Sexualiteit en pastoraat (3)
Behalve het collectieve pastoraat is er ook het individuele. Het initiatief hiertoe kan van verschillende kanten komen. Allereerst van de gemeenteleden zelf. Zij roepen de hulp in van de pastor. We zagen hierboven al dat dat vaak niet zo gemakkelijk ligt. Toch zou ik met klem willen zeggen tegen lezers die met sexuele problemen zitten: stap nu eens over die schroom heen. Het is absoluut niet vreemd om hulp te vragen voor sexuele problemen. Het is juist heel goed om daar niet te lang mee te wachten, maar op tijd te komen. Waarom zou je als echtpaar de predikant niet eens betrekken bij de vraag naar gezinsvorming.
Het initiatief tot pastorale hulp kan ook van de pastor zelf uitgaan. Hij neemt soms verschijnselen waar, die hij herkent als signalen van een stuk nood. Een oplettende pastor vangt nogal wat s.o.s-seinen op. Dan is het wel belangrijk dat een benadering voorzichtig plaatsvindt. Niet overrompelend of bedreigend. De ander respecterend. Soms kan het noodzakelijk zijn als pastor zelfinitiatieven te nemen. Ik hoorde van een meisje, dat altijd heel stil was in de klas op school. Heel moeilijk communiceerde. In een persoonlijk gesprek tussen haar en haar klasselerares legde deze op een gegeven ogenblik haar hand op de schouder van het meisje. Het meisje sidderde. De lerares wist genoeg. Het meisje bleek inderdaad slachtoffer van incest te zijn.
En waarom blijft dat kinderloze echtpaar weg uit de kerkdienst waarin de doop bediend wordt? Als dat herhaaldelijk gebeurt, kan het voor de predikant een reden zijn om deze mensen eens op te zoeken en te proberen het stille kruis dat zij dragen, bespreekbaar te maken.
Het is misschien overbodig, maar laat ik het toch opnieuw zeggen dat de pastorale persoon aan wie hulp gevraagd wordt niet per se de predikant hoeft te zijn. Het kan ook een ouderling zijn of iemand anders. Ik zou in dit verband willen pleiten voor pastoraat van gemeenteleden onderling. Ligt hier geen opdracht voor de christelijke gemeente? Oog te hebben voor elkaar? Psychologisch kan het ook voordelen hebben. Als vrouw praat je soms gemakkelijker over je sexuele problemen met een vrouw dat met de (mannelijke) predikant. Op dit punt dient er denk ik nog heel wat te veranderen. Hoe gaan we met elkaar om als gemeenteleden? Hoe zien we elkaar, juist ook als er sprake is van problemen in huwelijk, sexuele geaardheid enz. Wat zijn we geneigd over elkaar te praten, zelfs te roddelen, in plaats van voor elkaar te bidden en met elkaar te praten en te proberen iets voor elkaar te betekenen. Wat een zegen als we met onze noden behalve bij de Heere God ook bij iemand uit de gemeente terecht kunnen die ons begrijpt. Laten we ons bewust zijn van deze opdracht en de mogelijkheden benutten die er zijn. Het gaat om een door en door bijbelse opdracht.
Pastoraat aan ongehuwden
We willen nu nog eens nadenken over het pastoraat aan enkele categorieën gemeenteleden die niet getrouwd zijn. We denken aan de volgende groepen: zij die niet tot een huwelijk komen, weduwen/weduwnaren, gemeenteleden die gescheiden zijn, gemeenteleden die samenwonen, gemeenteleden die homosexueel zijn. Ik ben me er van bewust dat we hiermee een terrein betreden waarop veel voetangels en klemmen liggen. Wat ik hierover schrijf moet dan, ook geenszins als het eind van alle tegenspraak beschouwd worden.
Ongetrouwd
In de eerste plaats zijn er in iedere gemeente personen die (nog) niet tot een huwelijk zijn gekomen.
