Commissie kerkorde hakt knoop door inzake historische continuïteit
Dezer dagen heeft de commissie, die verantwoordelijk is voor het ontwerp kerkorde van een Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland, een herziene tekst open baar gemaakt. Van de 386 voorstellen tot wijziging, die uit allerlei geledingen van de kerk bij de commissie waren binnengekomen, heeft men er veertig gehonoreerd. Op veertig plaatsen is het oorspronkelijke stuk dus bijgesteld. Het stuk zal, zoals het nu voorligt, de eerste week van oktober behandeld worden op de zogeheten triosynode. Keurt deze de tekst – al of niet gewijzigd – goed, dan moeten de afzonderlijke synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk het besluit van de triosynode goedkeuren en vervolgens gaat het zijn weg langs de classicale vergaderingen, die erover moeten considereren. Daarna komt het in tweede (definitieve) lezing op de synode(n).
Wanneer deze weg is afgelegd en de kerkorde voor de verenigde kerk door de synoden is aanvaard, dan is daarmee nog niet de éne verenigde kerk een feit. Dat vergt een apart verénigingsbesluit, nadat overigens eerst overeenstemming moet zijn bereikt over de aan zon kerkorde hangende, nog te ontwerpen ordinanties, waarin allerlei praktische zaken nader worden geregeld.
Voor goed begrip wilde ik deze informatie laten voorafgaan aan de opmerkingen, die ik hieronder nu wil maken over het herziene ontwerp op zich.
Continuïteit
Zal een verenigde reformatorische kerk de voortzetting zijn van 'de vaderlandse kerk'? Dat moest nader worden onderzocht, werd op de extra vergadering van de hervormde synode met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in januari van dit jaar geconcludeerd. Die historische continuïteit van de vaderlandse kerk had te maken met haar belijdenis en haar geschiedenis. Van hervormd gereformeerde zijde is op de bijzondere vergadering van hervormd gereformeerde ambtsdragers in Putten gesteld, dat de kerk dreigde te worden losgesneden van haar historische wortels, dat ze daarvan zou worden afgescheiden bij overplanting naar een verenigde kerk. De naam 'herenigd' was immers vermeden, om te voorkomen dat het zou lijken alsof de Gereformeerde Kerken terugkeerden naar de situatie voor 1886, c.q. 1834.
De commissie kerkorde heeft in de herziene tekst die vraag naar 'de historische continuïteit' heel simpel en ook heel abrupt opgelost, namelijk door gewoon te stellen dat het zo is: 'De Verenigde Reformatorische Kerk (…) in Nederland is de voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden'. Voortzetting van de drie kerken dus! De vraag zal zijn of het hier met zeggen is te doen.
Verder is gehandhaafd, dat bij vereniging van de kerken vier soorten gemeenten zullen bestaan, namelijk reformatorische gemeenten (dus verenigd), hervormde gemeenten, gereformeerde kerken en evangelisch-lutherse gemeenten.
Verder is de commissie op geen enkele wijze gezwicht voor de aandrang (vanuit de Gereformeerde Bond èn vanuit de Confessionele Vereniging) om hervormde classes te handhaven. Daarmee staat het wat de commissie betreft vast: alles wat bóvenplaatstelijk is, gaat samen, vooropgesteld dat de kerken zelf inderdaad tot 'v(h)ereniging' willen gaan besluiten, zodra overeenstemming over deze kerkorde is bereikt.
De classes, die straks moeten gaan considereren, zullen dit goed moeten bedenken. Zij met name kunnen hier langs de kerkelijke weg verzet gaan aantekenen. In het ontwerp zullen de classes, in tegenstelling tot de gemeenten, onder verenigingsdwang komen. De nijpende vraag is of dit ook niet zijn weerslag zal (moeten) hebben op de gemeenten binnen de classicale ressorten.
