Hoe Calvijns was Luther?
Voor de Hemmense predikant Johannes Mauritius Mommers was deze vraag niet zo moeilijk te beantwoorden. Hij publiceerde in 1729 een 480 pagina's tellend werk onder de duidelijke titel: 'Luther Gereformeert'. Weergegeven naar het opschrift van dit kort artikel toe dus: Luther was helemaal Calvijns. Maar, laten we volledigheidshalve ook kennisnemen van de ondertitel van Mommers' boek. Deze is naar het gebruik van die tijd wel erg wijdlopig maar geeft precies aan waar het de schrijver om ging. 'Luther Gereformeert ofte Vertoog dat Luther en anderen van zyne ampt en tydgenooten, gelyk in de andere Hoofdstukken des Geloofs, soo ook in de Leere van de predestinatie, van Gods voorsienigheid, en de verhardinge des zondaers, van den vryen wille des menschen; van de vereeniginge der beyde naturen in Christus, en zyne voldoeninge; van de volhardinge der heyligen, en van het avondmael, met de Gereformeerden overeenkomen. Als meede…'.
Hier breek ik af, omdat het wezenlijke van de ondertitel inmiddels is vermeld De schrijver, uit de school van Voetius, vond de Leidse Coccejaanse hoogleraar Taco Hajo van den Honert bereid het boek van een aanprijzende brief te voorzien.
Wie was de schrijver eigenlijk? Erg veel is niet van hem bekend. Meurs, even over onze huidige landsgrens is zijn geboorteplaats, 1654 zijn geboortejaar. Hij studeerde in Utrecht, waarna hij in 1680 predikant werd te Gulpen. Hij bleef daar maar twee jaar, want in 1682 nam hij een beroep aan naar de 'Hooge Heerlykheid Hemmen' in de Betuwe, dezelfde gemeente die Ottho Gerhard Heldring van 1827 tot 1867 zou dienen.
Hij schreef het genoemde werk op hoge leeftijd onder de indruk van de toenemende macht van Rome vooral in Duitsland, aldus F.S. Knipscheer. In het voorwoord geeft Mommers rekenschap waarom hij tot het schrijven van dit boek gekomen is. Hij verklaart dat wie Gods Woord en waarheid liefheeft ook de welstand en eenheid van de kerk behoort lief te hebben. Hij heeft naar zijn vermogen getracht 'den vrede en enigheyt der Lutheranen met den Gereformeerden te soeken. Dit was (hem) smertelijk en 't bedroefde (zijnen) Geest niet wynig, te sien, dat die Broederen sich so vreemt houden van de Gereformeerden, dat sy die lasteren, en so swaer beschuldigen, dat sy die verwerpen, en de hand van Broederschap te geven, weygeren. Ik hebbe dan getoont, hoe dat de Protestanten, dat is Lutheranen, Gereformeerden in seer veele stukken des geloofs, en also ook in den grond der saligheyt overeenkomen…'
Uit bewogenheid heeft dus de bejaarde Betuwse dominee zijn studie in het licht gegeven, in de hoop en met de bedoeling de zaak van de eenheid tussen lutheranen en calvinisten te dienen. Helaas is zijn poging vruchteloos gebleken. Een beter onthaal heeft trouwens zijn posthuum verschenen 'Eubulus of goede raad' (1738) gekregen, waarmee hij verzoening nastreefde van de tegenstelling tussen 'Voetianen en Coccejanen'.
Zijn Lutherboek bleef overigens niet onweersproken. De Duitser Johann Ludwig Schlosser nam de pen tegen hem op en publiceerde in 1737 zijn boek over de Lutherse Luther: 'Lutherus Lutheranus, Luthero Reformato J.M. Mommers oppositus'. Het verscheen nota bene in Utrecht! Dit werk had blijkbaar zoveel aftrek dat na twee jaar een 'uitgebreide' herdruk nodig was, terwijl het boek van Mommers in vergetelheid is geraakt. Mommers heeft hoogstwaarschijnlijk van de studie van zijn opponent geen kennis meer kunnen nemen. Hij overleed in het jaar dat Schlossers boek verscheen.
