De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vroomheid en geloof onafscheidelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vroomheid en geloof onafscheidelijk

9 minuten leestijd

Altijd weer is de dood aangrijpend. Zeker wanneer mensen plòtseling door de dood worden weggenomen, midden uit het leven soms worden weggerukt, realiseert men zich, dat hij koning der verschrikking is. Welk een ontreddering treedt dan niet op in de directe omgeving. Soms slaat de dood oook verschillende keren achter elkaar toe, de één na de ander wordt weggenomen, nog in de kracht van het leven. Voor nabestaanden in kleinere of wijdere kring zijn het stoptekens, oproepend tot bezinning en overdenking, overdenking ook van het toekomende leven.
Wanneer mensen ons ontvallen, die met gaven van hoofd en hart, van wijsheid en inzicht waren getooid, wordt het verlies soms in heel brede kring gevoeld. De man of de vrouw wordt gemist, ook in bredere verbanden dan de directe kring van verwanten. Wat doen we in zulke gevallen met de erfenis, met de herinnering aan wat ze ze nalieten?
Psalm 37 vers 37 zegt: 'Let op de vrome en zie naar de oprechte; want het einde van die man zal vrede zijn'. De vroomheid is een groot goed. Het einde ervan is vrede. We worden geroepen er acht op te geven, het geloof en de wandel van de vromen na te volgen.

Vroomheid
Wat is bijbelse vroomheid? Vroomheid op zich heeft bij de 'buitenwacht' soms een denigrerende betekenis. Het is dan zoiets als vroomdoenerij, die niet los staat van huichelarij of 'geniep-benepen'. De 'fijnen' zei men vroeger (méér, lijkt het, dan vandaag). Prof. dr. S. van der Linde zegt echter, dat, als ons gelóóf geen vroomheid is, het ook niet verdient geloof te heten en als onze vroomheid geen gelóóf blijft, het geen vroomheid is. Hij omschrijft dan vroomheid als 'een leven, in dankbare verwondering uit Christus, die niet alleen onze rechtvaardiging is maar ook onze complete heiliging'. Vroomheid is zo gelóófsvroomheid, leven úít de rechtvaardiging van de goddeloze en leven in Godsvrucht. Als zodanig is er als het goed is geen tegenstelling tussen geloof en vroomheid. Een ware gelovige is een vrome.
Toch is er in onze tijd soms, gegeven de negatieve gevoelswaarde die aan ('zùlke') vromen is toegekend, terughoudendheid om het woord nog te gebruiken. Of er wordt nog uitsluitend over 'de oude vromen' gesproken. Maar wanneer de Schrift die benaming gebruikt mogen we deze ook gebruiken, zullen we het zelfs niet vergeten. Vroomheid is naar psalm 37 direct verbonden met oprechtheid. Zo ook in psalm 25 vers 21: laat oprechtheid en vroomheid mij behoeden.
Zo bezien zal echte vroomheid altijd respect afdwingen. De rechtvaardige is herkenbaar, zijn of haar leven valt na te kijken, het is voor-beeldig in handel en wandel, in ootmoedig wandelen met God.
Het wegvallen van zulke vromen laat leegten na, in een gezin, een familie, een gemeente, een kerk. Daarom: let op de vrome, zie op de oprechte!


Binnen de joodse godsdienst is 'vrome' eigenlijk een veelgebezigde benaming. Ook daar is er de verbinding – hoe kan het anders, met de psalmen als achtergrond – tussen vroomheid en oprechtheid. Zij, die in hun vroomheid voorbeeldig zijn, daarin 'uitblinken', heten 'tsaddiekim', rechtvaardigen. Dr. Daniël Meijers heeft een boek geschreven, getiteld 'De revolutie der vromen'. Daarin behandelt hij het joods-orthodoxe, het chassidische leven. In de eerste helft van de achttiende eeuw ontstond, onder leiding van rabbi Yisroel Ba'al Sjem Tov, een nieuwe vroomheid onder de joodse orthodoxie. 'Vreugdevol bidden, en meer in het algemeen levensvreugde, broederlijke liefde voor de medemens, met geloof in G'ddelijke Voorzienigheid, alsmede een gematigde ascese stonden centraal in de nieuwe beweging', aldus Meijers. Tegenover veruitwendiging van de godsdienst werd nadruk gelegd 'op emotionele vormen van religieuze beleving', op het mystieke, het innerlijke leven dus.

