De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geboorteuur van het protestantisme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geboorteuur van het protestantisme

Impressie van de trio-synode gehouden te Lunteren (oktober 1993)

10 minuten leestijd

De trio-synode van de drie kerken die in het SoW-proces betrokken zijn, had tot taak de nieuwe kerkorde voor de te fuseren kerk in eerste lezing vast te stellen.
Met opzet schrijf ik hier 'de te fuseren kerk'. Want als één ding helemaal duidelijk is geworden tijdens deze synodedagen, dan is het wel dat de commissie kerkorde een volledige fusie en integratie van de drie nu (nog) onderscheiden kerken beoogt. Dit doel werd, zo bleek, door de algemene synode breed ondersteund. Om dit doel te bereiken, moeten nogal wat knelpunten weggewerkt worden. Knelpunten, die deels samenhangen met de verschillende structuur van de deelnemende kerken, deels met de verschillende denkcultuur en deels met grote bezwaren, die in verschillende delen van met name de Hervormde Kerk bestaan tegen SoW in zijn huidige vorm.
Om bij dit laatste aan te sluiten: het is bekend – en het Kaski-rapport heeft dat nog eens duidelijk gemaakt – dat zeer veel gemeenten in den lande in een plaatselijk samengaan weinig zien. Vooral in de zogenaamde Gereformeerde-Bondsgemeenten en in Confessionele gemeenten is dat het geval. Ongetwijfeld hangt dat voor het grootste gedeelte samen met de vrees voor het weinig belijdende karakter van de plaatselijke Gereformeerde Kerken.
Nu lijkt het voor iedereen duidelijk te zijn dat deze 'bezwaarde' gemeenten niet tot een aangaan van het SoW-proces op plaatselijk vlak gedwongen kunnen worden. Om die reden is dan ook in artikel II lid 2 bepaald, dat er in de grote kerk vier soorten gemeenten kunnen zijn: protestantse gemeenten (d.w.z. gefuseerde gemeenten), hervormde, gereformeerde en evangelisch-lutherse gemeenten.
Prof. dr. H.B. Weijland, lid van de kerkordecommissie, die de kerkorde heeft opgesteld, gaf de verzekering dat plaatselijke gemeenten op geen enkele wijze tot fusie gedwongen zullen worden.

Classis
Op bovenplaatselijk niveau is dat echter wel het geval. De classes zullen de ontmoetingsplek bij uitstek zijn van de gemeenten uit de verschillende kerken. Ook in die classes, waar de overgrote meerderheid van de gemeenten niet in het SoW-proces wensen te participeren en waar de classes in zijn geheel tegen het SoW-proces is. Dat moet zorgen baren. 'Natuurlijk', zo zei ds. Van de Aa uit Herwijnen, 'is het ons te doen om heel de kerk. Maar het is ons ook te doen om de belijdenis en om de doorwerking van de blijdenis.' Gevreesd moet worden dat, ondanks de toezegging dat de plaatselijke gemeente zelfstandig moet kunnen blijven er in de toekomst toch een soort psychologische en – door allerlei bepalingen – kerkelijke druk uitgeoefend gaat worden op deze gemeenten, waardoor het gevoel dat men plaatselijk werkelijk vrij is langzamerhand ondermijnd zal worden.
Zal de kerkelijke druk niet gaan werken als de gestage druppel die zelfs de hardste steen kan uithollen? En… zo heb ik me tijdens de synodezitting soms heel voorzichtig afgevraagd, is dat het misschien waar men in het SoW-proces van sommige zijden heimelijk op rekent en op hoopt: 'Nu protesteert men nog, maar het integratieproces zal nergens halt houden'. Het is als met gist in een deeg.
En… laten we eerlijk zijn, is dat gevaar niet levensgroot aanwezig?
Hoe zal men op plaatselijk vlak weerstand kunnen bieden aan het massale en massieve karakter van de toch veel grotere protestantse kerk, als de verdedigingslinie van de classis wegvalt? Ik ben op deze ontwikkelingen niet gerust. Zeker niet als ik tijdens de synodezitting merk dat uitgekiende kunstgrepen, die een ander schaakmat zetten en hem dwingen aan het SoW-proces deel te nemen, zo nu en dan niet uit de weg gegaan worden.
Immers met alle respect voor de werkgroep kerkorde, die een zeer overwogen en uitgebalanceerde tekst geleverd heeft, en met alle respect voor de vele synodeleden die van goede wil zijn en die proberen om zich in te leven in wat in de tegenstanders van het SoW-proces omgaat en daar begrip voor opbrengen, is het toch zo dat, waar het er om spant, men het er op aan laat komen en het laat gebeuren dat de numerieke meerderheid de minderheid overstemt. Je vraagt je soms af: is het altijd reëel om de beslissing voor een bepaalde zaak af te laten hangen van een numerieke meerderheid? Als het immers niet wáár is dat de numerieke meerderheid vanzelf wel het gelijk aan zijn kant heeft, is het dan juist om, waar zwaarwegende argumenten aangevoerd worden voor een bepaalde zaak, deze zomaar af te laten stemmen? En dat om het ideaal koste wat het kost te bereiken. In dat geval ligt het alleen maar aan de liefde tot de kerk en aan het geloof in Gods trouw en aan het grote incasseringsvermogen, dat bepaalde groepen het volhouden.


