De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het karakter van het geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het karakter van het geloof

Kenmerken van geloof (1)

10 minuten leestijd

Ambtsdragersvergaderingen 1993 DE KEUZE VAN HET THEMAHet is elk jaar weer de vraag over welk thema moet worden gesproken op onze ambtsdragersvergaderingen. Er zijn jaren geweest, dat we een praktisch, kerkelijk thema namen. Op een bepaald moment zijn we daar toch vanaf gestapt.Daarover valt genoeg te lezen en daarover wordt al genoeg gesproken. Wij hebben er een aantal jaren geleden voor gekozen, dat we aan het begin van het winterseizoen onze ambtsdragersvergaderingen zouden wijden aan een centraal, geestelijk thema. Zo hebben we in de loop van de tijd over het thema 'verkiezing' gesproken, vorig jaar over 'het verbond' en dit jaar hebben we als thema gekozen 'het geloof'.J. van der Graaf

Wat is eigenlijk centraler dan 'geloof'? Luther heeft eens gezegd: 'Glaubst du, so hast du' en 'glaubst du nicht, so hast du nicht'.
Geloof je, dan heb je en geloof je niet, dan heb je niet.
Wanneer we de concordantie van de Bijbel erop nazien, zien we, dat vele kolommen zijn gewijd aan geloof of aan geloven. Het gaat om een centrale notie uit de Schrift. Nochtans moeten we zeggen, dat er soms ook aarzeling is om over het geloof te spreken. Het komt zelfs voor, dat spreken over het geloof als enigszins 'verdacht' wordt aangemerkt.

Kenmerken?
Uit velerlei gezichtshoeken kunnen we over het geloof spreken. We hebben gekozen voor het thema: 'Kenmerken van het geloof. Mag dat eigenlijk wel? Kenmerken van geloof? Geloof is toch geloof? Het is toch geloof of ongeloof? Een derde weg is er toch niet? Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen historisch geloof, tijdgeloof, wondergeloof en zaligmakend geloof. Maar als het er op aankomt is er maar één geloof, dat die naam verdient: het geloof, het echte zaligmakende geloof. Er is evenwel kennelijk sprake van geloof, althans van wat zich als zodanig aandient, dat, als het erop áánkomt, toch door de mand valt. Alleen het rechte geloof mag derhalve die naam hebben. Daarom stelt toch ook de Heidelbergse Catechismus in zondag 7 de vraag van het ware geloof. Daar wordt niet louter over geloof gesproken, maar het woord 'waar' wordt daar bijgevoegd. 'Wat is een waar geloof?', een echt geloof?
Dat ware geloof is dus toch kennelijk kenbaar, het is hèrkenbaar. Daarom willen we toch ook enige aandacht geven aan de kenmerken, de karakteristieken, zeg ook de eigenschappen van het geloof. Dan niet bedoeld in die zin, dat we de mens naar zichzelf willen verwijzen, om bij zichzelf allerlei kenmerken te ontdekken, waaruit hij tenslotte kan concluderen, dat hij geloof heeft; dus al die kenmerken als een optelsom voor het 'ware' van het geloof. Dat niet. Maar als de Schrift zegt, dat al wat uit het geloof niet is, zonde is, dan mogen we ons toch wel de vraag stellen: 'Wat is dan een waar geloof?'
We kunnen hierbij onderscheiden het geloof, dàt we geloven, de inhoud van ons geloof, maar ook het geloof, waarméé we geloven. Bij dit laatste hebben we dan ook het kenmèrkende, het geloof zoals dat naar buiten mag komen.

Wat is een waar geloof?
Zo vraagt Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus het. Vroeger werden soms op de prediking van Zondag 7 predikanten beroepen. Daar kon men op beoordelen of ze op een zuivere manier over het geloof spraken. Welnu, er zijn op de hele wereld in de loop van de eeuwen honderden, om niet te zeggen duizenden boeken over het geloof geschreven, maar als we Zondag 7 op ons in laten werken, dan komen we er toch wel van onder de indruk hoe in zo'n kort bestek, zo kernachtig vanuit de Schrift over het geloof wordt gesproken.


