Begin en einde
Openb. 1 : 8
Alleen in dit hoofdstuk, in vers 4 en in deze tekst en in Openbaring 21 : 5 en volgende is er het direkte spreken van God Drieënig, terwijl bij mijn weten op alle andere plaatsen het de Heere Jezus Christus is, die Zich tot de vervolgde christenheid wendt. Juist het betrekkelijk uitzonderlijke van deze aanspraak door de drieënige God in Zijn volheid zegt ons, dat er iets aan de hand is. Johannes mocht beginnen met genade en vrede, en vervolgens het komen van Jezus Christus met woorden uit Daniël 7 vers 13 en Zacharia 12 vers 10 vlak vóór onze tekst beschrijven. Nu volgt het grootste wat bestaat en de sterkste bevestiging van die belofte en van die genade en vrede, namelijk de Zelfopenbaring van God als Degene Die zegt: Ik ben. U moet zich eens voorstellen wat dat betekent in een heidense en vijandige omgeving of ook in het verband van een christenvervolging, in tijden van benauwdheid, wanneer alle natuurlijke zekerheden ons ontvallen. Hij zegt: Ik ben. Het is de herhaling van wat Mozes beleefde bij het brandende braambos: Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Die God zal Israël uit Egypte leiden door het water van de Rode Zee en door het dodende zand van de woestijn. In die wonderlijkste en onuitsprekelijkste van alle namen, die tot nu toe in de synagogale diensten en joodse huiserediensten niet wordt uitgesproken, zit Gods trouw besloten. Hij zal er zijn, zoals Hij er zal zijn. Maar het is meer. Het is het eeuwig Bestand van Gods wezen. Niet voor niets lijken de werkwoorden 'zijn' en 'leven' in het Hebreeuws zoveel op elkaar. Alles wat adem heeft, dankt zijn bestaan aan het Wezen van God. En de mens in uitzondering van de rest van de schepselen, op een heel bewuste manier. Niet de verlossing uit de vervolging, niet de bevrijding van vijanden, niet het herstel van een ziekte, maar de verbondenheid met het Zijn van God is de rust en troost boven alle troost. Het tijdelijke wordt niet weggegooid, maar het wordt geplaatst onder het eeuwige Zijn van God. En met de belijdenis: Hij is, begint uw verlossing. Gelooft u dat?
Ik ben de Alfa en de Omega. De eerste en laatste letter van het Griekse alfabet worden in sommige Griekse handschriften nader uitgelegd als: het Begin en het Einde. Die handschriften zijn ook in onze Statenvertaling gevolgd. Begin, d.w.z. principe, oorsprong. En einde, d.w.z. bestemming, doel. In de wijsgerige school, die naar Aristoteles genoemd wordt, heet dat terecht causaliteit en finaliteit, oorzakelijkheid en doelgerichtheid. De Heere stáát maar niet aan begin en einde, maar Hij is dat Begin en dat Einde. Hij maakt Zijn eigen Wezen tot oorsprong en doel van al wat is. En voordat er nog iets verder gezegd is over wat gebeuren gaat, staat dit voorop. Denkt u zich dat eens in. De Heere maakt Zichzelf in Zijn Zoon en door Zijn Geest tot oorsprong en bestemming van al wat bestaat. Daar is uw leven bij ingesloten, maar ook al wat er om u heen gebeurt en wat u zomin als ik vatten kan. 'Alzo lief heeft God de wereld gehad…' Wanneer u daar door geloof iets van verstaat, dan bent u aan de weet gekomen, dat dit nu de liefde van God is. En dat het weinig of niets uitmaakt, of ik nu zeg: God is, of dat ik zeg: God is liefde.
Die is – dat gaat voorop – en Die was – en wat een rijkdom ligt er in de traditie opgetast vanwege de trouw van God – en Die zijn zal, zo verwacht u. Maar nee, er staat: en Die komen zal. Dat toekomstige zijn van God bewijst opnieuw Zijn trouw zoals het verleden. Echter, op een heel speciale manier. Zo trouw is Hij aan Zijn eigen wezen en aan de bestemming van Zijn volk en van deze schepping, dat Hij komen gaat. Door te komen, gaat Hij namelijk bewijzen dat Zijn wezen de bestemming is van allen tot wie Hij komt. Hij zoekt gemeenschap met hen en Hij gaat Zich met hen verenigen. Zijn heerlijkheid zal hun heerlijkheid zijn. Zie, de tabernakel van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen (blijven), en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. Wat is dat voor een soort gemeenschap? Allereerst daalt de Heere af in die nood en die vervolging, waarover Johannes schrijft. En vervolgens is er binnen dat ingrijpen van God de gemeenschap der liefde tussen de Bruidegom en de bruid. En dan is er nog iets, dat die gemeenschap kenmerkt.
God noemt Zich de Heere en de Almachtige. Hij is de Kurios, de Enige Die wettige aanspraken laat gelden op al wat bestaat. Een titel die ook door de Romeinse keizers werd gevoerd, en die hier bewust op God wordt toegepast. Daarbij is Hij de Almachtige. Het Griekse Pantokratoor zegt nog net iets meer. Hij is niet alleen almachtig, maar Hij wendt die almacht aan om alles te regeren. Kijk, dat is het 'meer' in die gemeenschap tussen God en Zijn volk. Hij maakt het zo dat alle dingen moeten medewerken ten goede. Hij werkt in die vervolging. Hij buigt de nood om voor allen die alles verloren hebben en nu alleen nog hopen kunnen op Hem Die zegt: Ik ben. En Hij overwint alle kwaad en voert Zijn eigen werk over in de dag, waar geen nacht op volgt.
C.A. Tukker, Epe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's