De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om de dienst der verzoening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om de dienst der verzoening

Samen op Weg – Impressies van een bewogen week

16 minuten leestijd

Bij alle rumoer in en om het Samen op Weg-proces mogen we niet vergeten, waaròm het uiteindelijk ten diepste in de kerk gaat: om de voortgang van de dienst der verzoening in de gemeente, in de verkondiging van het Woord.
Over die dienst der verzoening ging het op een bepaald moment ook héél concreet op de vorige week gehouden triosynode, waar het ontwerp kerkorde voor een toekomstige verenigde kerk in éérste lezing aan de orde was. In deze kerkorde staat namelijk in het grondleggende artikel over 'de roeping van kerk en gemeente' (artikel I) te lezen: 'Betrokken in Gods toewending tot de wereld belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest'. In dit artikel wordt gepoogd de apostolaire roeping en het belijdende karakter van de kerk in één formulering te vatten.

Ouderling B. van Bokhoven (Linschoten) had hier echter een amendement ingediend, namelijk om op te nemen, dat de kerk is 'geroepen tot de dienst der verzoening'. Want – aldus zijn toelichting – 'de dienst der verzoening hoort tot het wezen en de zending van de kerk' (2 Cor. 5 : 11 - 21).
Dit amendement van broeder Van Bokhoven werd in eerste instantie verworpen, met 86 stemmen tegen en 71 stemmen voor (de triosynode bestaat uit 75 hervormde, 75 gereformeerde en 40 evangelisch lutherse leden). Maar Van Bokhoven kende de spelregels. Bij een dergelijke nipte meerderheid van stemmen mag gevraagd worden de synoden afzonderlijk over een en ander te laten stemmen. De hervormde synode bleek toen genoemde aanvulling van Van Bokhoven op het artikel met ruime meerderheid te willen aanvaarden, de gereformeerde synode verwierp deze echter, eveneens met ruime meerderheid en de lutherse synode met overgrote meerderheid. Waarop de gereformeerde predikant K.H. Wigboldus, Voorburg, naar het spreekgestoelte kwam om te vragen waarom dat nodig was geweest, dit 'marktonderzoek'. Moest daarmee duidelijk worden hoeveel rechtzinniger de ene synode was dan de andere? De vraag stellen is haar beantwoorden.
Toen de vraagsteller intussen ook nog eens enkele hilariteit verwekkende opmerkingen maakte, reageerde Van Bokhoven met kennelijke innerlijke verontwaardiging, dat het hem ging om het hart van het kerkzijn: de dienst der verzoening! En dat hij daarom wilde weten hoe het per synode lag. Cijfers zijn hier wel symbolisch.


's Avonds passeerde ik de oude kerk van Lunteren, de plaats waar de combisynode werd gehouden. Rondom de oude dorpskerk was het een drukte van belang. Kennelijk is er de catechese nog in ere. Toen ik daar die jongeren zag overpeinsde ik verder in welk een kerk ze in de toekomst zullen leven en hoe het dan gesteld zal zijn met 'de dienst der verzoening'. Met name dus onder welke prediking ze zouden komen te verkeren.
Die vraag heeft alles te maken met het belijden. Hoe Christusbelijdend zal de kerk zijn en hoe is ze dan Christusbelijdend, zowel als het gaat om de verlossing als met betrekking tot de koningsheerschappij van Christus over mens en wereld? Een vraag op het scherp van de snede. En dan gaat het ook helemaal en allereerst over de dienst der verzoening. Behandeling van het voorstel-Van Bokhoven was derhalve een cruciaal moment, want zodra het gaat over 'verzoening door voldoening' gaan vandaag wegen fundamenteel uiteen.

Wissel
In het hiervolgende volsta ik met een impressie van wat verder op de triosynode gebeurde. In de komende weken volgen nog enkele verslagen inzake concrete punten.

