Actualiteit, vorm, karakteristiek, hoofdlijnen
Wijs naar het Woord (1)
Drs. H.J. de Bie, emeritus predikant te Huizen, hield op 14 oktober 1992 in de Pauluskerk te Gouda een lezing over 'De wijsheidsliteratuur in het Oude Testament'. Dit referaat wordt, in uitgewerkte vorm in afleveringen geplaatst, onder de titel 'Wijs naar het Woord'.Redactie
Wat is wijs?
Wat is wijs?
Een vraag die je vaak hoort in onoverzichtelijke situaties. Voorbeelden op dit moment zijn de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië en de éénwording van Europa. Wat moeten wij daarmee aan? Ook in ons persoonlijk leven kunnen zich grotere en kleinere problemen voordoen: op ons werk, in het gezin of de familiekring, in het kerkelijk leven. De vragen stapelen zich op. Hoe pakken we de opvoeding van onze kinderen aan? Hoe gaan we om met ons jong zijn, met ons ouder worden, met onze ziekte, met ons verdriet? Hoe zal onze houding zijn als het ons goed gaat in de wereld, maar ook wanneer alles ons tegenzit? Hoe zullen we reageren wanneer Gods leiding met ons leven voor ons een groot raadsel is geworden? Hoe blijven we of komen we weer in balans als onverwacht schokkende ervaringen ons in verwarring brengen?
Hier wijst de Bijbel ons de weg. Niet in die zin dat we op alle vragen een antwoord krijgen. Maar we leren op de juiste wijze te reageren. Want het geloof maakt wijs. Dat is de blijvende actualiteit van de Wijsheidsboeken uit het Oude Testament. We denken daarbij in de eerste plaats aan Job, Spreuken en Prediker. Maar ook elders vinden wij wijsheidsteksten. Zo dragen de Psalmen 1, 19, 34, 37, 49, 73, 112, 119, 128 en 133 een min of meer chokmatisch karakter (chokma is het Hebreeuwse woord voor 'wijsheid'). Zulke teksten zijn ook te vinden bij de profeten, b.v. Jes. 28 : 23-29. Daarin wordt een vergelijking getrokken tussen het werk van een boer op het land en de handelwijze van God met Zijn volk:
Neemt ter ore en hoort mijn stem,
Merkt op en hoort mijn rede!
Ploegt de ploeger de gehele dag om te zaaien?
Opent en egt hij zijn land de gehele dag?
Is het niet alzo? Wanneer hij het bovenste ervan effen gemaakt heeft,
dan strooit hij wikken en spreidt komijn,
of hij werpt er van de beste tarwe in, of uitgelezen gerst,
of spelt, elk aan zijn eigen plaats
En zijn God onderricht hem aangaande de wijze,
Hij leert hem.
Want men dorst de wikken niet met de dorswagen,
en men laat het wagenrad niet rondom over het komijn gaan;
maar de wikken slaat men uit met een staf,
en het komijn met een stok;
het broodkoren moet verbrijzeld worden,
maar hij dorst het niet gedurig dorsende;
noch hij breekt het met het wiel van zijn wagen,
noch hij verbrijzelt het met zijn paarden.
Zulks komt ook voort van de HEERE der heerscharen;
Hij is wonderlijk van raad,
Hij is groot van daad.
We zouden ons grandioos vergissen wanneer we de bijbelse wijsheid zouden opvatten als een verzameling levenslessen die wij zelf ook wel hadden kunnen bedenken. De wijsheid van Salomo is van een andere orde dan die van de bekende Griekse wijsper Socrates. Terecht zegt Tertullianus (een kerkvader die leefde omstreeks het jaar 200): 'Wat hebben dan nu Athene en Jeruzalem met elkaar te maken? Wat de academie met de gemeente? Wat de ketters met de christenen? Onze instelling is uit de galerij van Salomo…' (De weerlegging van de ketters, hfst. 7).
Daarom kan m.i. de bijbelse wijsheid het best getypeerd worden als wijs naar het Woord. En dat in de drievoudige zin van
* uitgaan van het Woord; want de vreze des HEEREN is het beginsel der wetenschap, Spr. 1 : 7;
* leven naar het Woord; want indien de zondaren zeggen: Gij met òns…, wandel niet met hèn op de weg, Spr. 1 : 10, 15;
* elkaar wijzen op het Woord; vandaar de aanspraak 'mijn zoon', Spr. 1 : 8, enz.
