De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De reformatorische zuil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De reformatorische zuil

13 minuten leestijd

Sinds lang is onze Nederlandse samenleving een verzuilde samenleving. Nadat in 1795 de band tussen kerk en staat was doorgesneden, werden de samenlevingsverbanden aan de 'neutraliteit' prijsgegeven. Dat wreekte zich vooral bij het onderwijs, waar 'godsdienst boven geloofsverdeeldheid' het devies werd. Derhalve ging zich op het gebied van het onderwijs de grote slag om het volkskind voltrekken. Toen het staatsonderwijs her en der op gespannen voet kwam te staan met de christelijke opvoeding in de gezinnen, werd het initiatief genomen voor eigen scholen. Het is met name Groen van Prinsterer geweest, die op het politieke vlak geijverd heeft voor de erkenning en gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs, op de scholen, waarover de ouders zelf het toezicht en het beheer hadden, vrij van de staatsideologie van zogeheten neutraliteit. Voordat hij zover was gekomen, heeft het Groen van Prinsterer overigens heel wat innerlijke strijd gekost. Hij wist, dat het gemiddelde volkskind aan de invloedssfeer van het Evangelie werd onttrokken. De bijzondere school gaf het volkskind prijs en concentreerde zich op het 'eigen' kind.


Met en rondom de christelijke school ontwikkelde zich intussen, naast een rooms-katholieke zuil, een protestants-christelijke, zeg vooral gereforméérde zuil, die het gehele maatschappelijke leven ging omvatten. Met Abraham Kuyper kwam die zuil tot volle ontplooiing. Het maatschappelijke leven werd meer en meer in gereformeerde en rooms-katholieke organisaties ondergebracht, naast de algemene verbanden, die al of niet in overheidsbeheer waren. Binnen deze protestants-christelijke zuil speelden de Gereformeerde Kerken met name een belangrijke rol. Zij vormden het ideologische hart van de gereformeerde zuil. De Gereformeerde Kerken kozen als kerken – zonder voorbehoud en uitsluitend – voor de christelijke organisaties. Het getuigenis in de samenleving moest vooral via die christelijke organisaties gestalte krijgen.


De Nederlandse Hervormde Kerk bleef als kèrk, gegeven haar positie in dit land in de geschiedenis, ook verknocht met de staatsverbanden en bleef als zodanig ook verantwoordelijkheid dragen voor het openbaar onderwijs. Binnen de Hervormde Kerk waren overigens ook velen met de protestants christelijke organisaties verbonden. Dat gold dan met name in de confessionele hoek in de meest brede zin van het woord, dat wil zeggen: in de hervormd gereformeerde en de confessionele sector. Als zodanig waren er in veel hervormde gemeenten raakvlakken met de gereformeerden op het gebied van het onderwijs of in andere plaatselijke christelijke organisaties, hoewel er heel vaak ook eigen hervormde scholen waren.
Ten opzichte van typisch 'afgescheiden' verbanden – ik bedoel bijvoorbeeld scholen van kerkelijk afgescheiden type – was er in hervormde gemeenten meestal volstrekte afgeslotenheid, wat het eigen karakter van zulke scholen zelf ook met zich meebracht.

Ter ziele
De protestants-christelijke zuil, zoals Kuyper die heeft opgericht, is grotendeels ter ziele. Daarvan zijn, goede uitzonderingen daargelaten, nog slechts rudimenten over, vaak innerlijk uitgehold, hetzij door veralgemenisering vanwege verruiming van de grondslag, hetzij door oecumenisering, hetzij door het langzaam maar zeker verwateren van de principes.
De overheid heeft hier en daar best reden om te vragen waarìn nu het specifiek christelijke van de mede door haar gesubsidieerde christelijke verbanden nog tot uitdrukking komt. De C is vaak onherkenbaar geworden.
In dit alles speelden de theologische ontwikkelingen binnnen de Gereformeerde Kerken onmiskenbaar een grote rol. Al moet men zich afvragen wat er eerst was, het ei of de kip. Een kerk, die zelf zó nauw verstrengeld is met het maatschappelijk organisatiewezen, wordt zèlf ook sterk vanuit die maatschappelijke verbanden beïnvloed. Ze is dan zelf heel cultuur- en conjunctuur-gevoelig.