De Naam
Het is overigens onbegrijpelijk – nog afgezien van de vraag naar de historische continuïteit – dat de commissie de allerwegen onder vuur genomen naam 'Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland' handhaaft. Die naam leek al in een vroeg stadium gesneuveld te zijn. Wel is als (nog slechter) alternatief nu genoemd 'Verenigde Protestantse Kerk in Nederland'. Maar in ieder geval geen 'hervormd' meer in de naam. Eerder is betoogd, dat met name in evangelisch lutherse kring bezwaar bestaat tegen de benaming hervormd. De luthersen staan immers niet in een hervormde traditie. Ze staan echter wel in de traditie der hervorming. Dus als zodanig behoeven deze bezwaren niet zo absoluut te zijn. Feit is echter, dat met name van (bepaalde) gereforméérde zijde bezwaar bestaat tegen 'hervormd', omdat juist in deze naam zou worden gesuggereerd, dat het om hereniging gaat.
Leuenberg
Er blijven dus zwaarwegende bezwaren tegen het ontwerp op zich. Dat belet ons evenwel niet om royaal ook waardering te uiten voor alles wat de commissie wel heeft gehonoreerd. In ogenschouw nemende, dat het hier gaat om een breed samengestelde commissie, die verder 'slèchts' verantwoordelijk is voor de kerkorde en niet voor de verdere voortgang van het proces, mag worden opgemerkt, dat de commissie duidelijk heeft geluisterd naar de kritische stemmen, die geklonken hebben.
Men heeft met name ook geluisterd naar de zwaar aangezette kritiek uit Putten. De angel is namelijk uit de grondslagformule weg, doordat de Konkordie van Leuenberg – waarover de hervormd gereformeerde richting krachtdadig is heengevallen – nu buiten het eigenlijke grondslagartikel staat, en bovendien in sterk afgezwakte vorm: de kerk erkent de betekenis ervan 'voor de ontmoeting van de lutherse en gereformeerde tradities.' Hier is dus geen sprake meer van waardering van Leuenberg als een belijdende verklaring, naast de historische, klassieke belijdenisgeschriften. De betekenis ervan wordt erkend voor de ontmoeting van de twee hoofdstromen van de Reformatie.
Deze wijziging overigens zou op zich consequenties kunnen hébben voor (verdere) deelname van de Remonstrantse Broederschap, die de Dordtse Leerregels naast Leuenberg in de grondslag niet kan aanvaarden. De Remonstrantse Broederschap is zelf sterk verdeeld over verdere deelname. Deze wijziging nu zal bij tegenstanders van deelname de voortzetting van het nu functionerende waamemerschap niet stimuleren.
Andere wijzigingen
De commissie heeft ook andere fundamentele wijzigingen aangebracht. Nu is bijvoorbeeld wèl het opzicht specifiek toegekend aan de ouderling en de predikant. In het oude concept was aan alle ambten samen het toezicht toebedeeld, terwijl in de gereformeerde traditie de ouderling 'zit op de leer'. Wel blijft de omschrijving van de aard van het opzicht vaag, als namelijk in de toelichting wordt gezegd, dat opzicht en tucht niet bedoelen: 'een oordeel over de wijze waarop gemeenteleden hun leven inrichten, maar het doel is het bewaren van de gemeenschap.' Dat zal dus wel de reden zijn, dat geen gehoor is gegeven aan de aandrang (onzerzijds) om het opzicht niet alleen te gronden in de 'barmhartigheid' maar ook in de 'gerechtigheid' van Jezus Christus. Afgezien van het feit, dat barmhartigheid jegens de één onrecht jegens de ander kan betekenen, moet naar 'Schrift en belijdenis' toch worden gezegd, dat het opzicht ook een uiterste consequentie heeft in de censuur, wanneer leer en leven niet strookt met de Schriften.
In de nieuwe tekst van de kerkorde is ook koppeling tussen ambt en geloofbelijdenis in zoverre aangebracht, dat de ambtsdragers belijdenis moeten hebben gedaan, ai behoeft dit niet vóór hun benoeming te hebben plaatsgevonden. Wel blijft het openbare ambt van Woord en sacrament (uit de lutherse traditie) vooròp bij de ambten gehandhaafd.
