De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Seksueel misbruik (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Seksueel misbruik (2)

14 minuten leestijd

Machtsmisbruik
Tot nu toe zijn een aantal gevolgen van het seksueel misbruik genoemd. De verwoesting en ontreddering is echter niet alleen het gevolg van het lichamelijk kontakt. Er is veel meer. Het seksueel misbruik vindt plaats in een zeer onveilige situatie waarbij mensen waarvan het kind afhankelijk is en die het kind zouden moeten beschermen misbruik maken van hun gezag en hun macht. We spreken dan ook van machtsmisbruik. Het blijkt ook wanneer we kijken naar het karakter van incestdaders dat het hebben en tonen van macht erg belangrijk voor hen is.
Veel incestdaders beleven zelfs meer genoegen aan het feit dat ze op dat moment de macht over iemand hebben dan aan de specifieke seksuele prikkelingen. De onveilige sfeer waarin het seksueel misbruik plaats kan vinden thuis is vaak een uiting van pedagogische en affectieve verwaarlozing.
Deze verwaarlozing is zeer verminkend voor het kind. Het betekent immers dat aan hem of haar de nodige bouwstenen om te kunnen groeien tot een evenwichtig volwassen persoon worden onthouden. Wanneer dit ernstige vormen aanneemt, zijn persoonlijkheidsstoornissen hiervan het gevolg.

Godsdienstig trauma
Veel misbruikte vrouwen verlaten op latere leeftijd de kerk of gaan over naar een ander kerkverband. Dikwijls is degene die hen misbruikt lid van dezelfde kerk en het is voor hen onverenigbaar dat het misbruik kan samen gaan met godsdienstige uitingen. Als deze beide dingen in hun jeugd vervlochten zijn met elkaar, kunnen slachtoffers dit later soms moeilijk uit elkaar halen. Wanneer ze dezelfde sfeer proeven, zien ze ook de dader weer zitten. Hun woede en verdriet richt zich dan niet alleen naar de dader, maar ook naar de omgeving waarin dit gebeurde. Het christen-zijn van de dader raakt vervlochten met zijn misbruikend gedrag. Zeker wanneer hij doet alsof dat christen-zijn hem ernst is.
Zoals de vader die eerst met zijn dochter bidt voordat hij haar misbruikt, of de broer die 's morgens na de kerkdienst zeer emotievol verteld over de gezegende avondmaalsviering en op zondagmiddag zijn zus dwingt om hem met de hand te bevredigen. Door deze ervaringen is het moeilijk om een waarachtig beeld van God, zoals Hij Zich in Zijn Woord openbaart, te ervaren. 'God de Vader' wordt voor deze mensen een wrange en beangstigende gedachte. De vader die haar misbruikt is immers dezelfde die haar vertelt wie God is. Men zou daar tegenin kunnen brengen dat slachtoffers toch ook zelf in de Bijbel lezen en de prediking horen. Zij blijken echter dikwijls niet in staat te zijn om hier ook op de juiste manier mee om te gaan.
Schade die door de dader is aangericht maakt het onmogelijk om de Bijbelse boodschap zuiver door te doen komen (naar menselijke maatstaven gesproken). Wanneer dan daarbij de dader ook nog eens dreigt met het vijfde gebod, is de verwarring voor het slachtoffer nog groter want hierdoor worden schuldgevoelens geactiveerd. Vaak heeft men het idee dat men daardoor nog verder van God afkomt. Het is duidelijk dat in een klimaat van seksueel misbruik er geen sprake is van een christelijke opvoeding volgens Gods gebod. Het geeft aanleiding tot allerlei stoornissen in het geestelijk leven: angst voor God, een geblokkeerd gebedsleven (Ik heb zo vaak gebeden dat het op zou houden, waarom hoort God niet?) en misvormde schuldgevoelens zijn daar voorbeelden van.

