De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

Hier volgen een aantal stellingen, die de werkgroep 'omgaan met geschillen' van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie voegde bij een recent uitgegeven geschrift 'Hart tegen hard' (uitgave R.M.U.):

* Een autoriteit is principieel niet autoritair want het gezag is dienend.

* De werkgever moet niet denken dat hij het altijd voor het zeggen heeft.

* Bij de RMU heeft de werknemer niet bij voorbaat, gelijk.

* Door verdeling van werkgeversbevoegdheden over diverse personen kunnen werkgevers en werknemers in grote en middelgrote ondernemingen niet zonder meer worden opgevat als twee duidelijk afgebakende groepen personen.

* Consequent ontwijken van conflicten leidt tot frustratie van de arbeidsverhoudingen.

* Het feit dat staking onder bepaalde voorwaarden als een gelegitimeerd pressiemiddel wordt beschouwd om het machtsevenwicht tussen werkgevers en werknemers in stand te houden wil niet zeggen dat het ook een door iedereen geaccepteerd middel is.

* Procederen levert veelal twee verliezers op.

* Hef verhogen van de produktiecapaciteit door werkdeling en automatisering heeft de door werknemers ervaren werkdruk evenredig doen toenemen.

* In goede arbeidsverhoudingen kunnen beide partijen elkaar corrigeren. Een open communicatie helpt conflicten te voorkomen.

* In een conflictsituatie moeten partijen niet in hun schuttersputje kruipen. Er is dan geen ruimte voor toenadering en verzoening.

* Christus leert ons de bereidheid de minste te willen zijn.

* Arbitrage is bij uitstek geschikt om specifieke conflicten op te lossen.

* Werkgevers en werknemers dienen zich te bezinnen op de bijbelse opdracht te streven naar verzoening.


Uit het recent nieuw uitgegeven boek van Sicco Tjaden (1693-1726), 'Het verborgen leven voor de Heere', opgesteld door ds. Johannes Hofsted, een vriend van Tjaden, en nu bewerkt door drs. F.J. van Lieburg, de volgende passages:

Kanselincidenten
'In het vorige hoofdstuk zagen we dat Sicco Tjaden vanaf begin 1716 regelmatig in kerkdiensten voorging, hetzij om andere predikanten te vervangen, hetzij in vacante gemeenten waar men een nieuwe dominee zocht. Het spreekt vanzelf dat hij, zoals in het vervolg nog vaak zal blijken, op allerlei plaatsen tal van vermeldenswaardige ervaringen opdeed. Gevoelig als hij was, kende hij ook schokkende momenten, veelal rond slechts kleine voorvallen. Zo werd hij in het voorjaar 1716 verzocht om een beurt van één der Groningse predikanten over te nemen. In de kerk komend, stond er tot zijn verbazing een ander op de kansel. Hem werd gezegd dat hij naar een ander kerkgebouw moest, maar daar wachtte een tweede teleurstelling: hij vond er de predikant die hem ter vervanging had gevraagd. Het bleek allemaal slechts om een misverstand rond het tijdstip te gaan. Iemand meende echter tegen Sicco te moeten zeggen dat God blijkbaar "hier geen werk voor hem hadde". Nederig noteerde hij zijn reactie:

God worde in mij groot gemaakt, gelijk mijn sterkte in Hem is. Ga ik elders heen, ik zal het niet doen dan onderlijn geleide (Ex. 33 : 14). Ga ik tevergeefs. Hij make mij zelfverloochend. Word ik beroepen, Hij geve kracht en genade. Mijn hoop is op God gegrond, en worde niet beschaamd.

Een ander incident deed zich voor op de preekstoel van het Groningse dorpje Visvliet. Terwijl we eerst vernamen dat hij Gods nabijheid tijdens het preken ervoer, moest hij nu leren dat natuurlijke vermogens op zichzelf niets zijn. Hij sprak er voor een grote menigte, waaronder vele vromen, maar opeens liet zijn geheugen hem in de steek:
Ik preekte uit Psalm 97 vers 10 ("Gij liefhebbers des Heeren! haat het kwade; Hij bewaart de zielen Zijner gunstgenoten; Hij redt hen uit der goddelozen hand"). Maar waar was het u om te doen, o mijn ziel die aan het stof kleeft? Ziedaar, het geheugen wordt beneveld in een zaak, mij anders zo vertrouwd. Mijn borst begint te hijgen, de knieën stoten tegen elkaar, de voeten wankelen. Het was Gods hand, omdat ik niet merken kon dat er iets van buiten was dat mij ontstelde. Maar diezelfde God redde mij, en mogelijk hebben weinigen het gemerkt. Och, dat ik hieruit mocht leren die God met zuchten aan te lopen op de preekstoel, eer er een woord op mijn tong komt'


Ervaringen van zijn 'reis door Nederland'.

• Kleef
'De morgen daarop ging ik alleen op de postwagen naar Kleef. We reden daar over zeer hoge bergen, met aan de linkerhand een aangenaam gezicht op een ruim vlak veld en akkers, die door allerlei granen een zoete mengeling van aangename kleuren voor het oog vertoonden.

Gij kroont het jaar door Uwen zegen,
Met Uw veelvoudig goed.
Uw voeten druipen op de wegen
Van vet, in overvloed.
De weiden zelve der woestijnen,
Bedruipen zij met vrucht,
De heuvels zijn omgord met wijnen,
Met blijdschap en genugt'.
De schapen gaan met grote hopen,
Ter groene beemde-waard.
Het veld staat dicht met vrucht belopen,
Het graan is schoon geaard.
Dit doet de bouwman 't hart opspringen,
En met een lichte zin,
Op 't feest een vrolijk liedje zingen,
Want ruimte brengt vreugde in.'


