Boekbespreking
Hilde Burger, Donkere majesteit, bijbelverhalen tegendraads gelezen, 224 pag., ƒ 39,50, uitgave Ten Have B.V., Baarn, 1992.
Dit boek kenmerkt zich door een judaïserende wijze van omgaan met de Bijbel. De schrijfster is daartoe gekomen op grond van haar persoonlijke levenservaringen. Wanneer mensen iets van hun innerlijk laten zien, hebben ze een verhoogd risico om gekwetst te worden. Maar dat mag nooit onze bedoeling zijn. Hoewel de naam haar toen nog onbekend was, is zij opgevoed in een geestesklimaat, verwant aan dat van Bonhoeffer. In haar jeugd kwam zij ook in aanraking met de klassieke geloofsleer, maar die heeft zij afgewezen. Met het 'tegendraadse' bedoelt zij een 'geloof tegen de feiten in' (67v.). Chassidische verhalen dienen daarbij als illustratie. Opvallend en te waarderen is trouwens de grote belezenheid van de schrijfster. De verwoesting van Jeruzalem vormt de historische achtergrond van de synoptische Evangeliën. Te midden van de massagraven wordt nu het verhaal verteld van het lege graf 'Het joodse volk van Markus' dagen mag niet na alle dood en verwoesting op zijn eigen puinhopen ten onder gaan. Het moet zich in zelftucht heroprichten, opstaan en opnieuw beginnen' (40). Ik schrok van het woordje 'moet'. Is dat de consequentie wanneer men de heilsfeiten gaat interpreteren als 'geloofsberichten'? Maar hoe zou ik mij ooit kunnen oprichten als God Zélf on-machtig is en tot niet meer in staat dan met mij mede-te-lijden? De 'donkre majesteit' in gezang 447 van het Liedboek voor de kerken (waaraan de titel van het boek is ontleend) is m.i. een aanduiding van Zijn almachtig hàndelen in de daadwerkelijke verlòssing van Zijn volk: Die in de zee Zijn voetstap plant en op de wolken rijdt.
De hoofdstukken in dit boek zijn gegroepeerd rondom drie thema's: 'huilen', 'verbergen' en 'gedenken'. Mensen huilen, ook God huilt. Ook verbergt Hij Zich. Jezus doet niet anders dan de woorden van Jeremia over het nieuwe verbond gedenken. In dat visioen krijgt de Tora onder de mensen gestalte van binnenuit (200). Judas meende dat dit visioen alleen realiteit kon worden door een revolutionair ingrijpen. Bij Jezus kwam het accent te liggen op een vernieuwde uitleg van de Tora. 'Niet het zelotische aspect van het messianisme, maar het farizeïsche wordt in de Evangeliën uitgewerkt.' 'Het visioen moet (cursivering van mij, H.d.B) doorgaan, door de dood heen. Zo is het visioen van de opstanding als kern van het Evangelie bewaard gebleven' (203). Mattheüs tekent Judas als de anti-opstanding. 'Maar dezelfde Mattheüs is hem indachtig geweest. Hij heeft Judas als het ware omgeven met berouw, een geladen woord in Israëls geloof en getoond hoe Judas aan zijn visioen heeft geleden. Wanneer we het woord van Bonhoeffer 'alleen de lijdende God kan helpen' beamen, dwingt dat tot een grondige herziening van onze visie op Judas' (203).
Met name dat 'moeten' uit het eerste citaat van blz. 203 beangstigt mij. Is er nu echt geen andere boodschap voor de mensen vandaag? Hier wijst de klassieke geloofsleer ons de weg. Zij geeft ons immers niets anders dan de Bijbelse geschiedenis in een hoofdsom. Dus toch verzoening door voldoening. Goddank, ik heb niets te 'moeten'. Want Jezus, Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van ons hart.
H.J. de Bie, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's