Uit de Pers
Supermarkt-cultuur
U komt er elke week om uw boodschappen te doen. Je neemt je winkelwagen en je rijdt er mee rond. Je kunt er van alles kopen. Maar je koopt daarom nog niet alles. Alleen maar wat je voor de komende week nodig hebt. Of wat je van de reclame kent en daarom ook weleens wilt proberen of proeven. Een werkgroep van de Evangelische Alliantie heeft zich grondig bezonnen op veranderingen in de jeugdcultuur in onze westerse samenleving. Het resultaat van die bezinning is verschenen in een boekje: G.J. Blanken (red.) Jeugdwerk in een supermarkt-cultuur. Wat wordt er precies bedoeld met de uitdrukking 'supermarkt-cultuur'? In het blad Opbouw van 13 augustus 1993 begon H. Algra een bespreking van genoemd boek door in drie achtereenvolgende artikelen de inhoud weer te geven en waar nodig toe te lichten. Vooraf gaf hij enkele citaten uit een toespraak van ds. W. Smouter, vroeger in 'Opbouw' gepubliceerd, over de zogeheten 'supermarkt-cultuur', waarin wij vandaag leven.
'Mensen zoeken naar ervaring, ze maken echter zelden keuzen. Ze duwen hun karretje verder door de supermarkt van welzijn en geluk en nemen iedere keer een proefverpakking van een andere leer'.
'Er is wel besef van God, jongeren hebben ook hun normen, maar de binding aan instituten is heel gering. Het meest opvallende is de verbrokkelde leefwereld, die ertoe leidt, dat jongeren het eens kunnen zijn met de prediking, zonder dat dit consequenties heeft voor hun dagelijkse leven. Men neemt elementen over voorzover het aansluit bij het eigen gevoel'.
'Veel jongeren hebben gaandeweg hun eigen normen ontwikkeld volgens hun eigen particuliere recept; ze knutselen zelf een private levensvisie in elkaar. We spreken van een gefragmentariseerde samenleving, waarbij we hap en snap onze eigen normen kiezen, ook al hangen die normen totaal niet met elkaar samen'.
'Jongeren bleken in een bepaalde gemeente uiterst positief te denken over de kerkdiensten en de preken, terwijl hun meningen over ondermeer seksualiteit nauwelijks bleken af te wijken van wat in de maatschappij gangbaar is'. Met de supermarkt-cultuur wordt dus 'zoiets' bedoeld als het door de winkel van waarden en normen lopen en overal iets vandaan meenemen wat jou aanspreekt. Het opvallende is dat men heel verschillende 'produkten' mee naar huis neemt, die soms nauwelijks bij elkaar lijken te passen. Je haalt bij wijze van spreken een kilo kiwi's omdat daar zoveel vitamine-C in zit en loopt vervolgens naar de snackbar om als warme maaltijd van een portie patat-mèt te genieten. Zo gaat het ook met waarden en normen in deze tijd. Een kraker die klassieke concerten bijwoont, een bank-direkteur, die bij het grofvuil naar oud meubilair zoekt, een milieuactivist met 2 auto's voor de deur, een christen die aktief lid is van de Socialistische Partij en wekelijks de Veronica-gids en Elsevier door de bus krijgt. 'Moet kunnen', zeggen we dan…
In Idea (informatiebulletin van de Evangelische Alliantie) van augustus 1993 staat sen gesprek te lezen met G.J. Blanken, die de redactie voerde van het hierboven genoemde boek. Inhakend op de methodische opzet ervan, lezen we in dat gesprek oa. het volgende:
Nadat de rode draad is gesponnen uit een veertigtal toonaangevende boeken op het onderzoeksterrein wordt een visie op hedendaagse jeugdevangelisatie geformuleerd. Evangelisatie is de verkondiging van Gods liefde, zijn verlangen om met de mens een relatie aan te gaan. De verkondiging omvat ook altijd een tweede, kritisch element: de oproep tot bekering, waarbij de vinger wordt gelegd bij het kwaad in de cultuur en in de mens. De auteurs kiezen bewust voor 'bevestigings-evangelisatie' met een sterke nadruk op het bevestigende, relationele aspect, als tegenpool van de 'confrontatie-evangelisatie', waarbij het kritische, tegendraadse element juist voorop staat.
