Woord èn Geest (7)
De rationalisten (mensen die de rede centraal stellen) maken het Woord los van de Heilige Geest en Zijn werk. Met de verkondiging van het werk des Geestes kunnen zij geen kant op. Naar hun mening leidt deze verkondiging tot geestdrijverij. Een spiritualisme dat nergens toe leidt dan alleen maar tot uitwassen.
Zij krijgen wat mij betreft geen ongelijk, wanneer inderdaad het werk van de Geest in de verkondiging wordt losgemaakt van het Woord. De uitwassen daarvan waren in het verleden, doch zijn ook in het heden aan te tonen.
Toch gaan de rationalisten te ver als zij menen dat over het werk des Geestes niet gesproken zou mogen worden als zouden wij dit werk in ons leven niet nodig hebben. Op die wijze wordt niet alleen het Woord te kort gedaan, maar ook het broodnodige werk van de Geest miskend.
Uit dit alles kunnen wij opmaken dat wij zowel rechts als links uit de bocht kunnen vliegen. Maar aan welke zijde men er ook uitvliegt, men stort altijd in een ravijn. Anders gezegd: men gaat dwalen met als gevolg dat men verdwaalt.
Woord en Geest móeten wij derhalve maar zo dicht mogelijk bij elkaar houden.
De Heilige Geest ontsluit
In de verkondiging kan het werk van de Heilige Geest niet gemist worden. Alleen als het Woord Gods door de Geest wordt ontsloten, gaat het getuigenis Gods voor ons leven. Wanneer het Woord door de Geest opengaat, wordt het voor ons een kracht van God tot zaligheid.
Met name de apostel Paulus was hiervan bijzonder overtuigd. Sterk drong hij op de voorbede van de gemeente aan, opdat God hem de deur des Woords opende. Zelf was Paulus daartoe niet in staat. Ook beschikte hij niet over de sleutel waarmee de deur van het Woord geopend kon worden. Hij moest die sleutel ontvangen. Met andere woorden: de Heilige Geest moest de deur van het Woord openen. In zijn verkondiging was de apostel volslagen afhankelijk van de voorlichting en onderwijzing van de Heilige Geest om op de rechte manier de schatten des heils uit de schatkamer van Christus voort te brengen tot opbouw van het lichaam van Christus.
De deur des Woords móet geopend worden! Dat was nu bijna tweeduizend jaar geleden het geval, doch dat is in onze tijd evenzeer nodig.
't Komt wel voor, dat er over de prediking wordt geklaagd. Men zegt: 'wij hebben er zo weinig aan; het doet ons zo weinig; het spreekt ons helemaal niet aan'.
Bij deze klacht wil ik twee opmerkingen maken. Dat men er weinig aan heeft kan aan de prediking van de prediker liggen. Het kan zijn dat hij aan de verkondiging weinig tijd heeft besteed. Dit laatste is op de kansel altijd te merken. Wij moeten maar niet vergeten dat het voorbereiden van een preek veel tijd vergt. 't Houdt wel iets meer in dan alleen maar even nazien in welk verband een tekst staat of hoe een tekst filologisch (taalkundig) in elkaar zit. Bij die voorbereiding kan men het werk van de Heilige Geest niet missen. Dat houdt wel in dat men de Heilige Geest óók de tijd moet gunnen om Zich met de voorbereiding te kunnen bezighouden. Het kon wel eens zijn dat de tred van de Heilige Geest de haast van de voorbereiding niet bij kan houden.
Toch schrijf ik ook in dit verband als tweede opmerking: onderschat de voorbede niet! Wordt er door de gemeente wel altijd zo dringend gebeden dat God de deur van Zijn Woord zal openen? Wie dit niet doet, moet niet al te snel klagen over de verkondiging. Veeleer dient men toch zichzelf in te keren en zich aan te klagen bij de Heere. Werkelijk, er zou meer vrucht op de bediening van het Woord zijn als het gebed, waarom Paulus aan de gemeente van Colosse vroeg, in onze gemeenten werd gevonden. Op zo'n gebed – in alle afhankelijkheid gedaan – gééft de Heere wat van Hem verlangd wordt. Want ook dit is waar… de Heere geeft graag, waarom gesmeekt wordt. Hij wordt van uitdelen niet armer en van inhouden niet rijker.
