De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woord en Geest (8, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord en Geest (8, slot)

11 minuten leestijd

Terecht heeft Luther gezegd, dat het in het evangelie aankomt op de kleine woordjes. Sterke nadruk legde hij op: mijn Zaligmaker, mijn Heere, mijn God, mij zijn mijn zonden vergeven! Het 'mijnen' van het geloof heeft Luther bepaald niet over het hoofd gezien. Nog meer is dit een rol gaan spelen in de Nadere Reformatie. Trouwens, ook in onze tijd is er nog altijd sprake van het 'mijnen' van het geloof met name als in de prediking nadruk wordt gelegd op de toeëigening van het heil. Wanneer dit op een evenwichtige manier gebeurt zonder allerlei kenmerken in de mens te zoeken is hiertegen geen bezwaar in te brengen. Het zogenaamd 'mijnen' is zelfs Bijbels te verdedigen. Uiteindelijk gaat het er toch om, dat wij heel persoonlijk weten, dat onze zonden ons vergeven zijn. Zó zijn wij verzoend met God en het eigendom van de Heere Jezus in leven en sterven.

Een werk van God
Over de vergeving van zonden kan veel gezegd worden, maar dit is toch wel voornaamste daarvan dat het een daad, een werk van God is.
Hoe wij ons inspannen en wat wij ook doen, doch wij vergeven onszelfde zonden niet. Dat privilége heeft de Heer Zichzelf voorbehouden. Hij geeft dit voorrecht niet uit handen. Dat kan Hij ook niet, want dan zou Hij geen God meer zijn. God is God, ook in het vergeven van de zonden! Hij vergeeft volkomen. Hij gedenkt zelfs de ongerechtigheden niet meer, want Hij werpt ze in een zee van eeuwige vergetelheid.
Dat de Heere ons onze zonden kan vergeven is alleen op grond van de zoen- en kruisverdienste van de Zoon. Nooit zou er sprake van vergeving kunnen zijn als de Zoon Zijn leven niet op het vloekhout had overgegeven. Vanwege Golgotha is er vergeving!
Deze vergeving der zonden mag om Christus' wil gepredikt worden. En de prediking van de vergeving der zonden mag uitgaan tot alle mensen. Hoe groot zondaar iemand is, hoe verblind een jonger of ouder iemand is, doch heel welmenend mag hem voorgehouden worden dat God in Christus de zonden vergeeft.
Nogmaals leg ik er de nadruk op, dat niemand van deze prediking is uitgesloten. Het welmenend aanbod gaat uit tot een ieder die de prediking hoort. Ook dus dat de Heere het wèl meent als Hij zegt dat Hij de zonden vergeeft. Niemand behoeft daaraan te twijfelen en nog minder daaraan te wanhopen.
Want als de Heere zegt: Ik vergeef de zonden. Ik kan èn Ik wil dat, dan is dat een getrouw woord. Van de Heere staat geschreven: Wat uit Zijn mond uitgaat, blijft vast en ongebroken. Wat doet men intussen de gemeente te kort en wat is het onbijbels als men de vergeving van de zonden slechts beperkt tot een enkele hoorder. Wat is men dan ook ver verwijderd van ons voorgeslacht onder wie er zijn geweest die zeiden dat zij liever zich vergisten in de ruimte met name van de vergeving der zonden in de verkondiging dan dat zij één mens tot wanhoop brachten door te doen alsof de Heere niet groot van goedertierenheid wil zijn voor allen.
Afsluitend schrijf ik: de vergeving van de zonden is een werk van God. Maar laat deze vergeving maar ruim verkondigd worden. Al zou het alleen zijn vanwege het feit dat er geschreven staat, dat de Heere niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot kennis der waarheid zullen komen. In Christus is de Heere een gaarne vergevend God.