'Dat wil zeggen dat we aansluiting zoeken bij de cultuur; niet veroordelend, waarschuwend en scheidend, maar bevestigend en verbindend; niet bang om vuile handen te maken. Om het in bijbelse termen te zeggen: in de wereld maar niet van de wereld' (pag. 61).
'Het heeft geen zin om van meet af aan de cultuur vanuit een normatieve, confronterende invalshoek te benaderen', licht Geert Jan toe. 'Dat gebeurt nog in een enkele dwarsstraat van evangelisch of kerkelijk Nederland, maar wat ons betreft is dat een doodlopende weg. Je begint dan een fase te laat, want je veronderstelt een bodem die er niet is. Laten we elkaar eerst maar eens proberen te begrijpen. Dan leg je de basis om het evangelie over te dragen.'
Kerkelijk jeugd- en jongerenwerk, jeugdevangelisatie, het heeft voortdurend te maken met de problematiek jongeren-kerkgeloven. Er is al meters lang verschenen aan analyses, gespreks- en onderzoeksverslagen. Toch blijft het steeds nodig de vinger aan de pols van de tijd te houden, ook in kerkelijk jeugdwerk.
Bevestigingsevangelisatie
Hoe dragen we het Evangelie over binnen de christelijke gemeente, maar ook aan onze jongeren, die op het punt staan de gemeente en wat nog erger is. God te verlaten? En in het verlengde hiervan, hoe bereiken we nog jongeren die al afgehaakt zijn? In het bovenstaande citaat zijn twee termen gevallen, die methoden bedoelen te verwoorden. Een confronterende methode zal ons het meest vertrouwd en gewenst misschien in de oren klinken. Evangeliseren heeft alles te maken met de oproep tot bekering. Wie van God vervreemd leeft of dreigt te geraken, moet teruggeroepen worden. Toch kiezen de samenstellers van 'Jeugdwerk in een Supermarkt-cultuur' voor wat ze noemen 'bevestigingsevangelisatie'.
Waarom is gekozen voor bevestigingsevangelisatie – en niet bijvoorbeeld voor de meer ingeburgerde term vriendschapsevangelisatie?
Geert Jan: 'Bevestigingsevangelisatie gaat verder. Vriendschapsevangelisatie is ooit geïntroduceerd als alternatief voor de koffiebar, maar het is nooit echt ingeburgerd; het is nooit een alternatief geworden. Het was ook geen werkvorm, meer een houding. Ik heb bij vriendschapsevangelisatie altijd de bijsmaak gehad dat het een 'verkooptruc' was. De hamvraag was of je een volkomen gelijkwaardige relatie met iemand aanging of dat je aan het eind van de rit toch nog wat te vertellen had. Met het woord bevestigingsevangelisatie kiezen we bewust voor dat onvoorwaardelijke. Ik heb wel wat te vertellen, maar misschien vindt die ander dat helemaal overbodig.'
Dat zal sommigen veel te vrijblijvend in de oren klinken.
'Ik vraag me af of je moet wachten op de vragen die er komen. Volgens mij kan bevestigingsevangelisatie ook inhouden dat je bewust situaties creëert, waarin je met je verhaal op de proppen komt. Doorslaggevend is echter de houding waarmee je het presenteert. Sommige werkvormen – leuke muziek, gezellige entourage – worden gebruikt als een truc om uiteindelijk toch met de waarheid voor de dag te komen. In mijn visie kom je met de waarheid voor de dag en wordt die 'trukendoos' achterwege gelaten. We leven tenslotte in een tijd waarin de boodschap meer geaccepteerd wordt. Waarom zou je er niet mee voor de dag komen? Het heeft iets van de no-nonsense van deze tijd. En: terug naar de vierkante millimeter van de persoonlijke relatie.'
