De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

6 minuten leestijd

Klundert
Klundert is een oud vestingstadje gelegen in de noordwesthoek van Noord-Brabant. Het Hollandsdiep vormt sedert 1813 de grens met Zuid-Holland. De oude grens van Brabant liep voorheen net ten zuiden van het stadje. Dit gebied behoorde voor die tijd tot Holland en is eigendom van de Prinsen van Oranje geweest tot 1881. Daarna werd het Staatsdomein. Hun inbreng is steeds groot geweest en heeft het leven in Klundert steeds beïnvloed. Het was Willem van Oranje die na de St. Elisabethsvloed de polder van Klundert in 1558 liet herbedijken waardoor bewoning weer mogelijk werd en er verrijst een klein goedkoop kerkje.
Klundert had een eigen parochie vallend onder het Bisdom Antwerpen. Er zijn drie pastores bekend die hierin gepreekt hebben. Onder den bescherming van de Prins werd Klundert een toevluchtsoord van om geloofswil vervolgden. Doopsgezinden houden er bijeenkomsten, ze genoten hier meer vrijheid. Hoewel dat wel eens wisselde, dan weer waren de Spanjaarden heer en meester dan weer de Geuzen. Met de nodige wreedheden van beide zijden.
De start van een reformatorische gemeente in Klundert wordt gedacht omstreeks 1573. De eerste dominee was ds. Pascliasius Gerritsz. Pensaant Hij is in 1584 overleden. Dit was ook het jaar dat Prins Willem de stad liet omwallen ter bescherming van de zuidgrens van Holland. Na ds. Pensaant hebben nog vier predikanten, korter en langer, het woord bediend in dat kleine goedkope kerkje. In 1618 was de kerk echter zo ver vergaan dat repareren niet meer ging. Men dorst de winter niet meer aan. Toen is men de afgebeelde kerk gaan bouwen, met subsidie van Prins Maurits. Deze schonk maar liefst ƒ 10.000,– gulden wat een enorm bedrag was. Dominee Cornelis Simonides, die vanaf 1611 predikant was, heeft de nieuwe kerk op 7 september 1618 in gebruik genomen. Deze mooie kerk ging in vlammen op, dat gebeurde op 10 maart 1737 's middags tussen 3 en 5 uur. Als oorzaak werd aangenomen dat de koster de gebruikte stoven niet goed gedoofd had waardoor de brand kon ontstaan. De kerk en toren brandden totaal uit. Hoewel de muren nog bruikbaar geweest moeten zijn. Er ging dan ook direct een brief naar Stadhouder Willem IV om geld zodat de kerk weer zo spoedig mogelijk opgebouwd kon worden. Als reden schreef men: 'Dat geen plaats hier kon worden uitgedacht, die de grote menigte die tot dese gemeente behoren kon omvatten'.
Men mocht voor de diensten tijdelijk gebruik maken van het stadhuis, maar wel met de voorwaarde dat er geen stoven mochten worden meegebracht dan met een schijf en deksel.
De Prins van Oranje schonk voor de herbouw ƒ 5000,– gulden. Door de eigen gemeente werd ƒ 1272,– opgebracht, en in de voornaamste steden van ons vaderland hield men collecten wat ook nog eens ƒ 12.000,– gulden opbracht. De totale herbouw bedroeg 23.541 gulden en acht stuivers. Er was nog enige schuld maar dat werd ook opgelost. De kerk werd in gebruik genomen op 11 september 1740. Zodat dominee Bernardus Brunius meer ruimte kreeg voor zijn gemeente, want het zal toch maar behelpen geweest zijn op het stadhuis.
De kerk had een grote vierkante toren met daarop een omloop met daarboven een achtkantige open koepel met torenspits. Die bevatte een uurwerk met twee klokken. Deze klokken zijn door de Duitse bezetters gestolen en nooit meer terug gevonden.