Intussen kwamen door genoemde ontwikkelingen nieuwe zuilen op. De vrijgemaakt gereformeerden hebben al heel lang hun eigen organisaties. Ze ontstonden gelijktijdig met het ontstaan van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en zijn als zodanig een rechtstreekse voortzetting van het oude gereformeerde organisatiestreven op 'alle terreinen des levens'. Ook hier is er overigens die rechstreekse wisselwerking tussen de kerk(en) en de organisaties. Daarom zien we ook vandaag al weer hetzelfde spanningsveld optreden: ontwikkelingen in de organisaties laten het kerkelijk leven niet ongemoeid en omgekeerd. En de vraag is maar wie bij toenemende spanning de langste adem heeft. Op den duur verdragen organisaties namelijk, naar de geschiedenis telkens weer leert, geen kerkelijke bevoogding of kerkelijk toezicht. Het moet dan ook niet uitgesloten worden geacht, dat de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hier ook de geestelijke tol moeten gaan betalen van hun verzwagering met de eigen organisaties.

Reformatorisch
Ik laat nu buiten beschouwing de nog niet uitgekristalliseerde evangelische zuil, die is ontstaan. Maar intussen heeft zich ook – en daar gaat het mij nu vooral om – een reformatorische zuil ontwikkeld. Dat deze zuil pas láter ontstond heeft ongetwijfeld te maken met de látere ontwìkkeling (emancipatie) van de Gereformeerde Gezindte in engere zin. Maar overigens ontwikkelde deze zuil zich ongetwijfeld tot de krachtigste in onze samenleving. Op letterlijk alle terreinen vond een eigenstandige ontwikkeling plaats van het 'reformatorisch' volksdeel. Dat ik overigens reformatorisch tussen aanhalingstekens zet heeft te maken met het feit, dat reformatorisch hier niet allereerst kan worden verstaan als: terùg naar de Reformatie! Vanuit de kringen, waaruit de reformatorische verbanden opkomen, zijn immers allerlei latere ontwikkelingen, tot en met allerlei kerkelijke vèrwikkelingen en woekeringen, over het strikt reformatorische heengegaan.
Het reformatorische wereldje is te divers, tot in het omgaan met de kernnoties van de Reformatie toe, om eenduidig reformatorisch te kunnen heten in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Reformatorisch is veel meer een verzamelnaam geworden tegenover het uitgeholde 'gereformeerde' of algemeen protestants-christelijke organisatieleven. Het is geen kèrkelijke verzamelnaam (want geen der kerken heeft het woord reformatorisch in de naam) maar een sociologische, een organisatorische verzamelnaam.

Culturen
De reformatorische zuil nu is nergens verbonden met de kerk(en). Dat zou ook haar kracht kunnen en moeten zijn. Het is echter ook haar zwakte, want ze draagt wel in zich de bonte verscheidenheid en verdeeldheid van de kerkelijke achterban. Daarin zijn afzonderlijke delen, die elkaar – het gemeenschappelijke uitgangspunt in 'Schrift en belijdenis' ten spijt – niet helemaal of helemaal niet geestelijk verdragen. Weliswaar kan er nergens in reformatorische verbanden sprake zijn van directe kerkelijke bevoogding, maar gééstelijke bevoogding, vanuit bepaalde delen van de Gereformeerde Gezindte in engere zin, kan er wel terdege zijn.
Intussen heeft de reformatorische zuil geen ideologisch (kerkelijk) hàrt, zoals de gereformeerde zuil dat had in de Gereformeerde Kerken. In de samenwerkingsverbanden bòtsen toch ook verschillende kerkelijke en geestelijke culturen op elkaar en dat kan tot gevolg hebben, dat men binnen de reformatorische zuil in allerlei zaken bijna geen kant op kan, want alles ligt 'gevoelig'. Verder valt te constateren, dat diegenen, die uit principe het meest hun eigen opvattingen (hun 'waarheid') tot gelding willen brengen, ook echt de dienst uitmaken. De 'rekkelijken' blijken altijd breder ruimte te kunnen geven dan de 'preciezen'. De haarscheuren in de reformatorische zuil zijn dan ook al her en der te ontdekken. Omdat bij een deel het (af)scheiden in het bloed zit, behoeft het niet te verbazen als in de toekomst zou blijken, dat de reformatorische zuil in allerlei sub-zuilen uiteen zal vallen.

