Waar Luther zijn sporen trok
Kerkhistorische reis 1993
Het is al voor de elfde maal, dat we lezers van ons blad deelgenoot maken van de ervaringen, opgedaan tijdens een kerkhistorische reis in de herfstvakantie. Tien jaar geleden werd voor het eerst een Lutherreis gemaakt. Het regiem van de DDR gaf toen ruime gelegenheid om de Lutherplaatsen, die zich alle achter het toenmalige ijzeren gordijn bevonden, te bezoeken, vanwege het feit namelijk, dat het Luthers 500e geboortejaar was.
Ditmaal werd – onder leiding van ondergetekende en van drs. C. Blenk – opnieuw een Lutherreis gemaakt, nu uitgebreid met een tweedaags bezoek aan Polen. In vrijheid kon nu worden rondgereisd, niet voortdurend gecontroleerd door een van overheidswege toegekende gids, zoals in 1983 het geval was. Hoewel enerzijds nog veel herinnert aan de tijd vóór de Wende, is er toch ook allerwegen sprake van grote veranderingen. Op de Lutherplaatsen zelf was er nu, aanmerkelijk méér nog dan tien jaar geleden, uitgebreid documentatiemateriaal voorhanden, met verder ook een keur van goed uitgegeven nieuwe boeken of geschriften met betrekking tot Luther en de Reformatie.
Van wieg tot graf
We volgden Luther om zo te zeggen van wieg tot graf.
In Eisleben is het huis te bezichtigen, waar Luther op 10 november 1483 werd geboren. Boven de zijingang is Luther afgebeeld, met het bovenschrift 'Gods Woord is Luthers leer, daarom vergaat zij nimmer meer'. Vlak bij het huis, waar Luther werd geboren, staat de Petruskerk. Daar lezen we: 'In de torenkapel van deze kerk werd dr. Maarten Luther op Martinusdag 1483 gedoopt.' De doopvont is er nog te zien.
Een eindje verder ligt de Andreaskerk. Daar hield Luther in de maand februari van het jaar 1546 zijn laatste preek. Hij moest deze afbreken. In het schuin tegenover de kerk gelegen huis is hij enkele dagen later gestorven, op 18 februari van dat jaar. Vanwege restauratiewerkzaamheden kon dit sterfhuis niet worden bezichtigd. Daar is onder andere Luthers dodenmasker te zien.
Op ongeveer 12 kilometer van Eisleben ligt het dorpje Mansfeld. Daarheen verhuisden Luthers ouders – Hans en Margarethe Luder – toen vader Luther een mijn kon pachten en daardoor in wat betere doen raakte. In dat huis is nu een knus, maar hoogst interessant museum ingericht. In Mansfeld heeft Luther derhalve een deel van zijn jeugd doorgebracht. Daar was Luther als jongetje herhaaldelijk te gast in het grote slot op de 226 meter hoge Slotberg. Men behoeft er niet veel fantasie voor te hebben om te veronderstellen, dat het dagelijkse zicht op zo'n massieve burcht mede een rol zal hebben gespeeld in het latere leven van Luther, bij het ontstaan van het Lutherlied, 'Een vaste Burcht in onze God…'
Intussen ziet men daar in gedachten het jochie Maarten Luther lopen en spelen en naar school gaan. Wie van de tijdgenoten kon toen vermoeden dat hij, eenmaal man geworden zijnde, zijn stem binnen de kerk zodanig zou verheffen, dat de nagalm ervan nog eeuwen te horen zou zijn? Zijn afbeelding vindt men thans alom in kerken en gebouwen en op tal van plaatsen in het publieke leven.
Monnik
De stad Erfurt heeft vervolgens in het leven van Luther een belangrijke rol gespeeld. Na zijn Stotternheimer gelofte (bij de blikseminslag in een boom) trad hij op 16 juli 1505 in het Augustijnerklooster. In de kloosterkerk aldaar lag Luther uitgestrekt op de grafzerk van de gewezen professor in de theologie, Johann Zachariae, om als monnik te worden ingezegend. Zijn priesterwijding ontving hij in de Dom aldaar in het jaar 1507.
Bij Stotternheim wordt overigens de betreffende boom nog aangewezen. Het zal wel een boom zijn zoals de (verschillende) Zacheüsbomen in Jericho. Op een gedenksteen staat: 'Gewijde aarde – waardevolle plek van de Reformatie – in een bliksemstraal van de hemel werd de jonge Luther de weg gewezen – uit Thuringen het Licht – helpt u, heilige Anna, ik wil monnik worden – 2 juli 1505'.