Ook het college van diakenen – om nog een voorbeeld van positief te waarderen wijzigingen te noemen – heeft een plaats gekregen. En verder zijn als alternatief voor de PKV in dit voorstel algemene classicale vergaderingen opgevoerd, naast de gewone classes, dit om het karakter van de classis als grondvergadering van de kerk niet te verzwakken door de classes te belasten met behandeling van allerlei praktische zaken. De classis zal op de geméénte zijn gericht, de algeméne classis (minder in aantal, met afvaardigingen uit de gewone classes) op het geheel van de kèrk. Dus toch een soort vierde bestuurslaag.
Bezwaar
De ònt-koppeling van avondmaal en openbare geloofsbelijdenis (kindercommunie) blijft echter mogelijk. En inzake het huwelijk is men gebleven bij het oorspronkelijke uitgangspunt: geen paragraaf daarover, òf één met ook de mogelijldieid van inzegening van alternatieve relaties. Over een tekst aangaande dit laatste is de commissie het wel eens, maar ze biedt deze nochtans niet aan als voorstel in de kerkorde, aangezien daarover toch in de kerken de commotie groot zou zijn. Dus verkoos men voorduren van de impasse in deze: geen paragraaf over het huwelijk.
Samengevat
Samengevat moeten we zeggen, dat de commissie, binnen de grenzen van haar verantwoordelijkheden, haar huiswerk optimaal heeft verricht. Maar ze heeft de bezwaren en de kritiek, die (o.a.) in Putten werden geuit, niet integráál weggenomen. Het woord is nu verder aan de kerken. Daar ligt nu voor de komende tijd de vraag op tafel hoe het proces verder zal moeten verlopen.
We herhalen nog eens: aanvaarding van deze kerkorde maakt vereniging van de kerken nog niet tot een feit. Ze brengt deze wel dichterbij. Aan de orde is daarbij intussen of de kerk – met de best mogelijke kerkorde op zak – in de toekomst tot méér dan federatie (waar deze gewènst wordt) zal mogen gaan besluiten als er, althans binnen één van de kerken, zo breed verzet tegen vereniging blijft bestaan.
In deze willen we onze positie als hervormd gereformeerden nog eens duidelijk onderstrepen. Er is onzerzijds geen verzet aangetekend tegen het federatief samengaan van gemeenten, waar dit door die gemeenten zelf gedragen en begeerd wordt. Het ging en gaat er ons om, dat een verenigingsbesluit dreigt te worden genomen, terwijl belangrijke delen van de kerk(en) het niet willen, omdat er op het gemeentelijke vlak alleen maar een geforceerd samengaan zou zijn, terwijl men bovendien niet wenst te worden meegenomen naar een kerk, waarvoor men niet gekozen heeft.
Wij weten heel wel, dat kerkelijke vergaderingen voortgaan op de weg van eerder genomen besluiten. Als zodanig ligt er het besluit van 1986, waarin werd uitgesproken, dat de kerken in staat van hereniging zouden zijn (let overigens wel: hereniging). Welnu, die status duurt momenteel voort. Evenwel is het woord 'fusie' al her en der aan de orde (bijvoorbeeld in rapporten over 'fusie bovenplaatselijk vlak'). Zodra deze staat van hereniging dan ook wordt omgezet in daadwerkelijke vèreniging, dreigen grote fricties in vele classes en gemeenten. Daarom is het op zich ook uitermate te betreuren dat de commissie niet voor de aandrang is gezwicht om hervormde classes te handhaven. Of zal dit nog bij ordinantie en overgangsmaatregelen geregeld gaan worden?
Het woord is nu verder aan de kerken. De commissie kerkorde heeft met Putten optimaal rekening gehouden. Maar het verzet van Putten ging niet alléén op de kerkorde terug. Dat raakte de voortgang van het proces als zodanig. De vraag van de historische continuïteit is dan ook nog niet echt beantwoord. Maar zeker blijft de vraag branden of voortgang van het proces het welzijn van kerk en gemeente dient.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's