Hoe reformatorisch was Zwingli?
Hoe komt het dat wij in de brede schakering van namen, die aan reformatorische instellingen worden gegeven, de naam van Huldrych Zwingli nooit tegenkomen? Reformatorische scholen worden getooid met namen van Luther en Calvijn en de laatste tijd vooral van vele vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, maar de reformator van Zürich komt kennelijk niet in aanmerking voor een dergelijke erkenning. Dit is des te meer opmerkelijk omdat Zwingli in zeker opzicht de vader van het Gereformeerde Protestantisme kan worden genoemd. In de wijze waarop hij een bijbelse reformatie heeft bepleit van kerk en samenleving, van het geloof maar ook van de politiek, is hij, via zijn opvolger Bullinger en Calvijn, van groot belang geweest voor later zo belangrijke stromingen als het Engelse Puritanisme en de Nadere Reformatie. Waarom is dit grotendeels buiten beeld geraakt bij diegenen, die van harte uit de reformatorische traditie willen leven?
Het is op zich te begrijpen dat Zwingli minder bekend is gebleven dan de beide andere reformatoren. Zijn directe invloed beperkte zich grotendeels tot Zwitserland, waar hij zich als een hartstochtelijk patriot inzette voor de hervorming van het Eedgenootschap. Hij heeft er ook zijn leven voor overgehad, toen hij sneuvelde in de slag bij Kappel in 1531. Zijn dood, menselijkerwijs gesproken nog 'te vroeg', is mede een oorzaak geweest voor een mindere erkenning. Hij heeft, anders als Luther en Calvijn, zijn werk niet tot volle rijping mogen brengen. Het is dus niet vreemd dat Zwingli naast Luther, met wie de Reformatie in Europa doorgebroken is, en Calvijn, door wiens arbeid wereldwijd sporen van Bijbels-reformatorisch geloof en leven zijn doorgetrokken, wat in de schaduw is gebleven. Maar het is niet terecht als er twijfels zouden bestaan ten aanzien van zijn reformatorisch gehalte. Dat die twijfels toch gerezen zijn, heeft vooral met twee oorzaken te maken. Aan de ene kant is Zwingli het slachtoffer geworden van misverstand van geestverwanten, terwijl zijn beeld anderzijds te lijden heeft gehad van annexatie door verkeerde 'vrienden'.
Was Zwingli vrijzinnig?
Om met het laatste te beginnen, de naam Zwingli is onder ons bijzonder belast door de wijze waarop die is gebruikt door moderne theologen, die in deze reformator de held van de vrijzinnigheid meenden te vinden. In Nederland bestaat de zogenaamde 'Zwingli-bond', die een pleidooi voert voor een vrijzinnige wijze van geloven. Zwingli zou de humanist zijn onder de reformatoren, die volop ruimte gaf voor de menselijke ratio. Het verwijt dat Luther in de strijd over het Avondmaal aan het adres van Zwingli heeft gedaan, namelijk dat hij de menselijke rede zou laten heersen over de Schrift, wordt als een vaststaand gegeven beschouwwd, zonder dat men in de vrijzinnige traditie werkelijk rekening houdt met de wijze waarop Zwingli is omgegaan met de Schrift. Men zou nog schrikken van het strenge 'biblicisme' van deze reformator, die op alle terreinen van het leven het absolute gezag van Gods Woord bepleitte. En ook zijn predestinatieleer, om een ander voorbeeld te noemen, brengt hem zelfs niet in de buurt van het modemisme.