Zowel een gedegen voorbereiding van de prediking als het gebed van de gemeente opdat God de deur des monds zal openen kunnen niet gemist worden.
Vrijmacht van de Geest
't Zal ons intussen wel duidelijk zijn dat de Heilige Geest het Woord ontsluit. Daarmee is niet gezegd, dat de Heilige Geest altijd het gehele Woord direkt opent.
In het pastoraat gebeurt het wel, dat jongeren of ouderen zeggen, dat zij aan een bepaald gedeelte van de preek veel hebben gehad. Ook zijn er wel mensen die in één woord van de Schrift meer gezien hebben dan anders in heel de Bijbel. Bunyan is onder andere een van hen die dit ondervonden hebben.
Het behoort tot de vrijmacht van de Heilige Geest om zoveel licht over een Schriftwoord te geven als Hij wil. Maar in welke mate dat licht ook is, het is altijd goed en groot. Want alles wat door Hem wordt gewerkt is groot en goed. En zeker van het werk des Geestes geldt: 'niet het vele is alleen maar goed, maar het goede is veel'. Hoe het ook zij: vol is vol en het werk van de Geest is altijd vol.
Met alles wat van de Geest in ons leven komt, mogen wij blij en dankbaar zijn. Want de Geest neemt het immers uit Christus en Zijn volbracht werk. Wie zou om dit alles niet blij zijn? Steeds opnieuw mag dankbaarheid het hart vervullen als de Heilige Geest de deur van het Woord ontsluit. Met name dan als Hij al het licht op Christus laat vallen. Want wij moeten er maar opletten dat de Geest altijd naar Christus heenwijst als Hij de deur van het Woord opent. Altijd is Hij bezig Christus te verheerlijken door heel de Schrift heen.
Gesloten voor een tijd
Nu iets anders! De Heilige Geest ontsluit het Woord! Kan het ook zijn dat de Heilige Geest een tijdlang het Woord gesloten houdt?
Die mogelijkheid zou ik inderdaad niet willen uitsluiten. Het kan zelfs zo zijn dat de Heilige Geest de plasregens van het Evangelie doet ophouden, zodat er helemaal niet meer gesproken kan worden over het openen van de deur des Woords. In dit verband worden de zeven gemeenten uit Klein-Azië ons als een waarschuwend voorbeeld voorgehouden. Maarten Luther zei van het ophouden van de plasregens van het Evangelie: weg is weg.
Ik denk niet te mogen zeggen, dat in ons land de plasregens van het Evangelie zijn opgehouden. Zó wordt wel eens gesuggereerd alsof de Heere helemaal van ons zou wegtrekken. Men concludeert dit hieruit dat er onder ons vrijwel geen bediening des Geestes is.
Persoonlijk ben ik met zo'n conclusie uitermate voorzichtig. Ik ben zelfs stellig van mening dat dit niet het geval is.
Wel denk ik dat de Heilige Geest de deur des Woords voor een tijd gesloten kan houden zowel in het persoonlijk als in het gemeentelijk leven.
Wat kan er een bedroeven van de Heilige Geest zijn doordat men als gemeente maar raak leeft. Men meent: alles kan en mag. De betekenis van het woord 'heilig' d.i. 'afgezonderd van de wereld' weet men niet meer. En als men de betekenis niet meer weet, wat komt er dan terecht van de praxis pietaties (de praktijk der Godzaligheid). Wij moeten maar niet vergeten: de Heere hééft een heilig volk. Maar wanneer dat volk op een onheilige manier leeft, kan Hij de deur van het Woord gesloten houden.
Wat van het leven als gemeente in haar geheel is gezegd, geldt ook voor het persoonlijk leven d.i. voor het leven van ieder kind des Heeren afzonderlijk.