In het Augustijnerklooster is de cel nog te zien, waarin Luther zijn eerste monnikenjaren doorbracht.
Later, al na de Reformatie, zou Luther nog een periode van zijn leven in een eenzame kamer doorbrengen, namelijk op de Wartburg in Eisenach. De paus had Luther als dwaalleraar veroordeeld. Met een banbul dreigde de Paus hem in het jaar 1520. In enkele steden werden toen Luthers geschriften verbrand. Op 10 december 1520 verbrandde Luther toen in Wittenberg zelfde bul en de kerkelijke wetsboeken. In april 1521 moest Luther zich op de Rijksdag in Worms verantwoorden. Hij herriep zijn verworven inzichten niet, omdat deze niet op bijbelse gronden weerlegd werden. Door een voorgewende overval liet toen zijn landvorst hem ontvoeren en onder de schuilnaam 'Jonker Jörg' op de Wartburg onderduiken.
De huidige bezoeker ziet daar nog de werkkamer van Luther (Lutherstube), waar hij gedurende de laatste twee maanden van zijn verblijf het Nieuwe Testament vertaalde. De werkkracht van Luther is enorm geweest. Dagelijks draaiden de persen om te verwerken wat uit zijn handen kwam.
De Wartburg zelf, prachtig, hoog gelegen tussen de bossen, doet ons iets ervaren van de context waarin Luther werkte. De Lutherkamer zelf is voor een Lutherreis intussen het eigenlijke.
31 oktober 1517.
Hoogtepunt van een Lutherreis is uiteraard Wittenberg. Want daar is het op 31 oktober 1517 uiteindelijk allemaal gebeurd. Daar sloeg Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel. Maar deze daad van Luther was uiteindelijk de bezegeling van een al eerder op gang gebracht denkproces over de aflaathandel. Tegelijk werd deze daad echter een groots en nieuw begin voor de kerk in Europa. De rechtvaardige zal uit het gelóóf en niet uit de werken leven! Daarover ging het kort en goed.
De plaatselijke VVV te Wittenberg werkt met de slogan 'Lutherstad Wittenberg bezoeken, betekent wereldgeschiedenis beleven'. In Wittenberg is die wereldgeschiedenis intussen in één straat geconcentreerd. Aan het begin van de straat ligt het huis, waar Luther in een toenmalig klooster domicilie heeft gehad. Hij kwam daar in 1508 als jong priester om de leerstoel moraalfilosofie te bezetten aan de universiteit – in dezelfde straat gelegen – en om zijn studie voort te zetten.
Dáár promoveerde hij op 9 maart 1909.
Dáár hield hij lezingen over Genesis, de Psalmen, de Romeinenbrief en de Galatenbrief.
Dáár heeft Luther uiteindelijk de monnikspij afgelegd en is hij getrouwd met de voormalige non Katharina van Bora.
In de Lutherhalle aldaar bevindt zich nu de omvangrijkste verzameling boeken en geschriften van de wereld met betrekking tot de geschiedenis van de Reformatie.
Vlak bij het huis staat de Luthereik, waar Luther de pauselijke bul verbrandde.
Wittenberg is echter ook de stad van Luthers vriend Melanchthon. Melanchthon was in 1518 naar Wittenberg gekomen als professor in de Griekse taal. Als reformator en als vriend van Luther zette hij zich echter ook in voor de opbouw van scholen en de vorming van leraren. Melanchthon stelde ook de Augsburgse Confessie samen. In een tweede uitgave (in 1540) – de veranderde Augsburgse Confessie – bracht hij ten aanzien van de avondmaalsleer eigenhandig wijzigingen aan, om in deze aan de calvinistische opvattingen tegemoet te komen. De Augsburgse Confessie werd intussen hèt belijdenisgeschrift van de Lutherse Kerk.
In Wittenberg wóónden Luther en Melanchton naast elkaar, op de markt stáán hun standbeelden naast elkaar en in de slotkapel in Wittenberg liggen ze naast elkaar begraven, onder een gelijksoortige zerk.
