De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Binnen de gemeenschap gaat het om de enkeling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Binnen de gemeenschap gaat het om de enkeling

Bij het 12 1/2 jarig bestaan van 'Op weg met de ander'

12 minuten leestijd

In dankbare herinnering aan de periode rondom de oprichting van de hervormd gereformeerde vereniging voor gehandicapten 'Op weg met de ander', nu twaalf en een half jaar geleden, en ook in dankbaarheid voor wat de vereniging in de afgelopen jaren heeft mogen betekenen, heb ik gaarne gehoor gegeven aan het verzoek om ook nu, evenals bij de oprichtingsvergadering, het woord te voeren.


Ik begin dan met de uitspraak 'Genade verheft de mens', heft de gevallen mens op. Misschien vindt u dit een wat merkwaardige opening voor een toespraak bij uw jubileum. Maar toch wil ik beginnen u vanuit déze gedachte vandaag geluk te wensen. Van harte wens ik u geluk, zonder jamaars. Met ja-maars bedoel ik dan de vraag: moet je nu een vereniging voor gehàndicapten feliciteren? Is het niet beter in te zetten met de klacht dat er – gegeven uiteraard de gebrokenheid van het bestaan – gehandicapten zijn?
Ik feliciteer u vandaag toch van harte, vanuit het perspectief, dat genade de mens verheft. Ik trof deze uitdrukking recent op de liturgie bij de rouwdienst voor de overleden dr. F. de Graaff. Deze zegt in één van zijn boeken: 'genade verheft de mens boven zichzelf uit tot de bestemming waartoe de Heere God hem bestemd heeft…' Dat is een diepe en hoge gedachte.


Maar hoe bedoelen we dat dan? Wij geloven in God als Schepper. We geloven niet alleen, dat Hij Schepper is, dat ook. Maar we geloven in Hem, als Schepper. In dat woordje in zit de in-nigheid. Zoals ik iemand van wie ik houd niet alleen gelóóf maar ook in die persoon geloof door die te vertrouwen en alles aan die persoon toe te vertrouwen, zo geloven we in God, in God als Schepper. Hij heeft gesteld dat ik er ben zoals ik er ben. Ondanks de grauwsluier van de zonde, die over de mensheid ligt – over àlle menselijke bestaan – gaat God door met leven te scheppen en te onderhouden. En dan is alle menselijke leven uniek. Elke mens mag er zijn, ook al ondervindt elke mens, hóé dan óók, van dag tot dag, dat het volmaakte er niet is. Ieder leeft wel met een handicap, in karakter of aanleg, in geestelijke vermogens of lichamelijke conditie, in sociale omstandigheden of met erfelijke belasting, in dingen die voor hem of haar niet zijn weggelegd of die voor altijd onmogelijk zijn.
En toch is elke mens uniek. Ook wanneer genàde een mens aanraakt, is deze niet een stok of een blok, maar ze komt tot die éne, concrete mens. Onder miljoenen had Hij ook mij, zoals ik ben, in het oog. Dat is het wónder van de genade. Gods genade komt niet tot een sterke vent of een mooie vrouw, niet tot een verstandelijk begaafd mens of tot een veelbelovend predikant, Gods genade komt: tot mensen, tot gevàllen mensen. En dan mag een mens, èlke mens er zijn. De genade plaatst de mens op de plek, waar de Schepper hem of haar in het leven hebben wil. Genade verhèft de mens, ook al leert een mens die genade letter voor letter spellen, tegen de achtergrond namelijk van schuld, van hemelhoge schuld.


Vanuit die genade mag elke mens de gaven benutten, die de Schepper hem of haar geeft. In een gesprek, dat de redactie van De Schuilplaats kortgeleden had met ds. J.H.C. Olie, spreekt deze terecht over verstandelijk gehandicapten als over 'anders begaafden'. Hoe zijn ze anders? wil ik vragen. De Schepper geeft gaven aan wiè Hij wil, wannéér Hij wil en hóé Hij wil.
En daarom nog eens: van harte gefeliciteerd met dit jubileum. Met het jubileum van Op weg met de ander, waarvan uw voorzitter, ds. H. Harkema, in een interview met het RD zei, dat de bedoeling ervan is: 'mensen aan elkaar verbinden' (RD 21 augustus). Of, om het met de woorden van ds. M. van der Linden in hetzelfde interview te zeggen: 'het gaat dus om het volwaardig meefunctioneren van gehandicapten in de christelijke gemeente.'