God spreekt Zelf
Met alle ernst mag in de verkondiging dus jong en oud worden voorgehouden dat God in Christus de zonden vergeeft. Men moet daarbij niet vergeten, dat dit meer is dan een blote mededeling. Met een mededeling kan men doen wat men wil. Men kan die ter harte nemen òf men kan dit nalaten.
Alzo is het echter niet als het Evangelie der verzoening en vergeving uitgaat. In het Evangelie spreekt God de Heere tot ons. De Heilige Geest getuigt daar van des Vaders liefde en genade in Christus. Wanneer dit meer beseft zou worden, zouden allerlei uitwassen de wereld uitgeholpen worden. Allereerst zou men zich minder binden aan een prediker. Want naarmate men de Heere in de verkondiging hoort spreken, naar die mate zal de prediker op de achtergrond verdwijnen. De prediker zal – zoals G. Boer zei – stem alleen maar stem des Heeren zijn.
Helaas komt het nu wel voor dat een prediker op de voorgrond treedt en de Heere op de achtergrond verdwijnt. Predikers maken school voor zichzelf. Zij laten liever hun eigen stem dan die van de Heere horen. Zij laten daarmee zien maar bitter weinig van Johannes de Doper in zich te hebben die zei: 'Hij moet wassen, ik minder worden'. De Doper maakt geen school voor zichzelf Zijn begeerte was om al zijn discipelen aan Jezus over te geven. Hij maakte school voor Jezus. Zo behoort ook de verkondiger in onze tijd te zijn. Maar er is nog iets anders waarvoor ik aandacht wil vragen. In het pastoraat komt men als ambtsdrager soms echt bekommerde mensen tegen. Jongeren en ouderen die bekommerd zijn vanwege de zonden. Met een dichter moeten zij zeggen: 'rust noch duur wordt gevonden, om mijn zonden'.

Trouw komen zij iedere zondag in de kerk. Steeds opnieuw luisteren zij naar de verkondiging van het Evangelie. Als er over de vergeving van de zonden wordt gesproken, gaat er in het hart het een en ander om. Een rimpeling, een ritseling, maar meer ook niet. Wanneer men op huis- of ziekenbezoek aan deze jongeren òf ouderen vraagt of het door de verkondiging van het Evangelie al tot een doorbraak tot op Christus is gekomen, weet men in sommige gevallen daarop geen antwoord te geven. Maar er zijn er ook die zeggen dat zij nooit in de vergeving van hun zonden zullen geloven als zij het niet uit de mond des Heeren Zelf hebben gehoord. 'k Moet zeggen dat het mij weldadig aandoet als ik iets dergelijks hoor. 't Is trouwens helemaal naar de Schrift, want wij horen de dichter zeggen: 'Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord'. Dat 'Zijn' is om met Luther te spreken een heel belangrijk woord. Let wel: in het Woord.
Alleen… – en nu komt het – …men wil uit 's Heeren mond wel wat horen, maar dan niet via de liefdesbrief die Hij ons gegeven heeft. Gods liefdesbrief, d.i. de Bijbel, is een bekommerde wel eens te weinig. Profaan gezegd moet er als het ware een briefje uit de hemel komen dwarrelen waarop duidelijk staat geschreven: 'Uw zonden zijn u vergeven'. Het komt ook wel voor, dat iemand het als een donderslag van de hemel wil horen dat men in een verzoende verhouding met God leeft.
Hoe gaan wij hiermee pastoraal om? 't Lijkt mij een heel goede zaak om er alle nadruk op te leggen, dat het er inderdaad om gaat dat wij de stem des Heeren horen. Dit moet positief geduid worden. Een echt bekommerd mens moet men maar niet afdoen door te zeggen dat die persoon ziekelijk òf dopers is. Ziekelijk en dopers zijn wij allen, generaliserend gesproken.
Een echt bekommerd mens mag èn moet men volslagen serieus nemen. Men behoeft hem echter niet serieus te nemen waarin hij dwaalt. En dan denk ik aan een spreken van God buiten Zijn Woord om. Daar moet een bekommerde de wacht worden aangezegd. Weliswaar heel vriendelijk, maar toch ook heel duidelijk. Want wie buiten het Woord om meent van de Heere iets te ontvangen dwaalt op een verschrikkelijke manier.
Om die reden moet een echt bekommerde gewezen worden op het Evangelie, waarin God zelf tot ons komt. De Heere komt in het Evangelie en in de verkondiging daarvan tot ons niet als in een donderslag of in een aardbeving, maar als het ruisen van een zachte stilte. Met grote kracht en veel aandrang mag ook gezegd worden, dat de Heere werkelijk door de bedeling des Geestes (Woelderink) tot ons in het Evangelie spreekt. Op die manier eigent de Heilige Geest ons toe, wat wij in Christus hebben. En zo worden wij verzekerd van de vergeving der zonden.
Wellicht zou de problematiek rondom de toeëigening van het heil minder groot zijn als men Woord en Geest dichterbij elkaar hield. Nu is er vaak meer van een scheiding sprake dan van een onderscheiding. Daardoor kan de nood groter zijn dan werkelijk altijd nodig is. 't Gaat zoals men heeft begrepen om een gelovige omhelzing van Christus en al Zijn weldaden in het Evangelie door de Heilige Geest. Wie Christus als de Goël aan Zijn hart gedrukt heeft, is verzekerd van de vergeving der zonden. Met Luther zegt men: 'ik ben vrij, voor eeuwig vrij'. 't Zal duidelijk zijn dat er van die vrijheid in het leven van een christen niet alleen iets te horen, maar ook iets is te zien. Want wij moeten maar niet vergeten, dat de Heere in Zijn hof geen sierbomen heeft, maar vruchtbomen. Hij heeft een volk dat zonder Hem niets kan doen, maar dat niet minder tot Zijn dienst is bereid.

