De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'En had de liefde niet…' (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'En had de liefde niet…' (1)

Opening van het collegejaar 1993-'94 (Theol. Hogeschool GB)

6 minuten leestijd

Enkele weken geleden waren we in Praag. Op het grote marktplein van de oude stad. Staromestské Námestí. Daarop het reusachtige standbeeld van Joh. Hus die in 1415 op zijn verjaardag (6 juli) werd verbrand. Het symbool van een religieus verzet tegen Roomse dictatuur en dwaalleer. Tegelijk ook het symbool van een nationalistische strijd tegen de Duitsers.
Wandelend van de Karelsbrug naar deze historische plek, waren we kort daarvoor langs het in een muur gebeeldhouwde gelaat van Jan Palache gekomen. Een jonge student die in augustus 1968 zich op het Wenzelplein levend in brand stak. Protest tegen de dictatuur van de oprukkende tanks van de Russen. Eveneens een symbool van nationalistische strijd tegen tyrannieën die het mensenhart doorwonden.

Tussen twee brandstapels
Twee brandstapels. Tekenen van protest, van weerstand tegen verdrukkende systemen van religieuze, politieke en sociale aard. Praag is niet los te denken van hen die 'hun lichaam overgaven, opdat het verbrand zou worden', om met de woorden van Paulus uit 1 Kor. 13 te spreken.
Maar – zo vraagt men zich onwillekeurig af – heeft dit alles het zo geplaagde volk van Tsjechië wezenlijk verder gebracht? Is dit volk nadat het ontslagen is geworden van de gesel van nationaal-socialisme en van communisme in deze eeuw sinds de fluwelen revolutie van 1989 werkelijk verder gekomen? In elk geval is er thans sprake van een geestelijk en moreel vacuüm. In elk geval is daar op dit moment nog niets uitgebalanceerd.
Ja men kan zich zelfs afvragen, of brandstapels op zich ooit omwentelingen in de geschiedenis der mensheid hebben te weeg gebracht. En ook kan de vraag gesteld worden, of niet elke vernieuwing (religieus, politiek/sociaal) die daardoor ooit tot stand kwam, zich later bleek voltrokken te hebben binnen de door de zonde diep aangetast structuren van elke vorm van menselijke samenleving.

Op de noemer van de liefde
Zou dat dan ook niet de reden zijn, waarom we in 1 Kor. 13 lezen: 'Al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden… zo zou het mij geen nuttigheid geven'.
In dit hoofdstuk – het lied der liederen van het Nieuwe Testament – wordt alles op één noemer gezet, de noemer van de liefde. Het kan duidelijk zijn, dat het daarin dan gaat over een liefde van hoge komaf. Zeker, het gaat hier over de liefde onder elkaar, waardoor er dingen veranderen.
Maar de diepe ondertoon daarvan is toch de liefde ('agapé') die zijn wortel vindt in Gods liefde. In het: 'Alzo liefheeft God de wereld gehad…' In de liefde van het offer van Gods Zoon ter verzoening van de zonde der wereld.
Het is van deze liefde dat alles mag worden verwacht. Alleen de zelfopoffering van Gods Eniggeborene kan de hefboom zijn waardoor de wereld uit zijn voegen wordt getild. Dat kan niet het geval zijn, als er sprake is van 'eros'. Die kan op zijn best een sexuele revolutie opleveren. En eindeloze chaos. De liefde waarover in 1 Kor. 13 gesproken wordt, is ook bepaald meer dan humanitaire toegenegenheid die met een zekere algemene mensenmin samenvalt.