De incestdader
Na hierboven gezien te hebben wat de incestdader door zijn gedrag teweeg brengt, is het voor een juist begrip van de situatie ook belangrijk om de persoonlijkheid van de incestdader onder de loep te nemen. Er zijn een aantal algemene karakteristieken te noemen, zoals een gebrekkig inlevingsvermogen. Opvallend bij incestdaders is dat ze niet in staat zijn zich in te leven in de gevoelens van anderen.
Ze ervaren daardoor niet de pijn die hun gedrag in het leven van anderen kan veroorzaken maar missen oak de schuld en de schaamte die hieraan gekoppeld zouden moeten zijn. Hun denken en handelen wordt voornamelijk bepaald door de eigen wensen en gevoelens. Het is een algemeen gegeven dat men de verantwoordelijkheid voor de eigen daden uit de weg gaat en hierop zeer moeilijk aanspreekbaar is. Het duidelijkst komt dit naar voren wanneer een incestslachtoffer de feiten bekend heeft gemaakt. Een aantal daders ontkent, een aantal daders geeft toe. Echter bijna altijd is het gedrag erop gericht om er zelf zo goed mogelijk vanaf te komen en zichzelf daarbij vrij te pleiten. Dit kan variëren van brute ontkenning tot gedeeltelijke bekentenissen waarbij God tot getuige wordt geroepen. Kenmerkend is ook een slecht ontwikkeld gevoelsleven. Incestdaders hebben er moeite mee om verschillende gevoelens en emoties bewust te ervaren en te benoemen.
Hoewel deze mannen zich niet als zodanig presenteren is er toch dikwijls sprake van een gevoel van leegheid. De dader voelt zich geïsoleerd van anderen. Echt goede relaties zijn er niet en een gevoel van hechting en er bij horen wordt gemist. Ten diepste voelen zij zich kwetsbaar en afhankelijk in de omgang met anderen. Dit gevoel wordt door hen als zodanig niet herkend, maar het uit zich in een overgevoeligheid voor wat door de dader als kritiek, vernedering of vijandigheid wordt ervaren.
Deze gevoelens van leegheid, het missen van intieme relaties en de uiteindelijke kwetsbaarheid worden door de dader gecompenseerd. Bovenstaande zou je ook kunnen vertalen door te zeggen dat hij zich onmachtig voelt. In zijn gedrag gaat hij nu het tegenovergestelde bewijzen en wordt een innerlijke onmacht gecompenseerd door machtsmisbruik. Daarbij zien we dat daders dat op verschillende manieren doen. Er zijn er die zich zeer agressief opstellen en hun omgeving tiranniseren, zowel met woorden als met lichamelijk geweld.
Er zijn er ook die eerder de zielige positie kiezen en een beroep doen op steun en meeleven in hun hulpeloosheid. Maar beide typen daders dwingen het slachtoffer hun eigen grenzen te overschrijden met als doel tegemoet te komen aan de behoefte van de dader.
Van een groot percentage incestdaders is bekend dat zij zelf vroeger emotioneel verwaarloosd zijn of geconfronteerd zijn met seksueel geweld binnen hun gezin van afkomst. De persoonlijkheidsstructuur van de incestdader (generaliserend gesproken) maakt de kans op verandering zeer klein. Een verandering op grond van eigen motivatie en eigen inzet komt niet dikwijls voor. Bij de hulpverlening aan incestdaders is het daarom van groot belang dat er ook een externe motivatie voor de behandeling aanwezig blijft.
Dit kan bijvoorbeeld zijn de straf die door de rechter wordt opgelegd. Of de eis dat de dader gedurende een bepaalde tijd verplicht is hulpverlening te ontvangen. De behoefte aan het tonen van macht is voor incestdaders erg belangrijk. Zo belangrijk dat geen middel geschuwd wordt. Zo is het binnen de christelijke hulpverlening bekend dat sommige daders de 'bekering' gebruiken als machtsmiddel om de incest te bedekken. De dader geeft dan aan dat hij door God aan zijn zonde is ontdekt en dat hij spijt heeft van wat is gebeurd. Soms is daarbij ook een grote omslag te zien in levenswandel. Bijvoorbeeld in kleding en levensstijl. Het is nodig om daarbij te letten of er ook iets te zien is van de consequenties van een innerlijke verandering, zoals het tonen van berouw, de bereidheid tot het doen van schuldbelijdenis in de christelijke gemeente en zich ontvankelijk tonen voor straf en hulp. De wijze waarop dit – al dan niet in het openbaar – vorm krijgt is afhankelijk van ieders individuele situatie. Van belang is berouw en een bereidheid om de consequenties van het verkeerde gedrag te aanvaarden. Wanneer dit gemist wordt mogen er zeer grote vraagtekens gezet worden bij deze zogenaamde bekeringsgeschiedenissen.
De Bijbel zelf leert ons dat we niet goedkoop zondigen. Het is belangrijk de dader op zijn verantwoordelijkheid te blijven aanspreken en niet verstrikt te raken in eindeloze discussies over hun bekeringsweg.