Al direct aan het begin van de marathonzitting van drie dagen werd een wissel omgezet. De (hervormd gereformeerde) predikanten J. Hoek, Veenendaal en P.M. Breugem, Barneveld hadden elk voor zich een amendement ingediend, dat ten doel had de wijze van voortgang van het proces aan de orde te stellen. Ze beoogden uitwerking van de federatiegedachte, in te dragen en daarmee behandeling van deze kerkorde op zich te ontkoppelen van de fusiegedachte. Bij de voorstellen van dr. J. Hoek zat mede vóór om de gedachte van de 'historische continuïteit' van de Hervormde Kerk in dit land nader uit te werken, waarbij de lutheranen immers een discontinu factor vormen, omdat de lutherse en de gereformeerde traditie, historisch gezien, niet samenvallen.
In deze zorgvuldig voorbereide voorstellen lag geconcentreerd verwoord de zorg uit de brede sector van de hervormd gereformeerden met betrekking tot de voortgang van het proces. Besloten werd nu deze amendementen vóór alles uit te behandelen, in een soort algemene beschouwing; nadat overigens wèl de moderamina van de afzonderlijke synoden de amendementen ernstig hadden ontraden en de praeses van de Evangelisch Lutherse Kerk er zelfs het 'onfatsoenlijk' over had uitgesproken. De zaak pakte intussen anders uit. Het gereformeerde synodelid dr. D. Visser, Stiens deed namelijk een ordevoorstel om deze amendementen niet ontvankelijk te verklaren. En zo geschiedde. Met 37 stemmen tegen, hoofdzakelijk van hervormde zijde, werd dit ordevoorstel aanvaard en werd derhalve alles wat door Hoek en Breugem aan de orde werd gesteld van tafel geveegd. De verontwaardiging, met name onder de hervormd gereformeerden, was groot, maar niet alleen bij hen. Een latere poging tot verzachting van het gebeurde door de hervormde synodepraeses, dr. G.H. van de Graaf was niet meer echt overtuigend.


Wat gebeurde hier nu precies? Allereerst werd het uiting geven aan breed levende zorg binnen de Hervormde Kerk in de kiem gesmoord. Dat moet op zich als een slechte zaak worden aangemerkt. Zo laat men spanningen oplopen en kweekt men frustraties. Zelf hebben we daarna gezegd, dat door de aanvaarding van dit ordevoorstel de stem van verontrusting en zorg om de voortgang van het proces werden 'kaltgestellt', abrupt de mond gesnoerd.
Maar bovendien is het zo dat hier definitief de wissel omging. In 1986 werd bepaald, dat de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken 'in staat van hereniging waren'. Verder was federatie geen fusie en dwang was uitgesloten. Later kwamen er de lutheranen bij. Maar 'fusie' vraagt om een part besluit.
Daarbij valt te bedenken, dat ook federatie op dit moment nog slechts zeer ten dele is, namelijk in een kleine driehonderd gemeenten. Er is momenteel discussie over een recent uitgegeven Kaskirapport, waarin deelname van de gemeenten aan Samen op Weg wordt verwoord: 33 procent van de hervormde gemeenten geen enkele vorm van samenwerking, 44 procent 'enige samenwerking' en 22 procent een 'verregaande vorm' van samenwerking (federatie). Ter synode zei ouderling L. van Walsum, Bleskensgraaf, dat er leugens zijn, gróte leugens en statistieken. Maar wèlke zonnige bril men ook opzet bij het lezen van dit rapport, er kan bepaald niet worden geconstateerd, dat op het plaatselijk vlak Samen op Weg ver gevorderd is. Bovendien – aldus ds. B. Wallet in een commentaar op de cijfers – 'de grenzen zijn in zicht'.


Nu werd in 1986 óók vastgesteld, dat een kerkorde voor een toekomstige (h)verenigde kerk zou worden ontworpen. Ik heb mij er mede voor ingezet, met name in de bezinning binnen de Raad van Deputaten, dat er een kerkorde-inééns zou komen. Zodat ieder zou kunnen weten welke kerk werd beoogd. Maar bèhandeling of zelfs aanváárding van zulk een kerkorde betekende nog niet, dat daarmee fusie of de fusiegedachte definitief aanvaard zou zijn.
We weten nu beter. Bezinning op deze kerkorde is alleen nog maar mogelijk binnen de (impliciet) aanvaarde gedachte van fusie.