Soms zit daar een bewuste keus achter, maar meestal heb je dat niet in eigen hand. Voordat je het hiermee eens bent en je het aanvaardt als leiding van God, valt er heel wat te verwerken. In het boekje van J. Agterkamp e.a. Ongehuwd, kan ik er wat aan doen? ('s-Gravenhage 1992) wordt duidelijk gemaakt, dat er verschillende oorzaken kunnen zijn waarom iemand niet trouwt en dat die oorzaken kunnen samenhangen met een bepaald karakter, c.q. levensinstelling. Ook kan een handicap een reden tot ongehuwd zijn vormen, of het soms jarenlang verzorgen van een zieke moeder of vader. Er zijn mensen die het ongetrouwd zijn beslist niet als een probleem ervaren, maar er zijn er ook voor wie dat wel terdege het geval is. Je voelt je vaak eenzaam en buiten de gemeenschap staan.
Het is een teken dat er in de gemeente vaak niet die pastorale aandacht aan besteed wordt die nodig is. In het bovengenoemd boekje wordt op blz. 79 gesteld: 'Wie geslachtsgemeenschap wil hebben, moet trouwen. Binnen de veilige omheining van het huwelijk is de sexualiteit op haar plaats (…). Als dat huwelijk niet komt, is er geen andere weg te gaan dan de weg van de sexuele onthouding.' Hier wordt dus duidelijk gesteld dat ongehuwden de sexuele relatie missen die rnen in het huwelijk heeft. In het rapport Liefde en sexualiteit van de Ned. Herv. Kerk (1972) wordt ongeveer op dezelfde manier gesproken. Naar ik meen is dit de bijbelse visie.
Hoewel gezegd moet worden dat niet iedereen hier zo over denkt. O.F. van Gennep laat in zijn hoek Mensen hebben mensen nodig (Baarn 1972) een heel ander geluid horen. Hij vindt dat sexualiteit ook buiten het huwelijk een plaats moet kunnen krijgen. Ondertussen betekent sexuele onthouding vaak wel een stuk zelfverloochening. Immers is de sexualiteit een functie van het mens-zijn. Op dit punt alleen al kan het voor een ongehuwde wringen. Hoewel dit een probleem is waar hij/zij zelf mee in het reine moet zien te komen, kan pastorale hulp heel goed zijn. Iemand deelgenoot maken van een stuk nood, die niet alleen maar lichamelijk is, kan de last verlichten. In een pastorale relatie kunnen ook andere problemen aan de orde komen. Wat kan iemand zich schuldig voelen als hij zijn toevlucht neemt tot zelfbevrediging. Vragen zijn er dan als: ben ik wel een kind van God? Mag ik wel naar het Avondmaal gaan? Dezelfde gewetensconflicten ontstaan soms ook bij fantasieën die voor eigen geweten de grens van het toelaatbare overschrijden (het 'branden' van 1 Cor. 7 : 7-9). Ook gevoelens van jaloezie ten aanzien van familieleden, vrienden of vriendinnen die trouwen, kunnen het geweten verontrusten. Al dit soort vragen kunnen met veel voorzichtigheid en respect voor elkaar besproken worden. Wat kan het helpen om de dingen samen in het gebed uit te spreken voor Gods aangezicht. En als het niet op te brengen is om dat in een gesprek te doen, dan kan het ook altijd nog schriftelijk gebeuren.
Ongetrouwden dienen in de gemeente een volwaardige plaats te krijgen. Het huwelijk is bijbels gezien niet de enige levensbestemming. Ongehuwden dienen opgenomen te worden in het gemeentewerk. Laten kerkeraden hierop letten. Juist zo kunnen relaties ontstaan, waardoor iemand een luisterend oor vindt. Ook is het soms verstandig om een vroegere vriendschap weer eens op te nemen. Een huwelijk aangaan betekent toch niet per definitie dat een vriendschap moet worden verbroken?
