De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Hein van Oranje (pseudoniem voor A. van Atten) reageerde op dr. K. Schilders arrestatie in 1940 met een gedicht Gebed voor prof. dr. K. Schilder. Hij verspreidde het in zijn omgeving, maar het werd bekend in grote delen van het land; zelfs Schilder kreeg het op 17 oktober in zijn cel onder ogen. We ontlenen een en ander aan het recent verschenen proefschrift van dr. G. Harinck 'De Reformatie', weekblad tot ontwikkeling van het gereformeerde leven 1920-1940 (uitgave Ten Have, Baarn).

Verlaat hem niet, o Heer, blijf aan zijn zijde
Weest met uw gunst en liefde in zijn cel.
Wees Gij zijn steun en kracht, maak alles wel,
Nu hij voor uwe naam en uwe eer moet lijden.

Hij was voor u steeds een geharnast strijder.
Hij vreesde niets en niemand en hield fier
Als vaandrig Gods omhoog uw kruisbanier,
En toonde zich uw dappere belijder.

Nu wordt zijn stem gesmoord door grauwe kerkermuren
Wij horen niet zijn woord, doch weten: Gij
Hoort ieder woord, hoort elke zucht, die hij
tot zijnen Koning zendt, in stille bange uren…

Verlaat hem niet, o Heer, verlaat hem niet, o Koning,
Bestuur zijn gang, zijn weg, zijn mond, zijn lot.
Vervul zijn cel met uw nabijheid, God.
Dat die een Bethel zij, een Goddelijke woning.

Geef als het moet hem kracht om te getuigen,
En laat een elk, die bidden heeft geleerd,
En uw bestuur en leiding obediëert,
Om hulpe voor uw knecht zich biddend voor u buigen.

Niet vruchteloos zullen wij uw hulp en bijstand vragen,
Wij weten – en uw dienstknecht weet het mee –:
Hoe ook de wereld woedt, Gij geeft het hart uw vree,
En Gij schikt alles naar uw Godd'lijk welbehagen.


Bij uitgeverij Kok te Kampen, verscheen het eerste nummer van een nieuw 'Tijdschrift voor Spiritualiteit en Mystiek' uitgegeven onder de titel 'Herademing'. De redactie is veelkleurig. Datzelfde geldt voor de kring van medewerkers. We treffen de namen van dr. W.J. op 't Hof en van Hiëromonnik Serafim Snepvangers in de redactie en van dr. J. van Oort en mw. drs. M.J.E.H.T. van Baest in de lijst van medewerkers. In het eerste nummer staat een artikel van dr. J. van Oort over 'Augustinus als mysticus'. Hieruit het volgende, m.b.t. het manicheïsme waartoe Augustus behoorde.

'D(..)e bijzondere plaats van Christus in het manicheïsme is nu het best te illustreren met een tekst die eerst zeer onlangs in Egypte is ontdekt. Op dit moment vinden namelijk in Egypte, in de Dakhleh-oase ongeveer 800 km ZZW van Caïro, opgravingen plaats door een team uit Australië. Men heeft daar onder meer een nieuwe Griekse manichese tekst gevonden en daarvan kan ik u nu een centrale passage meedelen. In een uitvoerig gebed dat de schoonheid van een lied bezit, wordt de betekenis van Christus door de manicheeërs als volgt uitgezegd:

Ik aanbid en verheerlijk de Zoon der Grootheid,
de verlichtende Geest, Koning Christus,
die uit de verre Aeonen gekomen is in de bovenwereld
en vandaar tot deze lagere wereld.
En onverhuld heeft Hij verkondigd zijn Wijsheid
en zijn onuitsprekelijke geheimenissen aan de mensen
op aarde
en de weg der waarheid heeft
Hij geopenbaard aan de gehele wereld;
en Hij heeft (deze weg?) verklaard in alle talen.
En Hij heeft gescheiden de waarheid van de leugen
en het licht van de duisternis
en het goede van het kwade
en de rechtvaardigen van de goddelozen.
Door U is alle genade bekend geworden aan de wereld;
en leven en waarheid worden aan elk volk verkondigd
in alle talen.
En Hij is voor de levende zielen geworden
de Verlosser uit de vijandelijke banden van de dood.

Er is alle reden om aan te nemen dat Augustinus als manicheeër een dergelijke tekst gekend en gebeden heeft. Een zelfde centrale plaats van Christus vindt men telkens ook in de manichese psalmen die sinds 1930 bekend zijn vanuit de Egyptische Fayum en waarvan we eveneens met zekerheid kunnen aannemen dat Augustinus ze – hetzij vrijwel letterlijk zo, hetzij in een zeer verwante vorm – gezongen heeft (Conf. III, 7, 14). In 1938 heeft C.R.C. Allberry het tweede deel van een in het Koptisch overgeleverd machinees psalmboek uitgegeven en daaruit citeer ik nu eveneens enkele passages om de bijzondere plaats van Christus in de machinese mystiek te illustreren:

Nu roep ik tot U:
Mijn Heiland, komt tot mij in het uur van mijn nood,
Ik heb U nodig!
Met een liefelijke stem antwoordde Hij mij en sprak:
O gezegende en rechtvaardige mens, kom aan, wees
niet bang;
Ik ben je Begeleider overal. (…)
Toen ik de roep van mijn Heiland hoorde,
kwam een kracht over al mijn leden.
Hun bittere muren verwoestte ik,
hun poorten verbrak ik,
ik ijlde tot mijn Rechter.
De krans der heerlijkheid zette Hij op mijn hoofd,
de kampprijs van de overwinning gaf Hij in mijn hand,
Hij bekleedde mij met het kleed van het licht,
Hij verhoogde mij boven al mijn vijanden. (…)
Ik verblijd mij wanneer ik opga tot mijn Vader
met Wie ik de ovenvinning behaald heb in het land
der duisternis.
O mijn Koning, breng mij naar
de stad der goden, de engelen.

Zonder veel moeite zou ik hier een reeks van dergelijke psalmen gericht tot Jezus kunnen citeren, want het manichese psalmboek bevat er vele en ook in de andere psalmen komen de namen Jezus en Christus dikwijls voor. Ik noem nu nog slechts een aantal beginstrofen van liederen die specifiek als "Psalmen gericht tot Jezus" worden aangeduid. Deze beginstrofen fungeren daarenboven dikwijls als refrein, zodat deze liederen voluit en bij herhaling als Christus­ sen liederen geklonken hebben:

Kom, mijn Heiland Jezus, verlaat mij niet.
Jezus, U heb ik bemind, ik heb mijn ziel gegeven. (…)
Niet heb ik mijn ziel gegeven aan de dwaze lusten
van deze wereld.
Jezus, verlaat mij niet.

Kom tot mij, mijn Heiland, Gij haven van mijn hoop..

tot mij, mijn Broeder, mijn Licht en mijn Leidsman.
… mijn ziel, houd moed: ge hebt uw Verlosser:
Uw Beschermer is Christus.
Hij zal u ontvangen in Zijn Koninkrijk.

Kom tot mij, o levende Christus,
kom tot mij, o Licht van de dag.

Kom, mijn Heer Jezus, Heiland der zielen,
die mij gered hebt van de bedwelming en dwaling
dezer wereld.
Gij zijt de Paracleet die ik bemind heb van mijn
jeugd aan:
Uw licht geeft licht in mij zoals de lamp des lichts.
Gij hebt verdreven van mij de vergetelheid der dwaling,
Gij hebt mij geleerd God en Zijn lichten te zegenen.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's