Achter dezelfde straat ligt verder de Stadskerk van Wittenberg. Daar zijn nog prachtige schilderstukken te zien van Luthers vriend, de schilder Lucas Cranach (ook het Cranachhuis ligt aan die straat). Op de vie panelen van het altaarstuk zijn afgebeeld: Luther op de kansel, wijzend naar een crucifix, Luther als jonker Jörg aan het avondmaal, Melanchthon bij de doop en Bugenhagen, predikant van de stadskerk (hij trad als eerste geestelijke in het huwelijk) bij de biecht.
Er is ook een schilderstuk van Cranach te zien, waar men mensen stenen (puin) ziet ruimen op het kerkelijk erf. Eén van hen is de Tsjechische reformator Johannes Hus. Deze had eigenlijk ook al een beetje het pad geveegd voor Luther. Hus is eigenlijk 'Hoes' of 'Goes' en dat betekent gans. Hus zèlf zei, vóór zijn gang naar de brandstapel: 'Gij braadt heden een gans, maar na honderd jaar komt er een zwaan'. De zwaan als symbool van de Lutherse Kerk komt intussen in het bijzonder in Nederland voor.
Duitsland en de joden
Hier zouden we onze impressie van een indrukwekkende Lutherreis kunnen afsluiten. Méér nog dan het lezen van boeken brengt zo'n reis ons de plaatsen nabij, waar Gods Hand zo merkbaar in de kergeschiedenis was. Zo'n reis brengt ook onvermijdelijk tot de ontdekkende vraag wat we met Luthers grote ontdekking hebben gedaan binnen de kerken, die reformatorisch heten te zijn. Gereformeerd zijn betekent immers telkens weer gereformeerd wòrden. En de geschiedenis heeft geleerd, wat altijd weer in het eigen hart leeft, namelijk dat het niet eenvoudig is om van 'genade alléén' te leven en bij die genade te blijven.
Duitsland heeft echter ook nog andere gedenktekens dan die, welke teruggaan op de Reformatie. Net buiten de Slotkerk van Wittenberg bevindt zich een 'Jodenzwijn', een smaad- en spotbeeld op de joden uit het jaar 1304. Daaronder is echter in 1988 een bronzen reliëfplaat aangebracht, waar alle kwetsingen (symbolisch gezien) uit de voegen barsten, terwijl de barsten samen een kruis vormen. In 1988 werd deze plaat onthuld ter herinnering aan de joden, die in Auschwitz stierven.
Deze donkere periode uit het Duitsland van de grote reformator laat zich ook niet meer wegdringen uit de recente geschiedenis. In de kerk zelf stond te lezen dat, wanneer Jezus in de Nazitijd had geleefd, Hij naar Auschwitz zou zijn gevoerd. Een aangrijpende uitspraak!
Dat brengt mij op het laatste van deze impressie. We bezochten ook Auschwitz in de Poolse plaats Oswieczim. Voorzover de Duitsers het vernietigingskamp niet zelf, kort voor de bevrijding, hebben afgebroken, is alles daar nog intact gelaten. Indrukwekkend en huiveringwekkend! We bezochten de uitgestrekte kampplaats bij het vallen van de avond, bij ondergaande zon, toen er al niemand anders meer was. Het accentueerde alleen maar te meer de gruwelen, die er hadden plaats gevonden. In Auschwitz werden twee en een half miljoen mensen omgebracht, waarvan meer dan anderhalf miljoen joden (vemietigingscapaciteit: 60.000 mensen per dag).
De volgende dag waren we in het voormalige joodse ghetto in Krakau. Van de zeventigduizend joden, die daar in de veertiger jaren leefden, zijn er 180 aan de wurggreep van Hitler c.s. ontkomen. We ontmoetten daar een tachtigjarige joodse man, die ontkomen was. In zijn korte levensrelaas lag een stuk huiveringwekkende geschiedenis in Europa geconcentreerd.
Bij de afsluiting van ons bezoek aan Auschwitz zei de man, die ons had rond geleid, dat Auschwitz intact wordt gelaten, niet om gevoelens van haat te blijven koesteren maar om de mensheid van nu – Duitsers en niet-Duitsers – te waarschuwen: dit mag niet wéér gebeuren.
Zijn we hier eigenlijk ook niet terug bij de Reformatie? Het gaat om de rechtvaardiging van de goddeloze. Van die laatste kwalificatie is niemand uitgezonderd. Maar het goddeloze hart van de mens kan gruwelijke publieke uitingen krijgen. En zou dat, wat in Duitsland in de Nazitijd gebeurde, niet ook wortels hebben in de geschiedenis, ook in de kerkgeschiedenis?
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's