Men miste, toen in 1740 de kerk in gebruik werd genomen, iets dat in iedere kerk thuishoort: en orgel. Toen de Prins van Oranje, Stadhouder Willem IV, de kerk in 1744 kwam bekijken was men er daarom als de kippen bij om hem te wijzen op het feit dat men geen orgel had. Waarbij men hem verzocht om een bijdrage voor de bouw van een orgel. Wat hij toezegde, Zijne Hoogheid beloofde een nieuw orgel te bekostigen en tevens het traktement van een organist zijnde ƒ 150,–, jaarlijks te zullen betalen.
Het was terecht dat men met sierlijke letters op het orgel schreef:
'Zijne Hoogheids milde hand
bracht mij alhier tot stand.'
9 januari 1749.
De kerk werd vernietigd op 4 november 1944 tijdens de bevrijding van Klundert.
Het bord dat, in vier talen geschreven, het verzoek bevatte om het monumentale orgel te sparen was de oorlogvoerenden niet opgevallen. De toren werd door de Duitsers opgeblazen, omdat hoge punten een dankbaar mikpunt vormden voor de geallieerde kanonnen. De brand die kort daarop uitbrak, door de verdere beschietingen completeerde de totale vernietiging.
Weer zaten we zonder kerk zoals 207 jaar eerder ook het geval was. Nu met dit verschil dat de meeste kerkgangers niet meer in Klundert waren. Zij waren geëvacueerd naar zuidelijke plaatsen vanwege het voortdurend oorlogsgeweld.
Onze plaats is tot 5 mei 1945, de bevrijdingsdatum, beschoten vanaf de overzijde van het Hollandsdiep. Voor de weinige overgeblevene was dominee Lijsen beschikbaar die zijn schaapjes niet in de steek wilde laten. Daar er geen kerkgebouw beschikbaar was, preekte hij, in toerbeurt met de gereformeerde dominee, in een café ondanks dreigende beschietingen. Het was een 'samen op weg' kerk, hoewel die uitdrukking toen nog niet uitgevonden was. Na de algehele bevrijding zijn we gastvrij ontvangen in de gereformeerde kerk.
Het heeft bijna 9 jaren geduurd voor we weer een eigen kerk konden betrekken. Daar is heel wat aan vooraf gegaan, voordat de financiën rond waren. Er was zelfs een adoptie van de hervormde gemeente Zwolle nodig. Het is een heel andere kerk geworden dan we gewend waren, zonder grote toren. Een kerk met een andere vorm, langwerpig met afgeschuinde hoeken. Wat een betere opstelling van de eiken zitbanken mogelijk maakte. Op 10 september 1952 is de kerk in gebruik genomen. Onze kerk had bij de opening het zelfde euvel als de vorige toen hij nieuw in gebruik werd genomen. Het had geen orgel. Maar komt tijd komt raad. Men weet toch niet wat er boven het hoofd hangt. Dat bleek wel in de nacht van zaterdag op zondag 31 januari/1 februari 1953 toen het water zich in onze polder stortte, en daarbij de kerk niet voorbij ging.
De grootste schade aan de kerk werd toegebracht aan de verwarming, die in de kelder stond en totaal uit elkaar klapte toen het water daar in stortte. Daar de kerk nogal hoog staat heeft het water in het gebouw slechts een hoogte van 80 cm bereikt. Dit was wel genoeg om de bankenvakken te laten gaan drijven en zodoende in hun geheel te verplaatsen. Na ongeveer twee maanden konden we de kerk weer betrekken al was het wel eens koud.
In mei 1958 is een pijporgel, waar we driftig voor gespaard hadden, aan de kerkeraad overgedragen door de president kerkvoogd de heer Johannes Vogelaar met een toespraak welke hij besloot met de woorden 'Soli Deo Gloria', Alleen voor Gods Glorie. Nu gebruiken we de kerk al weer ruim veertig jaar.
Laten we hopen dat nog vele generaties hier het woord van God zullen mogen horen in de wetenschap dat wat er ook gebeurt dat woord voortgang zal vinden.

J. Knook, oud-koster

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's