• Middelharnis
'De volgende zondag werd ik verzocht te Middelharnis, een zeer vermaard dorp op het eiland Flakkee, recht tegenover Helvoet, gelegen aan het Noorderdiep. Hier was 's Heeren hand wonderlijk. Zekere predikant en die met hem daar het goede voorstonden, hadden met haast iemand tot mij afgezonden, en ze hadden het zo heimelijk gedaan – wegens de haters van het goede – dat de boodschapper zelf zijn boodschap niet wist. Op de raad van vromen had ik beloofd erheen te gaan. Toen ik in de schuit stapte, vond ik daar de afgezant zelf, die mij niet, evenals ik ook hem niet kende. Hier waren andere spionnen in de schuit, die mij zochten te bewegen om te preken tegen hen die daar ter plaatse "fijnen" genoemd werden. Ik antwoordde dat een vreemdeling zaken van dien aard eerst moest onderzoeken. Voor het overige hield ik mij stil, zoals men mij voorgehouden had.

In zoete alleenspraken, en midden onder al die krijgslisten, onder een stille kalmte en berusten in God, stapte ik te Middelharnis aan land. De ouderlingen stonden mij niet alleen een preekbeurt toe, maar ik behaagde hen zover in de omgang dat ze mij eenparig evenzeer begeerden als degene, die ik in de preek die ik deed op 24 juli over Romeinen 8 vers 14, op een ander en aangenamer grond, genoegen had gegeven. Ik had daar een zoet verblijf van twee dagen. Daar waren vele en gevorderde christenen, maar ik mocht er niet mee spreken, ofschoon ze mij op straat aanspraken, hoewel ik met één van hen nog in het geheim sprak. Ja, met ds. N.N. die maar een kwartier daarvandaan stond, mocht ik evenmin spreken.
Ik verzocht de ouderlingen van die plaats of ik mede ten Avondmaal mocht gaan, hetgeen mij werd toegestaan. De vrucht die ik daarbij ontving, overtrof verreweg de voorbereiding. Onder anderen werd ik opgewekt en bemoedigd door de onderscheidene en wisselende aanspraken van de predikant tot de aanzittende gasten. Vrienden (zei hij ons), het is een Koninklijke maaltijd; u bent onder 's Konings alziend oog, en daarom past u eerbied.
Als ik van de preekstoel klom, groette ik de ouderlingen en sprak hen aan met deze woorden: ik bedank de eerwaarde kerkeraad voor de goedheid, mij deze beurt te hebben toegestaan. Dat ik hier kwam, was om mijn dienst nevens anderen aan te bieden, indien ze ook mij bekwaam vonden om in 's Heeren kerk dienst te doen; wensende hun voorts des Heeren licht en besturing om in dezen zo te handelen als het de heiligen betaamt.
De schoolmeester van die plaats vroeg mij van welke richting ik was, en of ik God vreesde. Ik antwoordde: zo hij hetgeen hij mij vroeg, zelf verstond en kende, dat ik hem raadde de Heere te bidden dat Mij Zijn zinkende kerk te hulp mocht komen, en hem zou doen verstaan wat die plaats in Amos 5 vers 13 te kennen gaf: "daarom zal de verstandige te dier tijd zwijgen, want het zal een boze tijd zijn". En nadat ik 's middags ds. Lönis over Jesaja 61 vers 6 had horen preken, en 's Heeren Avondmaal met hen had bijgewoond, ging ik de volgende dag zeer verkwikt weer naar Rotterdam, en sprak in de schuit ruimer en veiliger over Jezus dan toen ik er heen ging.'


• Uit 'nagedachtenis' (ds. Tjaden werd slechts 33 jaar).

'Aan de rij lijkdichters kan één naam van betekenis worden toegevoegd, namelijk die van Wilhemus Schortinghuis (1700-1750), predikant in het Groningse dorp Midwolda. Mem kennen we als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van het gereformeerde piëtisme in de achttiende eeuw, en daarmee als een vooraanstaande geestverwant van Sicco Tjaden. In zijn even omstreden als populaire boek over Het innige christendom uit 1740 zou Schortinghuis Tjaden ten voorbeeld stellen als een proponent, die ernst maakte met het ontvangen van een beroep naar een gemeente. In 1726 had hij zijn Lijktranen, gestort over het droevig, ontijdig, doch zalig overlijden van zijn jonge vriend op rijm gesteld. Enkele jaren werd in een voormalige kapiteinswoning in Nieuwe Pekela – dichtbij het tegenwoordige Zeemansmuseum in de ds. Sicco Tjadenstraat – een origineel pamflet van dit gedicht teruggevonden:

Daar ligt die vloeib're mond, daar ligt dat koud gebeent'!
Zoëven nog een pronk en luister zijns gemeent'!
Die leidsman, die de glans van 't heilige vertoonde!
Die ziel en lichaam voor zijn Koning niet verschoond bidden en waken.
Die met een hemelstem in ieders oren klong,
En harde zondaars tot zijn Koning en taal dwong.
Die 't vuil der zonden wist te schouwen, en de vlekken
in 't kruisbloed van het Lam voor eeuwig te bedekken.
Die altijd blaakte
In Jezus' liefdegloed. Die tot zijn lust niet zocht
Dan dat hij maar zijns Heeren last en werk volbracht.
Die door zijn fluitkunst zorgelozen wakker maakte,
Zodat een wereldling zelfs 't heil van Sion smaakte.'

J. van der Graaf

P.S. Oplettende lezers hebben terecht laten weten, dat in de voorgaande aflevering van Globaal bekeken een hooggeleerde vergissing schuil ging: de snelheid van de twee fietsers in het verhaal over John van Neumann moest zijn 10 mijl per uur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's