De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag predikantsvrouwenconcio 1993

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag predikantsvrouwenconcio 1993

7 minuten leestijd

Op 14 september 1993 kwamen we als predikantsvrouwen bijeen voor onze jaarlijkse concio. De presidente, mevr. M.J. Lammers-Vastenhoud, opende de vergadering met het laten zingen van Ps. 67 : 1, 2 en 3, vervolgens las ze Matth. 13 : 1 t/m 23, de gelijkenis van de zaaier. Na gebeden te hebben hield ze een meditatie n.a.v. deze gelijkenis.
Ter inleiding op de lezing zongen we lied 113 uit de bundel 'Uit aller mond…'. Toen was het woord aan dr. J.J. Visser, rector van het Hendrik Kraemer Instituut (H.K.I.) te Oegstgeest over het thema 'Evangelie en cultuur'.
Onder cultuur verstaan we het totaal van leefwijzen van een groep mensen, dat van de ene generatie op de andere overgedragen wordt. Cultuur is te zien in huizenbouw, kleding, wijze van eten, gedrag, kortom in het gehele leven. In iedere cultuur zijn normen en waarden (dat wat wij belangrijk vinden). Wij kennen b.v. veel waarde toe aan tijd. In Afrika is tijd veel minder belangrijk. Cultuur is groepsgebonden. Verschillende groepen hebben verschillende culturen/leefwijzen. Soms worden ze als boeiend ervaren, soms ook als bedreigend: de ander is anders, hij vertoont ander gedrag, andere normen. Wij vinden dat niet normaal. In onze samenleving staan we voor vrijheid, gelijkheid en individuele ontplooiing. Maar de Marokkaanse cultuur b.v. hecht veel waarde aan eer, aan respect van jongeren voor ouderen, aan familieverbanden. De keerzijde van onze vrijheid en gelijkheid is eenzaamheid; anderzijds kunnen familieverplichtingen ook te zwaar worden. Zo heeft iedere cultuur winst- en verliesrekeningen. Een anthropoloog uit Nepal observeerde een paar jaar Nederlanders en beschreef hen o.a. als een buitengewoon ordelijk volk. Cultuur verandert, omdat normen en waarden veranderen. Moet je wel met je tijd meegaan? Vanuit God zijn alle culturen gelijk: ze schieten allen tekort en derven de heerlijkheid van God.
Culturen mogen dan anders zijn, maar er is toch maar een Evangelie met dezelfde inhoud! Het Evangelie neemt echter in de verschillende culturen verschillende gestalten aan, het wordt cultuurlijk verschillend ingekleed. In verschillend culturen worden verschillende facetten van het Evangelie belicht. In Hand. 15 gaat het Petrus niet om de besnijdenis, het juk van de traditie, maar om de genade van Christus. Men moet bekeerde heidenen niet lastig vallen met tradities. Er zijn wel leefregels: men moet de ander niet tot ergernis zijn. Traditie/cultuur heeft niet het laatste woord; er is grote verscheidenheid. In de Evangelieverkondiging wordt de taal van de ander en de religieuze voorstellingen van de ander gebruikt (Paulus citeert heidense dichters). In het cultuurlijk gewaad van de hoorders plaatst hij de oproep tot bekering tot de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Uit de tweede eeuw stamt de anonieme brief van Diognetus, waarin de schrijver aangeeft hoe zijn geloofsgenoten in, maar niet van deze wereld zijn. In alle culturen vind je christenen met andere kleding, andere talen, andere gewoonten, maar ze zijn ook anders dan de cultuur waarin ze leven, omdat ze verder kijken: naar het Koninkrijk van God met de andere leefregels van liefde, gerechtigheid en barmhartigheid. In de zendingssituatie gebeurt hetzelfde. Locale woorden worden Bijbels gevuld, getransformeerd. In andere culturen kom je andere zaken tegen als voorouders en geesten. Deze realiteiten moeten niet ontkend worden, maar belicht vanuit de Heilige Schrift. In een andere cultuur kan de focus anders gericht zijn. Hierdoor vallen soms andere accenten dan wij vanuit onze traditie gewend zijn. De conclusie is dat wij in de zending niet zelf model zijn. Het gaat om Hem, die Zijn leerlingen de opdracht gaf naar alle volken te gaan en te leren onderhouden wat Hij gebood. Jezus zendt Zijn discipelen als de Opgestane Heere met de littekenen in Zijn handen en zijde. Zending is geen succesverhaal, maar navolging van de Gekruisigde. De zendeling blijft voortdurend leerling, die oude en nieuwe schatten opdiept uit het Woord.
