Boekbespreking
Hans Eschbach: De groeigroep als bouwsteen – Een model voor de opbouw van de gemeente, uitgave Kok/Voorhoeve, Kampen, ƒ 27,50.
Gemeente-opbouw staat sterk in de belangstelling in onze tijd. Begrijpelijk in een tijd van neergang en afbraak van veel kerkelijk leven. In hervormd-gereformeerde gemeenten lijkt de schade nog beperkt te blijven tot het afhaken van een groep jongeren en ouderen en tot het verwaarlozen van de tweede kerkgang. Ik schrijf niet zonder reden: lijkt beperkt te blijven. Want op zich zijn deze signalen ingrijpend genoeg. Uitholling en afbraak zijn sluipende verschijnselen. Waar liggen de oorzaken? Je kunt vanuit verschillende invalshoeken trachten die vraag te beantwoorden. Sociologisch: het afnemen van het godsdienstig besef dringt in steeds sterkere mate ook in hervormd-gereformeerde gemeenten door en we gaan daar steeds meer tol aan betalen, vooral in de grote gemeenten. Theologisch: Christus' gemeente zal blijven en bij verlies van aantallen zal de kwaliteit van het geestelijk leven er alleen maar op vooruit gaan. Stichtelijk: laat vallen wat valt, Gods ware volk blijft over. Zo kun je reageren op verschijnselen van neergang en achteruitgang. Er is nog een andere mogelijkheid van reactie en ds. Hans Eschbach wil ons op die weg brengen. Wat is de kwaliteit van ons gemeenteleven? Beslaan er niet veel gemeenten waarin de gemeenschap ontbreekt? Eschbachs boek wil daarop inspelen. Hoe kunnen we in onze gemeente die gemeenschap vormen, opbouwen, stimuleren? Zijn antwoord op deze vraag is; door middel van de kleine groep. Hij geeft die groep de naam 'groeigroep'. Groei is in het Nieuwe Testament een kernwoord als het om de opbouw van de gemeente gaat. Er zijn drie soorten groei: kwalitatieve groei, getalsmatige groei en organisatorische groei. Het accent valt op de eerste vorm van groei. Groei in kwaliteit van geestelijk leven. Kernhoofdstuk in de Bijbel is in dit verband Efeze 4. Paulus legt in zijn spreken over groei alle accent op de gemeente als lichaam van Christus. Binnen die gemeente komt pas de individuele gelovige tot zijn of haar recht en niet omgekeerd. Persoonlijke kwalitatieve geestelijke groei zal steeds de gemeente ten goede komen. Deze kwalitatieve groei gaat vooraf aan de beide andere vormen van groei. Waar de gemeente naar Christus toe groeit, daar groeit ze ook naar mensen toe. We zien dat in de Handelingen zich voltrekken. De 'aantrekkelijke' gemeente van na Pinksteren trekt veel mensen aan. En als zo de gemeente ook getalsmatig groeit, komt er ook organisatorische groei. Kernregel in het eerste deel van Eschbachs boek is; groei is normaal. Omdat de kerk niet zozeer een organisatie maar een organisme is. Als er geen groei is, is er sprake van geestelijk afsterven. Dat moet het signaal op rood zetten. Ik meen dat hier ook wat 'onze' gemeenten betreft een ontdekkende analyse in schuil gaat. Wij leggen ons soms te makkelijk neer bij de gang van zaken. Wellicht omdat grondig zelfonderzoek ons te pijnlijk voorkomt en we nog steeds een voorraad vrome pijnstillers achter de hand hebben: de geest van de tijd, de televisie, het materialisme. Die werken tijdelijk verdovend, maar lossen niets op. Ds. Eschbach heeft gekozen voor de 'groeigroep', de celgroepen-structuur die in de jaren '80 bij de opwekking in Korea zo belangrijk bleek te zijn. Geloofsgroei staat voorop. De groei in gemeenschap volgt daar op. Het gaat er om elkaar te leren kennen en in elkaars vreugden en zorgen te delen. Daar ligt een onderscheid met de bijbelkring, waar de onderlinge afstand vaak heel groot blijft. Ds. Eschbach geeft verslag in zijn boek van de organisatie van de groei-groepen en geeft voor drie seizoenen uitgewerkte programma's. Ik ben onder de indruk gekomen van de weg die hier gewezen wordt om de gemeente tot groei en gemeenschap te leiden. Meer dan ooit zal er van kerkeraden aandacht gevraagd moeten worden om te bouwen aan de gemeente. Waar nog mensen zijn, is de gelegenheid er nog. Er blijven wel wat vragen over. Organisatie alleen kan de gemeente ook weer niet redden. We blijven aangewezen op de Heilige Geest. Maar die Geest kan en zal alleen werken waar Hij niet wordt tegengestaan. Terecht noemt de schrijver de opwekkingen in de dagen van Wesley waaraan ook samenkomsten van kleine groepen ten grondslag lagen in veel gevallen. De Geest werkt middellijk. Een opwekking is een geschenk uit de hemel. Maar om de regen op te kunnen vangen, dienen vooraf kanalen gegraven te worden. In de programma's heb ik het woord en vooral de zaak die de Bijbel bedoelt met 'wedergeboorte' gemist. Groei kan er toch alleen zijn als er ook leven is? Geloof kun je toch niet bij al je gemeenteleden veronderstellen? Een boek om mee te werken, omdat het in veel gemeenten een weg wijst die de kwaliteit van het gemeenteleven kan verhogen.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's