Tijdens synodevergadering werd gesignaleerd dat er hele classes zijn, die niet mee willen doen. Tekenend is het, dat men op hoger niveau met die classes verlegen zit. Is dat niet omdat deze signalering tot de conclusie moet reiden dat het SoW-proces kennelijk in grote delen van de Hervormde kerk niet van onderop komt, maar van bovenaf wordt opgelegd? Het is een ideaal van een bevlogen groep, die maar moeilijk begrijpen kan waarom de ander nu niet wil. Jarenlang is dat van verschillende zijden naar voren gebracht. Tevergeefs. Nu dreigt zich dat – vanzelfsprekend – te wreken. Het deed daarom bijna naïef aan, dat het moderamen van de Hervormde Kerk, verbaasdheid en grote bezorgdheid voorwendde toen de weerzin om te fuseren op classicaal niveau van verschillende kanten onderstreept werd.
Het is ook veelzeggend dat niet één keer door de moderamina of commissie kerkorde gerefereerd is aan de vele amendementen, die door de Confessionele Vereniging voorgesteld zijn en aan wat in Putten van Gereformeerde Bondszijde is gebeurd. Terwijl beide verenigingen toch twee stromingen vertegenwoordigen, die zo ontzaglijk veel levenskracht in de Hervormde Kerk brengen.

Ledenbestand
Terugkomend op het voorafgaande: de plaatselijke zelfstandigheid is, hoe zich dat op den duur met een gefuseerde classis ook uitwerkt, voorlopig gegarandeerd. Tenmiste… In sommige opzichten zullen hervormden moeten doen wat hen niet in het bloed zit. Immers in de komende kerk doet zich toch bij alle gemeenten op zijn minst één ingrijpende verandering voor. Het is namelijk zo, dat in het ledenbestand de leden, die in de Hervormde Kerk als geboorteleden voorkomen, niet meer als leden geregistreerd zullen worden. Zij zullen geen deel meer uitmaken van de gemeente. Wel is uitgesproken dat de kerk, vanwege de trouw van God in Zijn verbond, een bijzondere band met hen, die uit gedoopte ouders geboren zijn, onderhoudt. Op zich is het verheugend, dat deze zin nog in de kerkorde staat. Misschien is het wel het enige haalbare, gezien de veranderende houding van de overheid op welke vorm van registratie ook maar. Maar het is een feit, dat de 'nieuwe' kerk de gedachte van de volkskerk, die door deze manier van registratie feitelijk zichtbaar werd, helemaal of goeddeels heeft losgelaten. Het is ook in deze artikelen: het hangt er maar van af hoe men leest en hoe men deze artikelen wil interpreteren! In ieder geval hebben de amendementen, die beoogden dat ook de ongedoopte kinderen als leden aangemerkt zouden worden, het niet gehaald. Zelfs niet het amendement, waarin voorgesteld werd om de ongedoopte kunderen te registreren in een ander dan het ledenregister. De beslissing of men dat doen wil, is voorbehouden aan de plaatselijke kerk. Het lijkt me, dat dit alleen al uit evangelisatorisch oogpunt een betreurenswaardige zaak is. Hoeveel predikanten, ouderlingen, diakenen en evangelisten hebben niet de ervaring opgedaan, dat sommigen natuurlijkerwijs aanspreekbaar zijn op het feit van hun hervormd-zijn? Het volkskerkkarakter, dat de Nederlands Hervormde Kerk had, markeerde toch iets van een speciale band tussen Kerk en volk! Zal dat met een protestantse kerk ook zo zijn, in een Nederland, dat van oorsprong een protestantse natie is? Laten we het hopen en erom bidden!

