Hervormd-gereformeerden in de bocht, uit de bocht of door de bocht…?!
Impressie uit triosynode
Eén en andermaal is er door de diverse ambtelijke vergaderingen gedacht en gesproken over het belijdende gehalte van de komende Verenigde protestantse Kerk in Nederland. Niet in het minst ook op de laatst gehouden triosynode. De zorg die vele gemoederen bezig houdt is de zorg om de doorwerking van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Waar de één zich aan het gehalte van deze geloofstukken al (te) snel vertilt, ervaart de ander de komende kerkorde als te licht en te lichtvaardig ten aanzien van ons eigen erfgoed.
Het is zeer te waarderen, dat de nieuwe Kerk een belijdende kerk wil zijn. Al meteen in haar eerste artikel, I.1, spreekt zij uit kerk te zijn 'overeenkomstig haar belijden' als 'gestalte van de ene heilige katholieke of algemene christelijke kerk'. Een hoge inzet! Een hartverwarmende en verblijdende inzet! Maar maakt wat volgt waar, wat hier wordt gezegd? Er is gezegd, dat het eindelijk weer eens ergens om gaat in het huidige kerkelijke gesprek. Dat grondzaken en grondslagen aan de orde zijn. Kerk en theologie ontmoeten elkaar fundamenteel en dat is broodnodig. Al te weinig gebeurt dit. Al te veel ontsporen theorie en praktijk… Bleek dat ook niet ter synodevergadering toen er dan gesproken moest worden over deze grondige zaken? Vanwaar de verlegenheid, verwarring en cultuurbotsingen? Vanwaar ook het gebrek aan bereidheid en kerkelijke ootmoed in een echte onderlinge luisterhouding? Deze zaken kwamen het pijnlijkst boven rondom de stortbuien van ordevoorstellen en de bespreking van al dan niet gedwongen gefuseerde classes. Juist op dat punt moeten vele hervormd gereformeerden, denkend en handelend in de kerkelijke weg, zich verscheurd voelen. (Dat zijn we als hervormden trouwens wel gewend; laten we eerlijk zijn. Maar onze roeping is nu, dat we daar hiet aan mogen, noch willen wennen.) De classis is naar gereformeerd kerkordelijk (Dordt) denken de grondvergadering van de kerk en als zodanig als vergadering en ontmoeting van de gehele (dus ook de nieuwe) kerk onopgeefbaar. Wij staan niet los van elkaar, maar zijn in verband gezet en gebracht met allen die Gods Naam belijden. Daarmee zet ook de nieuwe kerkorde immers in. Daarin is deze orde consequent in haar belijden ten aanzien van de plaats en de functie van de classis. Wie echter vraagt naar de haalbaarheid en werkbaarheid van dit model moet in grote zorg verkeren. Wat principieel onopgeefbaar is, zal in de praktijk onuitvoerbaar zijn. Er is gesproken van een gebrek aan vertrouwen indien wij op deze weg niet (willen) gaan (ds. M. Ravenhorst, Muiden). Dat het vertrouwen in het geding is zal niemand ontkennen. Dat wantrouwen om ons zelfs wille een zondig ding is zal ook niemand bestrijden. Maar om vertrouwen te vertalen in de praktijk moet er toch een basis van vertrouwen zijn. Met andere woorden een gemeenschappelijke belijdenis van de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben. En daar getuigt de praktijk niet zo van. Die waarheid; schittert zij nog? Ik ben benieuwd of de Werkgroep Kerkorde in staat is in de ordinanties een weg te vinden voor en in de nieuwe kerk, waarin de genoemde verscheurdheid als scheur niet tot breuk zal leiden – ook niet binnenkerkelijk.
Zorg
De zorg om die breuk is niet denkbeeldig. Wie de pers volgt en zijn oor te luister legt in de gemeente bespeurt de neiging tot afscheiding in velerlei vormen en mogelijkheden. Van het bewaken van het eigen erf, desnoods in algehele plaatselijke zelfstandigheid, tot de werkelijke voortzetting van die of gene kerk. Tegen deze gedachten dient met klem geprotesteerd te worden – een taak voor de nieuwe protestantse kerk? – en op deze zorg dient zorgvuldig gereageerd te worden door de wegen van het gereformeerde belijden ook werkelijk open te houden in en tot heil voor de nieuwe kerk. Breuk of afscheiding of voortzetting is geen optie. Hervormd gereformeerden hebben geen opties! Dat getuigt tezeer van eigen menselijk inzicht en handelen en heeft daarvan de geschiedenis ons niet voldoende geleerd? Ik wil een plaatselijk voorbeeld geven.
Na de oproep van synodewege tot plaatselijke samenspreking met de betrokken kerken van het S.o.W. proces vond in Herwijnen een hervatting van het S.o.W. gesprek plaats. Samenspreking vindt trouwens wel meer plaats, o.a. op het gebied van evangelisatie. Gereformeerd Herwijnen is binnen de Gereformeerde Kerken ronduit orthodox te noemen. Wat bleek? Indien het moment van fusie komt, zijn er voor onze gereformeerde mede-christenen meerdere opties! De classis doet maar, de synode… Hier wringt de schoen ook met orthodox gereformeerd Nederland in kerkelijk opzicht pijnlijk! Hoe moet dat straks classicaal en synodaal?! Terwijl we plaatselijk vaak meer herkenning vinden, dan we ter synode vonden… De problemen mogen niet te eenzijdig als een hervormd gereformeerd probleem worden belicht. Het gaat om de grondslag van de kerk en de doorwerking, nogmaals. Om dan eenvoudigweg te spreken van de nieuwe Kerk als de voortzetting van de drie 'oude' kerken, art. II.1; dat gaat mij net iets te kort door de bocht. Het gevaar is, dat zij die te hard rijden er dan uit vliegen of dat zij die te langzaam optrekken en bijsturen niet door de bocht komen. Zo lossen we het gesprek over de vaderlandse kerk en haar eigen(aardig)heden toch niet op? Intussen mogen we onszelf er ook gerust eens op wijzen, dat de romantiek van de vaderlandse kerk (zo goed als) voorbij is en dat – als het dan toch gaat om historische continuïteit: voortzetting – juist de hervormde kerk al veel eerder en langer (1816-1951) de breuk met de historie kerkordelijk heeft ervaren en overleefd, ondanks ons, dankzij Gods Trouw! Zal Hij nu veranderd zijn? Zullen we juist daar niet op pleiten, nu, nu de nieuwe Kerk eraan komt?
