De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Woord gaat voort (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Woord gaat voort (2)

6 minuten leestijd

'En zij noemde het jongetje I'kabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israël! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haar mans wil.'1 Samuel 4 : 21

Het Evangelie wordt wel genoemd de enige troost. En bij troost denken we aan verdriet. Het Evangelie troost ons dan in verdriet. Is dat (altijd) zo?!
We gaan luisteren naar het Bijbel-woord in deze. Er is een groot verdriet gekomen onder het volk Israël. Er was oorlog met de aartsvijand, het Filistijnse volk. En dat in een tijd, waarin het Woord Gods schaars (dierbaar) was geworden, en er geen openbaar gezicht was. Omdat de dienst des Heeren in verval was. In deze tijd openbaart de Heere zich aan de jonge Samuël. En dan krijgt Samuël een onheilsboodschap te horen. En wel over het priesterlijk geslacht. Want de Heere waakt over Zijn eer.
Israël wordt verslagen en de ark wordt meegenomen. En de zoons van Eli sterven… Hofni en Pinehas. De oude hogepriester Eli krijgt hiervan bericht, valt van zijn stoel en breekt z'n nek. Heeft hij nog wat gezegd? Nee, hij heeft niets meer gezegd…!
Wie heeft er in deze ellende nu nog wat te zeggen? Nu is het volk Israël toch wel uitgepraat? Nu de Heere heeft gesproken?! Wie er nog wat te zeggen heeft? Een vrouw. Een weduwe, de vrouw van de overleden priester Pinehas. Een eenzame vrouw, zonder enige verwachting. Wacht even, ze is in verwachting! Heeft zij in deze toestand nog wat te zeggen? Ja, ze spreekt een woord op z'n tijd. Het lijkt wel een tijdwoord.
Ze hoort het bericht, dat de ark Gods is genomen, en dat haar schoonvader en haar man zijn gestorven. Dat is voor deze vrouw te veel. De weeën overvallen haar. En er wordt een jongetje geboren, terwijl z'n moeder sterft. Vrouwen om haar heen zeggen nog, dat ze niet bang hoeft te zijn, want ze heeft nu een zoon gekregen. Daarop zegt ze niets, want dit zegt haar niets: 'Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte'.
En toch zegt ze nog wat. Ze geeft het jongetje nog een naam: I'kabod. 'En zij noemde het jongetje I'kabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israël! Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.' Daarbij noemt ze eerst de ark, dan de priester (haar schoonvader) en dan pas haar man. Maar haar was toch een kind gegeven en een zoon geboren?! Was deze vrouw dan niet te troosten met zo'n blij bericht?! Was er bij deze vrouw dan geen dank aan God en grote blijdschap? Was deze vrouw dan niet te troosten met nieuw leven? Och, de ark was weg. Deze was haar leven! God was weg. Hij was haar leven. Daarom had ze geen leven meer. Zó liet ze het leven. En dat zegt ze nog net. Dat zegt ze nog net uit de naam van haar zoon: I'kabod.
Wie zou er ook kunnen leven zonder de levende God?! Een godvrezend mens niet! En dat was ze. Dat blijkt uit deze woorden. Dat zegt ze nog met zoveel woorden: vers 22 'De eer is gevankelijk weggevoerd uit Israël, want de ark Gods is genomen'. De eer en de ark zijn blijkbaar hetzelfde. Immers de 'eer' = de kabod… dat is de heerlijkheid des Heeren in Zijn majestueuze tegenwoordigheid… En die was gegeven met de ark… in de tempel… daar woonde God… en wel boven het verzoendeksel. En dat betekende voor Israël léven. Hij was het leven voor dit volk. En nu de ark, en dus het verzoendeksel, en dus de Heere weg is, is er voor deze vrouw geen leven meer… mogelijk! Zelfs nieuw leven… haar zoon… is daardoor getekend en gestempeld: I'kabod. Het nageslacht zal nu geen leven meer hebben…
Want het leven zonder God is niets anders dan een gestadige dood. Er is ook voor ons volk, dat God verlaat en daarom van God verlaten wordt, geen leven… mogelijk! Wat wordt er van Nederland zonder de levende bediening der verzoening…?! En wat wordt ervan de kerk in ons land zonder de levende tegenwoordigheid van God?! Dan kan de kerk er nog wel staan en open staan, maar wat is dat, als de ark weg is…? En dus het verzoendeksel. En dus de bediening der verzoening. Dan is er voor een godvruchtig mens in zo'n land en in zo'n kerk geen leven meer… I'kabod, lett. 'de eer is weg'. God in Zijn majestueuze heerlijke tegenwoordigheid is weg. En waar moet je dan van leven? En hoe moet je dan nog leven?!
Waar moet een mens van leven, en waarvoor moet een mens nog leven, als hij hoort dat de ark van God weg is uit zijn leven… de kabod… Immers wij derven van nature de heerlijkheid Gods. En dit derven betekent sterven. Wie daar achter komt, die heeft geen leven meer. Er is niet te troosten. Nergens mee? Nergens mee! Het meest blijde bericht voor een moeder: een zoon geboren! bood geen troost… Het meest blijde bericht: Het Evangelie – zonder de levende bediening der verzoening – biedt geen troost… Biedt dat geen troost? Jawel, eigenlijk wel… maar men ontvángt daarvan geen troost…
Wat moet ik met het Evangelie-woord, als God uit m'n leven weg is? Het enig antwoord op dit Woord is dan: 'I'kabod! De eer is weg… Dat wordt sterven…! De ellende van veel christenen is dat ze niet meer sterven… De ellende van veel christenen is dat ze hun ellende niet recht kennen. En wat is dan de grootste ellende? Dit I'kabod!

Dat haar schoonvader overleden is, is erg, en dat haar man overleden is, dat is ook erg… Maar wat het zwaarste is, moet het zwaarste wegen: de kabod! De heerlijkheid des Heeren… deze wéégt! En daarbij is de rest van minder gewicht… Een mens kan veel verdriet in z'n leven krijgen… en dat is erg…! Maar God te missen is erger dan de dood. De kabod – de heerlijke tegenwoordigheid des Heeren – te missen, dat weegt het zwaarste. Zo'n mens rest één woord: I'kabod! God is weg…
Is God wèg…? Ja! Maar Hij waakt over Zijn eer… Hij komt straks terug, want God heeft Zich aan dit volk verbonden in het verbond der genade! Daarbij gaat het wèl door dit dieptepunt heen: De kabod wèg… de bediening der verzoening wèg… en een godvruchtige vrouw sterft bij gebrek aan leven. Maar de levende God kan niet sterven. En de kabod weegt met name voor de Heere. En daarom is de geboorte van Zijn Zoon van het grootste gewicht. Christus werd de I'kabod in hoogst eigen persoon. De van God vervloekte voor ons. En Hij offerde Zichzelf… een Hogepriester geworden zijnde tot in eeuwigheid, en 'met één offerande heeft Hij volmaakt degenen, die geheiligd worden' (Hebr. 10 : 14).
Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven! In Hem is de ark des verbonds teruggekomen en in Hem de bediening der verzoening. En daarom gaat het in de prediking om dit levende Kind! Wie stervend moet roepen: I'kabod! die heeft toch maar een Zoon gekregen. Wie met het I'kabod op de lippen sterft, ontvangt de Zoon… En wie de Zoon heeft, die heeft het leven!

C.A. van der Sluijs, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Woord gaat voort (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's