Lidmaatschap Raad van Deputaten
Voor mijzelf is één en ander de aanleiding geweest om direct na afloop van dit beraad de hervormde synodepraeses, dr. G.H. van de Graaf, mee te delen, dat ik het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zou voorstellen, dat ik mijn zetel in de Raad van Deputaten – tot stand gekomen op verzoek van het hervormd moderamen aan het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, twaalf jaar geleden – ter beschikking zou stellen. Ik heb dit ook naar buiten toe kenbaar gemaakt tegen het eind van de combisynode, binnen het kader van commentaar op het héle synodegebeuren. Voor mij zou het nu onmogelijk zijn deze kerkorde te aanvaarden, gegeven het feit namelijk dat de fusiegedachte, mitsgaders de fusiedwàng daarbij is inbegrepen. Wij overleggen over deze kerkorde reeds in een virtuéél gefuseerde kerk. Dat is de wissel, die is omgezet.
Uit het feit overigens, dat zich 37 voornamelijk hervòrmde synodeleden tégen het ordevoorstel verklaarden, wordt duidelijk hoe gans anders de zaak van Samen op Weg ligt in de Hervormde Kerk dan in de Gereformeerde Kerken.


Het zou intussen symptomatisch kunnen zijn voor verdere ontwikkelingen, dat de meest diepe zaken bij wijze van 'orde' 'even' geregeld worden. Zo regelden de Gereformeerde Kerken al eerder kerkelijke kwesties. En ds. P. Boomsma, praeses van de synode der Gereformeerde Kerken, liet het ook, in zíj́n benadering van de hardnekkigheid van de hervormd gereformeerden weten: als eenmaal de meerderheid tot iets besloten heeft, moet ieder zich daaraan onderwerpen. Welnu, zo ligt het in de tijdenlange worsteling om de Waarheid binnen de Hervormde Kerk niet.
Maar we weten nu wat ons voorland is. De Hervormde Kerk zou hier kerkbreed hebben moeten zeggen: zó zijn we niet getrouwd. Alleen al hierdoor wordt duidelijk, dat we een andere kerk krijgen, een kerk met een andere 'cultuur'. De vraag is of de bloedgroepen elkaar uiteindelijk wel zullen kunnen verdragen.


Waar brengt dit alles ons principieël? Dat is de meest wezenlijke vraag. Het is gegeven met de vaart der ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken, dat in de vijftiger jaren deze kerken nog voor honderd procent 'nee' zeiden tegen samengaan met de Hervormde Kerk, terwijl nu het verzet tot nul is teruggebracht. In de Hervormde Kerk is daarentegen het verzet sterk. En dat heeft ten diepste alles te maken met 'de dienst der verzoening'. Prof. dr. C. Graafland heeft één en ander maal de vrees geuit, dat de gemeenten zouden worden meegesleept in de 'vrije val' van de Gereformeerde Kerken. Dat mag onze gróótste zorg zijn.

Behandeling
De dagen na dit ingrijpende gebeuren werden uitsluitend bepaald door de behandeling van de afzonderlijke kerkordeartikelen. We hebben reeds eerder opgemerkt, dat de commissie voor de kerkorde in haar herziene tekst er blijk van had gegeven te hebben geluisterd naar de kritiek. Dat gold ook van de hervormd gereformeerde kritiek. We hebben al eerder melding gemaakt van het feit, dat de Konkordie van Leuenberg – die op gespannen voet staat met de Dordtse Leerregels – nu onderscheiden wordt van de klassieke belijdenissen en slechts een functie kreeg toebedeeld in de ontmoeting van de gereformeerde en lutherse traditie.
Deze honorering van de kennelijk zwaarwegende hervormd gereformeerde inbreng is niet onweersproken gebleven. Enkele weken geleden haakten de remonstranten (Remonstrantse Broederschap) af als waarnemer bij het Samen op Weg-proces. (Onder andere) 'Dordt' is voor hen een gram. En nu Leuenberg is afgezwakt was voor hen de beslissing onvermijdelijk.