De vraag 'Wat is wijs?' roept dus een àndere vraag op: 'Wie is wijs?' Een mens is 'wijs' of 'dwaas'. Deze woorden staan parallel met enerzijds 'vromen' en 'oprechten' en anderzijds met 'goddelozen' en 'trouwelozen'. Tussen beide categorieën bestaat geen grijs middenveld. We zijn het één of het ander. Daarmee is de actualiteit van ons onderwerp aangegeven. Ons eeuwig bestaan is in het geding:
Want de vromen zullen de aarde bewonen,
en de oprechten zullen daarin overblijven;
maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden,
en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden, Spr. 2 : 21v.
De vorm
De bijbelse wijsheid is ons overgeleverd in dichtvorm. Oosterse poëzie wordt gekenmerkt door het ritme en de gelijkheid van gedachte. Die gelijkheid van gedachte kan tot uitdrukking worden gebracht door
* de gedachte te herhalen: het synoniem parallellisme;
voorbeeld:
om wijsheid en tucht te weten;
om te verstaan redenen des verstands, Spr. 1 : 2;
* een tegenovergestelde gedachte te formuleren: het antithetisch parallellisme;
voorbeeld:
De vreze des HEEREN is het beginsel der wetenschap;
de dwazen verachten wijsheid en tucht, Spr. 1 : 7;
* een aanvullende gedachte te geven:
het synthetisch parallellisme;
voorbeeld:
Die wijs is, zal horen,
en zal in leer toenemen, Spr. 1 : 5a.
Karakteristiek
Het Hebreeuwse woord voor 'spreuk', maasjaal, betekent letterlijk 'vergelijking'. Als de Geest des HEEREN vaardig wordt over Saul en hij begint te profeteren, kijkt iedereen daar vreemd van op. 'Daarom: het tot een maasjaal geworden: Is Saul ook onder de profeten?', 1 Sam. 10 : 12. Saul te vergelijken met een profeet – hoe bestáát het! Typerend voor de maasjaal is dat op zichzelf staande gegevens met elkaar in verband gebracht worden. Er bestaat tussen hen een verborgen samenhang. De spreuk brengt dat aan het licht. Zo zegt de maasjaal der ouden: 'Van de goddelozen komt goddeloosheid voort', 1 Sam. 24 : 14. Een duidelijk voorbeeld is ook de hierboven geciteerde gelijkenis van de ploeger uit Jesaja 28. Hetzelfde verschijnsel merken we op in de gelijkenissen van het Nieuwe Testament. Wat de komst van het Koninkrijk van God inhoudt maakt de Heere Jezus ons duidelijk met behulp van voorbeelden en gebeurtenissen uit het dagelijks leven. Veel bekender dan de gelijkenis van de ploeger is de gelijkenis van de zaaier. Zó is God met ons bezig: Zie, een zaaier gaat uit om te zaaien…, Mat. 13 : 3; Mar. 4 : 3; Luc. 8 : 5. Het uitgangspunt van de bijbelse wijsheid is de vreze des HEEREN. Er zijn ook parallellen aan te wijzen met de buiten-bijbelse wijsheid. Stefanus zegt van Mozes dat hij werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren. Meerdere malen is de vraag gesteld of er geen parallellen zijn aan te wijzen tussen bepaalde teksten uit het boek der Spreuken en de onderwijzing van Amen-em-ope, een Egyptische wijsheidsleraar uit de zevende of zesde eeuw voor Christus. Maar zelfs al zou dit het geval zijn (wat mij overigens nog al onwaarschijnlijk voorkomt), dan hebben we daarin toch niets anders te zien dan een bewijs van de kracht die uitgaat van God in deze wereld: de algemene openbaring. Paulus schrijft daarover in Romeinen 2: Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, dezen, de wet niet hebbende, zijn zichzelf een wet, als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook verontschuldigende, vs. 14v. Maar de Israël geschonken wijsheid valt onder de bijzondere openbaring:
Vertrouw op de HEERE met uw ganse hart,
en steun op uw verstand niet.
Ken Hem in al uw wegen,
en Hij zal uw paden recht maken.
Wees niet wijs in uw ogen;
vrees de HEERE, en wijk van het kwade, Spr. 3 : 5-7.
In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen,
en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen.
De vreze des HEEREN is een springader des levens,
om af te wijken van de strikken des doods, Spr. 14 : 26v.
Uit deze teksten blijkt zonneklaar dat we hier niet te maken hebben met een wijsheid die opkomt uit de mens. Zij wordt geschonken door de HEERE, de God van Israël. Daar valt Zijn NAAM. Daarom kan deze wijsheid alleen in waarachtig geloof worden geleerd, gekend en gepraktizeerd:
Want de HEERE geeft wijsheid;
uit Zijn mond komt kennis en verstand.