Oefening in vroomheid
Hier wordt intussen over een vroomheidsbewéging gesproken. Het gaat er dan om, dat mensen 'elkaar… stichten en onderhouden' en ook 'een gevoel van saamhorigheid ontwikkelen'. In gemeenschappelijke uitingen van vroomheid voelt men zich verbonden. Samen oefent men zich in (een bepaalde) vroomheid.
Zulk een vroomheidsbewéging nu is niet voorbehouden geweest aan de joodse orthodoxie. Binnen het christendom zijn in de loop der eeuwen ook telkens vroomheidsbewegingen opgedoken. In alle gevallen ging het dan om het doorbreken van christendommelijkheid, van christelijke bureaucratie of organisatieijver, van christelijke vanzelfsprekendheden of oppervlakkigheid, van wereldgelijkvormigheid of weelderigheid, kortom van veruitwendigd of ingezonken godsdienstig leven. Gezocht werd de innerlijke beleving. Men scherpte elkaar op in een bepaald vroomheidstype, uitkomend in 'gelaat, gewaad, gepraat en daad'. We kunnen hier denken aan de Broeders des Gemeenen Levens in de Middeleeuwen. De hele kloosterbeweging van die dagen moet ook in dat licht worden bezien. Niet zelden speelde in zulke bewegingen immers ook het element van ascese, van wereldmijding een rol. Maar verder kunnen we ook denken aan bewegingen als de Nadere Reformatie en het Piëtisme, de Hernhutters en het Réveil, maar ook aan de gezelschappen uit de vorige eeuw.
Vroomheid vraagt ook oefening, opscherping vàn en delen mèt elkaar, om samen het vanzelfsprekende te doorbreken en samen in verwondering te zoeken naar het wezenlijke, naar de kern en het eeuwig onvergankelijke van het leven des geloofs. Daarover valt ook samen te spreken in 'vrome' gesprekken.
Soms is er zo ook plaatselijk of in een beperkt gebipd zulk een beweging ontstaan, die leidde – naar de geschiedenis leert – tot een opwekking van het gemeenteleven. Oefening in vroomheid leidde tot opbloei van gemeenschap der heiligen.

Persoonlijk
Maar vroomheid op zich is ten diepste, net zo min als bevindelijkheid, een groepsgebeuren. In een (opwekkings)beweging mag er sprake zijn van sámen opgescherpt worden, het geloof is en blijft persoonlijk. Zo ook de vroomheid.
Intussen is vroomheid niet beperkt tot een bepaalde laag in kerk en gemeente. Het is bijvoorbeeld niet juist als 'de eenvoudige vrome' bij voorbaat wordt afgetekend tegenover 'de geleerde professor'.
Nu is eenvoud altijd kenmerk van het ware. Geloof, dat aan de eenvoud ontstijgt, gaat de ware vroomheid missen, in welke sociale laag van de gemeente dan ook. En in de gemeente kan de hand niet zeggen tot de voet: ik heb u niet nodig. Het moet in de gemeente dan ook uitgesloten worden geacht, dat er sprake is van klassen, rangen en standen. Alle geloof leeft van de rechtvaardiging van de goddeloze.
Niet zelden bewaren predikanten dankbare herinneringen aan mensen, die weliswaar niet altijd zoveel boekenkennis hadden, maar die begiftigd waren met grote geestelijke kennis en diep geestelijke wijsheid. Ze waren als Aärons en Hurs rondom de prediking.