We moeten overigens in alle eerlijkheid vaststellen, dat van allerlei kanten grote treurnis met betrekking tot dit besluit van de remonstranten openbaar kwam. Op de triosynode mocht drs. K. van der Horst, praeses van de synode van de Evangelisch Lutherse Kerk, zeggen (overigens námens de drie moderamina), dat het spijtig was, dat de remonstranten hadden afgehaakt. Ze wìsten echter toch wel – aldus Van der Horst –, dat in de onderscheiden kerken Dordt tòch wel als achterhaald was aangemerkt (o.a. in het hervormde herderlijke schrijven over de Uitverkiezing en in een rapport over de belijdenis vanwege de synode van de Gereformeerde Kerken)?
Zo ziet men maar, dat formuleringen in een kerkorde op zich nog geen garantie bieden voor eenduidig belijden. Scherper gezegd: gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht betekent nog niet: delen in het gelóóf van het voorgeslacht. En daarom mogen we vragen naar de wèrkelijke bedoeling achter de formuleringen, terwille van 'de dienst der verzoening'.


Tijdens het beraad werd van (hervormde en gereformeerde) vrijzinnige zijde gepoogd Leuenberg alsnòg in het grondslagartikel te krijgen. Zonder resultaat overigens. Dr. F.Ch. Hallewas, voormalig praeses van de evangelisch lutherse synode zei tenslotte, vóór de besluitvorming, dat hij boog voor 'het machtswoord van Putten.' Het verdroot mij dat uitgerekend déze lutheraan het op deze wijze zei.

Geluisterd
Ten aanzien van de herschreven kerkorde is intussen van allerlei kanten al aangemerkt en ook op deze synode naar voren gebracht, dat de commissie méér heeft geluisterd naar kritiek van 'rechts' – de Gereformeerde Bond – dan naar kritiek van 'links' : de vrijzinnigen en anderen. Toch deed zich nu ook het verschijnsel voor, dat de grote reeks amendementen, die vooraf waren ingediend en nu in een veel pagina's tellend manuscript ter behandeling lagen op de triosynode, hoofdzakelijk afkomstig waren van hervormd gereformeerde synodeleden.
De intentie in deze van de hervormd gereformeerden was, dat, wanneer het (ooit) komt tot een verénigde kerk, de beste kerkorde nog niet goed genoeg is. Ook in deze, vanwege de Hervormde Kerk aangegane worsteling om de rechte ecclesiologie, hebben hervormd gereformeerden hun verantwoordelijkheid verstaan.
Maar, gegéven het feit, dat de behandeling van deze kerkorde al staat in het kader van de fusiegedachte, wordt maximale inzet om tot een goede kerkorde te komen nu aangemerkt als 'meedoen', in de zin van aanvaarding van de fusiegedachten.
De triosynode zou overigens een veel korter verloop hebben gehad zonder de constructieve bijdrage in deze van hervormd gereformeerde zijde.


Het is kennelijk nu het onvermijdelijke dilemma, waarin we terecht zijn gekomen: het vòlle verstaan van de verantwoordelijkheid in de gang die de Hervormde Kerk nu gaat. of het buigen voor de dwangmatigheid van het proces. Dat wordt wel een torso.

Kwijt
Bij de verdere behandeling van de conceptkerkorde hebben hervormd gereformeerde afgevaardigden ook op (enkele) punten 'gescoord'. Het grondslagartikel is verbeterd. Maar de kerk zijn we kwijt geraakt, zei ouderling A. Drost te Veen: 'ik ben mijn kerk kwijt, ik ben mijn naam kwijt, ik ben mijn belijdenis kwijt en ik ben mijn classis kwijt'. Hij had al eerder gezegd, dat nòch hijzelf, nóch zijn gemeente, nòch zijn classis dit proces heeft begeerd. In zo'n formulering ligt de uitdrukking van een geprangd gemoed. Maar 'Drost' kan toch met zijn belijdenis verder leven, hij kan er toch zelfs mee in een hervòrmde geméénte verder leven? En hoe de classis verder oordelen zal – met name over de eigen positie van de classis, die overigens opnieuw 'in studie' wordt genomen – zal blijken. Maar eigenlijk is de uitroep van Drost een expressie van een gekrenkte liefde, liefde, die trouw bleef ook onder 'gereformeerde' aanvechting van buitenaf, aanvechting vanuit de Gereformeerde Kerken, die nu zo snel mogelijk Samen op Weg willen.