De Gemeente van Christus heeft wereldwijde gestalte gekregen. Het zwaartepunt van het wereldchristendom is naar het zuiden verschoven. In Korea, West- en Oost-Afrika groeit de kerk. Oude zendingsgebieden zenden zelf mensen uit, honderden Koreanen b.v. naar Duitsland. In ons land neemt de ontkerkelijking toe. Christenen van elders stellen ons een aantal vragen. Wat is de plaats van God in ons leven van alledag? Waar is de gemeenschap? Heeft de dienst van de genezing een plaats? Of heeft de medische wetenschap het laatste woord? Hoe gaan we om met buitenlanders? Is er zending onder hen? Zien we de zending in Nederland, die geïndividualiseerde, geseculariseerde, multiculturele, multireligieuze samenleving, nog wel? Luisteren naar die vragen houdt niet automatisch overnemen van andermans vormen in, maar wel een ter verantwoording geroepen worden (= elenktiek). Wat hebt u gedaan met God in uw leven en in dat van uw samenleving? Wij moeten voor Gods aangezicht in onze cultuur antwoord geven in vormen en op wijzen die bij onze cultuur passen. Daar is geen eenvoudig recept voor te geven, maar Gods Geest kan ons wegen wijzen en in alle waarheid leiden. Hiervoor is gebed. Bijbelstudie en kennis van onze tijd en cultuur nodig. New Begin stelde deze vragen van Evangelie en Cultuur in de westerse samenleving indringend aan de orde. Hij vroeg zich af waarom er in de Indiaase sloppenwijken meer hoop was dan hier in het rijke westen. Hij constateerde dat God weg is uit het publieke leven; er is alleen nog een geprivatiseerd geloof. Hij riep op in de arena van politiek, wetenschap en economie te getuigen dat Jezus Heere is, ook over die machten. Hij wees op de rol die de gemeente daarin heeft. De gemeente, u en ik, is ook de vertolking van het Evangelie. De gemeente legt en leeft het Evangelie uit. De gemeente wordt getekend als een gemeenschap van lofprijzing en dankzegging. De gemeente is een gemeenschap van waarheid; daar wordt de waarheid ook over ons gesproken. We worden op onze plaats gezet voor God in bescheidenheid, in soberheid, in de donkere kleuren van de zonde en ellende. Die waarheid behoedt ons voor de schijn en de mode van iedere dag. In de gemeente worden de leden toegerust tot het priesterschap van alle gelovigen. Alle leden hebben gaven te besteden. De gemeente is een gemeenschap van wederzijdse verantwoordelijkheid, verbonden doo een band van liefde. Het is een gemeenschap van hoop, want er is een uitzien naar de toekomst van God die beloofde, dat Zijn rijk komen zou. Wordt de gemeente zo niet te rooskleurig voorgesteld? Er zijn zoveel vragen, zoveel problemen. Dat zal zo zijn, maar in de gemeente is het zaad van het Woord. We mogen het van het Woord verwachten. In onze multiculturele samenleving mogen we de ander dan ook zien als iemand die door God op onze weg is geplaatst, naar wie ons getuigenis mag uitgaan in het voetspoor van Christus. In ons land zijn de laatste jaren tientallen gemeenten van buitenlandse kerken ontstaan. Een paar maanden geleden kwam een aantal van hen samen in het H.K.I. Ze vertegenwoordigden de veelkleurige wijsheid van God. Dat was een bemoediging, dat God ook in Nederland het werk van Zijn handen niet laat varen. In onze situatie, waar de vreemdelingenhaat toeneemt en de ander als een bedreiging gezien wordt, zijn we als gemeente van Christus geroepen getuige te zijn van die andere gerechtigheid die in het hart van de mens niet is opgeklommen, getuige te zijn van die Ander. Een boodschap te hebben voor de ander, omdat die Ander een boodschap voor ons had en heeft.
Na deze inspirerende lezing volgde een muzikaal intermezzo door mevr. A. Lam-Schuurman (orgel) en mevr. E. Binnendijk-den Boer (viool). Er werd een collecte gehouden voor het werk van Gert en Alie de Wit in Zaïre. Tijdens de lunch bracht de kascontrolecommissie verslag uit en vond de bestuursverkiezing plaats. Het middagprogramma werd begonnen met het zingen van Ps. 96 : 1, 2, 7 en 9. De spreker beantwoordde ingediende vragen, vervolgens werden in gespreksgroepjes 2 cases besproken. Weer volgde een prachtig samenspel van orgel en viool. Daarna was er concrete aandacht voor de zending: mevr. M.M. Nijland-Kreykes en mevr. G.M.S. Breure-Heijting vertelden iets van hun ervaringen en bezigheden overzee. Ook onze gast, mevr. Esther Ayak Daniel uit Soedan, sprak ons toe. Na het zingen van lied 120 was er de bestuurswisseling. Mevr. A. de Groot-Blok maakte plaats voor mevr. G. Dankers-den Dikken. Tenslotte hieven we na het dankgebed, dankbaar voor al het gehoorde, de lofzang aan: Psalm 72 : 6, 10 en 11.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verslag predikantsvrouwenconcio 1993

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's