Ambt
Dat kerkordelijk denken en werken ook voluit menselijk werk blijft, bleek bij de discussie rondom het ambt (art. V). Daar verschilt de gereformeerde van de lutherse traditie fundamenteel. De lutheranen kennen het ene openbare ambt van Woord en Sacrament. Van Christuswege aan de gemeente geschonken. Zonder onderscheid. De gemeente delegeert dit ene ambt aan de onderscheiden personen, maar draagt het ambt in haar geheel. Dit wordt existentieel beleefd door lutherse predikanten, zo werd het door een hunner verwoord. Opmerkelijk was wel, dat niet een predikant, die deze zaak existentieel beleefde, uitleg kon geven hierover, maar een hoogleraar (dr. Hof, Amsterdam). Overigens op een uitstenkende, heldere wijze!
De gereformeerde traditie kent vanouds de drie ambten (of zelfs vier) van Christuswege. Het drievoudige ambt van Christus weerspiegelt zich in de drie ambten van predikant, ouderling en diaken. Deze ambten komen niet op uit de gemeente, maar worden uit het midden van de gemeente geroepen. Tegenover en in het midden van. Beide tot dienst in de dienstknechtsgestalte van Christus. De werkgroep Kerkorde vond een knappe – dat moet gezegd – middenweg, waarin werkelijk de beide tradities werden verbonden, maar toch onderscheiden bleven. 'Het openbare ambt van Woord en Sacrament is van Christuswege de gemeente gegeven'. Maar 'de kerk onderscheidt het ambt van predikant, ouderling en diaken alsmede andere diensten', art. V.1. Indien wij soms zeggen dat de nieuwe kerkorde een compromis-kerkorde is en daarmee compromitterend werkt, dan moeten wij mijns inziens op dit punt zeggen, dat deze verbinding van tradities verrijkend is. Hier ontmoeten het goede en waardevolle van twee Reformatorische tradities elkaar en kunnen zij elkaar bevruchten, theologisch.
Praktisch
Maar dan weer de praktische uitwerking. Wie kunnen en mogen geroepen worden tot een ambt en het bekleden? Art. V.5 luidt nu: 'Een ambt in de kerk kan uitsluitend worden vervuld door hen die daartoe naar de orde van de kerk geroepen zijn, belijdenis van het geloof hebben afgelegd en in het ambt bevestigd zijn onder aanroeping van de Geest'. Het is benten moeilijk ambtsdragers kunnen krijgen. Veelal heeft dat ook te maken met de openbare geloofsbelijdenis. De huidige kerkorden aanvaarden slechts lidmaten der kerk als kandidaten voor een ambt. In de praktijk werkt het reeds anders. Ook doopleden worden bevestigd en daarmee beschouwd als lidmaten. Nu is deze uitzondering kerkordelijk geregeld, doordat de roeping tot het ambt voor het belijdenis doen mogelijk is gemaakt. Dat is verdrietig. Geldt niet vanouds: wie de uitzondering tot regel maakt, maakt de regel tot uitzondering? Men moet toch niet de uitzonderingen regelen? Dan worden de uitzonderingen regel! En het betreft juist het belijdende karakter van de kerk! Hier wordt art. I.1 over het belijdende karakter van de Kerk geweld aangedaan. De openbare geloofsbelijdenis is daarom onopgeefbaar en onvenvisselbaar voor het moment van roeping en bevestiging als ambtsdrager vanwege het openbare belijdende karaktervan de Kerk, in het midden der gemeente en tegenover anti-christelijke machten en krachten. Door de belijdenis van het geloof, ná de roeping tot het ambt, mogelijk te maken ondergraaft de kerkorde haar eigen karakter. Terecht werd hier ook door diverse gereformeerde synodeleden op gewezen (ds. Doorn, Zwartsluis en ds. Fockens, Bergum). De vragen zijn nog niet beantwoord. Welke vorm van openbare geloofsbelijdenis zal worden ingesteld? De discussie in onze eigen kerk is daar nog volop over aan de gang. Welke orden van de kerk zullen er komen? Wie bepaalt welke orde wordt gevolgd?
Dat wij het geloof, gemeentelijk, persoonlijk en openbaar belijden als kerk wordt niet betwist, ook niet door deze kerkorde. Maar hoe? Ongetwijfeld moet deze vraag terugkeren bij behandeling in november van de artikelen over de doop en het avondmaal. Juist wie de Waarheid niet kan en wil claimen voor zichzelf alleen en zijn (kerkelijke) groep, zal in de belijdenis van die Waarheid het geding om die Waarheid aan willen en blijven gaan. In loven, leven en lijden.
W. van der Aa, Herwijnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's