Hoe Calvijns was Luther? Deze enigszins speelse titel is niet door mij bedacht, maar mij door de redactie voorgelegd. Het antwoord zou kunnen luiden: Luther kon helemaal niet Calvijns zijn, Luther kan geen enkele beïnvloeding van Calvijn hebben ondergaan, want Calvijn is een man van de tweede generatie en toen in 1536 diens 'Institutio christianae religionis' verscheen, was Luther de 50 al royaal gepasseerd, stond zijn theologie reeds geheel en al vast en stond hij weinig open voor onbekenden. Geheel anders staat het met Luthers invloed op Calvijn. Calvijn heeft Luther altijd geëerd als de pionier van de Reformatie, die ook hemzelf zo zeer tot zegen is geworden. De eerste maal dat Calvijn Luther met name noemt, is, althans volgens de beschikbare bronnen, in een brief aan Bucer uit het jaar 1538. Daarna nog enkele malen in brieven en verscheidene keren in zijn werken en daaruit blijkt steeds dat Calvijn Luther een hoge achting heeft toegedragen en de feilen, die hij in Luthers leer opmerkt, toeschrijft aan het feit dat Luther werkte in de schemer van de nieuwe dag, aan onwetendheid en – helaas – ook aan eerzucht. Eens noemde Calvijn in zijn geschrift tegen Pighius Luther een uitnemende apostel van Christus. En in een brief aan een vriend schrijft hij: 'Ik wens dat ge bedenkt welk een groot man Luther is, en met welke uitstekende gaven hij begenadigd is, met welk een dapper en kloekmoedig hart, met welk een bekwaamheid en kracht hij het rijk van de antichrist heeft bestreden en met welk een vlijt hij zich heeft ingespannen om de leer der zaligheid voort te planten.'
Een goed getuigenis, dat wel, maar een direct contact tussen beide Reformatoren, een persoonlijke ontmoeting is er helaas nooit geweest. Ook geen correspondentie. Luther bestelde eens (het was in 1539) in een brief aan Bucer in Straatsburg de groeten aan Calvijn, die hij uit zijn eerste geschriften wel heeft gekend en van wiens Avondmaalsopvatting hij gezegd moet hebben: 'Ik hoop dat hij eens beter van ons zal denken, maar het is billijk dat wij van zulk een grote geest iets verdragen'.
Eén keer heeft Calvijn een brief geschreven 'aan de zeer uitnemende leraar van de christelijke kerk, mijn zeer hooggeachte vader, doctor Martinus Luther', waarin hij wel wenste naar Luther toe te snellen opdat hij enkele uren van het samenzijn met hem zou mogen genieten. Deze brief heeft de geadresseerde evenwel nooit bereikt. Calvijn richtte zich namelijk niet regelrecht tot Luther, maar riep de bemiddeling van Melanchton in om Luther de brief ter hand te stellen. Calvijn beschouwde namelijk Melanchton als een vriend en medestander en – daarin was hij bepaald niet de enige – kende de lichte ontvlambaarheid en gramstorigheid van de oude Luther. Hij hoopte dat Melanchton als intermediair iets zou kunnen bereiken. Maar de geleerde vriend van Luther had een ietwat bang karakter en heeft het niet gewaagd het schrijven uit Genève in handen van doctor Martinus te geven…
Luther en Calvijn – hadden die twee elkaar maar ontmoet, waren zij het maar eens geworden, hadden zij de handen maar ineen geslagen voor de zaak van de Reformatie, zo is vaak verzucht. Hoe komt het toch dat dit nooit is gebeurd? De verdeeldheid heeft de Reformatie immers geen goed gedaan, noch kerkelijk, noch politiek bezien. De lutherse en gereformeerde stroming zijn elk haar eigen weg gegaan, zijn tegen elkaar uitgespeeld, hebben in vele gevallen elkaar het leven zuur gemaakt. Vreselijk konden die twee tegen elkaar tekeer gaan. Ik meen te kunnen stellen dat de Gnesio-lutheranen en lutheranen uit de periode van de Orthodoxie het bonter hebben gemaakt dan de gereformeerden. Wat te denken bijvoorbeeld van het lot dat de arts en hoogleraar Kaspar Peucer, Melanchtons schoonzoon trof, die 14 jaar lang in de kerker in het Lutherse Leipzig gevangen werd gehouden op verdenking van… Calvinisme? Het gedwongen vertrek van de lutherse Paul Gerhardt uit het Reformiert geworden Berlijn weegt daar niet tegen op.
Dat het niet tot eenheid tussen Luther en Calvijn en beider volgelingen is gekomen, heeft dunkt me vooral vier oorzaken.
In de eerste plaats (en het komt me voor dat deze factor niet altijd recht is gedaan) heeft Luther onmogelijk kunnen weten dat Calvijn in de Reformatie zo'n hoogst vooraanstaande plaats zou gaan innemen. Deze twee kunnen immers als de meest belangrijke figuren van de Reformatie worden beschouwd, in wie wij het begin vinden van machtige impulsen in de geschiedenis tot op vandaag de dag (D. Nauta).