Zo werd Zwingli 'gekidnapt als vaandrager van het echte, authentieke vrijzinnige standpunt', zoals de kerkhistoricus Praamsma het zo treffend uitdrukt. Het was bijvoorbeeld de historicus Walter Köhler, die vond dat Zwingli eigenlijk humanist was gebleven. Op een college prees hij eens het 'bekende standbeeld van Zwingli in Zürich, dat de reformator uitbeeldt met in de ene hand een zwaard en in de andere de Bijbel. Maar, voegde de professor zijn studenten toe, men moest maar denken dat het boek dat Zwingli omhelst voor de helft uit het Nieuwe Testament en voor de andere helft uit Plato's dialogen bestond. Volgens hem was de filosofie van de oudheid voor Zwingli evenzeer een openbaringsbron als de Schrift. Had hij immers niet verkondigd dat de vrome heidenen ook de hemelse zaligheid deelachtig zouden worden? Was dat geen bewijs van een ruim en vrijzinnig denken? De grote Zwingli-kenner G.W. Locher heeft er op gewezen dat de opmerkelijke opvatting van de zaligheid van heidenen geen kwestie is van een optimistische visie op de menselijke kwaliteiten als zodanig, maar meer van een theologische stelling. Zwingli spreekt over deze mogelijkheid niet, omdat hij in de heidenen en hun verdiensten een grond zou zien voor de zaligheid. Het is juist vanuit zijn radicale belijdenis van de verkiezing, dat hij tot de gedachte komt, dat God Zijn verkiezing ook buiten de omgeving van de Bijbel kan doorzetten. Maar ook dan worden de heidenen niet buiten Christus zalig, want geen mens kan tot God komen dan door Christus. Christus is uiteindelijk krachtens verkiezing ook de grond van hun zaligheid. Ook al blijven wij deze gedachte vanuit Gods Woord een vreemde vinden, toch blijft de zaligheid bij Zwingli op deze wijze een zaak van enkel genade, om Christus' wil alleen. Er is geen enkele aanleiding om vanuit deze gedachte een andere universalistische heilsweg bij Zwingli te vermoeden. Waar het bij Zwingli gaat om de zaligheid uit genade alleen om Christus' rechtvaardigend werk, waarbij niets van de mens in aanmerking komt, is er geen wezenlijk verschil met de andere reformatoren. Het 'sola gratia', alleen door genade, en solus Christus, Christus alleen, maken het hart van zijn overtuiging uit. We zien dat geïllustreerd in de tweede stelling van de 67 stellingen: 'De hoofdsom van het Evangelie is dat onze Heere Jezus Christus, de waarachtige Zoon van God, ons de wil van Zijn hemelse Vader heeft bekend gemaakt, ons door Zijn onschuld heeft verlost van de dood en ons heeft verzoend met God.'
Onenigheid onder de broeders
Hoe reformatorisch was Zwingli? Een voorvraag bij de beantwoording van deze kwestie is: welke maatstaf leggen wij aan bij het begrip 'reformatorisch'? Men heeft Zwingli altijd met Luther vergeleken, en gemeten naar zijn standaard zijn beeld scheefgetrokken. Het mag immers bekend zijn dat Luther hem met de dopersen op één hoop gooide in verband met de zo diepingrijpende avondmaalskwestie. Voor Luther was Zwingli veel te ver doorgeschoten in de richting van geestdrijverij. Ook vond Luther, dat de reformator van Zürich zich al te veel met politiek bemoeide. Als we Zwingli echter eens zouden vergelijken met Calvijn, of zelfs met Melanchton, zouden we dan geen eerlijker beeld krijgen? Luther heeft, zo ongenuanceerd als hij soms zijn kon, alles wat niet met zijn realistische sacramentsopvatting overeenkwam als 'schwärmerisch' (een nauwelijks te vertalen woord, dat zoiets als 'dweperig' betekent) aan de kant geschoven en daarbij hoorde toch heel veel dat met de dopersen gans en al niet op één stoel zat.
Het is achteraf gezien een uitermate tragische zaak dat de wegen in de Reformatie juist rond de tafel des Heeren zo uiteen zijn gegaan. Zwingli had een bijzonder hoge achting voor Luther. Hoewel hij altijd staande heeft gehouden dat hij zelfstandig tot zijn reformatorische inzichten is gekomen, door een nieuw verstaan van de Schriften hem door de Geest geschonken, toch heeft hij altijd met grote achting en dankbaarheid respect gehad voor Luthers grondleggende betekenis voor de Reformatie van de Kerk. Helaas was de achting omgekeerd niet aanwezig. Hoewel we de handtekeningen van Zwingli en Luther gebroederlijk samen kunnen aantreffen op de consensus, die werd opgesteld tijdens het godsdienstgesprek te Marburg in 1529, toch bleef er over het punt van de presentie van Christus in het avondmaal een onoverbrugbare kloof Het is aangrijpend dat één punt van verschil zo'n grote kloof heeft gegeven. Op een gegeven moment was Luther zelfs zo verwonderd over de gezondheid van de reformatorische leer van de Zwitsers, dat hij bijna bereid was, ondanks het blijvende geschilpunt, toch samen avondmaal te vieren. Hoe tragisch is het dat de anders zo irenische Melanchton hem op dat moment vanwege mogelijke politieke consequenties van de verzoening weerhield. En dan te bedenken hoe ernstig de gevolgen zijn geweest van deze verdeeldheid in het kamp der Reformatie! Wat heeft Calvijn later alle moeite gedaan om verzoening te bewerkstelligen tussen lutheranen en Zwitsers, maar helaas grotendeels vergeefs. De zaak van de Reformatie in Europa zou wellicht zo anders zijn gelopen als dit geschilpunt was weggeruimd. Dan zou het bijvoorbeeld ruim dertig jaar later niet mogelijk zijn geweest dat de katholieke vervolgers van de gereformeerden in Frankrijk, met handig gebruik maken van dit geschil, de lutheranen in Duitsland tegen de gereformeerden – die hun hulp zo hard nodig hadden – konden opzetten.