Israël
Wat volkskerkkarakter en de geboorteleden betreft: sommigen hebben alleen al grote moeite met deze grootheden, omdat deze begrippen teveel ruimte zouden laten voor de gedachte dat een land of de Kerk in de plaats gekomen is voor het verbondsvolk Israël. Het was ter synode over het algemeen een opmerkelijk feit, dat in de theologische beraadslagingen de factor 'Israël' en de verhouding tot de joden zo'n grote rol speelde. Het duidelijkst bleek dat uiteraard bij de behandeling van de kerkorde-artikelen, waarin Israël ter sprake komt.
In concreto zijn dat het eerste en het zevende lid van artikel I. Zo werd van verschillende zijden een warm pleidooi gehouden om in de kerkorde niet vast te leggen, dat het gesprek met Israël moet gaan over het belijden dat Jezus de Christus is.
Velen zagen liever een formulering, dat men het gesprek aangaat over de Messias. Zij bepleitten een grotere openheid in deze zinnen, om het gesprek met Israël te vergemakkelijken. Immers, zo luidt de gangbare argumentatie, door de geschiedenis van de christelijke kerk, is zoveel kwaad bloed gezet bij de joden, dat het beter is, eerst te zwijgen om zó van hen te leren wat dat zeggen wil: de Messias.
Dit nu lijkt me op zijn minst een zeer eenzijdige argumentatie. Want… was de tegenzin tegen het belijden van Jezus als de Christus er ook al niet volop, in de tijd van Paulus toen de Kerk nog amper een geschiedenis had? En kwam die averrsie niet daaruit voort, dat men toch een heel ander soort Messias verwachtte dan de Heere Jezus, die voorgaf de Zoon van God Zelf te zijn? En ligt daar, in die bewering niet de aversie van vele joden tot Christus? Wees ooit Miskotte ook niet in die richting toen hij eens stelde, dat wij in het jodendom met een andere religie te maken hebben? Bovendien, is er door de Kerk niet ook zo heel veel goeds gedaan voor de joden? En, als zelfs een man als Martin Buber, die zo sympathiek stond tegenover het Nieuwe Testament, dat hij Jezus zijn broeder noemt, stelt dat Petrus zich, hoe goedbedoeld ook, vergiste toen hij Jezus de Christus noemde, dan is het toch duidelijk, dat achter het afwijzen van Jezus als de Christus een weloverwogen keuze zit en niet een traumatische ervaring – al sluit op zich niet uit dat deze er is en er kan zijn. Zelfs Buber kwam niet over de drempel heen om Jezus te willen zien als de Zoon van God.


Vanzelfsprekend is het dienstig om met joden over de Messias te spreken. Maar dan niet met prijsgave van de rijkdom van het bewuste belijden, dat Jezus de Christus is, de vervulling van de hoop die Abraham had, meer nog: de Zoon van God.
Op die belijdenis rust de Kerk! Dat zegt de Heere Jezus in antwoord op Petrus' belijdenis uitdrukkelijk en bijna hymnisch. Zo verrukt is Hij erover dat Petrus dit heeft doorzien. Het is vanuit deze achtergrond onbegrijpelijk dat bij de lutherse synode het bezwaar leefde, dat de zinsnede waarin beleden wordt dat Jezus de Christus is, koud en kil overkomt! Met deze bewuste belijdenis staat of valt de Kerk. Wat is de ontdekking van de Reformatie, het geboorteuur van het protestantisme, anders dan dat men de belijdenis van Petrus weer bewust overnam? En ook in het Reveil is deze belijdenis bewust naar voren gebracht.
Mystificatie van deze belijdenis mag niet plaatsvinden. In het groot niet, maar ook in het klein niet. Ook in dit licht bezien is het jammer dat het doen van openbare belijdenis, waarin men bewust de Naam van Christus belijdt als voorwaarde voor het ambtsdrager zijn en van de avondmaalsgang, gaat verdwijnen.
Daarom is het daarentegen gelukkig dat de zinsnede dat in het gesprek met Israël beleden wordt dat Jezus de Christus is, tòch in de kerkorde is blijven staan.
Het is onze vurige hoop dat de 'nieuwe' protestantse kerk op deze petra zal staan en dat ze deze belijdenis onverkort zal handhaven en uitspreken. Dan zal ze echt Kerk zijn, geboren uit deze belijdenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het geboorteuur van het protestantisme

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's