Signaleren van seksueel misbruik
Vanwege de schaamte, de schuldgevoeligheid of de bedreigingen die met het seksueel misbruik gepaard gaan, maar ook om het gezin zo lang mogelijk bij elkaar te houden, zullen gezinsleden het seksueel misbruik zo lang mogelijk verborgen proberen te houden. Dit maakt het extra moeilijk voor de christelijke gemeente om daadwerkelijk elkaar tot een hand en een voet te kunnen zijn. Toch ligt hierin een duidelijke taak.
Wanneer we het hebben over het signaleren van seksueel misbruik heeft dit ook met onszelf te maken. Om goed te kunnen signaleren is een bepaald soort moed vereist. De moed om de feiten, die gebeurd zijn, onder ogen te zien en te willen horen. Het vraagt ook een houding om daarbij de eigen gevoelens even opzij te schuiven. Het horen van incestverhalen roept eigenlijk altijd veel op. Toch is dat niet in de eerste plaats belangrijk op dat moment dan. Daarmee zou het slachtoffer te kort worden gedaan. Het vraagt ook een bepaalde nuchterheid om goed te kunnen onderscheiden wat er in verschillende momenten nodig is. Wanneer het gaat om misbruik van kleine kinderen, dienen volwassen mensen uit de omgeving die verantwoordelijkheid over te nemen. Het betekent dan aktief iets gaan doen; zo kan bureau vertrouwensartsen (BVA) worden ingeschakeld of een onderzoek worden aangevraagd bij de Raad voor de Kinderbescherming.
Bij oudere meisjes gaat het erom goed kontakt te blijven houden. Ook als ze bijvoorbeeld weer herroepen wat ze eerst verteld hebben of zelf het kontakt willen vermijden. Door wezenlijk interesse te tonen in de ander, te luisteren en respect te hebben voor de grenzen en de behoefte van het slachtoffer kan de vertrouwensrelatie groeien waarin iemand bereid is over het misbruik te praten en gemotiveerd kan worden om zonodig hulp te zoeken. Daarbij is het belangrijk om geen acties te ondernemen buiten medeweten van het slachtoffer om. Het meest eenduidig is wanneer slachtoffers van seksueel misbruik aan ons vertellen wat er is gebeurd. Dikwijls doen zij dat echter niet met woorden, maar door allerlei signalen te geven. We kunnen daarbij denken aan vage lichamelijke klachten, slaap- en eetproblemen, krampachtigheid in de beweging, afwezigheid, teruggetrokken gedrag en neerslachtigheid. Ook seksueel uitdagend gedrag kan een signaal zijn van seksueel misbruik.
Eén enkel signaal zegt natuurlijk niet zoveel, iedereen kan weleens buikpijn hebben of hoofdpijn. Meestal zijn het combinaties van signalen die aanleiding kunnen geven tot een vermoeden van seksueel misbruik. Daarbij is het belangrijk om er op te letten of deze signalen gedurende een langere periode aanwezig zijn of regelmatig terugkomen. Dit vergroot het vermoeden.

Gezinskenmerken
Het gezin is vaak sociaal geïsoleerd, er zijn weinig contacten met de buitenwereld of met de kerk.
Meestal is er sprake van een autoritaire vader en een afhankelijke moeder waarbij de onderlinge relatie tussen hen beiden onbevredigend is. Spanningen kenmerken de relatie tussen moeder en het misbruikte kind.
In het merendeel van de situaties krijgt het misbruikte kind een aantal verantwoordelijkheden binnen het gezin naar zich toe die eigenlijk bij volwassenen horen. Bijv. de verantwoordelijkheid voor broertjes en zusjes of moeder moeten vervangen tijdens ziekte.

Hulpverlening
Wat gebeurt er nu achter de dichte deuren van de hulpverlening? Het totaalbeeld hiervan schetsen zou te veel zijn binnen het kader van dit artikel. Met name zullen genoemd worden enkele aspecten van de hulpverlening die duidelijk ethische noties hebben.
Ik ga hierbij uit van het hulpverleningsmodel zoals dat gehanteerd wordt bij de instelling waar ik werkzaam ben: GLIAGG 'De Poort', (Gereformeerde Landelijke Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg). Deze tweede-lijns (= specialistische) instelling stelt zich ten doel hulp te verlenen volgens Bijbelse normen. In november 1991 is de instelling door de overheid erkent als 'christelijke RIAGG'.