Luther heeft Zwingli de hand van de gemeenschap geweigerd, ondanks het feit dat ze beiden hun handtekening hadden gezet onder een geloofsstuk dat van een grote nabijheid getuigde. Zwingli wilde niets liever dan een hartelijke verbondenheid met Wittenberg. Ontroerend en aangrijpend was het slot van het gesprek. Luther bedankte zijn tegenstanders dat er in zo goede sfeer was gediscussieerd. Hij bedankte zelfs Zwingli en vroeg om verontschuldiging als hij te scheerp was geweest, hij, Luther, was immers ook maar 'vlees en bloed'. Zwingli was tot tranen geroerd en zei, dat hij niemand wist in Italië en Frankrijk, die hij liever ontmoette dan Luther. Daarop schrok Luther echter terug van zoveel nabijheid en antwoordde: 'Bid God, dat u tot inzicht komt'.
Eigen reformatorisch getuigenis
Was Zwingli minder reformatorisch omdat er sprake was van een diepgaand geschil met Luther? Was hij nog steeds de humanist, of toch de spiritualist geworden, die men hem schold? Als 'reformatorisch' betekent dat de belijdenis van de drie sola's de kern van het getuigenis vormt, dan hoort ook Zwingli, met zijn eigen accenten, er van harte bij. Er is geen twijfel aan dat er bij hem geen radicale afwijzing zou zijn van alle andere autoriteit dan die van God Zelf in Zijn Woord en door Zijn Geest. En als het om de gerechtigheid alleen in Christus gaat, doet Zwingli geenszins onder voor Luther en Calvijn. En ook het genadekarakter van het heil is bij hem volstrekt.
Zwingli getuigt op indrukwekkende wijze voor het forum van humanisten en roomsen wat voor hem de weg tot het licht van de Reformatie was. Hij had op zijn zoektocht naar de waarheid in het Woord Gods de toetssteen gevonden: het licht van Christus. Wij eindigen met Zwingli's getuigenis zelf: 'En terwijl ik aan het zoeken was naar de steen, vond ik geen ander dan de steen des aanstoots en de rots der ergernis (1 Petrus 2 : 7) waartegen allen zich stoten, die naar de wijze der farizeeërs, Gods wet herroepen vanwege hun eigen traditie (Matth. 15 : 6).
Dus, nadat ik deze stellingen op deze manier (dat is met Christus' licht) vergeleken had, begon ik elke leer tegen deze steen te beproeven, en als ik vond dat de steen dezelfde kleur gaf, of, dat de leer de helderheid van de steen kon verdragen, dan accepteerde ik het; indien niet, dan verwierp ik het (…) Nu, als de mensen bevel gaven, dat hun eigen uitvindingen aanvaard moesten worden, zelfs als ze op geen enkele wijze overeen kwamen met de goddelijke instellingen, maar juist daartegen waren, dan blafte ik ze het gezegde van de apostel toe: 'Men moet Gode meer gehoorzamen dan mensen!' (Hand. 5 : 29), totdat die mensen, die de hoogste achting hadden voor hun eigen gedachten, maar weinig of niets voor wat van Christus is, de ergste gedachten over ons gingen koesteren – wat voor ons, natuurlijk, de meest zekere indicatie was dat deze gang van zaken God behaagde en tot zaligheid brengt. Want 'Wee u', zegt Hij, 'als alle mensen wel van u spreken' (Luk. 6 : 26) en 'Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil, en uw namen zijn geschreven in de hemel!' (Luk. 6 : 22; 10 : 20). Dit is voorwaar geen onduidelijk getuigenis van een reformatorische beslistheid! Het antwoord op de vraag 'hoe reformatorisch was Zwingli' kan als volgt gegeven worden. Wij meten het antwoord niet af aan Luther of Calvijn, maar aan de 'Steen' die Zwingli als een wonder mocht vinden: Christus en Zijn enige gerechtigheid. En volgens deze maatstaf en in de mate waarin de Heere der Kerk Zijn dienaar als instrument tot vernieuwing heeft willen gebruiken, mogen we hem van harte een reformator noemen, die door de diepe motivatie werd gedreven van 'de eer van God, het welzijn van de christelijke staat en de troost voor het verontruste geweten.'
M.A. van der berg, Groot-Ammers
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's