Op weg
Als mensen zijn we met elkaar op weg. Dat komt omdat we samen schepselen zijn en dus schepselmatig leven. Altijd op weg met de ander. Het is niet goed, dat de mens alleen zij, zei de Schepper al in het begin van de geschiedenis der mensheid. Het leven zal tweezaam of meerzaam zijn. Eén en ander betekent, dat we aandacht zullen hebben voor de menselijkheid van het leven. Juist die menselijkheid, de humaniteit zal in de christelijke gemeente ook veilig en gewaarborgd zijn. Ze zal daar zelfs een diepere, een véél diepere dimensie hebben dan in het humanisme. Omdat, wanneer in de gemeente van Christus twee mensen samen gaan. Hij Zelf er altijd als de Derde bij is. Op weg met de Ander (hoofdletter).


Recent heeft dr. J. van Eck, legerpredikant te Ede, in een fundamentele studie aandacht gevraagd voor het mens-zijn (de humanitas), zoals dat in het theologisch werk van Calvijn doorstraalt(1). Een vergeten stuk van diens theologie eigenlijk. Maar juist omdat Calvijn zo voluit Schrifttheoloog wilde zijn en ook metterdaad was, kunnen we op voorhand zeggen, dat ook dit aspect van het mèns-zijn bij hem Schriftdoorademd was. Daarin heeft hij ons iets fundamenteels te zeggen, ook voor de zorgsector vandaag.


Bij die menselijkheid van het leven nu hoort allereerst, zegt Van Eck, de kwetsbaarheid. Het menselijk bestaan is bedreigd, door gevaren van buitenaf en door ziekte van binnenuit. Het menselijke leven is altijd weer een gehandicapt leven. De ganse schepping zucht en is in barensnood, zegt de schrijver van de Romeinenbrief (Rom. 8 : 23). En wie de eerstelingen van de Geest heeft wacht op de verlossing van het lichaam. Herkennen we/u dit niet?
Maar er is ook wat Calvijn noemt 'de adel van de menselijke ziel'. Een mens is méér dan de lichamelijke functies: de mens zoekt, denkt en voelt. Een mens is méér dan een samenstel van lichaamscellen. De adel van de ziel is er ook nog. En dat betekent dat de nuttigheid van de mens niet afhankelijk mag worden gemaakt van de pure lichamelijkheid.
Nochtans heeft ook het lichaam de afglans van het beeld Gods aan zich. 'De waardigheid van de menselijke gestalte' noemt Van Eck dit, in navolging van Calvijn. Daarom is bijvoorbeeld kleding meer dan bedekking. Ze mag er ook zijn tot verzorging. Zou een mens zich ook niet mogen opsieren, om zo de schepping tot z'n recht te laten komen?


Ik zal hier niet alle aspecten noemen, die Van Eck, in navolging van Calvijn, in dit verband opsomt. Maar wel nog 'de menselijke zwakheid'.
Mensen zijn geen engelen. Dat blijkt in de dagelijkse praktijk. Ik noem maar één aspect, als voorbeeld. Mensen kwetsen bijvoorbeeld anderen en worden door anderen gekwetst of bezeerd. Hier is geen onderscheid. Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Wie wij dan gehandicapten plegen te nóémen kunnen miskend of gekwetst worden in hun handicap maar we moeten niet uitsluiten, dat ze zelf ook, soms uit gekwetstheid in hun handicap, anderen kwetsen. Er is geen onderscheid.