Centraal
Haarscheurtjes, om het voorzichtig te zeggen, vertonen zich momenteel al wel heel duidelijk in het oudste 'reformatorische' verband, de SGP. Eigenlijk neemt deze politieke organisatie vanouds een centrale plaats in binnen de reformatorische wereld, hoewel niet als enige binnen de Gereformeerde Gezindte. Maar juist hier profileren zich dan ook in toenemende mate flanken, die op zich weer te maken hebben met ontwikkelingen (noem het in meerdere of mindere mate 'progressief' of 'conservatief') in het geheel van de gezindte.
In de discussies bijvoorbeeld rondom de positie van de vrouw in de politiek botsen – méér nog dan principia – geestelijke culturen op elkaar. De brede discussie over één en ander voltrok zich de laatste tijd goeddeels in andere dagbladen dan het Reformatorisch Dagblad, namelijk in Trouw, de Volkskrant, Hervormd Nederland en andere media. Recent doorbrak echter het Reformatorisch Dagblad ook enigszins de terughoudendheid. Allereerst in een paginagroot artikel van de hoofdredacteur, waarin de verschillen in deze op een rij werden gezet, met overigens een duidelijke kritische teneur jegens diegenen, die het lidmaatschap van de vrouw voorstaan. En verder ook in een paginagroot dubbelinterview (hoewel 'apart together', sámen en toch geschèìden) met mevr. H. Grabijn van Putten, die het voortouw nam inzake het pleidooi vóór lidmaatschap van de vrouw in de SGP, en mevr. A. Teerds-Gertenbach, die wel politieke betrokkenheid van de vrouw voorstaat maar geen lidmaatschap. Het RD hield hiermee het schip in het midden.
Onbevangen lezing van (o.a.) beide stukken bepaalt de lezer intussen wel bij twee geestelijke sub-culturen binnen de éne leefwereld; culturen, die met elkaar op spanning staan. Daarom is de discussie over de plaats van de vrouw in de politiek slechts een symptoom van dieper liggende controversen en spanningen, die alles te maken hebben met de verschillende wijzen, waarop mensen (mannen èn vrouwen) vandaag – het ene beginsel ten spijt – in samenleving en cultuur willen staan. Dat gegeven nu zal binnen de reformatorische zuil, naar het mij voorkomt, een geducht probleem worden in de toekomst. Daarom is de héle Gereformeerde Gezindte, en daarbinnen de reformatorische zuil, hier betrokkene en niet louter toeschouwer. Het gaat hier, naar mijn overtuiging, minder om een 'middelmatige' zaak, dan men in de SGP discussie telkens wil doen voorkomen.


In het geheel van de emancipatie van de reformatorische gezindte – ik blijf pleiten voor gereforméérde gezindte – neemt het Reformatorisch Dagblad een eigen plaats in. Ook het RD is daarbij geen verantwoording aan kerken of groeperingen verschuldigd. Maar juist het RD is toch het boegbeeld voor die gezindte gaan vormen. Gegeven de breedte van de gezindte, met alle spanningen en controversen daarin, is het gevaar echter niet denkbeeldig, dat inzake allerlei controversiële zaken vanuit de onderscheiden kringen grótere terughoudendheid bepleit wordt en dan ook metterdaad gepraktiséérd wordt dan voor een onafhankelijk dagblad gewenst is. Anderzijds bestaat het gevaar, dat het RD bìnnen de zuil weer het boegbeeld wordt voor een déél ervan, beperkter dan de lezerskring. In de discussies binnen de SGP bijvoorbeeld bleek enerzijds die grote terughoudendheid – ook al wil het RD geen SGP-gebonden krant zijn – maar heeft het er anderzijds op geleken, dat diegenen, die het lidmaatschap voor de vrouw voorstaan, maar moeilijk aan bod konden komen.
Zo zal ook in de toekomst, naar het zich laat aanzien, inzake onderscheiden aandachtsvelden binnen de reformatorische zuil, blijken hoe groot de spankracht en spanwijdte van het RD is m zich voordoende controversen. Het RD heeft een emancipatieprobleem, om deze belaste term maar te gebruiken, in eigen boezem.

Hervormd gereformeerd
In dit verband wil ik nog kort ingaan op de eigen plaats van de hervormd gereformeerden in het geheel van deze ontwikkelingen. De reformatorische zuil is nergens in een gemiddelde hervormd gereformeerde gemeente – in geen ènkele gemeente – zo maar te planten. Daar is zo'n gemeente niet alleen teveel volkskerkgemeente voor, maar daarvoor liggen in hervormd gereformeerde kring zelf vanouds te verschillende denklijnen. Wanneer we bedenken, dat er in het verleden niet alleen (vaak diepgaande) verschillen waren tussen hervormd gereformeerden en afgescheidenen, bijvoorbeeld met betrekking tot het kerkelijk vraagstuk maar ook ten aanzien van geestelijke vragen, met name rondom de prediking en het belijden, dan kan men al wat gereformeerd heet vandaag niet zomaar onder één paraplu bijeenbrengen en doen alsof er geen verschillen bestaan.
In de vooroorlogse jaren gingen hervormd gereformeerden als prof. dr. H. Visscher, ds. I. Kievit, prof. dr. J. Severijn en later andere 'voormannen' als ds. G. Boer een eigen koers ten opzichte van de afgescheidenen, zowel in politiek opzicht – men was op allerlei punten in discussie met de SGP rondom de toepassing van artikel 36 – maar ook inzake verbond en verkiezing en het onderwerpelijke (bevindelijke) element in de prediking. Daarbij ging het bepaald ook om de vraag wat echt reformatorisch is, in de zin van de Reformatie zelf.


