'En had de liefde niet…' (2)
Opening van het collegejaar 1993-'94 (Theol. Hogeschool GB)
Door Gods Geest in onze harten uitgestort
Het is alleen door de liefde die van hoge komaf is, dat er werkelijk dingen in de wereld veranderen. Dat is een zaak die te maken heeft met de micro-wereld van het mensenhart. En van daaruit komen er tekenen van in de macro-wereld om ons heen.
Ik ken een jongen van 18 jaar die tot de ontdekking kwam, dat hij geen liefde had. Hij was vroom genoeg om anderen te waarschuwen, als zij vloekten. Hij was een bidder die veel tijd besteedde aan het zoeken van God. Maar met dat alles kon hij toch alleen maar aan een eind komen. Hij had de liefde niet. En toen het God behaagde Zijn Zoon in hem te openbaren, toen, eerst toen veranderde er wat. De liefde Gods werd in zijn hart uitgestort. Hij kon zalig worden als een goddeloze.
Als wij bij al onze inspanningen niet geleerd hebben om God te bedoele…, als de vlam van onze ijver niet ontstoken is aan het vuur dat op Golgotha brandde? Als wij niet geleerd hebben om tot een grote nul gereduceerd te worden, als wij zelf niet door het onuitsprekelijke wonder van Gods genade in Christus op de been gebracht zijn, is alles wat we doen dan eigenlijk meer dan 'een lapje voor het bloeden?' Blijft de wereld intussen niet bloeden uit al zijn wonden?
Als de liefde gemist wordt, is de bron van alle ellende niet echt aangeboord; er komt dan ook geen wezenlijke vernieuwing.
Ons theologisch instituut
Wij staan aan het begin van een nieuw collegejaar (1993-'94). En er is reden om dankbaar te constateren, dat we er ook als theologisch instituut nog steeds mogen zijn.
Een totaal aantal ingeschreven studenten van 230. Een hogeschool met 31 docenten, van wie er 10 werkzaam zijn op een formatieplaats binnen De Vijverberg + 7 als gastdocenten van De Vijverberg en 14 als gastdocenten bij de THGB, onder wie 2 studieleiders en 2 stagebegeleiders. Alles onder het dak van de goed geoliede organisatie binnen de solide Vijverberggemeenschap.
De nieuwe PDW opleiding krijgt op basis van een uitgebalanceerd Instellingswerkplan steeds meer gestalte in drie jaren van samenwerking VVB/THGB. In 1994-'95 naar wij hopen ook in het vierde jaar. Bovendien zijn er gevorderde plannen om in 1994 te starten met een dagopleiding.
Naast dit alles de eerste graads godsdienstleraaropleiding, straks met een Pastorale Variant. En de mogelijkheid van een extra programma Bijbeltalen waardoor een goede aansluiting aan een doctoraalprogramma theologie van een theologische faculteit kan worden bevorderd.
Overigens proberen we steeds meer onze studenten de tale Kanaans te doen verstaan. Het Hebreeuws is niet het onbelangrijkste vak van ons cirriculum. Dat geldt ook van de wereldtaal van het Grieks in het Nieuwe Testament.
Bij dit alles blijven de theologische basisvakken het stevige draagvlak van de opleiding: de Bijbelwetenschap, de systematische wetenschap, de kerkgeschiedenis, de godsdienstwetenschap, de praktische theologie. Het is echt de bedoeling van dit soort onderwijs, dat we onze studenten kennis en inzicht bijbrengen inzake de grondvragen van het leven met God en met de naaste en inzake de bijbelse antwoorden daarop. Het is niet slechts de bedoeling, dat wij hen goede vragen leren stellen. Het is ook de bedoeling, dat wij hen goede antwoorden leren geven aan de (jonge) mensen met wie zij op hun werkterrein straks in aanraking komen.
Wij gaan nl. niet uit van de gedachte, dat er nog een greintje waarheid of goedheid zou sluimeren op de bodem van het mensenhart. O.i. is er in onze verwarrende tijd waarin de mensheid door kerk en theologie veelszins in de steek gelaten is, behoefte aan duidelijke antwoorden die zekerheid bieden, zodat men niet van pure armoede tot extreem wetticisme of ultra gereformeerdheid behoeft te vervallen.
Verder zijn daar de beroepsvoorbereidende vakken die onze studenten een houding willen aanleren waardoor zij vaardig bezig kunnen zijn in kerk en wereld. En vooral met het oog daarop is het van belang, dat de sociale wetenschappen, de CMV/PDW vakken en de pedagogische/didactische vakken met de stages procentueel flink vertegenwoordigd zijn in het curriculum.
Kortom, we zijn met elkaar bezig om te vormen en toe te rusten, om de gaven die Gods Geest u, studenten gaf, te ontwikkelen. Ten dienste van het godsdienstonderwijs, ten dienste van het gemeente-opbouwwerk, ten dienste van de wereldwijde zendingsarbeid.
We willen in onze opleiding dus vooral ook op een beroepsgerichte wijze met elkaar bezig zijn. Vakkundig en op HBO-niveau. Dat zijn we aan het uitgangspunt en de doelstelling van onze opleiding verplicht. Daar komt bij, dat we ook pretenderen wetenschap te bedrijven. Het gaat er ons om de achtergrond der dingen en de historische waarheid te kennen. Dat zijn we verplicht aan het gereformeerd karakter van onze opleiding. Ook al doen wij niet aan Schriftkritiek, daarom behoeven we toch zeker niet onder te doen voor een theologiebeoefening waarin van studenten gevraagd wordt, dat ze driekwart van hun studietijd besteden aan het onderzoek van theorieën omtrent de bronnensplitsing en aan wie daarbij op basis van hun allerindividueelste gevoelens voorts de vrije keus gelaten wordt om al of niet te geloven, dat er een God is boven wolken en sterren. Zulks een theologie-beoefening is immers onberekenbaar als de bliksem.