Maar – en nu kom ik waar ik wezen wil – het mens-zijn speelt zich altijd af in verbondenheid met de medemens. Die verbondenheid raakt het ganse menselijke geslacht. Daarvan maken we allen deel uit. Die verbondenheid wordt evenwel binnen de gemeente van Christus voor Gods Aangezicht, in de gemeenschap der heiligen beleefd. Dat is het verschil met de menselijkheid van de wereld. Want God waakt nochtans over de menselijkheid van het bestaan.
Die verbondenheid is er dan ook in het beleven van schuld en het sàmen ervaren van de menselijke zwakheid en onvolkomenheid. Binnen de gemeente behoeven we geen stand op te houden. In dat omgaan van mensen echter met elkaar mogen dan ook de 'menselijke gevoelens' meekomen.
Gevoelens mogen worden gedeeld. Mensen mogen bij elkaar uithuilen, bij elkaar uittoornen, maar ook bij elkaar licht opsteken, samen hopen of verdriet hebben, samen verlangens uiten, samen blij zijn. We zijn mensen-sàmen, in de diepten en op de hoogten van het leven.

Concreet
Het zou intussen onjuist zijn als ik hier volstaan zou met theoretische volzinnen. Want de leer zoekt een uitweg naar de praktijk van het leven. Ik wil dan allereerst aandacht vragen voor een wereldvermaard gehandicapt mens; gehandicapt in de betekenis, die we daar dan doorgaans aan geven, ïk bedoel de Engelse wetenschapper Stephen Hawking, hoogleraar in de theoretische natuurkunde in Cambridge(2). Hawking is, na Albert Einstein, ongetwijfeld de meest spraakmakende natuurwetenschapper van deze eeuw. Maar hij is zwààr invalide. Al in zijn studententijd kreeg hij de zeldzame ziekte amyotrofe laterale sclerose, een ziekte, die de zenuwcellen in het ruggemerg en van de hersenen afbreekt. Bijna altijd treedt na twee jaar de dood op. Maar Hawking leeft nóg. Kosten noch moeiten zijn namelijk gespaard voor zijn leven maar ook om dat leven te laten functioneren.
Toen hij een aantal jaren geleden dreigde te stikken, heeft men de luchtpijp operatief verwijderd. Sindsdien kan hij niet meer spreken. Maar hij kon blijven communiceren met zijn omgeving door middel van een beeldscherm, waarop hij letters verwerkt, die hij door het optrekken van zijn wenkbrauwen aanwijst op een alfabetkaart. Hij kreeg een computer, die hij met hoofd- of oogbewegingen bedient. Zo schrijft hij voorlezingen en boeken. En aan de Cambridge University zijn speciaal voor zijn functioneren ingrijpende maatregelen getroffen aan toegangen en collegezalen. Met een spraaksynthesizer spreekt hij zijn lezingen uit langs mechanische weg. Enorme bedragen zijn er mee gemoeid geweest. Maar niets was en is teveel. Want deze wetenschapper zal functioneel zijn.


Nu is zo'n verhaal op zich indrukwekkend. Maar…, het roept ook vragen op. Wat wordt hier immers niet geweldig geïnvesteerd in sen ander, in een andere mens, omdat hij namelijk super-kwaliteiten heeft op een bepaald terrein. Ik zeg, op een bepaald terrein, want intussen weet deze hoogbegaafde mens niet één echt verlóssend woord te spreken. Anders begaafde rolstoelrijders zouden hem in gééstelijke wijsheid kunnen passeren.
Maar hier geldt intussen wel het utiliteits- oftewel het nuttigheidsbeginsel. Hawking is zeker niet de enige zwaar gehandicapte ­in de wereld, aan wie op grond van bepaal­ ­de capaciteiten veel ten koste wordt gelegd om die bepaalde kwalilteit toch voluit tot gelding te brengen. Ik denk, dat ik niet teveel zeg wanneer ik beweer, dat investeringen in deze recht evenredig zijn met te verwachten rendement.

Ik geef hierbij ook een ander voorbeeld, in negatieve zin. In ons land wordt gelukkig psychiatrische zorg uitstekend gehonoreerd. Ze staat niet achter bij de 'gewone' medische zorg. Maar wie kennis neemt van hoe het in andere landen op dit vlak toegaat, kan alléén maar verzuchten, dat psychisch zwaar geschonden mensen, die naar algemene maatstaven niet nuttig worden geacht, lang niet die aandacht en zorg ontvangen, die de bodybuilders, de efficiënten en de gangbaren in het arbeidsproces ontvangen. Datzelfde geldt vaak voor lichamelijk of verstandelijk gehandicapten. Dat is schrijnend.
Uit beide voorbeelden concludeer ik: Wèl aandacht voor een ander, maar niet voor de ander.


