De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk-zijn met jongeren (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk-zijn met jongeren (1)

7 minuten leestijd

Reacties op het tijdsbeeld
Nadat we in de vorige artikelen gezien hebben hoe het tijdsbeeld van de negentiger jaren er in grote lijnen uit ziet, is het goed om nu na te gaan hoe er op dit tijdsbeeld wordt gereageerd en dan met name in de kerk, in de gemeente.

Isolement
Om te beginnen zou ik willen zeggen wordt er heel verkrampt gereageerd. De grenzen van het toelaatbare worden nog weer eens extra streng getrokken en vervolgens bewaakt. Alle creativiteit wordt aan banden gelegd en daardoor geblust. Uniform worden de gedragscodes, ingesnoerd de mogelijkheden, teruggedraaid wat eerst in spontaniteit werd gedaan en zelfs gewaardeerd. Ik vind dit wel een begrijpelijke reactie op het noodweer van de tijd dat over ons uitraast. Bij zwaar weer wandelend in het open veld, zoek je altijd een veilig heenkomen. Ieder heeft die neiging en zoekt een schuilplaats. Om te overleven bij het zich ontladen van de zware buien zoek je een stevige bunker op waar je het geraas wel hoort en waarneemt maar niet voelt. Je laat, om de veiligheid nog meer te garanderen, ook alleen maar diegenen toe tot je schuilplaats die voldoen aan de gedragscodes die je samen als bepalend bent overeengekomen. De reactie – kortom – van het isolement. Ik erken een stuk legitimiteit in deze reactie voorzover ze wordt ingegeven door werkelijke zorg om het 'pand ons toebetrouwd' zo te bewaren dat we het niet verliezen. In een tijd van kerkverlating blijken juist in die kringen waar men kiest voor het isolement de schadelijke gevolgen van de secularisatie voorshands beperkt te blijven.

Hoe is het in onze gemeenten?
Toch ben ik ervan overtuigd dat we ons daarop niet moeten verkijken. Getalsmatig, kwantitatief moge dat zo zijn. Kwalitatief klopt deze gedachtengang nauwelijks. We houden zo een beperkt aantal jongeren vast, maar we raken het grootste deel kwijt. Wij ervaren het als een zegen dat onze kerkdiensten bevolkt worden door talrijke groepen jongeren. De catechisatielokalen zijn gelukkig nog lang niet leeg. Maar als we niet werkelijk ingaan op hun leefwereld, rekening houden in de verkondiging en de catechese en het jeugd- en jongerenwerk met de problemen waar ze mee te maken hebben en alleen maar star reageren op de als dreigend ervaren wereld om ons heen, zullen we ze en masse gaan verliezen. Als er iets is wat indruist tegen het levensgevoel van heel veel jongeren, dan is het een sfeer van 'wetjes' en 'regeltjes' waarvan de relevantie absoluut niet duidelijk te maken valt. Als jongeren het kerkelijk leven alleen maar ervaren als een ingesnoerd worden en een teruggefloten worden, zal een deel van hen het voor gezien houden en vertrekken naar 'vrije groepen' of afvloeien naar wereldse kaders of gewoon naar niets, naar het nihilisme. En dat willen we, neem ik aan, geen van allen.

Afkeer
Hoe dan reageren? Ik constateer soms ook een reactie waarin een afkeer merkbaar is van alles wat met de gereformeerde traditie te maken heeft. Al vrij snel wordt heel ons kerkelijk leven getypeerd met woorden als 'ouderwets', 'star' en 'antiek'. Er broeit verzet tegen het ambtelijke, het geïnstitutionaliseerde. Het moet allemaal anders, eigentijdser, vrijer, losser. Het Gereformeerde moet doorvertaald, opnieuw geïnterpreteerd, bijgesteld en aangepast worden. Ik zet het expres wat scherper aan dan het soms bedoeld wordt, maar dat verduidelijkt hopelijk wat ik signaleer als een evengroot gevaar onder ons als de reactie van het loutere isolement. Wie ouder en daarom wijzer is geworden, kan zich kritiek op wat soms onder ons gegroeid is, veroorloven. Daarbij verlies je niet het wezen dat je door alles heen lief is geworden. Ik bedoel het wezen van wat ons in de gereformeerde religie is geschonken, waar we ten zeerste aan hechten omdat we het voluit Schriftuurlijk vinden en ook in ons hart als waar en levend ervaren.
Maar wie jongeren alleen maar confronteert met schaduwzijden van ons kerkelijk gereformeerd leven, moet wel rekening houden met het gegeven dat ze met het badwater ook het kind dreigen te verliezen. Ze komen ook dan gemakkelijk in de 'vrije groepen' terecht of raken van de ankers van Schrift en belijdenis los in een heel ander geestelijk klimaat. En dat kan noch mag toch ooit onze bedoeling zijn, neem ik aan. Jongeren zijn van zichzelf, gelet op de ontwikkelingsfase van hun leven, waarin ze zich bevinden, aangewakkerd door de geest van de tijd waarin ze werken en studeren, al kritisch genoeg. Ze staan onder een kolossale druk van de al eerder genoemde tijdgeest. Ze ademen de los-van-God-cultuur dagelijks in. En het is goed ze alles wat er aan de hand is te laten zien, confronterend, uitdagend. Maar dan wel in het kader van grote liefde voor het bijbelse erfgoed, vertolkt en verwoord in de gereformeerde belijdenis. Waar alleen maar accent valt op het confronterende en die liefde en verworteling in de gereformeerde religie ontbreekt of te weinig nadrukkelijk aan de orde komt, acht ik dat we onverantwoord bezig zijn. We willen allen, als ambtsdragers, gemeenteleden, werkers onder onze jongeren, toch van harte dat ze God leren dienen uit een rein hart. Dat ze de Heere Jezus liefhebben vanuit een levend geloof. Méér dan ooit dient daar het accent van het werk in de kerk en in de gemeente te liggen.