Maar er zijn ook vrome geléérden, wat niet hetzelfde is als geleerde vromen. Zij tobben zich af met vragen – zoals ooit Herman Bavinck zei – waarmee de vrouw aan de wastobbe zich niet hoeft in te laten, maar waarin ze toch voor hun tijd een roeping van Godswege hebben. Ze hebben kennis verworven, waarmee ze ook vruchtbaar bezig zijn voor anderen. Studerenden of diegenen, die ooit een wetenschappelijke opleiding genoten hebben, kunnen zo soms dankbare herinnering hebben aan hoogleraren of aan denkers, die hen hielpen hun weg te vinden in een wereld, waarin 'Hure Vernunft' het voor het zeggen had. Wanneer zulken overlijden resten nog wel hun geschriften. Hun levende stem wordt echter node gemist. Ze paarden geestelijke wijsheid aan hun wetenschappelijk bezigzijn, omdat hun wetenschapsbeoefening gepaard ging met echte vroomheid.

Dezer dagen is overleden dr. F. de Graaff*, een man van grote genialiteit en geestelijke eruditie, een diepdenker, die met zijn grote gaven heeft gewoekerd en machten van de tijd(geest) in onze cultuur onderkende. Ik noem hem hier met ere, omdat ik weet dat velen, die ooit vanuit de Gereformeerde Gezindte gingen studeren, met name techneuten, tot in de laatste tijd toe, van hem veel hebben meegekregen, waarvoor ze hun leven lang dankbaar bleven. Ik spreek hier ook uit eigen ervaring. Zulke groten valt ook vaak een stuk miskenning ten deel. Maar ook hier geldt: 'let op de vrome (geleerde), zie op de oprechte'.
Intussen restte op de overlijdensaankondiging niets meer maar ook niets minder dan het eenvoudige getuigenis 'mijn genade is u genoeg'. Dat is het kenmerkende ook voor vrome geleerdheid.


Vroomheid is niet voorbehouden intussen aan 'kloosterlingen' of aan mensen, die zich met een boekje in een hoekje afzonderen van 'de boze wereld'. Ook in het klooster draagt men bovendien de wereld mee binnen in het hart. Maar vroomheid heeft een plaats midden in het leven.
Zoals er vrome geleerden zijn en waren, zo waren er zijn er vrome koningen.
Er zijn ook of mensen, die vroomheid praktiseren in de achterbuurten van de wereldsteden of zomaar bij de buren, in het doen van barmhartigheid.
Er zijn verder ook vromen (nodig) in de politiek, ze jagen naar recht en gerechtigheid.
Maar er zijn ook (nodig) vrome schoenmakers en handelslui, huismoeders en boeren, vissers en werksters. Hun vroomheid komt openbaar in hun oprechtheid, wèlk goddelijk beroep ze ook uitoefenen. Daar wordt de vroomheid zelfs ook geoefend en gestaald.
'Och of al het volk des Heeren profeten waren', zucht Mozes (Num. 11 : 29). Zo valt ook vandaag te zeggen: och, of al het volk des Heeren vromen waren, ieder op de plek waar God hen stelt.

Een tijd als de onze, waarin machten van allerlei aard zich breed maken, snakt naar echte vromen. Het zijn de zachtmoedigen immers, die de aarde beërven zullen. Zij ook mogen vromen héten, al willen ze geen vromen wézen. Door de eeuwen heen vormen ze samen een onstuitbare beweging, hoopgevend voor elke toekomst.


Nadat ik deze overpeinzingen op papier had gezet, ging het ook in de zondagse prediking over vroomheid. Daarin werd gezegd, dat de echte vrome God lieflieeft en de naaste, een brandend hart heeft naar Boven toe en naar de ander.
Laat oprechtheid en vroomheid mij behoeden.

J. van der Graaf

P.S. Dr. F. de Graaff was hervormd predikant te Well en Ammerzoden, Apeldoorn, Rotterdam en Hattem. Hij schreef div. boeken, waarvan 'Europees nihilisme', 'Als goden sterven' en 'Jezus, de Verborgene' de bekendste zijn. In 1968 ondertekende hij, samen met dr. W. Aalbers, ds. G. Boer e.a. een 'Open Brief', die een protest was tegen de moderne (apostolaats)theologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vroomheid en geloof onafscheidelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's