Zo zal het in de gemeente van Christus niet toegaan. Daar is aandacht en zorg voor iedere andere. We besteden de ander niet uit aan de collectieve voorzieningen maar – met het oog op allen – hebben we enkelingen in het blikveld; in àlle lagen van de gemeente, want de hand kan niet zeggen tot de voet: ik heb u niet nodig.
Tot en met het ambt in de gemeente hebben we, als het goed is, binnen de grenzen van de mogelijkheden allen in het blikveld. En dan niet alleen in het diakonaat. Want als het ambt het tegenover is van Christuswege ten opzichte van de gemeente, dan zal ook de ambtsdrager hier Christus vertegenwoordigen; tegenover ook het lichamelijk zwakke, het geschondene en daardoor ook vaak verschovene.

Gevoelens
In dit verband kom ik hier nu nog één keer terug op wat dr. Van Eek opmerkte ten aanzien van de humaniteit. Hij vraagt namelijk aandacht voor 'de menselijke gevoelens'. Ik wil dat aspect hier vanmorgen hoog honoreren. Onze tijd is vol van ervaring. Daarbij wil ik niet aansluiten, omdat het zo modieus is. Ik bedoel echter wèl te zeggen, dat er dringende noodzaak is voor het empathische, voor het invoelende vermogen in het lijden van de mens. Misschien hebben namelijk gehandicapten wel een bizonder empathisch vermogen meegekregen om in deze tijd hun gaven nuttig te maken. Om het lijden van mens en wereld te doorgronden.
Daarbij plaats ik wel direct een kanttekening. Ik bedoel namelijk niet, dat gehandicapten, – diegenen, die in hun bestaan meer of minder zwaar geschonden en aangevochten zijn – opeens moeten worden aangesproken of aangezien op vermeende geestelijke hoogstand. Dat wil er namelijk bij ons nog wel eens inzitten: een bizonder mens, vanwege het bizondere lijden. Wie lichamelijk lijdt moet dan ook een bizonder geestelijk mens zijn, een lijdende topper (geen tobber) zijn, zeer begenadigd.
Dat strookt niet met de levenspraktijk van alledag. Het strookt ook niet met de Schrift. Want er is geen onderscheid. Allen hebben gezondigd en worden om niet gerechtvaardigd door de genade, die in Christus Jezus is.
Maar het is de adelstand van de ziel om ook het lijden te léven. Want leven is vaak ook lijden. En dan hebben we allen ook voortrekkers nodig. Vóór-lijders, zo u wilt.

De Ander
Ik begon deze toespraak met een felicitatie. Ik herhaal deze, maar nu dunkt me dieper. Ik wens u toe, dat we samen, ook in het lijden, leven mogen dicht bij de Borg en Middelaar, die de pers van het lijden alléén heeft getreden, en er was niemand – ècht niemand — van de volkeren met Hem. Daarom echter is Hij zo voor-beeldig. Hij heeft invoelingsvermogen als geen ander. Hij is de gans Andere. En Zijn weg is de weg. Een andere weg is er niet. Dat is een weg, die voor de wereld is verborgen maar die geopenbaard is voor wie Hem kennen en vrezen.
Mèt Christus: op weg met De Ander.
Het ga 'Op weg met de ander' onder Zijn zegenende handen goed.

J. van der Graaf

1. Dr. J. van Eck, God, mens en medemens, uitgave Van Wijnen, Franeker; zie ook de Waarheidsvriend d.d. 15 oktober 1992
2. Zie mijn artikel in de Waarheidsvriend d. d. 23 juli 1992

Toespraak ter gelegenheid van het 121/2-jarig bestaan van 'Op weg met de ander' op zaterdag 25 1993 september te Zeist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Binnen de gemeenschap gaat het om de enkeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's