Maar – terug tot onze eigenlijke vraagstelling – wat stelt een instituut en ook een gereformeerde theologie voor, al heeft ze duizendmaal de naam van gereformeerd en wetenschappelijk te zijn, als de liefde niet de basis is oftewel: als ze niet ontspruit uit de bron van Gods verkiezend welbehagen? En wat stelt het alles voor, als de liefde niet het praktische richtpunt is? M.a.w. als wij in het aanleren van beroepsvaardigheden niet de naaste op het oog hebben als schepsel van God in zijn eeuwige en tijdelijke behoeften.
Want theologie is tenslotte een zaak van 'the man of the street'. Het is een zaak van ontmoeting met de ander.
Al onze wetenschap, hoe degelijk ook onderbouwd, zal met ons vergaan, al onze krachttoeren, hoe gelovig ook aangediend, zullen ons niet baten, zelfs onze op de maatschappij en arme mensenwereld gerichte activiteiten, kunnen geen naam hebben…, als we de liefde niet hebben.
Dan branden zelfs brandstapels tevergeefs.
De liefde geeft ons perspectief
Met het oog op dit alles is het derhalve een vraag waard wat theologie betekent in een bange en uitzichtloze wereld als de onze. En wat in deze ook de gereformeerde theologie waard is. Moeten we er – gelet op de resultaten en gelet op de doodsheid waarin zich de kerk van vandaag hult – uitsluitend negatief over doen?
Dat zullen we niet doen. Lees maar wat de apostel Paulus allemaal over de liefde schrijft in 1 Kor. 13. Letten we erop, dat hij hier niet schrijft over een onbereikbaar ideaal. Integendeel, het gaat hier over de grootste gave van Gods Geest die alle andere overstemt of liever draagt. Bernard van Clairveaux heeft eens gezegd: 'Ik ken Hem (Christus), voor zover ik Hem liefheb'. En daar mag het ons dan om gaan: Hem te kennen in de liefde (wetenschap met godsvrucht verbonden). Dat is het goede en dat is veel. Niet het vele is het goede. Hartelijke verbondenheid met de gekruiste en opgestane Christus. Een zaak van zijn, van geestelijke intonatie. Een zaak die ons in beweging brengt.
Deze heilige aandrift geeft ons de rechte studievaardigheid. Niemand moet van ons kunnen zeggen, dat we slechts op bekende klanken afgaan. Gereformeerde mensen zijn geen neuswijze mensen die slechts één boekje lezen. Gereformeerde mensen willen graven in de Schriften. Zij zijn ook bepaald niet a-historisch. Er is hun alles aan gelegen gelovig te weten, dat de lichamelijke opstanding van Christus een historisch feit is. Daarom gaan ze er tegenaan, als ze theologen horen beweren, dat het Bijbelse verhaal van Jezus' lege graf slechts een latere traditie is. Voorts is hun er ook alles gelegen gelovig te weten, welke bodemschatten er liggen in de Gereformeerde traditie en wat wij er in onze tijd mee aan kunnen. Wat de schriftuurlijke en actuele betekenis is van een theologie waarin het recht van God geëerbiedigd wordt, waarin Christus' plaatsvervangend verzoeningswerk verheerlijkt wordt en waarin het wederbarend en heiligend werk van Gods Geest aangewezen en aangeprezen wordt.
Geeft ons dit alles aanleiding te denken, dat wij de waarheid in pacht hebben? Is het de opzet van onze theologische hogeschool om geestelijke hoogvliegers af te leveren, die betweterig wettisch boven ieder ander staan?
In geen enkel opzicht. Gereformeerde theologie kan niet dan in ootmoed bedreven worden. Want ze wordt beoefend in een wereld die zich op de meest bizarre en eentonige kadans van housemuziek klaarmaakt voor het verderf. Bovendien hebben wij in het geloof altijd alles slechts in 'vreze en beven'. Ware theologie is theologie van de bedelaar.
Maar intussen mag deze wel betracht worden onder het rijke beloftewoord van de Almachtige. Dat geeft de burger moed in een wereld die in het boze ligt. Het Koninkrijk van God werkt. Zij het slechts als zuurdeeg. En het duurt niet lang meer, of alle volkeren van deze aarde zullen het zien en horen, dat de aarde en haar volheid van de Heere zijn.
Daarom doen we het allemaal echt niet voor niets. 'De leeuw uit de stam van Juda overwon' (Openb. 5). En het boek met de zeven zegelen ligt in Zijn handen. En zo kunnen we er ook alles aan wagen. Zo kan ook het bloed der martelaren zaad der kerk zijn. Maarten Luther schreef over Johannes Hus: 'In hem zien wij duidelijk de kracht des Heiligen Geestes, want hij heeft standvastig en blijmoedig Gods Woord beleden tegen: 34 kardinalen, 20 aartsbisschoppen, 160 bisschoppen, 250 priesters en keizer Sigismund, daar op de kerkvergadering (concilie) te Constanz (1414).
De liefde vergaat nimmermeer. Uitgerekend daarvan is het levensgrote standbeeld van Joh. Hus in het centrum van Praag het symbool.
C. den Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's