Naam
Laat ik de hartekreet van Drost nog even toespitsen op de Naam van de nieuwe kerk, die nu in eerste lezing werd aangenomen: 'Verenigde Protestantse Kerk in Nederland'. Een naam, die tot stand kwam na herhaalde stemmingen, waarbij het uiteindelijk leek te gaan om een keuze tussen Verenigde Hervormde Kerk in Nederland en Evangelische Kerk in Nederland. Uiteindelijk kwam – omdat deze beide namen te geprofileerd werden geacht – toch nog het verlegenheidsvoorstel van de werkgroep kerkorde erbij: 'Verenigde Protestantse Kerk in Nederland. Deze naam haalde het, al moet één en ander nog, in het kader van de hele kerkorde, door de classes.
Overigens deed ook op dit punt de gereformeerde ds. K.H. Wigboldus een poging de lachers op zijn hand te krijgen, door namelijk als 'gereformeerde' een kennelijk als 'ludiek' bedoeld amendement in te dienen met de bedoeling ook 'gereformeerd' in de naam een kans te geven. 'Dan kan de Gereformeerde Bond voortaan heten "Hervormde Bond in de Gereformeerde Kerk".'


Deze naam nu heeft merkwaardige consequenties. Zoals al eerder werd vastgesteld en nu in de ontwerp-kerkorde ook is gehandhaafd, zullen op het plaatselijk vlak immers gemeenten zelf de keuze mogen maken: hervòrmde gemeenten, gereforméérde kerken, evangelisch lutherse gemeenten en verenigde gemeenten.

In de naam ligt het wezen. Men moet verder niet onderschatten wat het betekent voor mensen, dat ze de naam van hun kerk die zo nauw met de kerk zelf verweven is, moeten prijsgeven. We zullen ons dus voortaan vooral pláátselijk gaan benoemen. Wie in een hervormde gemeente woont mag zich 'hervòrmd protestant' noemen. Dat is een stoere naam. Wanneer men zich echter 'verénigd protestant moet gaan noemen draagt men kennelijk twee zielen in één boezem. Klinken doet het in ieder geval niet.
Maar verder: wat moeten we er ons bij voorstellen, dat we weer samen protestant gaan worden? De oude strijd met Rome komt in deze aanduiding immers tot uitdrukking? Als zodanig werkt deze naam oecumene beperkend. Maar of ieder dat ermee bedoelt? Want protestant is vandaag breed. Het omvat ook de Protestanten Bond en de V.P.R.O (met puntjes). Protestant is ook zo breed als het lang is.

Hoe verder
In vele toonaarden is de vraag de vorige week gesteld: hoe verder? Wat valt hier te zeggen? Het klinkt velen ook nú te weinig programmatisch in de oren als ik zeg: 'we zullen de Heere volgen', op wegen die we niet kennen of zelf in kaart brengen. Maar Hij aanschouwt het Verbond. Wel heb ik in een vraaggesprek met het Nederlands Dagblad persoonlijk duidelijk gemaakt, dat we als hervormd gereformeerden vandaag een eenzame weg gaan. Op begrip van gereformeerde zijde valt nauwelijks te rekenen. Het echte confessionele geluid, in relatie tot de gereformeerde belijdenis, was van die zijde ook nu zeer spaarzaam.
Als de nieuwe kerk er komt, zal deze een verzameling van losse gemeenten bevatten, niet bijeen gehouden door een kerk, die in het hart van de mensen verankerd ligt. Het congregationalisme zal welig kunnen gaan tieren, dunkt me.


Ik sluit persoonlijk af. Meer dan twaalf jaar heb ik geparticipeerd in de Raad van Deputaten Samen op Weg vanuit de overtuiging, dat onze roeping is gegeven voor de Hervormde Kerk als gehéél. Die participatie werd ten volle mede gedragen door het hoofdbestuur van de Gerefomeerde Bond. Vooral in de begintijd moest echter nog wel eens worden uitgelegd waaròm deze plaats werd ingenomen. De laatste tijd kwam die vraag opnieuw sterker op. Met eigen deelname aan de werkzaamheden van de Raad van Deputaten heb ik in alle gebrek en kwetsbaarheid het goede voor kerk en gemeente willen zoeken. Mijn besluit om terug te treden moet mede in dat licht worden bezien. Er zijn grenzen in het dragen van verantwoordelijkheid. De grens was bereikt. De roeping blijft.


En tenslotte herhaal ik: het gaat ten diepste om de dienst der verzoening. Nu en later.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Om de dienst der verzoening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's