Globaal bekeken
Al in 1516 heeft Luther uit zijn familiewapen het teken van de Lutherroos ontwikkeld, dat hij als zinnebeeld van zijn theologie bestempelde. In een brief zegt hij: 'Het eerste moet een Kruis zijn: zwart in het hart, dat zijn natuurlijke kleur heeft, opdat het mijzelf eraan herinnere, dat het geloof in de Gekruisigde ons zalig maakt. Want de rechtvaardige zal uit zijn geloof leven, het geloof in de Gekruisigde. Zo'n hart moet echter midden in een witte roos staan, ten teken, dat het geloof vreugde, troost en vrede geeft. Daarom moet de ze wit en niet rood zijn: want de kleur wit is de kleur van de geesten en van alle engelen. Zulk een roos staat in een hemelsblauw veld, omdat zulk een vreugde in de geest en in het geloof een begin is van de toekomstige hemelse vreugde. En in zulk een veld een gouden ring, omdat zulke zaligheid in de hemel eeuwig duurt en geen einde heeft en ook kostbaar is boven alle vreugde en goederen, zoals het goud het hoogste, edelste en kostelijkste metaal is'.
Lucas Cranach was als schilder nauw bij Luther en de Reformatie betrokken. Hieronder twee delen van het door hem geschilderde altaarstuk, in de stadskerk te Wittenberg. Op het linker paneel een afbeelding van een doopbediening door Melanchton. De persoon in de wijde mantel is de vrouw van Cranach, die er zich over beklaagde nooit in zijn portretten afgebeeld te zijn. Hij schilderde haar toen met aanblik van achter.
Op het rechter (midden) paneel een afbeelding van het laatste avondmaal. Luther, in zijn vermomming als 'Jonker Jörg', reikt de beker aan Cranach jr.
Hier volgen nog enkele uitspraken van Luther uit brieven die hij aan diverse personen schreef:
• Aan Georg Spenlein in 1516:
'Wanneer u dan een lelie en roos van Christus bent, zo weet dat uw wandel onder de doornen moet zijn. Zie echter toe dat u niet door ongeduld en onverantwoord oordelen of heimelijke hoogmoed een doorn wordt.'
• Aan Christoph ScheurI in 1517:
'Want naarmate de gunst van mensen ons dichterbij komt, des te meer wijkt Gods gunst van ons.'
• Aan Johannes Lang in 1516:
'Want geen harde kop drijft een andere harde kop, dat wil zeggen, geen duivel drijft de andere uit; wel echter de zachte de harde, dat wil zeggen, Gods vinger drijft de duivel uit.'
• Aan keurvorstin Sybille in 1544:
'Ik heb lang genoeg geleefd. God beschikke mij een zalig uurtje, waarin de luie, onnutte madenzak onder de aarde komt bij Zijn volk, en de wormen ten deel worde.'
• Aan keurvorst Johann van Saksen in 1526:
'Wanneer men de boer vleit, wordt de buik dik.'
Tijdens de Lutherreis namen we in verband met een bezoek aan Auschwitz kennis van de volgende 'Schattingen van joodse slachtoffers gedurende de Tweede Wereldoorlog':
Polen en bezette deel van de Sovjet-Unie…4.565.000
Duitsland…125.000
Oostenrijk…65.000
Tsjecho-Slowakije…277.000
Hongarije…402.000
Frankrijk…83.000
België…24.000
Luxemburg…700
Italië…7.500
Nederland…106.000
Noorwegen…760
Roemenië…40.000
Joegoslavië…60.000
Griekenland…65.000
Totaal…5.820.960
J. van der Graaf
V. d. G,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's