Hij legt weg voor de oprechten wat bestendig is;
Hij is een Schild voor hen die oprecht wandelen;
opdat zij de paden van het recht houden;
en Hij zal de weg van Zijn gunstgenoten bewaren.
Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht,
en billijkheden, en alle goed pad, Spr. 2 : 6-9.
Hoofdlijnen
De bijbelse wijsheid bestaat uit op zichzelf staande spreuken of reeksen van spreuken. Toch is er een verborgen samenhang. Hoe komen we haar op het spoor? De Kanttekenaren van onze Statenvertaling zeggen daarover in hun inleiding op het boek der Spreuken het volgende:
De inhoud is van (d.w.z. heeft betrekking op, H.d.B.) de ware wijsheid en vreze des HEEREN, met allerlei zeer bewegelijke vermaningen tot onze schuldige plicht, niet alleen jegens God, maar ook jegens onszelf en onze naasten, in wat staat of toestand iemand op aarde moge zijn gesteld, met de belofte van het tegenwoordige en toekomende leven; mitsgaders zeer getrouwe afmaningen en waarschuwingen voor alle zonden, ondeugden en gebreken, strijdig tegen de eerste en tweede tafel van Gods wet: bijzonderlijk voor hoererij en overspel. Zodat dit boek met recht gehouden is voor een overvloedige fontein van heilzaam onderwijs, in alles wat tot een wijs, godzalig en Gode aangenaam beleid van ons leven, handel en wandel, in alle gemene (d.i.: algemene, H.d.B.) of bijzondere, private of publieke beroepingen, vereist wordt, en dienvolgens alle christenen hogelijk behoort aanbevolen te zijn, ver boven alles wat van heidense filosofen of wereldwijze mensen ooit van de wijsheid, van deugden en ondeugden mag zijn geschreven.
Vervolgens zeggen de Kanttekenaren van Spreuken 1 tot 9:
die vol zijn van lof van de hemelse wijsheid in het algemeen, en in het bijzonder van onze Heere Jezus Christus, Die de eeuwige wijsheid en het Woord des Vaders is.
De Kanttekenaren zien dus als hoofdlijnen de gehoorzaamheid aan de eerste en tweede tafel van de wet. W.H. Gispen gaat in hetzelfde spoor: 'Dit boek wordt een eenheid voor ons, wanneer wij de spreuken in verband zien met één of meer geboden van de wet der tien geboden' (Korte Verklaring, 1952). Het wetenschappelijk onderzoek van de laatste decennia geeft ons de mogelijkheid om deze hoofdlijnen nader te definiëren:
1. Er gaat onderwijzing uit van de schepping. Zij leert ons een ordening van het leven die de liefde van God heeft als grondpatroon.
2. Deze onderwijzing bepaalt mede onze sociale houding.
3. In het al of niet gehoorzaam zijn aan deze onderwijzing treedt de samenhang van daad en lot aan het licht.
4. Toch staat in deze leidraad voor ons leven de leiding van God centraal.
5. De disharmonie van de werkelijkheid staat haaks op de harmonie van het gebod. Het is al ijdelheid, zegt de Prediker. Toch zijn onze tijden in Gods hand.
Het Hebreeuwse woord voor 'onderwijzing' is tora. Het wordt vaak vertaald met 'wet'. Tora of 'de Wet' noemt men ook de Vijf Boeken van Mozes: Genesis tot en met Deuteronomium. Voor 'de goède orde' merken we nu alvast op, dat er geen tegenstelling bestaat tussen de tora die uitgaat van de schepping en de door God op de Sinaï gegeven tora. Beide behelzen de natuurwet. Dat geldt met name van de tien geboden. Terecht schrijft Calvijn:
Daarom heeft de Heere (wat nodig was voor onze stompzinnigheid en wederspannigheid) ons de wet geschreven gegeven: opdat ze vaster zou getuigen, wat in de natuurlijke wet te duister was, en ons verstand en geheugen, onze slapheid verjagend, des te levendiger zou treffen, Inst. II, viii,1 (vert. A. Sizoo).
De Hebreeuwse Bijbel bestaat uit drie delen: de Wet, de Profeten en de Geschriften. De Wijsheidsboeken behoren tot het laatste deel en staan dus vrij achteraan. Maar het is echt niet zo dat de natuurlijke theologie die via de voordeur van de Wet of de Vijf Boeken van Mozes als heidendom werd uitgedreven, nu toch weer via de achterdeurvan de Geschriften werd binnengelaten.
De vijf hierboven genoemde hoofdlijnen willen we graag in vijf afzonderlijke artikelen bespreken.
J.J. de Bie, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's