Kunnen wij er zelf wat aan doen?
Wellicht is de vraag niet helemaal juist gesteld als ik neerschrijf: kunnen wij zelf wat aan de vergeving der zonden doen of onze zaligheid bewerken? Toch laat ik die vraag zo wel staan, en wel om twee redenen.
De eerste oorzaak is dat er soms onder ons veel lijdelijkheid wordt aangetroffen.
Daarmee bedoel ik niet de lijdelijkheid van Psalm 130, warlt dat is een lijdelijkheid die te prefereren is. Neen, ik bedoel meer een valse lijdelijkheid. Wat versta ik daaronder? Wel, dat mensen zich verschuilen achter hun onmacht zonder deze werkelijkheid beleefd te hebben. Wanneer men nog nooit een maandlang werkelijk geprobeerd heeft zich bij de Heere aangenaam te maken, ja. Hem nog nooit zolang intensief gezocht, moet maar niet praten over de onmacht, want men heeft daarvan nog niets ondervonden. Trouwens, ik moet hierbij direkt opmerken dat als God ons ontdekt aan onszelf Hij ons niet onze onmacht als eerste laat zien, doch onze onwil. Niet de onmacht gaat voorop, doch de onwil. Jezus zegt: 'Gij wilt tot Mij niet komen'. Maar er is nog een andere reden waarom ik toch de vraag 'kunnen wij er zelf wat aan doen?' laat staan.
Onder de verkondiging van het Woord is er de zelfwerkzaamheid van de gelovigen. Laten wij wel bedenken dat het niet gering is, waartoe een mens in staat is. De Geest kan bedroefd en uitgeblust worden. Men kan ook staan naar de hoogste gaven, terwijl het Woord ook niet de mogelijkheid uitsluit dat men de gaven verzuimt. Men zit onder de verkondiging dus bepaald niet als een stok en een blok.

Maar vraagt iemand zich af: doe ik dan toch iets, komt er dan toch iets van mij bij? Er wordt door ons niets gedaan wat als verdienste op onze naam gezet kan worden. Maar ik denk in dit verband aan een woord van Paulus in Fil. 2 : 12 en 13: 'Werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven, want het is God die in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen'.
Van deze tekst heeft W.L. Tukker in 'De weg van het Woord', blz. 173 de opmerking gemaakt, dat het goed is om in werkheilige, activistische gemeenten de tweede helft van de tekst vaak te hanteren en om de eerste helft vaak te gebruiken in gemeenten die enigszins lijdelijk zijn aangelegd.
Hoe het ook zij, dat is een juiste evangelische instelling: werken, alsof er geen genade was, zalig worden, alsof er geen werken waren.
Het geloof wordt in ons hart ontstoken door de Heilige Geest. Daarbij wordt door de Geest gebruik gemaakt van het Evangelie. Door het Woord en door de Geest worden wij tot Christus geleid. En daarna? Als men in Christus is en men weet in het geloof: ook mij zijn al de zonden vergeven? Houdt het werk van de Geest door het Woord dan op? In geen geval! De Geest geleid tot de volle kennis van de openbaring in Christus. Ook is er sprake van een verzegeling des Geestes. Op dit laatste ga ik niet verder in, omdat het buiten het doel van deze artikelenreeks valt en bovendien een geheel nieuwe reeks vraagt. Alle artikelen resumerend schrijf ik: 'Wat God heeft samengevoegd moeten wij niet scheiden'. Ook het Woord èn de Geest niet.

G.S.A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Woord en Geest (8, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's