Maar de grote betekenis die Calvijn zou krijgen heeft Luther nauwelijks kunnen vermoeden. Toen Luther in 1546 stierf was de invloed van Calvijn in wijdere kring nog maar kort begonnen.
In de tweede plaats speelden de afstanden in die tijd een geduchte rol. Wij in de 20e eeuw kunnen ons eigenlijk niet goed indenken hoeveel bezwaren aan het reizen verbonden waren, hoewel er desondanks veel werd gereisd. Maar de grote mannen in Wittenberg en Genève waren beiden met zo veel zaken bezet, dat zij als het ware aan handen en voeten gebonden waren. Hadden zij ook maar kunnen vermoeden welke plaats zij in de geschiedenis van Godswege zouden krijgen – zij zouden zich ongetwijfeld voor een persoonlijk gesprek hebben vrij gemaakt om samen de zaak der Reformatie, de zaak van de kerk, de zaak des Heeren te dienen.
In de derde plaats kan het moeilijk anders of Luther heeft Calvijn in samenhang met 'de Zwitsers' gezien. Calvijn was wel uit Frankrijk afkomstig, maar in Bazel werd zijn Institutie uitgegeven en in Genève kwam zijn arbeidsterrein te liggen. En ja, met 'de Zwitsers', met name de Zürichers, had Luther helemaal niets op, hij hield hen voor ketterse lieden, met wie hij geen enkele gemeenschap kon onderhouden.
Het verhaal gaat (professor W.J. Kooiman vertelt het in zijn mooie boek 'Maarten Luther, Doctor der Heilige Schrift, Reformator der Kerk', blz. 165) dat Luther in het laatste jaar van zijn leven in een boekhandel in zijn woonplaats Wittenberg een boek over het Avondmaal aantrof, dat juist verschenen was. Het was van de hand van Calvijn. Luther begon erin te lezen en zei tot de boekhandelaar: 'Hij die dit geschreven heeft is een geleerd en vroom man. Wanneer Oecolampadius en Zwingli erover gedacht hadden als hij, zou het nooit tot zulk een strijd gekomen zijn'. Hieruit blijkt dat Luther tot zijn verrassing heeft bemerkt dat Calvijn op een andere lijn zat dan de Zürichers. Dat was natuurlijk ook zo. Calvijn was het op het punt van de Avondmaalsleer met Zwingli helemaal niet eens en terwijl hij Luthers opvatting gemengd zag met bijgeloof.
In de vierde plaats waren er meerdere leertegenstellingen tussen Wittenberg en Zürich en er was Luther minder aan gelegen deze te overwinnen en tot eenheid te komen dan Calvijn. Calviljn heeft zich de nodige moeite willen en moeten getroosten om de Zwitserse steden die de Zwingliaanse reformatie waren toegedaan op het spoor van Genève te krijgen. Veel meer dan Luther probeerde hij alom in Europa contacten te leggen om tegen de roomse overmacht één front te vormen. Toen er min of meer een eenheid in de Zwitserse Reformatie was ontstaan onder leiding van Calvijn, waren de Lutherse theologen in de regel blind voor de gewijzigde situatie, door Luthers hatelijke uitlatingen in de richting van Zwingli en de zijnen zo vooringenomen en ook zo gefocust op de persoon van Luther dat van samenwerking, laat staan van eenheid niets meer kon komen. Een uitzondering hierop vormen de 'Kryptocalvinisten' of 'Philippisten' (genoemd naar Philippus Melanchton) die evenals Melanchton zelfde Calvijnse leer genegen waren. Voor hen was het Calvinisme als het ware een tweede golf, een 'nadere' Reformatie, die slechts tot enkele Duitse landen zoals de Keurpalts toegang kreeg.
Tijdens Luthers leven waren het meer de vorsten dan de theologen die inzagen hoe ongewenst, hoe gevaarlijk de verdeeldheid in het kamp van de Reformatie was. Het was Philipp de landgraaf van Hessen die in 1529 Luther overreedde het gesprek met de Zürichers aan te gaan. Behalve Luther hadden ook Melanchton (die opvallend veel zou zwijgen bij het dispuut van de komende dagen) en Justus Jonas de reis naar Marburg ondernomen. De tegenpartij werd voornamelijk gevormd door Zwingli, Oecolampadius en Bucer. Toen Luther en Bucer tegenover elkaar stonden bij de begroeting, stak Luther zijn vinger op en zei: Jij bent een deugniet! ('Du bist ein Schlingel'). Bucer had nl. Luther gekwetst door in de – overigens door Luther positief gewaardeerde – vertaling van diens Postille in het vierde deel enkele stukken van eigen hand te plaatsen, waarin hij de Avondmaalsleer van de Reformator van Wittenberg scherp aanviel. Begrijpelijk was dit bij Luther in verkeerde aarde gevallen. Hij had daarom een brief aan de uitgever geschreven, waarin hij protest aantekende tegen deze 'giftige opmerkingen', waarmee Bucer zijn werk 'kruisigde'. En al eerder was het bij Luther hard aangekomen dat Zwingli in zijn Avondmaalsgeschrift Luthers Avondmaalsleer pauselijk had durven noemen!