Wat is een waar geloof? Het is een stellig wéten niet alleen of kennis, waardoor ik alles voor waar houd, dat ons God in Zijn Woord openbaart. Geloof is niet alléén, maar dus óók: een stellig weten. Geloven is ook wéten, stèllig weten, zéker weten. Alles voor waar, voor waarachtig houden, wat de Schrift zegt. Daar zetten we in: Ik geloofde betrouwbaarheid van de Schrift, ook de historische betrouwbaarheid dus van de Schrift. We geloven, dat dat Woord – de ganse Schrift – het Woord is van Gods openbaring. Het is al heel erg nodig om daar in onze tijd van Schriftkritiek en van allerlei benaderingen van de Schrift nog eens een dikke streep onder te zetten. De Bijbel is het Woord, dat tot ons gekomen is 'van Boven naar beneden': Het Woord van Gods openbaring. We zeggen dat vandaag met name nu de boeken van H.M. Kuitert hèrdruk op herdruk krijgen. Kuitert benadert de Bijbel van onderop. De Bijbel is niet een boek, dat door de Heilige Geest geïnspireerd via mensen en zo van God uit tot ons gekomen is. Nee, de Bijbel is een 'zoekontwerp' van mensen. Mensen zijn de eeuwen door op zoek geweest naar God. Zij vragen naar God: wie is God? Zo moeten we dan de Bijbel zien als een verzameling van menselijke geschriften, waarin tot uitdrukking komt, hoe die zoekende mens ergens iets van God heeft opgevangen en verwoord. Als zodanig kan het dan niet verwonderen, dat de Bijbel eigenlijk principieel niet zo heel erg verschillend is van andere religieuze boeken in de wereld, boeken van andere godsdiensten. Natuurlijk, als christen zie je wel het unieke van de Bijbel, maar het is toch niet een boek van Gods openbaring, maar een boek van 'onderop'. Het komt van boven naar beneden. Dat geloven we, dat belijden we, met de wolk der getuigen ook vanuit Hebreeën 11.

Kennen
Zondag 7 zegt: 'een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard'.
Samen met dit Woord weten – stellig weten – wordt ook het woord kennen gebruikt. Kennen gaat toch dieper dan weten. Kennen heeft niet alleen met het verstand te maken, maar ook met het hart, een woord als bekennen, bevinden. Daar zit een andere dimensie in dan alleen maar weten met het verstand.
In het Apostolicum zeggen we, belijden we: 'Ik geloof in God'. Niet: 'Ik geloof God' en niet: 'Ik geloof aan God', maar ik geloof in God. Dat kleine woordje 'in' is veelzeggend. Als ik zeg: 'Ik geloof mijn vrouw', dan neem ik aan, dat het waar is, wat ze zegt. Ik geloof haar. Maar als ik zeg: 'Ik geloof in m'n vrouw, ik geloof in haar', dan zeg ik daar veel meer mee. Dan ligt daar al een uiting van liefde in, van betrokkenheid, van verbondenheid. Ik geloof in God is méér dan ik geloof aan God of ik geloof God.


Zo zeggen we ook: 'Ik geloof in de Schrift, in de Bijbel'. Nog meer dan de Bijbel geloven, geloven we in de Bijbel. Daarin ligt ook, als het goed is, het kennen met het hart. Zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis het zegt! Wij geloven de Schriften niet alleen omdat de kerk de Schriften voor wáár heeft gehouden en houdt, maar omdat de Heilige Geest in onze harten getuigenis geeft, dat ze van God zijn. Daar hebben we de diepere dimensie van het kennen. We wéten: het is het Woord van Gods openbaring. En als zodanig geloven we de Schrift, de historische betrouwbaarheid ook van de Schrift. En we geloven dat alles waar is, wat erin gezegd wordt. Maar we geloven toch vooral in de Schrift. Daarin ligt ook het getuigenis van de Heilige Geest in de harten. Zo wordt dan ook in de Schrift zelf gesproken over de vertroosting der Schriften (Rom. 15 : 4).
Geloven in het Woord is meer dan verstandelijk geloven, dan geloven dat het allemaal waar is wat er slaat. Het heeft ook in zich, als het goed is, het beven vóór het Woord. Het beven voor de Majesteit van het Woord, het beven voor de Majesteit van God, Die Zich in dat Woord openbaart.