H. Algra laat in één van zijn artikelen in 'Opbouw' zien, hoe de term bevestigingsevangelisatie ook in de Bijbel zijn wortels heeft. Startpunt is de relatie. 'God maakte Zich eerst aan Abraham bekend, maar stelde daarbij weinig eisen ("Ik wil alles voor je zijn, wandel voor mijn aangezicht"). Geleidelijk aan en gaandeweg werd toen voor Abraham duidelijk, dat hij zich los moest maken uit de cultuur van die dagen'. We lezen verder in Opbouw van 10 september:
Het confronterende en normerende aspect (d.w.z.: het aanwijzen van de zonde) ziet men dus als een vervolg op de relade. Eerst maak je bekend wie God is en vervolgens wijs je erop, dat als God zoveel voor ons betekent, dat dat dan ook consequenties heeft voor onze eigen levensstijl.
Ik denk dat wat hier gezegd wordt, erg bruikbaar kan zijn voor jeugdwerk, maar ook in het jeugdpastoraat binnen de gemeente. Algra schrijft terecht:
Veel jongeren zijn erg onzeker en zoeken naar erkenning, herkenning en waardering. Ondanks het feit dat ouders en anderen zich inspannen om hun het gevoel te geven dat ze welkom zijn, overheerst bij hen toch vaak een gevoel van onzekerheid. Mag ik er zijn? Daarom zou een predikant of ouderling eerst moeten 'investeren' in de relatie, in het interesse tonen in de leefwereld van de jongere. Wie die behoefte aan erkenning en waardering niet voldoende onderkent, en in het gesprek al heel snel overgaat op een kant-en-klaar pakket van waarden en normen, loopt de kans dat hij het persoonlijke element in het gesprek mist. De 'bevestiging' ontbreekt. Pas wanneer die 'bevestiging' er is, is er ruimte om verder te gaan. Daarbij hoort ook: het duidelijk maken dat ook in deze gefragmentariseerde wereld het christen-zijn wel degelijk gevolgen heeftvoor je levensstijl.
De 'bevestigingslijn' hoeft niet te beteke tie nen, dat het 'confronterende' onder tafel de verdwijnt. Trouwens één van de meest uitdagende beleidsaanbevelingen in het boek van Blanken c.s. is, dat we in het jeugdwerk moeten durven aangeven wat de waarden en normen, de leefregels van een christen zijn. Vrijblijvendheid mag niet en kan ook niet. Alleen, dat kan weer pas werkelijk tot zijn recht komen in een sfeer van openheid en geborgenheid. Tenslotte nog iets uit het boek van Blanken via de pen van Algra:
De andere opvallende conclusie van Blanken e.a. is, dat een vertrouwensrelatie met en tussen elkaar een voorwaarde is voor dat 'pedagogische' jeugdwerk. Pas vanuit het je geborgen voelen kan een open gesprek op gang komen. Dit betekent dat er in het jeugdwerk ruimte moet zijn voor de relade: voor ontmoeting. Jongeren moeten zich bij elkaar emotioneel veilig kunnen voelen, hun verhaal bij elkaar kwijt kunnen. Dat geldt trouwens niet alleen voor het jeugdwerk 'onder elkaar', maar ook in de relatie tot andere leden in de gemeente (predikant, ouderlingen, anderen).
Een open houding naar jongeren toe. 'Geef ze de ruimte. Je hoeft niet mooi te vinden wat ze doen, als je het maar begrijpt'. Dat zijn woorden van Wim de Knijff, hoofd van de EO-Jongerenprogramma's en Ronduit Club, eveneens te lezen in de al geciteerde aflevering van Idea.
