De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

In het Spoor van de Reformatie. Studies verschenen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Reformatorische Hogeschool te Zwolle, onder redactie van dr. T. Brienen en drs. C. van Ginkel, Kok, Kampen, 1992, 160 pag., ƒ 35,–.
Het twintigjarig jubileum van de Reformatorische Hogeschool te Zwolle heeft de docenten en medewerkers van de gezamenlijke reformatorische opleidingen (Zwolle is verbonden met de Pastorale Leergangen in Rotterdam met 'De Wittenberg' in Zeist) de gelegenheid geboden om de betekenis en waarde van de beoefening van de reformatorische theologie, in het kader van de niet direct-academische opleiding, onder de aandacht te brengen. Vandaar de uitgave van een bundel met een twaalftal artikelen, aangevuld met een uitgebreid register, van de hand van docenten en medewerkers. De artikelen zijn geschreven vanuit het vakgebied waarin ze les geven. Ze laten de achtergrond van de lespraktijk goed merken, en zijn daarop meestal ook gericht.
De Reformatorische Hogeschool vindt haar afkomst in de verontrusting binnen de Gereformeerde Kerken over het verlaten van de gereformeerde belijdenis in de praktijk van kerk en theologie. Men wil een onverkort pleidooi voeren voor het van harte staan in de gereformeerde traditie, om ook vandaag in rapport met de tijd 'in het spoor van de Reformatie' te blijven. De kring van medewerkers en de doelgroep is echter veel wijder dan die van de Gereformeerde Kerken alleen.
De grote zorg en het verdriet om de allesverwoestende invloed van de moderne theologie binnen de Gereformeerde Kerken laat zich o.a. goed merken. B. van Oeveren keert zich in zijn bijdrage 'Jezus… dè Weg voor joden en christenen' op een behartenswaardige wijze, in verband met de in Gereformeerde en Hervormde Kerken gangbare verduistering van de Christusbelijdenis in het gesprek met Israël, tegen de twee-wegenleer van Schoon en Den Heyer. B. Wentsel, in zijn artikel over 'Het Drieënig bestaan van God als kern van het Christelijk Geloof, verzet zich tegen de theologie van Berkhof en Kuitert, die de klassieke belijdenis van de Drieënige God op alle mogelijke vnjzen ontkracht hebben. Hij spreekt zijn bewogen verbijstering erover uit dat de moderne theologen zich totaal niet meer druk lijken te maken over het gevaar van satanische misleiding, die juist in de theologie toeslaat. Ik vind het ter sprake brengen van dit element in de theologische controverse terzake en ook moedig, al vrees ik dat vele verlichte theologen zich door zo'n ernstige waarschuwing, op grond van voor hen volledig irrelevante schriftgegevens, absoluut niet aangesproken zullen voelen.
We kunnen helaas niet de inhoud van alle arti­kelen noemen. Ik wil nog een drietal artikelen bijzonder vermelden, zonder van de andere overigens iets af te willen doen. B. Loonstra heeft een interessante verantwoording gegeven van de plaats van een 'reformatorische ethiek'. We mogen bij deze aanduiding niet direct denken aan de min of meer 'wettische' moraal die in het zogenaamde reformatorische volksdeel geldend is. In dit kader wordt een opmerking gedaan die aandacht verdient: 'Een ethiek die deze reformatorische moraal verantwoordt en verdedigt, zou zeer welkom zijn, want die missen wij nog'. Wie neemt de uitdaging aan? Loonstra bedoelt met zijn benaming die ethiek, die de Bijbel in de lijn der reformatie als haar norm erkent. Bij de nadere verantwoording van de geldigheid van de Bijbelse geboden wijst Loonstra terecht op de afschaffing van het bindende karakter van vele O.T. geboden in de Schrift. Het lijkt mij echter gevaarlijk om daarbij ook de volgende algemene uitspraak te doen: 'Ook bepalingen waarvan ons de zin ontgaat, zijn voor ons zinloos geworden en daarmee van hun verplichtende karakter ontdaan'. Het subjectieve element bij de 'zin' van het gebod lijkt mij niet terecht in het spoor van de Reformatie. Het voorbeeld van 1 Kor. 11 : 10 over de hoofdbedekking van de vrouw in de eredienst lijkt mij in het verband van deze uitspraak niet terzake.
De waarde van juridische kennis voor kerk en theologie wordt geïllustreerd en bepleit door het voorbeeld dat de Nederlands gereformeerde predikant en jurist A.D. van den Heuvel geeft in zijn boeiend artikel over 'De kerk als rechtspersoon'. Bestaande gevallen uit de jurisprudentie, die de revue passeren, en dreigende ontwikkelingen in de komende tijd inzake de verhouding van kerk en overheid in onze samenleving, onderstrepen de conclusie van de schrijver, dat het aanbeveling verdient om in de kerkelijke opleidingen en bij het kerkrecht ook aandacht te geven aan het nieuwe burgerlijk recht.
Tenslotte vermeld ik nog het laatste artikel van de hand van J.W. Mudde over 'Een reformatorische kijk op evangelisatie'. Het laat onthullend zien hoe de aandacht voor evangelisatie in de Gereformeerde Kerken in een tijdsbestek van veertig jaar is verschoven naar een positie van min of meer binnenwereldse medemenselijkheid. Het 'bevrijdende werk van onze Heer' gaat nagenoeg geheel op in maatschappelijkheid. Hoewel Mudde m.i. nog teveel van een 'hartelijke bijval' wil spreken met sommige inzichten van de vernieuwers op het terrein van de evangelisatie, laat hij duidelijk zien dat de prediking van zonde en genade, van verzoening met door het kruis van Christus onopgeefbaar zijn.
Het twintigjarig bestaan van de Reformatorische Hogeschool is een felicitatie waard. Het geschenk dat de jarige bij deze gelegenheid niet ontvangen maar geschonken heeft, verdient het om in dankbaarheid te worden ontvangen door een brede kring van geïnteresseerden in kerk en theologie. De inhoud kan m.i. ook voor de theologische vorming binnen het kader van andere opleidingen van nut zijn.
M.A. van den Berg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's