Vertrouwen
Geloven is verder ook vertrouwen, een vast vertrouwen. Een vast vertrouwen door de Heilige Geest in mijn hart gewerkt door het Evangelie, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van zonden geschonken is, zaligheid, eeuwige gerechtigheid, uit louter genade, alleen om de verdienste van Christus.
Dat vaste vertrouwen wordt wèl door de Heilige Géést gewerkt, maar dan zó persoonlijk, dat niet alleen anderen, maar ook aan mij de vergeving der zonden is geschonken. Zoals Zondag 20 het ook van de Heilige Geest Zelve zegt, namelijk dat de Heilige Geest samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is – dat geloven we – maar 'ook mij gegeven'. Daar hebben we dan het werk van de Heilige Geest in het hart. De Geest Zelf in mij gegeven. Die Geest schenkt mij gerechtigheid van God, om de verdienste van Christus' wil.


Geloven is vertrouwen. Dan betekent dat ook, dat geloven eigenlijk is: God geloven, in God geloven als een betrouwbare God; en het Evangelie geloven, in het Evangelie geloven als een betrouwbaar Evangelie. God is te vertrouwen. God is betrouwbaar. Wat God belóóft, dat doet Hij. Eigenlijk moeten we zeggen: geloven is niet méér dan geloven in wat is beloofd.
Ds. G. Boer heeft ons preken nagelaten over Hebreeën 11: 'Door het geloof'. Hij zegt in een preek over Hebreeën 11 : 11 en 12, over Sara, die de belofte van God getrouw heeft geacht,
'als wij vragen: hoe zag dat geloof van Sara eruit? Dan is het antwoord: 'God is getrouw'. Sara heeft Hem getrouw geacht, die het beloofd heeft. Daar hebben we een wezenstrek van het ware geloof. In welke fase van het geloofsleven ook. God als een waarachtig Man zien. Wij zijn door en door verlengend. Wij bedriegen onszelf van huis uit altijd. Wij zijn bedriegers en alle vlees is leugenachtig. Maar God is waarachtig. Het is een wezenstrek van het geloof, dat het zich betrekt op het volle Woord van God, zowel in veroordeling als in vrijspraak, en dat rust op Gods belofte alleen. Welke plaats de wet ook heeft – en die heeft een plaats – het ware geloof in de geloofsonderhandelingen en geloofsoefeningen rust puur en alleen op de belovende God zelf.'
Men lette hier intussen wel op de woorden: God geloven en het Woord geloven in veróórdeling èn vrijspraak. We geloven ook de veroordeling. Het gaat niet aan om alleen de vrijspraak te geloven, want het is vrijspraak vanuit het oordeel. Dus juist dan ook de veroordeling geloven. Professor dr. A.A. van Ruler zegt in zijn boek 'Ik geloof'.
'In de traditie voegde men daar een tweede element aan toe. Men zei: geloof is ook een toestemming. Men valt God bij. Men is het met Hem eens. Men geeft Hem gelijk. Men staat aan Zijn kant. Daar is een mens zo maar niet aan toe. Er moet eerst heel wat verbroken en verbrijzeld worden. Een mens is eigenwijs en hard. Maar zo ver kàn het komen. Hij kan het eens worden met God. Hij wordt dan eenswillend. Er komt dan een grote harmonie in het leven en een even grote vrede in het hart.'

Nodig
De Heidelberger vervolgt dan nog met de vraag: 'Wat is dan een christen nodig te geloven?' Dan is ook hier het antwoord heel eenvoudig: 'Alles wat ons in het Evangelie wordt beloofd.' Geloven in de belofte!
Hebreeën 11 zegt dan ook: 'Het geloof is een vaste grond van de dingen, die men hoopt en een bewijs van de zaken, die men niet ziet'.


Intussen heeft de Heidelberger al de woorden, die we zojuist gebruikt hebben, ook niet van zichzelf. Ze heeft de woorden 'kennen' en 'weten' en 'vertrouwen' ook uit de Schrift geput. In Romeinen 4 vers 18 wordt gezegd, dat Abraham op hoop tegen hoop geloofd heeft, maar dat hij aan de belofte van God niet heeft getwijfeld door ongeloof (Romeinen 4 vers 20). Hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld.
In Efeze 3 vers 12 zegt Paulus, dat we in Christus Jezus vrije toegang hebben tot God 'met vertrouwen, door het geloof'.
Hebreeën 10 zegt het zo: 'Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water' (Hebreeën 10 vers 22). En verder wordt dan gesproken over het vasthouden van de onwankelbare belijdenis van de hoop; 'want Die het beloofd heeft, is getrouw!
Die het beloofd heeft is tróúw! Daar ligt de grond van het geloof

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het karakter van het geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's