Een apart punt is de vraag of en hoeverre er hulp geboden kan worden bij het zoeken van een levenspartner. Hoewel er op deze weg al heel wat teleurstellingen geïncasseerd zijn, kan het toch goed gaan om elkaar behulpzaam te zijn bij het zoeken van een man of vrouw. Zo kunnen ook kontakten ontstaan in een reisgezelschap. Een overdosering aan organisatie is hier onjuist, maar een gezond gebruik van de middelen kan verrassende wendingen aan het leven geven.
Weduwen en weduwnaren
Een tweede categorie gemeenteleden voor wie we in pastoraal opzicht aandacht vragen als het om sexualiteit gaat is die van weduwen en weduwnaren. We noemden ze in dit artikel al meer (zie 'bedrijfsongeval'). Wat zijn we er eigenlijk aan gewend geraakt, dat er in de christelijke gemeente weduwen en weduwnaren zijn. Vooral weduwen, die in aantal de weduwnaren overtreffen. Vaak hebben omstanders niet door, hoe diep het verlies van man of vrouw ingrijpt. Datje er nooit aan went, al kan men na veel strijd tot acceptatie komen. Vooral als men heel veel samen was, alles samen deed, echt elkaars wederhelft was. Dan wordt het nooit meer zo als vroeger. Men is en blijft geamputeerd.
In de eerste periode van het verlies is er meestal wel aandacht en meeleven vanuit de gemeente. Maar dat wordt al gauw minder. Er vinden weer nieuwe sterfgevallen plaats en voor het gevoel van meerderen moet de betrokkene niet te lang 'aandacht vragen'. Dat maakt het allemaal zo moeilijk. Wat zijn we vaak liefdeloos voor elkaar.
Hoewel de sexuele beleving van mannen en vrouwen verschillend is en dus ook het verlies daarvan, toch kennen de meeste vrouwen en mannen overeenkomstig hun eigen beleving verdriet en gemis op dit gebied. Vooral als je het lichamelijk-sexueel altijd zo fijn gehad hebt. Altijd zo dicht bij elkaar was (de strelende hand, de vertrouwde ademhaling van de ander als je midden in de nacht soms wakker lag).
Denken we hier in de gemeente wel voldoende aan? Of weten we er geen raad mee? Beseffen we wel wat het betekent om als gezonde sterke man van 30 jaar weduwnaar zijn? Waar moet je met je sexuele gevoelens naar toe? Ligt hier geen pastorale taak? Ziel en lichaam zijn toch niet te scheiden? Hoe waar dat is merken die weduwnaren vaak zelf als zij 'noodoplossingen' zoeken, die hun geweten verontrusten. Dan voelt de ziel zich schuldig vanwege lichamelijke dwaalwegen.
Het is duidelijk dat op dit punt in pastoraal opzicht niets geforceerd moet worden. Maar toch kan er een diepe behoefte zijn aan een vertrouwelijk gesprek. Om eens uit te praten. Opnieuw is het dan belangrijk dat er de mogelijkheid is om zo'n gesprek te hebben met iemand van dezelve sexe. Laat het pastoraat vooral receptief zijn (ontvankelijk voor wat gezegd wordt), luisterend en bemoedigend. Niet veroordelend of te snel adviserend.
Adviezen zijn goed bedoeld, maar vormen meestal niet de oplossing van de betrokkene zelf.
In verschillende gemeenten kent men rouwverwerkingskringen. Een praatgroep van bijvoorbeeld 5 of 6 weduwen onder leiding van een pastor of professionele deskundige. Als de sfeer goed en veilig is, kan in zo'n kring ook iets van de sexuele nood gedeeld worden. Zulk delen kan helen.
In de inleiding hekelden we een verkeerde houding tegenover een jonge weduwe. Dit negatieve voorbeeld neemt echter niet weg, dat er toch ha het verstrijken van een bepaalde periode een verlangen kan ontstaan naar een nieuwe levenspartner. Het kan dan zelfs een zegen zijn als het zover komt. Hierbij op zorgvuldige pastorale wijze behulpzaam te zijn is iets moois.
W. Verboom, Hierden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's