Vanwege de reformatorische zuil nu worden vandaag veel meer bepaalde denkwerelden met elkaar vervlochten dan vroeger het geval was. Daardoor vindt er ook wederzijdse beïnvloeding plaats. Hoe het in andere kerken vroeger lag en vandaag ligt, laat zich door een buitenstaander moeilijk beoordelen, maar in hervormd gereformeerde gemeenten zijn, naar mijn eerlijke waarneming, de laatste jaren invloeden merkbaar, die er voorheen niet of niet in die mate waren. Dat heeft ongetwijfeld te maken met bredere communicatiemogelijkheden. Er wordt hier en daar al gesproken over 'de afscheidingsbacil'.
De reformatorische zuil is toch ergens van afgescheiden komaf. Ongemerkt heeft er zich een ontwikkeling voorgedaan, waardoor gemeenten, met betrekking tot de leiding, die gegeven wordt, voor de oudere gemeenteleden soms minder herkenbaar zijn geworden ten opzichte van vroeger. Het kerkelijk besef neemt af en in vormen en patronen treden verstrakkingen op.
Het gevolg van één en ander is, dat er veel meer dan vroeger sprake is van veel zondags kerktoerisme. Feit is, dat in allerlei gemeenten in toenemende mate spanningen openbaar komen vanwege het feit, dat een richting wordt gekozen, die vanouds aan deze gemeenten vreemd is. Gegeven de verschillende geestelijke culturen binnen de reformatorische zuil zèlf vindt men zelfs hier en daar in hervormd gereformeerde gemeenten een ontwikkeling, die extra aantrekking uitoefent op mensen, die voor het overige wars zijn van de Hervormde Kerk als zodanig.
Het feit, dat perforatie van gemeentegrenzen vandaag zo op grote schaal wordt toegepast, niet in het minst – eerder het meest – in hervormd-gereformeerde gemeenten, is hier een teken aan de wand. Is er nog voldoende zicht op de hele gemeente?

Roeping
Een artikel als het onderhavige is eigenlijk te kort om hier alle aspecten voldoende tot z'n recht te laten komen. In ieder geval wil ik zeggen, dat de ontwikkeling van de reformatorische zuil het hervormd gereformeerde leven niet onberoerd laat en ook spanningen oproept, al is dat niet alléén aan de opkomst van deze zuil toe te schrijven.
Intussen mag de vraag worden gesteld hoe vruchtbaar de reformatorische zuil is naar buiten toe. Moeten we niet eerlijk zeggen, dat zich allerwegen tendensen voordoen, die erop wijzen, dat de reformatorische zuil doel in zichzelf wordt en intern bepaald wordt door het veilig stellen van de eigen identiteit en het ontwikkelen van een eigen cultuur? Met intussen verlies aan theocratisch gehalte, van roepingsbesef voor het geheel van kerk en samenleving.


In toenemende mate is er, juist dank zij deze zuil, een afgeslotenheid naar het geheel van de samenleving toe. Het 'volkskind' is opnieuw en nog verder prijsgegeven. In hervormd-gereformeerde kring is er die afgeslotenheid zelfs al naar het geheel van de eigen kerk toe. Dat kan op zich moeilijk reformatorisch heten. In die afgeslotenheid zit eerder een doperse trek.
Het behoeft geen betoog dat we ons met de reformatorische zuil verbonden weten, als het echt gaat om een verlangen terug te keren in alle levensverbanden tot de gehoorzaamheid aan de Schrift in verbondenheid met de Reformatie. Maar een reformatorische zuil als een afgesloten blok zou de laatste schans kunnen zijn in een doorgaande secularisatie. En als dan ook hier de dijken breken!?
Bovendien, met organisatie op zich ontstaat geen geestelijke opleving. Vorige week schreef dr. C.A. Tukker in zijn meditatie, dat onze tijd niet lijdt aan 'gebrek aan orthodoxie'. 'Maar hoe komt het, dat er, merkbaar althans, zo weinig leeft?'. Waarvan acte! Of is dat te algemeen gezegd?

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De reformatorische zuil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's