Korinthische begaafdheden zonder meer
Het is van die liefde van hemelse origine, dat de apostel Paulus kennelijk alles verwacht. Zo zelfs, dat hij al het andere, ook al is dat op zich van het beste soort, onder kritiek stelt. Als deze hoge liefde ontbreekt, is ten diepste alles nutteloos. Zelfs ook alles wat men als goede gaven van Gods Geest ontvangen heeft.
Men kon van Korinthes christengemeente immers niet zeggen, dat daar niet het één en ander was gebeurd. Er was een grote 'Wende' gekomen sinds het Evangelie van kruis en opstanding er zijn intrede had gedaan. In Korinthe bruiste het alles ook van wondere Geestesgaven.
Daarover heeft de apostel het uitvoerig in de hoofdstukken 12 en 14 van 1 Korinthe. Er werden vreemde talen gesproken; men communiceerde er zelfs met de engelen. Verder liepen daar profeten rond die de tijd doorzagen en geheimen openbaarden. En zoveel meer…
Het merkwaardige is echter, dat Paulus daar niet in alle opzichten de loftrompet over steekt. Integendeel, hij gaat heel ver als hij in 1 Kor. 13 van al het opzienbarende in Korinthe zegt, dat het nutteloos is, als de liefde er in ontbreekt. Kennelijk is men in die gemeente behoorlijk op de loop gegaan met wat zij aan gaven van de Geest ontvangen hadden. Er werd extatisch gejubeld. Men 'hemelde' elkaar op. Men beroemde zich op wijsheid en kennis (echte wetenschappers). Maar met dit alles was men intussen wel bezig er een 'theologia gloriae' op na te houden. Alsof de hemel reeds op aarde was. En de liefde? Waar was die nu eigenlijk te vinden?
Integendeel, Korinthe moet bestraft worden op het punt van sexuele vrijbuiterij (1 Kor. 5), op het punt van religieuze tolerantie inzake deelname aan de cultische maaltijden der heidenen (1 Kor. 8-10). En aan de tafel des Heeren – zo lezen we in 1 Kor. 11 – gaat het er liefdeloos naartoe. Van sociale bewogenheid is geen sprake. Men ziet elkaar gewoon over het hoofd. In één woord: hoogmoedig individualisme.
Daarom zet de apostel in 1 Kor. 13 – een noodzakelijk 'uitstapje' te midden van alle goede woorden over de Geestesgaven in 1 Kor. 12 en 14 – alles onder hoge kritiek. In Korinthe ontbreekt het aan liefde. Daarom moet men het echt nog eens nakijken, of er wel zoveel veranderd is – religieus, moreel, sociaal – ook al is daar een 'Wende' gekomen. Wat is dat alles zonder de liefde? Stel, dat ik de beste wetenschapper was…, stel, dat ik in het geloof wonderen verrichtte…, stel, dat ik alle diakonale goederen besteedde aan het onderhoud der armen…, stel, dat ik mijn lichaam gewillig tot verbranding zou overgeven. En ik had de liefde niet…
Aldus 1 Kor. 13 : 1vv.

De ideologische wurggreep
Onlangs – aldus een verslag in het RD van 11 augustus 1993 – heeft een aartsbisschop (lakovos) op een conferentie over Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van kerken te Santiago de Compostella gesproken over de ideologische wurgstrop waarin zowel de Verenigde Naties als de Wereldraad zich na de tweede wereldoorlog heeft bevonden.
'Ze stonden aan de hemel als regenbogen, kometen die de wereld verlichtten en hoop gaven op een betere toekomst.' Maar 45 jaar later bleken beide organisaties politieke omwentelingen niet te hebben kunnen voorkomen, evenmin als de 'economische ellende, het ongebreideld nationalisme en het onstaan van radicale stromingen'. Ondoordacht – aldus deze spreker – hebben de kerken sociologische argumenten tot principieel uitgangspunt genomen voor verder handelen. De kerk moet terugkeren van deze heilloze weg, afstand nemen van vrijzinnige theologische en liberale ethische opvattingen, van de ondoordachte toelating van de vrouw tot het priesterambt en stoppen met de aanhoudende discussies over erkenning van homoseksuele groeperingen binnen de kerk… Het is beter terug te keren tot de geestelijke wortels en in gehoorzaamheid aan Christus en Zijn wil het Evangelie te prediken aan alle creaturen… Zo – aldus het verslag – de aartsbisschop.
Woorden om over na te denken.
Als ik de liefde niet had…

C. den Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

'En had de liefde niet…' (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's