Zorg om jongeren
Uit het interview met Wim de Knijff licht ik het volgende belangrijke fragment:
Als de kerk – en dan bedoel ik even de traditionelere gemeenten, Gereformeerde Bonders en andere – de stap naar jongeren niet maken, is het gebeurd. Dan belandt men in het isolement, waarin men zichzelf zit te bevestigen, maar de kracht waarmee de kerk de wereld kan bereiken, zal dan door kortzichtigheid, verkeerde theologische vooronderstellingen of onevangelische behoudzucht de nek zijn omgedraaid. Ook omdat afgeleide zaken tot hoofdzaken zijn gemaakt. Een alternatief? Kijk naar je kinderen; zie in welke tijd ze opgroeien, erken dat zij er ook niets aan kunnen doen. Wat hun overkomt, zit in onze cultuur ingebakken. Zij zijn kinderen van deze tijd, wij ook. Veroordeel hen niet, maar luister naar hen en betrek hen bij het beleid. Je hoeft hun niet te vertellen wat de trends zijn in de jongeren wereld, ze zijn de trend. Daarom is hun inbreng zo belangrijk: ze communiceren met leeftijdgenoten; misschien op een manier die ouderen de haren ten berge doen rijzen, maar ze kùnnen het.'
Zondebesef
Hoe neem je jongeren serieus?
'Geef ze een eigen ontmoetingsruimte. Spreek ze aan in de dienst. Beschouw de jongeren niet als de gemeente van de toekomst, maar als de gemeente van vandaag. Je moet ze aanspreken. Ik heb vaak preken bijgewoond waarvan ik dacht: het is best wel zinnig, maar het gaat niet over mij.
Een voorbeeld: we gaan nog sterk uit van het dogma van ellende, verlossing en dankbaarheid. Een mens komt via een bepaalde weg tot God: hij moet tot zondebesef komen. God heeft daar een oplossing voor en vervolgens bewijst hij dankbaarheid.
Het zondebesef leeft vandaag de dag anders. Vraag het maar aan jongeren die actief zijn in de kerk of in de evangelische beweging: 2 van de 10 zijn nog op die manier tot geloof gekomen. De anderen zeggen dat zondebesef pas in een latere fase voor hen een rol ging spelen. Ze zijn geboeid door Jezus. "Hij heeft mij waarde gegeven", zeggen ze.
Met andere woorden: de boodschap die in veel kerken en groepen wordt verkondigd, sluit niet aan bij de nood van jongeren van vandaag. De kernvraag is niet: Hoe word ik verlost van zonde? maar: Hoe kom ik aan een zinvol leven? Hoe krijgt mijn leven waarde? Ik weet niet of er een God is die mij ziet staan…
Het Evangelie biedt voldoende aanknopingspunten voor die persoonlijke, individuele aandacht. Als je zonde omschrijft als "je doel missen", blijken veel jongeren inderdaad met het zondeprobleem te kampen.
Ze hebben geen doel, geen richting in hun leven. Onze evangelische boodschap moet daarop aansluiten.
"Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, de dagen toen nog geen daarvan geformeerd was." Dat is het hart van evangelie.'
Er is gezegd dat onze tijd een gebrek aan schuldbesef kent, maar veel meer tobt over de zinvraag. Dat begrijp ik ook uit de opmerkingen van De Knijff Hoe het ook zij, achter alles sluimert bewust of onbewust de verbroken relatie met God. Het Evangelie heeft daar het antwoord op: Jezus Christus.
Dezer dagen ging weer heel veel jeugd- en jongerenwerk in onze gemeenten van start samen met de catechisaties. Naast moeiten die dit werk soms kan geven, ook een bijzonder rijke tijd in het gemeentelijk leven. Er zijn nog zoveel mogelijkheden en er zijn nog jongeren in de diensten.
De jeugd is niet de kerk van de toekomst, maar de gedoopte jeugd is de kerk van heden. De Geest is uitgestort op àlle vlees. Onder hen nemen kinderen en jongeren een prominente plaats in (Hand. 2). Een God Die zoveel aandacht schenkt aan kinderen en jongeren, vraagt daarin van ons om hartelijke navolging.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's