Groot kan om allerlei oorzaken het verachteren in de genade zijn. Voetius heeft in zijn nog altijd lezenswaardig boek hierover vele, vele opmerkingen gemaakt. Ten diepste komen al deze opmerkingen hierop neer dat de kinderen Gods een eigen weg gaan tengevolge waarvan hun ziel in het dorre woont. Dit kan ook niet anders, omdat hun ziel alleen maar leeft als het Woord door de Heilige Geest voor ze opengaat. Zonder het Woord en de Geest móeten zij inderdaad in het dorre wonen. Hoe lang doen zij dit? Zij doen dit net zolang totdat zij vanuit de diepte tot de Heere gaan roepen en de Heere de deur van Zijn Woord opnieuw voor ze opent.
Wij moeten maar goed onthouden: niemand heeft de beschikking over de sleutel waarmee het Woord wordt geopend. Met eerbied gesproken: deze sleutel is in de handen Gods. Naar Zijn souvereine vrijmacht beschikt Hij daarover. Dat wil dus zeggen dat de Heere ook voor Zijn kinderen steeds opnieuw de deur des Woords moet opendoen. ledere dag opnieuw hebben zij die opening nodig, opdat zij in de schatkamers van het heil alles mogen vinden.
De Heilige Geest ontsluit het Woord! En dat doet Hij op Zijn tijd en op Zijn manier. Soms kan een verslagene van Geest vele, vele jaren onder de kostelijkste prediking zitten. ledere zondag wordt als het ware in de verkondiging de Heere Jezus aan zijn voeten neergelegd. Het welmenend aanbod der genade wordt door hem gehoord. Meer dan eens wordt door hem vernomen dat de Heere Jezus in de wereld is gekomen om zondaren zalig te maken. Toch blijft het in zijn leven altijd maar hetzelfde. Men verstaat het Evangelie niet. Men blijft in strijd gewikkeld en in duisternis gehuld. Toch durft men onder de verkondiging van het Evangelie niet weg te blijven. Men gelijkt enigszins op die bloedvloeiende vrouw. ledere zaterdag ging zij naar de synagoge, want zij wist dat zij daar alleen geholpen kon worden!
Als verslagene van geest voelt men heel goed aan, dat men zichzelf het licht in de duisternis niet kan ontsteken. Zichzelf optrekken uit de diepe kuil waarin men verzonken is kan men evenmin. Men móet geholpen worden. Diep in het hart wordt het beleefd: als ik zalig word, is het een werk van God alleen.
Het Woord geopend
Wat kan er naar de zaligheid worden uitgekeken! Wat kan men vurig verlangen naar de vrijspraak in Christus, zodat men weet met heel het hart: ik ben met God verzoend!
Wat een vreugde als de Heere in de verkondiging door de Geest het Woord opent en men met heel het hart beleeft dat het God behaagt Zijn Zoon in én aan het hart te openbaren. Maar let op: 't hoeft niet eens altijd in de kerk te zijn. 't Kan gebeuren als men thuis de Schrift leest en onderzoekt. 't Kan ook gebeuren als men zich bij de Godsgezinden heeft gevoegd. Was het Groenewegen niet die zei: 'Voeg u bij de Godsgezinden en gij zult er Jezus vinden?' 't Klinkt wellicht enigszins piëtistisch, maar er zit toch een kern van waarheid in. De Heere kan op een heel verschillende manier in het leven van een verslagene van geest Zijn Woord door Zijn Geest openen. Zelfs dan als het vurig verlangen ontbreekt. Zelfs dan als men het niet meer verwacht. Zelfs dan als men de courant zit te lezen en men denkt: 'de Heere zal voor mij de hemel wel gesloten houden'. Onverwacht en ongedacht komt Hij over en zegt: 'Ik ben uw heil alleen',
'k Heb met dit alles maar willen zeggen: de verkondiging van het Evangelie is onmisbaar, doch telkens maakt de Heere ons duidelijk, dat de Heilige Geest het geloof ontsteekt door het Evangelie. De Heilige Geest laat Zich nooit uitschakelen en brengt daarom meer dan eens in omstandigheden waarin men weet dat men totaal van hem afhankelijk is.
In een slotartikel wil ik met name nog iets schrijven over de vergeving van de zonden als een werk van God in ons leven.
(slot volgt)
G.S.A. de Knegt, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's