Beeld van God
En zo kom ik tot een voorzichtige poging iets te zeggen over een weg die in onze tijd geboden is tot heil van onze jongeren. Wij spreken in onze tijd veel over 'Godsverduistering'. God lijkt zo ver weg. Het is zo moeilijk om met Hem in contact te komen. Om Hem te ervaren in je leven als een werkelijkheid. Om Hem aan de gang te zien in de dagelijkse realiteit om je heen. Ieder mens leeft met beelden van God, voorstellingen die bij ons zijn binnengekomen via opvoeding, catechese, jeugdwerk, prediking. Meer dan ooit moeten we onze jongeren helpen te komen tot een zo zuiver mogelijke verkondiging aangaande God. Godsverduistering kan mede opgeroepen worden door een verkondiging aangaande God die niet compleet bijbels is. Iemand heeft eens geschreven dat de problemen rond het bestaan van God voor een belangrijk deel zouden zijn ontstaan uit de gedachte van een almachtige God die alles in deze wereld bestuurt met daarbij een aantal aan Hem toegedachte eigenschappen die in dit godsbeeld passen (A. v.d. Beek). Er zit het nodige bijbelse riciso in zo'n uitspraak. Waardevol vind ik wel het signaal dat er in doorklinkt. Pas op met al te vlot en al te simplistisch spreken over wat wij bedoelen met de 'almacht van God'. Onze jongeren groeien nu eenmaal op in een andere wereld dan die van enkele eeuwen terug. Vroeger maakten mensen een enkele ramp in hun leven mee. Tegenwoordig beleven we er zo'n beetje twintig per dag. Dr. Okke Jager merkt in één van zijn boeken op dat achter de polarisatie in veel gemeenten bijna altijd een verschil in Godsbeeld schuil gaat. Of dat altijd waar is, betwijfel ik, zeker als het over 'onze' gemeenten gaat. Wel bevat deze opmerking een waarheidselement.
Hoe spreken we over God naar onze jongeren toe?
Ik denk dat we zo min mogelijk God moeten trachten te verdedigen. Laten we positief over Hem spreken. Niet abstract dogmatisch, maar warm en praktisch door ons spreken over God nauw te verbinden aan het getuigen over de Heere Jezus.
Dit kan jongeren, dunkt me, helpen om toch het transcendente van God te ervaren. Nogmaals, velen zitten daar toch heel erg mee in een tijd waarin dat helemaal buiten dit leven is getuimeld.
Het geloof in God is altijd een werk van buiten ons geweest. Ligt daar niet juist in deze tijd het waardevolle van het gereformeerde? Het besef dat niet wij over God beschikken. Wij kunnen God niet terugbrengen. God kan alleen Zichzelf aan ons (terug)geven. Ons schiet in deze tijd het indringende gebed over:
O God, kom weer tot ons terug!
Laat Uw vriendelijk aangezicht toch over ons lichten!
Wij hebben U verlaten, maar kom tot ons terug,
als het in Uw raad kan bestaan.
Zulk ootmoedig spreken over God helpt jongeren (en ook ouderen) meer, dan een triomfantalistisch beschikken over God.

J. Maasland, Kootwijk/Kootwijkerbroek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Kerk-zijn met jongeren (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's