Actuele incest
Wanneer een kind of een jongere wordt, aangemeld en er is sprake van seksueel misbruik zitten verwijzer en hulpverlener al direct met een ethisch dilemma; kun je een hulpverleningsproces aangaan met een minderjarige zonder dat de ouders daarvan op de hoogte zijn?
Hierop ontkennend antwoorden zou betekenen dat een incest-slachtoffer wel héél erg knel komt te zitten. In veel situaties, met name daar waar de vader de dader is, zal ze immers nooit toestemming krijgen of zal er straf of isolement optreden na het kenbaar maken naar de vraag om hulp. Bovendien is er in deze situaties geen sprake meer van een gezonde gezagsrelatie, maar zijn er zeer principiële grenzen overschreden door gezagsdragers. Hierdoor komen ook de verantwoordelijkheden anders te liggen.
Maar wat, wanneer achteraf blijkt dat er geen sprake is van seksueel misbruik? Dit komt inderdaad een enkele keer voor. De hulpverlener gaat er echter van uit dat er in situaties waarin kinderen zulke manoeuvres maken om andere redenen dan seksueel misbruik, een vorm van hulpverlening ook zeker nodig is. Wanneer ouders later bij de hulpverlening worden betrokken, vindt dit meestentijds hun volledige toestemming.
Het is in dezen belangrijk om niet vooringenomen te zijn en objectief te handelen. Altijd moet overwogen of ook andere oorzaken aanwezig zijn voor het probleem waar mee een kind of jongere wordt aangemeld.
De GLIAGG werkt in situaties van seksueel misbruik, of een vermoeden daarvan, met een zogenaamd incestprotocol. Stapsgewijs staat hierin aangegeven hoe in verschillende situaties gehandeld kan worden.
'Riet was vorige keer samen met de leider van de jeugdvereniging geweest. Nu komt ze alleen en ze eist: ik ga niet meer terug naar huis…'
Een nieuw dilemma voor de hulpverlener. Is het nodig dat er een directe uithuisplaatsing wordt geregeld, of zijn er andere wegen? De praktijk heeft geleerd dat het beter is om weloverwogen beslissingen te nemen dan om als eerste doel te hebben dat de incest stopt en hals over kop te handelen.
Niet altijd is uithuisplaatsing een goede oplossing. Soms is er sprake van zo grote loyaliteit, ondanks het seksueel misbruik, dat een plotselinge scheiding uit het gezin eerder in het nadeel dan in het voordeel van het slachtoffer is. Het komt voor dat jongeren, na veel escalaties toch weer naar huis gaan.
Daarom wordt hen gevraagd of ze het thuis toch een paar weken kunnen uithouden of bij een vriendin of familie kunnen logeren, zodat er een goed hulpverleningsprogramma kan worden gemaakt.
Wanneer het lukt om met de ouders tijdens de kennismakingsfase een gesprek te hebben (zonder dat het seksueel misbruik direct ter sprake komt) vergroot dit de kans op een goede diagnostiek.
Inmiddels krijgt de hulpverlener dan ook meer zicht op de problemen van de jongeren.

Meersporenbeleid
Het bekend worden van seksueel misbruik in een gezin ontwricht het hele gezin. Of gezinsleden er nu wel of niet iets van hebben vermoed, het is altijd een grote schok. Dit moet door iedereen op zijn eigen manier verwerkt worden. Een moeder die gehuwd is met de incest-dader wordt zowel met de ontrouw van haar partner als met boosheid, schuldgevoelens, bezorgdheid en dergelijke ten aanzien van haar kind geconfronteerd. Bij de zus die nooit goed kon opschieten met vader roept het bekend worden van de incest heel andere gevoelens op dan bij het broertje wat zijn grote zus altijd als voorbeeld nam.
Om iedereen recht te doen en gelegenheid te geven dit te verwerken, wordt er voor de verschillende personen uit het gezin, of althans voor de verschillende subsystemen, een aparte hulpverlener gezocht. Meestal houdt dit in: één hulpverlener voor de dader (als deze dit accepteert), één voor het slachtoffer, één voor moeder en wanneer dit is gewenst hulpverlening voor de broers en zussen.
Daarnaast wordt er, wanneer dit mogelijk is, kontakt bevorderd met het pastoraat (cliënten moeten daarvoor hun toestemming geven). Bij deze problematiek is goede samenwerking en afstemming op elkaar belangrijk.
Ook al is de gebrokenheid in gezinnen nog zo groot, dit is a priori geen reden om het gezinsverband op te heffen. Daarbij komt dat bloedbanden soms sterker blijken te zijn dan wat dan ook. Zo mogelijk wordt er met de verschillende gezinsleden toegewerkt naar een gezinshereniging. Dit houdt niet altijd in dat men bij elkaar woont. Er zijn situaties waarin al heel wat is bereikt wanneer men op verjaardagen of belangrijke momenten koffie bij elkaar komt drinken. Hoeveel waarde er ook gehecht wordt aan het gezin, het bij elkaar blijven mag nooit gaan ten koste van het slachtoffer of de veiligheid van andere kinderen.

mevr. drs. J.A. Kok, Bennekom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Seksueel misbruik (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's