Bij de opening van de disputatie, die onder leiding stond van de landgrafelijke kanselier Joachim Feige, verklaarde Luther dat het geschil niet alleen liep over het Avondmaal, maar ook de opvattingen aangaande de drieëenheid, de twee naturen van Chrises, de erfzonde, de doop, de rechtvaardiging, het predikambt en het vagevuur in het geding waren. Het Marburgse gesprek was helaas vergeefs. Een slotverklaring op aandringen van de landgraaf mede door Luther opgesteld sprak wel van christelijke liefde tussen beide partijen zoveel het geweten dat zou toelaten. Maar deze oogst was schraal en er is praktisch niets van terechtgekomen. Luthers grote grief tegen Zürich was, dat men daar in het Avondmaal de daad van de mens centraal stelde en niet de daad van God. In de tweede en derde generatie van de Lutherse Reformatie zijn de door Luther in Marburg opgesomde verschillen opgeblazen en aan de gereformeerde leer toegeschreven. Hierdoor is het nimmer tot eenheid kunnen komen. Droevig maar waar.
Hoe Calvijns was Luther? In zijn karakter had Luther helemaal niets van Calvijn. Wat een tegenstelling in beider natuur! Luther was een Saks, boers, een man van het volk, kon soms grof en plat zijn. Calvijn, meer door opvoeding en aanleg dan door afkomst bescheiden, voornaam, een gentleman. Dat ook hij in zijn geschriften zo kon uitvaren, was het algemeen gebruik van die tijd. Luther gunt in zijn brieven en Tafelgesprekken ons vele blikken in zijn privé- en gezinsleven. Calvijn is daarin veel meer terughoudend, gesloten. Mensen met zulk een karakter worden zelden populair.
Ten diepste waren beiden het eens. De verschillen in hun verstaan van het Avondmaal en in samenhang daarmee de Christologie, de kerk en de ambten, de verschillende visie op de verhouding van kerk en staat rechtvaardigen de kloof tussen beide stromingen in de Reformatie niet. Het is zoals Calvijn in 1539 aan dominee André Zébédée in Orbe schreef, dat niet uit alle meningsverschil zonder meer een scheiding behoeft te volgen.
Aan de verhouding en de betekenis van Luther en Calvijn zijn na Mommers' boek al vele studies gewijd. Ten principale had Mommers gelijk, al boog hij de twee misschien wat al te veel naar elkaar toe. Luther stond voor andere opgaven dan Calvijn, leefde en werkte in een andere contekst dan Calvijn, was ook veel minder een systematicus dan Calvijn, die zijn juridische opleiding veel minder dan Luther verloochend heeft.
Luther en Calvijn – beider testament is bewaard gebleven. Wat staan zij daarin, in het licht van het einde, in het licht van de eeuwigheid dicht bij elkaar! Luther verwondert zich erover, dat God de Vader van alle barmhartigheid hem, arme, ellendige, onwaardige zondaar het Evangelie van zijn lieve Zoon heeft toevertrouwd en hem daarin getrouw en waarachtig heeft gemaakt. En zijn laatste aantekening op een papiertje, enkele uren voor zijn dood gemaakt, bevat de woorden: 'Wij zijn bedelaars, dat is waar'. Calvijn dankt God dat Hij zich niet alleen over hem, zijn arm schepsel erbarmd heeft en hem in al zijn zonden en zwakheden verdragen heeft, maar ook hem de genade schonk. Hem door zijn arbeid te mogen dienen en naar de maat van de verleende genade Gods Woord recht te leren en de Heilige Schrift getrouw uit te leggen.
Luther en Calvijn – twee dienaren van het Woord in een uiterst bewogen tijd, twee dienaren van God op de breuklijn van twee tijdperken, twee dienaren van de Kerk in een tijd van verval en nieuw begin, twee leraren van de Kerk voor volgende eeuwen, twee bedelaars die elkaar de hand reiken bij de bron van alle genade.
L.J. Geluk, Rotterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's