De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Vorige week namen we uit de recent uitgegeven autobiografie van wijlen ds. C.J. Hoekendijk (1873-1948), 'Bladeren uit mijn levensboek' (uitgave Boekencentrum, 's-Gravenhage) over wat deze evangelische voorman schreef over zijn moeder. Hier volgt nog een passage over wat Hoekendijk persoonlijk ervaren heeft inzake de 'vervulling met de Heilige Geest', een passage waarin hij zich kritisch toont t.o.v. Pinkstergemeenten, waar dit punt sterk accent krijgt. Hoekendljk kreeg een verzoek van het gouvernement In Nederlands-Indië om tegen een hoog honorarium zijn 'pen en kennis in dienst van de inlandse taal te stellen'. Hij wilde echter alleen schrijven 'voor de Heere' tegen éénderde van het aangeboden honorarium.

'Toen Ik echter het eerste honorarium In handen kreeg, maakte dit op mij een heel eigenaardige, niet aangename indruk. Het was mij alsof het als vuur in mijn handen brandde en het werd zó erg, dat ik het niet voor mijn privéleven of mijn huisgezin durfde te gebruiken, maar het op een bank in deposito zette. In de loop der jaren groeide het aan tot een voor mij heel belangrijk bedrag van ƒ 1.200,–.
Nu brak de tijd aan, dat heel mijn hart opnieuw naar een persoonlijk Pinksterfeest hunkerde. Omdat de Pinksterbeweging zo bitter had teleurgesteld, nam God toch Zijn eis: Wordt vervuld met de Heilige Geest, niet terug. En ook niet Zijn belofte: Gij zult aangedaan worden met kracht uit den hoge. Het ging er toch niet om of Ik het nodig of niet nodig, aardig of niet aardig vond, maar het ging erom of God het eiste en beloofde, en dat stond voor mij onomstotelijk vast. Wat heb Ik In die tijd vaak mijn knieën gebogen en aan God gevraagd om mij geheel In Zijn handen te nemen en mij geheel te vormen tot Zijn dienst Het kon mij niet schelen wat het mij zou kosten, want ik had er alles, alles, alles voor over.
Plotseling klonk er een stem in mijn hart, en het was mij alsof Iemand met hoorbare stem tot mij sprak: "Behalve die ƒ 1.200,–". Ik schrok toen ik dat hoorde en ik trachtte die stem te vergeten. Maar dat gelukte mij niet. Van toen af kon ik mijn knieën niet meer buigen en de Here niet meer zeggen, dat het mij alles, alles, alles waard was om met de Heilige Geest te worden vervuld, of ik hoorde weer die stem: "Behalve die ƒ 1.200,–".
Het was op een zaterdagmorgen dat ik weer gebeden had om de vervulling met de Heilige Geest en getuigd, dat het mij alles waard was om met de Heilige Geest te worden vervuld, toen dat spaarbankboekje zich weer tussen de Here en mij schoof en mij verhinderde om verder te bidden. Dat wilde ik niet langer dulden. Ik ging naar de spaarbank, vroeg heel dat bedrag op en bracht het, als een gift van een onbekende, aan de penningmeester van de Zending. Nu kon dat spaarbankboekje mij in ieder geval niet meer in de weg staan. Het was mij alsof de hemel boven mij toen opeens openging en alsof de Heiland Zelf mij helemaal in bezit nam. Nee, er schokte geen zalig gevoel door mijn ziel en ik kreeg ook niet allerlei gevoelservaringen, maar wel verblijdde het mij zeer, dat ik nu een innig contact met de hemel had.
Vanaf die zaterdag werd mijn leven buitengewoon gezegend en vruchtbaar. God gaf mij vele mooie kansen en Hij gaf mij ook genade om ze aan te grijpen. Er werden vele zondaren gered en de boodschap bleek ook een geladen boodschap te wezen. Het was mij of ik uit de woestijn in Gods bloementuin was gekomen en ik dank er God tot op de huidige dag voor, dat Hij die zaterdag een nieuwe periode in mijn leven deed aanbreken, niet een periode van schallend succes en ook niet een periode van ongestoorde blijdschap, maar een periode van rijke vrucht. Daar was het mij, maar daar was het ook de Heilige Geest om te doen.'


Het 'navelstaren' heeft letterlijke betekenis gehad in de Oosterse kerk. Uit het boek van P.A. de Rover, 'De strijdende kerk' (Kok/Voorhoeve, Kampen), daarover het volgende:

'In de 14e eeuw woedde in de Oosterse kerk de zgn. Hesychastenstrijd (hesychia = rust). Hij nam zijn oorsprong In de kloosters op de berg Athos. De monniken van deze kloosters beweerden door zich volkomen aan de wereld en alle dingen van het uiterlijke leven te onttrekken en in heilige afgetrokkenheid de blik op de ontblote navel gevestigd te houden, te kunnen geraken tot een aanschouwing met lichamelijk oog van het ongeschapen goddelijke licht, gelijk dit te zien was bij de verheerlijking van Jezus op de berg. Dit licht was een werking van Gods wezen, een uitstraling er van. Hun leider was Gregorius Palamae, aartsbisschop van Thessalonica.
"Het streven naar deze hesychia is voorde monnik de bij uitstek moeilijke taak. Als basis geldt de deemoedige onderwerping van de eigen wil aan die van de geestelijke leidsman. De strijd van de monnik voltrekt zich op twee fronten. De hoge geesten verstoren de vrede van buiten, terwijl de menselijke hartstochten dit van binnen trachten te doen. Pas dan is de overwinning bereikt, wanneer God onbeperkt heer en meester geworden is in de ziel.
Het sterke schuld- en zondebewustzijn wil zich ontlasten in de behoefte om boete te doen en kan pas dan tot vrede leiden, wanneer men zich zoveel mogelijk ontzegt door vasten, kastijding en onthouding. Wanneer de volledige concentratie is bereikten daardoor het inwendig leven is '"vereenvoudigd"', kan het '"geestelijk gebed'" ontstaan en pas dan kan de mystieke vereniging met God opbloeien." (…)
Het Hesychasme heeft grote invloed uitgeoefend op de gehele orthodoxe wereld, speciaal in Rusland tot na de revolutie van 1917 toe.'


Hieronder volgt een aardige foto uit het boek 'Bevindelijk gereformeerden' (uitgave VU-uitgeverij, Amsterdam); een foto van de SGP-partijdag 1980.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's