het veranderen is' (Scholten).
De vraag ligt vandaag op tafel of de S.G.P. nog inderdaad een partij wil zijn, die zich tot het hele volk richt met het integrale getuigenis van Gods Woord. Of kiest zij voor het isolement? In de discussies over de plaats van de vrouw klinkt het verwijt (ds. K. de Gier e.a.), dat er doperse tendensen zijn in de nu uitgezette koers. Theocratisch besef (ik houd het volgaarne op dit woord) verdráágt geen isolement. Staat de S.G.P. vandaag wat dit betreft misschien op een beslissend keerpunt? Een cruciale periode is het zeker.

J. van der Graaf

N.a.v. drs. W.Chr. Hovius e.a., Van goedertierenheid en trouw, uitgave SGP/Den Hertog, Houten, 356 pag., ƒ 49,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Om een staat met de Bijbel'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's